Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2013:12149

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
23-09-2013
Datum publicatie
23-09-2013
Zaaknummer
C/09/447316 / KG ZA 13-867
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Terugvordering van inbeslaggenomen vogels. Vogels geschonken aan Avifauna. Vordering afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/447316 / KG ZA 13-867

Vonnis in kort geding van 23 september 2013

in de zaak van

[eiser],

wonende te [plaats], gemeente [gemeente],

eiser,

advocaat mr. P.W.H. Stassen te Eindhoven,

tegen:

1 de stichtingStichting Vogelpark Avifauna,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Alphen aan den Rijn,

2. de publiekrechtelijke rechtspersoon de Staat der Nederlanden,

(Ministerie van Veiligheid en Justitie, in het bijzonder het Openbaar Ministerie te Amsterdam),

zetelende te ’s-Gravenhage,

gedaagden,

advocaat mr. A.Th.M. ten Broeke te ’s-Gravenhage.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘[eiser]’, ‘Avifauna’ en ‘de Staat’.

1 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 9 september 2013 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

1.1.

[eiser] heeft een collectie van ongeveer 700 (veelal uitheemse) vogels en hij houdt zich onder meer bezig met het kweken daarmee.

1.2.

Onder leiding van de officier van justitie van het Functioneel Parket te Amsterdam vindt er thans een strafrechtelijk onderzoek plaats naar de verdenking van betrokkenheid van meerdere personen bij het invoeren in Nederland van tropische vogels die in het wild zijn gevangen in strijd met (onder meer) Europese regelgeving.

1.3.

Op 12 november 2012 zijn in het kader van voormeld onderzoek vier verdachten aangehouden en verhoord, onder wie [eiser].

1.4.

Op 12 en 14 november 2012 zijn onder [eiser] 23 vogels in beslag genomen, waaronder 8 reuzentoerako’s. Op 4 december is in dit kader een kennisgeving van inbeslagname opgesteld.

1.5.

Van de inbeslagname is een proces-verbaal opgemaakt. Hierin is een verantwoording ter zake de inbeslagname van de diverse vogels opgenomen. Ten aanzien van de reuzentoerako’s wordt onder meer (samengevat) vermeld dat deze vogels afkomstig zijn uit Afrika en dat voor die invoer een beperking geldt. Uitgezonderd daarvan zijn onder andere erkende instellingen en dierentuinen, maar gebleken is dat [eiser] niet een dergelijke status heeft. Vermoedelijk is de invoer van deze vogels een overtreding van artikel 10 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren in verbinding met artikel 1 onder ten 2e van de Wet op de economische delicten.

1.6.

Op 14 november 2012 is door de Dienst Regelingen van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (hierna: de Dienst Regelingen) aan de officier van justitie verzocht om ‘gezien de hoge kosten van bewaring (…) Machtiging ex Art. 117 tot schenking af te geven’. Het betreft de 8 in beslag genomen reuzentoerako’s, 2 Lady Ross Toerako’s en 1 wielewaal. Op 17 december 2012 is om dezelfde reden een machtiging tot schenking verzocht voor 7 Papoeaanse Dumont beo’s.

1.7.

Op 7 december 2012 heeft [eiser] een klaagschrift over de inbeslagname ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) ingediend, waarin hij verzoekt de beslagen op te heffen met last tot teruggave aan klager, dan wel de bewaarder van de vogels te wijzigen van Avifauna in hemzelf. Dit klaagschrift is op 17 december 2012 door [eiser] ingetrokken.

1.8.

De verzochte machtigingen ex artikel 117 Sv zijn op 27 december 2012 en 16 januari 2013 (ten aanzien van de reuzentoerako’s) verleend.

1.9.

Op 13 maart 2013 zijn (onder meer) de reuzentoerako’s door de Dienst Regelingen geschonken aan Avifauna.

2 Het geschil

2.1.

[eiser] vordert, zakelijk weergegeven:

I. Avifauna te veroordelen om de reuzentoerako’s binnen twee dagen na dit vonnis aan hem te retourneren, dan wel hem in staat te stellen deze vogels bij Avifauna op te halen;

II. De Staat te veroordelen om de onder I. genoemde veroordeling van Avifauna te gehengen en gedogen;

III. De Staat te veroordelen om aan [eiser] binnen twee dagen na betekening van dit vonnis opgave te doen van alle aan [eiser] toebehorende of in het verleden aan hem toebehoord hebbende maar weggeschonken of anderszins overgedragen vogels, onder vermelding van de partijen waaraan die vogels zijn geschonken dan wel overgedragen en de condities waaronder die vogels zijn geschonken dan wel overgedragen;

met veroordeling van Avifauna en de Staat in de kosten van deze procedure.

2.2.

Daartoe voert [eiser] onder meer, kort gezegd, het volgende aan. Hij ontkent iedere betrokkenheid bij illegale vogelhandel. Hij houdt en kweekt vogels als hobby en is geen handelaar. Bij het invoeren van vogels heeft hij altijd alle eisen in acht genomen. Hij wordt dan ook ten onrechte als verdachte aangemerkt. Vervolgens heeft dit er ook nog toe geleid dat zijn vogels door de Staat zijn onteigend op ontoelaatbare wijze. Door de Staat is een inbreuk gemaakt op zijn eigendomsrecht, welke inbreuk niet gerechtvaardigd is. De Staat heeft ten onrechte artikel 117 Sv toegepast, terwijl dit artikel niet van toepassing is. Er is immers geen sprake van ongeschiktheid van de reuzentoerako’s voor opslag. [eiser] hield deze vogels zelf en thans worden ze bij Avifauna gehouden. De reuzentoerako’s zijn ook niet onderworpen aan disproportionele bewaarkosten. Die kosten zijn gering en bovendien heeft Avifauna ook opbrengsten van het bewaren, aangezien zij de reuzentoerako’s tentoonstelt en daarmee commercieel exploiteert. Ook zijn de reuzentoerako’s niet vervangbaar en kan de tegenwaarde niet op eenvoudige wijze worden bepaald. De Staat heeft voorts geen zorg gedragen voor de bepaling van de waarde van de reuzentoerako’s op het moment van het verlenen van de machtiging, hetgeen expliciet is voorgeschreven. De stelling dat de waarde nihil zou zijn vanwege de illegale herkomst is onjuist. De Staat was gelet op het vorenstaande niet bevoegd om op grond van artikel 117 Sv over de reuzentoerako’s te beschikken. Het enkele feit dat er een machtiging is afgegeven maakt dit niet anders. Avifauna wordt niet beschermd tegen die beschikkingsonbevoegdheid nu zij de reuzentoerako’s geschonken, en dus om niet, heeft verkregen. [eiser] kan de reuzentoerako’s derhalve als eigenaar terugvorderen. [eiser] moet voorts in de gelegenheid worden gesteld om ook de andere vogels, waarvan hij de eigenaar is en die in beslag zijn genomen, terug te eisen. Ook bij die vogels mist artikel 117 Sv toepassing. Het Openbaar Ministerie kan niet volstaan met de informatie die zij hierover heeft verstrekt. [eiser] heeft er belang bij om zo spoedig mogelijk meer informatie te krijgen zoals gevorderd. Hij loopt thans het risico dat ook deze vogels worden vervreemd.

2.3.

Avifauna en de Staat voeren gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

3 De beoordeling van het geschil

Ontvankelijkheid vorderingen sub I. en II.

3.1.

Zowel Avifauna als de Staat hebben zich op het standpunt gesteld dat [eiser] niet in zijn vorderingen sub I. en II. kan worden ontvangen. Zij stellen hiertoe dat de rechtsgang van artikel 552a Sv voor [eiser] open heeft gestaan en dat het voor zijn rekening en risico komt dat hij hiervan heeft afgezien. Hij kan dientengevolge niet meer in een kort geding worden ontvangen. De omstandigheid dat [eiser] zijn vordering heeft ingesteld tegen Avifauna, waarbij hij heeft gevorderd dat de Staat de veroordeling moet gehengen en gedogen, maakt dit niet anders gezien de strekking van de vordering.

3.2.

De voorzieningenrechter verwerpt dit standpunt en ontvangt [eiser] in beide vorderingen. Nog daargelaten dat artikel 552a Sv alleen de mogelijkheid biedt om te klagen over inbeslagneming en daaraan gerelateerde onderwerpen (zoals in het artikel gespecificeerd), maar niet tegen een verleende machtiging ex artikel 117 Sv, is er thans geen sprake meer van beslag op de reuzentoerako’s. Dit beslag is geëindigd, zoals ook blijkt uit het standpunt van de Staat die immers stelt dat Avifauna de eigenaar is geworden van de reuzentoerako’s. Het is dan ook niet de Staat van wie door [eiser] teruggave wordt verlangd, maar Avifauna. Dat de raadkamer ook over teruggave door Avifauna dient te beslissen, heeft de Staat terecht niet gesteld. De vordering tegen Avifauna betreft derhalve een vordering van iemand die beweert ergens rechthebbende van te zijn tegen iemand anders die datzelfde beweert. Artikel 552a Sv staat daaraan niet in de weg. De voorzieningenrechter neemt daarbij in aanmerking dat het Avifauna als (beweerdelijk) eigenaar, anders dan bijvoorbeeld in de situatie waarin in beslag genomen voorwerpen bij een derde in bewaring zijn gegeven, vrij staat zonder overleg met de Staat binnen de kaders van de wet met de aan haar geschonken vogels te doen wat zij wil. Op de afweging die zij daarbij maakt, kan zij ook worden aangesproken.

Afgifte vogels aan [eiser]

3.2.

Op grond van artikel 117 Sv kan de officier van justitie een machtiging tot vervreemding van een voorwerp (waaronder een dier) verlenen, indien (i) het voorwerp niet geschikt is voor opslag, (ii) de kosten voor de bewaring van het voorwerp niet in een redelijke verhouding staan tot de waarde daarvan of (iii) het voorwerp vervangbaar is en de tegenwaarde daarvan op eenvoudige wijze kan worden vastgesteld. [eiser] heeft gesteld dat dit artikel niet van toepassing is. De voorzieningenrechter begrijpt, gezien de onderbouwing hiervan, dat [eiser] heeft bedoeld te stellen dat niet is voldaan aan de voorwaarden die in dit artikel zijn gesteld aan het verlenen van een machtiging.

3.3.

De Staat heeft zich op het standpunt gesteld dat in dit geval sprake is van een situatie als hiervoor bij (ii.) vermeld. Zoals de Staat terecht heeft opgemerkt komt de officier van justitie bij het al dan niet verlenen van een machtiging een ruime beleidsvrijheid toe. Deze vrijheid heeft in dit geval mede betrekking op de beoordeling van de vraag of de kosten voor de bewaring in een redelijke verhouding staat tot de waarde van de in beslag genomen voorwerpen. [eiser] heeft kort gezegd betoogd dat de kosten zeer laag zijn, zeker indien daarbij ook rekening wordt gehouden met de opbrengsten. Gebleken is dat de Staat als kosten in aanmerking neemt een bedrag conform de door Avifauna verzonden facturen, zijnde € 1,17 per dag per reuzentoerako oftewel € 290,16 per maand (31 dagen) exclusief btw. De vraag of Avifauna door de bewaring meer bezoekers trekt en daardoor meer omzet heeft, is daarbij volgens de Staat, naar de voorzieningenrechter begrijpt, niet relevant. De Staat heeft daartegen afgezet een waarde van de reuzentoerako’s van nihil. Deze waarde heeft de Staat onderbouwd met de stelling dat de reuzentoerako’s in strijd met een verbod zijn ingevoerd, zodat ze niets waard zijn. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan, gelet op deze onderbouwing, niet gezegd worden dat de Staat in redelijkheid niet heeft kunnen komen (1.) tot het oordeel dat de kosten voor de bewaring van de reuzentoerako’s niet in redelijke verhouding staan tot de waarde daarvan en daarmee (2.) tot het verlenen van de machtiging. Overigens, ook als de Staat wel een verkeerde afweging zou hebben gemaakt, zou dit in de relatie tussen [eiser] en Avifauna nog niet tot de conclusie leiden dat de Staat alsdan beschikkingsonbevoegd heeft geleverd. In dat geval zou denkbaar zijn dat de in artikel 117 lid 2 Sv bedoelde machtiging op verkeerde gronden is gegeven, maar dat laat onverlet de uit artikel 117 lid 1 Sv voortvloeiende bevoegdheid om, bij het bestaan van een machtiging, tot vervreemding over te gaan. Indien zou moeten worden aangenomen dat de machtiging op onjuiste gronden is verleend zou dit kunnen leiden tot schadeplichtigheid van de Staat, maar de vraag daarnaar is in deze procedure niet aan de orde. [eiser] heeft ter zitting ook uitdrukkelijk verklaard dat het hem in deze procedure niet gaat om het geld, maar om het terugkrijgen van de reuzentoerako’s.

3.4.

Indien de Staat zou hebben nagelaten om zorg te dragen voor de bepaling van de waarde die de reuzentoerako’s bij verkoop redelijkerwijs zouden hebben opgebracht, zoals [eiser] stelt, geldt eveneens dat dit niet kan leiden tot beschikkingsonbevoegdheid van de Staat. Indien er een last tot teruggave van de reuzentoerako’s zou komen en alsdan zou blijken dat de waarde niet (juist) is vastgesteld, dan dient een geschil daarover alsdan te worden beslecht. Daarbij heeft eveneens te gelden dat dit slechts kan leiden tot de vaststelling van een (andere) waarde, maar niet tot teruggave van de reuzentoerako’s. Het vorenstaande leidt ertoe dat de vorderingen I. en II. zullen worden afgewezen.

Informatieverstrekking

3.5.

Ook de vordering sub III. is niet voor toewijzing vatbaar. Genoegzaam is gebleken dat de Staat [eiser] heeft geïnformeerd over de inbeslagname van de vogels en over de machtiging tot vervreemding die is verleend ten aanzien van een aantal van die vogels, waarbij voor de andere vogels derhalve nog sprake is van beslag en bewaring. De Staat heeft hierbij opgemerkt dat hij volgens vast beleid geen mededeling doet over de verblijfplaats van deze vogels om nieuwe eigenaren dan wel bewaarders te vrijwaren van acties door verdachten onder wie de dieren in beslag genomen zijn. [eiser] heeft niet, althans onvoldoende gemotiveerd dat dit beleid (jegens hem) onrechtmatig is.

3.6.

[eiser] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

4 De beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het gevorderde af;

- veroordeelt [eiser] in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van Avifauna en de Staat begroot op € 1.391,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 575,-- aan griffierecht;

- verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. van der Helm en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2013.

ts