Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2013:12995

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
25-09-2013
Datum publicatie
03-10-2013
Zaaknummer
13/15498
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

2008/115/EG, terugkeerbesluit, terugkeer naar land van herkomst, artikel 6.5a, vierde lid onder c, Vb 2000, toezegging verweerder, procesbelang

Eiseres is teruggekeerd naar haar land van herkomst. Daarmee is de werking van het tegen eiseres uitgevaardigde terugkeerbesluit beëindigd. Indien in de toekomst wederom een terugkeerprocedure tegen eiseres zal worden gestart, zal daaraan opnieuw een terugkeerbesluit vooraf moeten gaan. Ter zitting heeft verweerder toegezegd dat in dit geval artikel 6.5a, vierde lid, onder c, van het Vreemdelingenbesluit 2000 niet zal worden tegengeworpen, aangezien die bepaling volgens verweerder niet van toepassing is in een situatie als de onderhavige waarin door een vreemdeling uitvoering is gegeven aan een opgelegd terugkeerbesluit. Eiseres heeft daarom en aangezien zij niet heeft betoogd schade te hebben geleden door de oplegging van het terugkeerbesluit, geen belang bij een inhoudelijk beoordeling van het beroep, voor zover gericht tegen dit terugkeerbesluit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 13/15498

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] ,

geboren op [geboortedatum],

van Russische nationaliteit,

V-nummer [nummer], eiseres,

(gemachtigde: mr. J.W. de Haan),

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

(gemachtigde: mr. H.R. Nobel).

Procesverloop

Bij besluit van 11 juni 2013 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiseres een terugkeerbesluit opgelegd. Tevens heeft verweerder een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaren.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 september 2013. Eiseres en haar gemachtigde zijn, met bericht vooraf, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1.1   Ten aanzien van het terugkeerbesluit overweegt de rechtbank als volgt.

1.2 Uit de brief van de gemachtigde van 6 september 2013 blijkt dat eiseres in het land van herkomst verblijft.

1.3.1 Op grond van artikel 3, derde lid, van Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (hierna: Terugkeerrichtlijn), voor zover van belang, wordt onder terugkeer verstaan het proces waarbij een onderdaan van een derde land, vrijwillig gevolg geeft aan een terugkeerverplichting of gedwongen terugkeert naar zijn land van herkomst.

1.3.2 Op grond van het tweede lid van dat artikel wordt onder terugkeerbesluit verstaan de administratieve of rechterlijke beslissing of handeling waarbij wordt vastgesteld dat het verblijf van een onderdaan van een derde land illegaal is of dit illegaal wordt verklaard en een terugkeerverplichting wordt opgelegd of vastgesteld. Op grond van het derde lid van dat artikel wordt onder verwijdering verstaan de tenuitvoerlegging van de terugkeerverplichting, dat wil zeggen de fysieke verwijdering uit de lidstaat.

2.1 Eiseres is teruggekeerd naar haar land van herkomst. Daarmee is de werking van het tegen eiseres uitgevaardigde terugkeerbesluit beëindigd. Indien in de toekomst wederom een terugkeerprocedure tegen eiseres zal worden gestart, zal daaraan opnieuw een terugkeerbesluit vooraf moeten gaan. Ter zitting heeft verweerder toegezegd dat in dit geval artikel 6.5a, vierde lid, onder c, van het Vreemdelingenbesluit 2000 niet zal worden tegengeworpen, aangezien die bepaling volgens verweerder niet van toepassing is in een situatie als de onderhavige waarin door een vreemdeling uitvoering is gegeven aan een opgelegd terugkeerbesluit.

2.2 Eiseres heeft daarom en aangezien zij niet heeft betoogd schade te hebben geleden door de oplegging van het terugkeerbesluit, geen belang bij een inhoudelijk beoordeling van het beroep, voor zover gericht tegen dit terugkeerbesluit. Het beroep zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

3

De rechtbank overweegt voorts dat tegen het inreisverbod geen specifieke gronden zijn aangevoerd, zodat het beroep hiertegen reeds daarom ongegrond is.

4

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het terugkeerbesluit, niet-ontvankelijk;

- verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het inreisverbod, ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Tobé, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Korporaal-Wisman, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 september 2013.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

Artikel 85 van de Vw 2000 bepaalt dat het beroepschrift een of meer grieven tegen de uitspraak bevat. Artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht (herstel verzuim) is niet van toepassing.