Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2013:12916

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
30-09-2013
Datum publicatie
22-11-2013
Zaaknummer
C-09-446545 - KG ZA 13-814
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding; ondernemingsrecht. Eiseres exploiteert een golfcentrum. Drie van haar holes zijn gelegen op een terrein dat gedaagde sub 2 in erfpacht aan haar heeft uitgegeven. Gedaagde sub 1 is aandeelhouder van eiseres en behoort tot hetzelfde familiebedrijf als gedaagde sub 2. Nadat gedaagde sub 2 de erfpacht heeft opgezegd weigert gedaagde sub 1 in te stemmen met de aanleg van drie alternatieve holes. De vorderingen van eiseres met de strekking tegen de zin van gedaagde sub 1 de drie alternatieve holes te mogen aanleggen en in afwachting daarvan de grond van gedaagde sub 2 te mogen gebruiken wordt afgewezen, aangezien door het aanbod van gedaagde sub 2 om eiseres haar grond tot 2 jaar na de uitkomst van de door haar te entameren bodemprocedure te blijven gebruiken het (spoedeisend) belang aan haar vordering is komen te ontvallen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/446545 / KG ZA 13-814

Vonnis in kort geding van 30 september 2013

in de zaak van

de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid

1. [A] B.V.,

2. Golfcentrum Noordwijk B.V.,

beide gevestigd te Noordwijk,

eiseressen,

advocaat mr. A.J. de Boode te Amsterdam,

tegen:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[X] Holding B.V.,

gevestigd te Noordwijk,

advocaat mr. J.A. Huijgen te Den Haag,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[X] Transport B.V.,

gevestigd te Noordwijk,

advocaat mr. J. Bouwhuis te Leiden,

gedaagden.

Eiseressen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘[A]’ en ‘GCN’ en gezamenlijk als ‘[A] c.s.’. Gedaagden zullen hierna respectievelijk worden aangeduid als ‘[X] Holding’ en ‘[X] Transport’.

1 Het procesverloop

[A] c.s. hebben [X] Holding en [X] Transport op 18 juli 2013 doen dagvaarden om op 23 augustus 2013 te verschijnen ter zitting van de voorzieningenrechter van deze rechtbank. De zaak is op die datum behandeld en pro forma aangehouden tot 14 september 2013 teneinde partijen in de gelegenheid te stellen het geschil in onderling overleg te beëindigen. Bij brief van 11 september 2013 hebben [A] c.s. verzocht om een nadere aanhouding om alsnog tot een minnelijke regeling te komen. Bij brieven van 13 september 2013 hebben [X] Holding en [X] Transport ieder voor zich de voorzieningenrechter verzocht om vonnis te wijzen. Vervolgens hebben [A] c.s. bij brief van 19 september 2013 hun verzoek tot aanhouding gehandhaafd, waarna [X] Holding en [X] Transport bij brieven van 20 september 2013 hun verzoek tot het wijzen van een vonnis hebben gehandhaafd. Nu [X] Holding en [X] Transport (nadere) schikkingonderhandelingen kennelijk niet op prijs stellen, acht de voorzieningenrechter de door [A] c.s. gewenste aanhouding niet zinvol en ziet hij aanleiding vonnis te wijzen. Vonnis is bepaald op heden.

2 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 23 augustus 2013 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1.

Sinds 1990 exploiteert GCN een golfcentrum in Noordwijk, bestaande uit (onder meer) een driving range en een golfbaan met negen holes.

2.2.

[A] is enig bestuurder van GCN. [A] en [X] Holding houden ieder 50% van de aandelen in GCN. De heren [B] (hierna ‘[B].’) en [C] (hierna ‘[C]’) zijn de bestuurders en aandeelhouders van [A]. [X] Holding is de persoonlijke houdstermaatschappij van de heer [X] (hierna ‘[X]’), die bestuurder en enig aandeelhouder is. [X] Holding is gerelateerd aan het familiebedrijf De Koninklijke [X].

2.3.

[X] Transport is een vennootschap die wordt bestuurd door [X], zijn zoon [Y] en zijn dochter [Z]. [X] en [Y] zijn gezamenlijk bestuurder in Stichting Administratiekantoor Das, de enige aandeelhouder in [X] Transport.

2.4.

GCN maakt voor haar activiteiten gebruik van een tweetal percelen. Een perceel waarop zes holes, de putting green en de oefenbunkers zijn gelegen wordt door GCN gehuurd. Het perceel, kadastraal bekend Gemeente Noordwijk, sectie L nummer 180 (hierna ‘het perceel’), met daarop de overige drie holes is eigendom van [X] Transport en wordt door haar in erfpacht uitgegeven aan GCN. In de erfpachtakte van 12 augustus 1992 is bepaald dat de erfpachtuitgifte is ingegaan op 1 november 1988 en dat deze is aangegaan voor de duur van 10 jaar, met de mogelijkheid deze met 10 jaar onder dezelfde voorwaarden te verlengen. In de erfpachtakte is voorts het volgende bepaald:

De erfpacht kan naast het hierna in de artikelen 9 en 10 bepaalde alleen in de in artikel 5:87 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek genoemde gevallen door de eigenaar worden opgezegd.

In de artikelen 9 en 10 van de erfpachtakte is een regeling met betrekking tot de tussentijdse opzegging door de grondeigenaar opgenomen.

2.5.

Na 1 november 1998 is de erfpachtovereenkomst verlengd tot 1 november 2008. Na 1 november 2008 hebben partijen geen nieuwe erfpachtovereenkomst gesloten.

2.6.

Sinds 2010 hebben [A] en [X] Holding een verschil van inzicht over (onder meer) de bestuursstructuur van GCN en de aankoop van het perceel door GCN. Zo heeft [X] Holding in dit kader tijdens een bespreking op 11 januari 2011 te kennen gegeven dat zij meer betrokkenheid wenst bij GCN en dat het haar voorkeur heeft een niet aan [A] gerelateerde bestuurder aan te stellen om complete gelijkheid tussen de aandeelhouders te bewerkstelligen.

2.7.

Bij exploot van 27 september 2012 heeft [X] Transport de erfpacht van het perceel doen opzeggen tegen 1 november 2013.

2.8.

Op 25 januari 2013 is een buitengewone vergadering van aandeelhouders gehouden. Hierbij is opnieuw gesproken over de door [X] Holding gewenste betrokkenheid bij GCN en de mogelijkheid van mediation. Daarnaast is gesproken over de aanleg van drie alternatieve holes teneinde ook na 1 november 2013 de beschikbaarheid over negen holes te houden.

2.9.

Op 17 mei 2013 is opnieuw een buitengewone vergadering van aandeelhouders gehouden. Tijdens deze vergadering is het voorstel met betrekking tot de aanleg van drie alternatieve holes in stemming gebracht. [A] heeft voorgestemd en [X] Holding heeft tegengestemd.

2.10.

Bij brief van 18 juni 2013 heeft De Ridder, Civiel- & Cultuurtechniek aan [C]. een overzicht van verschillende scenario’s verstrekt met betrekking tot de aanleg van drie alternatieve holes. Deze brief vermeldt – voor zover hier relevant – het volgende:

De prijs van zoden is een factor 10 van het inzaaien van greens en fairways. In scenario 1,2 en 3 betekent het gebruik van graszoden een extra kostenpost van ongeveer € 30.000,- op een investering van ongeveer € 140.000,-.

3 Het geschil

3.1.

Na wijziging van eis vorderen [A] c.s., zakelijk weergegeven:

I. [X] Holding en [X] Transport te veroordelen te gehengen en te gedogen dat GCN conform het als productie 30 bij dagvaarding overgelegde vervangingsplan drie alternatieve holes aanlegt op het gehuurde perceel, waarbij GCN de greens en de grond onder de greens van de op het perceel gelegen drie holes zal mogen verwijderen, zulks op straffe van een dwangsom;

II. het door de aandeelhouders van GCN op 17 mei 2013 genomen besluit – waarbij geen goedkeuring is verleend voor het aanleggen van drie alternatieve holes – te schorsen;

III. [X] Transport te bevelen te dulden dat GCN al dan niet gedurende de aanleg van de drie alternatieve holes, maar in ieder geval ten minste tot 30 juni 2015, gebruik mag blijven maken van het perceel, zich te onthouden van opruimingsactiviteiten in de zin van artikel 5:98 BW en de belemmering van de toegang tot het perceel ongedaan te maken en te houden;

IV. [X] Holding te verbieden gedurende vijf maanden het aan de door haar gehouden aandelen in GCN verbonden stemrecht uit te oefenen in verband met de aanleg van drie alternatieve holes, waaronder begrepen de loop van de baan, het inschakelen van aannemers en golfbaandeskundigen, en daarover besluiten te nemen, subsidiair gedurende die termijn GCN het gebruik van het perceel toe te staan mits door GCN een bodemprocedure wordt geïnitieerd ter zake van de beëindiging van de erfpacht;

V. [X] Transport te veroordelen gedurende de onder IV vermelde termijn het veroorzaken van geraas, gedreun en ernstige trillingen door GCN of door haar ingeschakelde derden in verband met de aanleg van de drie alternatieve holes te dulden;

VI. [X] Transport te verbieden om na de beëindiging van de erfpacht via het terrein van GCN het perceel te betreden, zulks op straffe van een dwangsom;

een en ander met veroordeling van [X] Holding en [X] Transport in de proceskosten, waaronder de nakosten.

3.2.

Daartoe stellen [A] c.s. het volgende. De opzegging van de erfpacht tegen 1 november 2013 is onrechtmatig en het belang van GCN bij het behoud van negen holes, hetgeen voor haar bedrijfsvoering essentieel is, is onmiskenbaar groot. De weigering van [X] Holding om, zonder de door haar gewenste structuurverandering, haar (statutair vereiste) goedkeuring te onthouden aan het besluit tot aanleg van de drie alternatieve holes – die bezien moet worden in samenhang met de onrechtmatige opzegging van de erfpacht door het via [X] aan [X] Holding gelieerde [X] Transport – is in strijd met het vennootschappelijk belang van GCN. De voor die aanleg van de drie holes benodigde investering van ongeveer € 97.000,- is verantwoord en zeer in het belang van het voortbestaan van GCN. [X] Holding handelt onrechtmatig door op oneigenlijke wijze het benoemings- en ontslagregime van de vennootschap te doorbreken. De onzekerheid van het behoud van negen holes is zeer schadelijk voor GCN. GCN en daarmee [A] hebben dan ook een spoedeisend belang bij een voorziening op grond waarvan zij kunnen overgaan tot de aanleg van drie alternatieve holes en zij, totdat deze alternatieve holes gerealiseerd zijn, ongehinderd gebruik kunnen blijven maken van de drie holes op het perceel.

3.3.

[X] Holding en [X] Transport voeren ieder voor zich gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4 De beoordeling van het geschil

4.1.

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat (de stakeholders van) [A] enerzijds en die van [X] Holding en [X] Transport anderzijds een verschil van inzicht hebben over de wijze waarop GCN moet worden aangestuurd en geëxploiteerd. Aannemelijk is dat dit verschil van inzicht (mede) aanleiding heeft gegeven voor de opzegging van het recht van erfpacht door [X] Transport, het voorstel voor de aanleg van alternatieve holes door [A] c.s. en de weigering van de goedkeuring daarvan door [X] Holding. Nu de statuten van GCN voor veel besluiten van het bestuur de goedkeuring van de aandeelhouders vereisen en [A] en [X] Holding ieder voor 50% aandeelhouder zijn, is tussen hen een patstelling ontstaan.

4.2.

Hoewel [A] c.s. de rechtmatigheid van de opzegging van de erfpacht hebben betwist, zijn hun vorderingen niet gericht op de voortzetting van die erfpacht als wel op het aanleggen van drie alternatieve holes om op die wijze – onafhankelijk van [X] Transport – het voortbestaan van GCN te garanderen. In deze procedure moet worden beoordeeld of [X] Holding en [X] Transport de door GCN voorgestelde aanleg van drie alternatieve holes moeten gedogen en of [X] Transport tot aan de realisatie van die drie alternatieve holes moet dulden dat GCN ongehinderd gebruik maakt van het perceel.

4.3.

Ter zitting heeft [X] Transport verklaard dat zij haar eerder gedane aanbod om de opzegging van het recht van erfpacht niet eerder te effectueren dan zes maanden nadat de rechtmatigheid van de opzegging in een bodemprocedure is beoordeeld handhaaft en wel met dien verstande dat zij bereid is zelf de bodemprocedure te entameren en de termijn van zes maanden te verlengen tot twee jaar, mits de aan de erfpacht verbonden canon door GCN wordt voldaan.

4.4.

Gelet op dit aanbod is het spoedeisend belang aan de vorderingen van [A] c.s. komen te ontvallen, aangezien hiermee het behoud van de (bestaande) negen holes voor de nabije toekomst is gegarandeerd en het [A] c.s. en [X] Holding in staat stelt hun verschillen van inzicht, in ieder geval voor zover het door alle partijen gewenste behoud van negen holes betreft, al dan niet door middel van mediation of een gerechtelijke procedure, te beslechten. In het licht van het voorgaande bestaat geen aanleiding voor oplegging van de door [A] c.s. gewenste ordemaatregelen met de zeer verregaande strekking om tegen de zin van de 50%-aandeelhouder de aanleg van drie alternatieve holes mogelijk te maken. Dit geldt temeer nu, mede gelet op de voor de aanleg vereiste investering van € 97.000,- en de gevolgen van die aanleg voor het gebruik van de gronden van GCN, in het beperkte kader van deze procedure niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat het door [A] c.s. voorgestelde vervangingsplan in het belang van GCN moet worden geacht.

4.5.

Gelet op het voorgaande moeten de vorderingen van [A] c.s. worden afgewezen. In de omstandigheid dat [X] Transport eerst ter zitting heeft aangeboden de voor de vaststelling van de rechtmatigheid van de opzegging van erfpacht aangewezen bodemprocedure zelf aanhangig te maken en de eerder gestelde termijn te verlengen tot twee jaar, ziet de voorzieningenrechter aanleiding te bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het gevorderde af;

- bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.P. van Ham en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2013.

WJ