Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2013:12064

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
19-09-2013
Datum publicatie
19-09-2013
Zaaknummer
09/715877-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich samen met een aantal anderen schuldig gemaakt aan het plegen van geweld jegens een politieagent en het bieden van gewelddadig verzet jegens deze politieagent, waarvan deze politieagent, zo blijkt uit de vordering benadeelde partij die hij heeft ingediend alsmede uit de toelichting daarop ter terechtzitting, gedurende geruime tijd nadelige gevolgen heeft ervaren in de vorm van fysieke en geestelijke klachten. De rechtbank houdt er ten voordele van de verdachte rekening mee dat hij niet eerder (onherroepelijk) is veroordeeld voor soortgelijke feiten en dat hij door omstandigheden in een kortstondig incident terecht is gekomen.

Verder houdt de rechtbank rekening met de transactie die is aangeboden aan en geaccepteerd door de medeverdachte die de vuistslag op het hoofd van het slachtoffer heeft gegeven, te weten een werkstraf voor de duur van 80 uur.

De rechtbank acht eenzelfde straf in het onderhavige geval passend en geboden.

zie ook: ECLI:NL:RBDHA:2013:12066 en ECLI:NL:RBDHA:2013:12078 en ECLI:NL:RBDHA:2013:12080

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer 09/715877-12

Datum uitspraak: 19 september 2013

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte A],

geboren op [geboortedag] 1966 te [geboorteplaats],

adres: [adres].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 5 september 2013.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.A. Visser en van hetgeen door de raadsman van de verdachte mr. M. Bijleveld, advocaat te Hoofddorp, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 21 juni 2012 te Warmond, gemeente Teylingen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een wapenstok, in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de politie regio

Hollands Midden, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen[slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke

bedreiging met geweld bestond(en) uit het vastpakken van de wapenstok van die

[slachtoffer] en/of het rukken en/of trekken van die wapenstok uit de hand(en) van die

[slachtoffer];

en/of

hij op of omstreeks 21 juni 2012 te Warmond, gemeente Teylingen, met een ander

of anderen, op of aan de openbare weg, Park Groot Leerust (gelegen aan de

Burgemeester Ketelaarstraat), in elk geval op of aan een openbare weg,

openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen politieambtenaar [slachtoffer]

, welk geweld bestond uit het:

- zich opdringen aan en/of benaderen en/of omsingelen van die [slachtoffer] en/of

- vastpakken van de arm en/of de wapenstok van die [slachtoffer] en/of

- ( vervolgens) trekken aan de wapenstok van die [slachtoffer] en/of

- wegduwen van de hand en/of arm van die [slachtoffer] en/of

- duwen tegen die [slachtoffer] en/of

- om de nek van die [slachtoffer] grijpen en/of dichtknijpen/dichtdrukken van de keel

van die [slachtoffer] en/of (vervolgens) naar achteren trekken van die [slachtoffer] en/of

- tegen het hoofd slaan/stompen van die [slachtoffer] en/of

- ( om de middel en/of de nek) vastpakken en/of vasthouden van die [slachtoffer] en/of

- vastpakken van de pepperspray van die [slachtoffer] en/of (vervolgens) trekken aan de

pepperspray van die [slachtoffer];

2.

hij op of omstreeks 21 juni 2012 te Warmond, gemeente Teylingen, tezamen en in

vereniging met een of meerdere ander(en), met verenigde krachten, althans

alleen, zich met geweld en/of bedreiging met geweld heeft verzet tegen een

ambtenaar, te weten politieambtenaar[slachtoffer], werkzaam in de rechtmatige

uitoefening van zijn bediening, te weten het handhaven van de openbare orde

(waarbij die [slachtoffer] toen en daar samen met een of meerdere andere

politieambtenaren de toegang tot een poton had afgesloten), door tezamen en in

vereniging met een of meerdere ander(en), met verenigde krachten, althans

alleen, opzettelijk (gewelddadig):

- zich op te dringen aan die [slachtoffer] en/of die [slachtoffer] te benaderen en/of te

omsingelen en/of

- de arm en/of de wapenstok van die [slachtoffer] vast te pakken en/of

- ( vervolgens) aan de wapenstok van die [slachtoffer] te trekken en/of

- de hand en/of arm van die [slachtoffer] weg te duwen en/of

- tegen die [slachtoffer] te duwen en/of

- om de nek van die [slachtoffer] te grijpen en/of te hangen en/of de keel van die [slachtoffer]

dicht te drukken en/of te knijpen en/of (vervolgens) die [slachtoffer] naar achteren te

trekken en/of

- die [slachtoffer] tegen het hoofd te slaan en/of stompen en/of

- die [slachtoffer] (om de middel en/of de nek) vast te pakken en/of vast te houden

en/of

- de pepperspray van die [slachtoffer] vast te pakken en/of (vervolgens) aan die

pepperspray te trekken.

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Inleiding1
Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de volgende feiten op grond van de gebezigde bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten hebben ter terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering dienen als vertrekpunt voor de beoordeling van de bewijsvraag.

Op 21 juni 2012 vond er in Warmond, gemeente Teylingen, in het Park Groot

Leerust aan de Burgemeester Ketelaarstraat, een concert plaats, het Leedeconcert.2 Voor dit concert was een vergunning afgegeven waarin stond dat er tot 24.00 uur muziek ten gehore mocht worden gebracht. Toen er na dit tijdstip nog muziek te horen was die kwam vanaf een boot - die te bereiken was vanaf een ponton aan de rand van het park - en de eigenaar de muziek na sommatie niet uitzette, ging de politie over tot aanhouding van deze man.

De politie ging hierna over tot het leegmaken en –houden van het ponton.

Bij de loopplank die het ponton met het vaste land van het park verbond ontstond een opstootje waarbij de verdachte betrokken was.

Ter terechtzitting heeft de rechtbank kennis genomen van de videobeelden van het incident (met als titel 2012-06-21_00.48.52) en hebben de getuige [getuige] alsmede de aangever [slachtoffer] een aanvullende verklaring afgelegd.

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard bij het incident aanwezig te zijn geweest en de wapenstok van een agent te hebben vastgepakt, maar dit slechts te hebben gedaan in een poging om van het incident weg te komen.

De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of de gedragingen van de verdachte onder de hieronder te omschrijven omstandigheden kunnen worden aangemerkt als diefstal en/of openlijk geweld en/of wederspannigheid, gepleegd jegens verbalisant [slachtoffer].

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal, openlijk geweld en wederspannigheid. De officier van justitie heeft daartoe aangevoerd er vanuit een groep geweld werd gepleegd tegen de aangever en dat het de verdachte was die de wapenstok uit de handen van de aangever trok, terwijl hij de wapenstok niet zelf bij de politie heeft teruggebracht, zodat hij de wapenstok heeft gestolen en daarnaast een significante bijdrage heeft geleverd aan het geweld jegens de aangever.

3.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van de verdachte heeft vrijspraak van zowel de diefstal en het openlijk geweld als het medeplegen van wederspannigheid bepleit.

Ten aanzien van de diefstal heeft hij betoogd dat de verdachte geen oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening had, maar de wapenstok in een reflex heeft vastgepakt toen deze tegen zijn hand kwam. De raadsman heeft verder betoogd dat de verdachte bovendien geen geweld heeft gebruikt om de wapenstok te kunnen pakken en het in zijn hand hebben van de wapenstok niet als geweldshandeling valt te kwalificeren.

Ten aanzien van het openlijke geweld heeft hij eveneens aangevoerd dat het vastpakken van de wapenstok geen geweldshandeling oplevert. Daarnaast heeft hij aangevoerd dat het opzet van de verdachte niet gericht was op het in vereniging plegen van enig strafbaar feit en dat er geen bewijs is voor het in vereniging plegen van het feit.

Ten aanzien van de wederspannigheid heeft hij aangevoerd dat de verdachte zich niet met geweld of bedreiging daarmee heeft verzet tegen de aangever, maar slechts ongewild in het incident terecht kwam. Hiermee ontbreekt naar de mening van de raadsman het opzet op wederspannigheid en was er geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking van de verdachte met de anderen gericht op het feit.

3.4

De beoordeling van de tenlastelegging

De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen het volgende vast.

Op het moment dat verbalisant en aangever [slachtoffer] zich op de loopplank tussen het park en het ponton bevond, werd hij door meerdere personen benaderd.3 Deze personen, zo concludeert de rechtbank uit de verklaring van aangever [slachtoffer] in combinatie met de videobeelden4, drongen zich op aan de aangever.

Hierna ging de medeverdachte [verdachte B]met zijn linkerhand in de richting van de wapenstok van de aangever en pakte hij met zijn rechterarm de linkerarm van de aangever5 vast. Vrijwel tegelijkertijd pakte de man met het roze overhemd, zijnde de verdachte6, de wapenstok van de aangever vast en trok daaraan.7 Hierna greep de de medeverdachte [verdachte C] om de nek van de aangever en trok hem naar achteren.8 Op dat moment gaf iemand een harde klap, een vuistslag, op het hoofd van de aangever.9 Hierna pakte een jongen in een grijs shirt, medeverdachte [verdachte D], de aangever om zijn middel vast10. Op de videobeelden is te zien dat het koord van de pepperspray van aangever [slachtoffer] strakgetrokken wordt.11 De aangever heeft verklaard dat hij de pepperspray niet meer had op het moment dat hij het wilde pakken.12 De rechtbank concludeert hieruit dat de pepperspray door iemand in de groep is vastgepakt en dat daaraan is getrokken.

De rechtbank stelt op basis van vorenstaande allereerst vast dat er sprake was van geweld jegens verbalisant [slachtoffer]. De rechtbank stelt verder vast dat het incident een aanvang heeft genomen op het moment dat de medeverdachte [verdachte B]de arm van de aangever vastpakte. Hierna hebben de verschillende geweldshandelingen elkaar zeer snel opgevolgd.

De rechtbank acht de lezing van de verdediging dat de verdachte de wapenstok in een reflex heeft vastgepakt op basis van de hierboven genoemde bewijsmiddelen niet aannemelijk.

De verdachte heeft door de wapenstok vast te pakken en daaraan te trekken een voldoende significante en wezenlijke bijdrage geleverd aan het gepleegde geweld jegens de aangever.

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1, tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde openlijke geweld.

De rechtbank is met de raadsman van de verdachte van oordeel dat niet kan komen vast te staan dat de verdachte door te handelen zoals bewezen verklaard (het vastpakken van de wapenstok en eraan trekken binnen het kader van openlijk geweld) het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening van de wapenstok heeft gehad. De rechtbank zal de verdachte dan ook vrijspreken van de onder 1, eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde diefstal.

Op het moment dat aangever [slachtoffer] zich bij de loopplank tussen het park en het ponton bevond was de instructie aan de politie om het ponton leeg te maken en leeg te houden, zodat een andere (geboeide) verdachte vanaf een boot over het land vervoerd kon worden.13

De rechtbank is van oordeel dat de aangever op dat moment in opdracht handelde ter handhaving van de openbare orde en aldus werkzaam was in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, waarbij hij niet onrechtmatig heeft gehandeld.

De rechtbank leidt voorts af uit hetgeen hierboven met betrekking tot het openlijke geweld is beschreven, dat de verdachte zich met geweld en heeft verzet tegen de aangever. De rechtbank is van oordeel dat de verdachte dit samen met anderen heeft gedaan. De verdachte heeft steeds deel uitgemaakt van de groep die geweld pleegde jegens de aangever en heeft daarbij zelf geweld gebruikt, ook op momenten waarop hij kon zien dat door anderen geweld werd gebruikt. De rechtbank acht daarmee bewezen dat er sprake was van een (stilzwijgende) bewuste en nauwe samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachten en daarmee van het medeplegen van wederspannigheid.

3.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat:

1, tweede cumulatief/alternatief

hij op 21 juni 2012 te Warmond, gemeente Teylingen, met anderen, op de openbare weg, Park Groot Leerust (gelegen aan de Burgemeester Ketelaarstraat), openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen politieambtenaar[slachtoffer], welk geweld bestond uit het:

- zich opdringen aan en benaderen van die [slachtoffer] en

- vastpakken van de arm en de wapenstok van die [slachtoffer] en

- vervolgens trekken aan de wapenstok van die [slachtoffer] en

- duwen tegen die [slachtoffer] en

- om de nek van die [slachtoffer] grijpen en vervolgens naar achteren trekken van die [slachtoffer] en

- tegen het hoofd stompen van die [slachtoffer] en

- om de middel vastpakken van die [slachtoffer] en

- vastpakken van de pepperspray van die [slachtoffer] en vervolgens trekken aan de

pepperspray van die [slachtoffer];

2.

hij op 21 juni 2012 te Warmond, gemeente Teylingen, tezamen en in vereniging met anderen, met verenigde krachten, zich met geweld heeft verzet tegen een ambtenaar, te weten politieambtenaar[slachtoffer], werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, te weten het handhaven van de openbare orde, door tezamen en in vereniging met anderen, met verenigde krachten, opzettelijk (gewelddadig):

- zich op te dringen aan die [slachtoffer] en die [slachtoffer] te benaderen en

- de arm en de wapenstok van die [slachtoffer] vast te pakken en

- vervolgens aan de wapenstok van die [slachtoffer] te trekken en

- tegen die [slachtoffer] te duwen en

- om de nek van die [slachtoffer] te grijpen en te hangen en vervolgens die [slachtoffer] naar achteren te trekken en

- die [slachtoffer] tegen het hoofd te stompen en

- die [slachtoffer] om de middel vast te pakken en

- de pepperspray van die [slachtoffer] vast te pakken en vervolgens aan die

pepperspray te trekken.

4 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, nu er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan de verdachte ter zake van het hem onder 1, eerste en tweede cumulatief/alternatief, en 2 ten laste gelegde zal worden opgelegd een werkstraf voor de duur van 200 uur subsidiair 100 dagen vervangende hechtenis, en tot een gevangenisstraf voor de duur van een maand voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van de verdachte heeft de rechtbank verzocht bij een eventuele strafoplegging rekening te houden met het beperkte aandeel van de verdachte, het feit dat hij niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld en er geen sprake is van recidivegevaar, zodat een voorwaardelijke straf niet geïndiceerd is.

Daarnaast heeft hij betoogd dat er sprake is van eendaadse samenloop.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt ten aanzien van de samenloop allereerst dat het onder 1, tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit openlijk geweld tegen personen betreft en het onder 2 ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit medeplegen van wederspannigheid betreft. Nu beide feiten op een ander beschermd belang zien (resp. de openbare orde dan wel de lichamelijke integriteit en het ambtelijk gezag), overweegt de rechtbank dat er sprake is van meerdaadse samenloop.

Ten aanzien van de op te leggen straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder zij zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

De verdachte heeft zich samen met een aantal anderen schuldig gemaakt aan het plegen van geweld jegens een politieagent en het bieden van gewelddadig verzet jegens deze politieagent, waarvan deze politieagent, zo blijkt uit de vordering benadeelde partij die hij heeft ingediend alsmede uit de toelichting daarop ter terechtzitting, gedurende geruime tijd nadelige gevolgen heeft ervaren in de vorm van fysieke en geestelijke klachten.

De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij zich op geen enkel moment rekenschap heeft gegeven van de gevolgen van zijn gedragingen voor het slachtoffer en het gezag van het slachtoffer ernstig heeft ondermijnd.

De rechtbank houdt er ten voordele van de verdachte rekening mee dat hij niet eerder (onherroepelijk) is veroordeeld voor soortgelijke feiten en dat hij door omstandigheden in een kortstondig incident terecht is gekomen.

Verder houdt de rechtbank rekening met de transactie die is aangeboden aan en geaccepteerd door de medeverdachte die de vuistslag op het hoofd van het slachtoffer heeft gegeven, te weten een werkstraf voor de duur van 80 uur.

De rechtbank acht eenzelfde straf in het onderhavige geval passend en geboden.

Voor een voorwaardelijke straf ziet de rechtbank, gelet op bovenstaande, anders dan de officier van justitie, geen aanleiding.

7 De vordering van de benadeelde partij / de schadevergoedingsmaatregel

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 1.173,00.

7.1.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij naar redelijkheid en billijkheid tot een bedrag van € 1.000,00, hoofdelijk en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

7.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van de verdachte heeft primair niet-ontvankelijkverklaring van de vordering bepleit op grond van de betoogde vrijspraak.

Subsidiair heeft hij matiging van het gevorderde bedrag bepleit op grond van het feit dat het letsel niet door de verdachte is veroorzaakt en bovendien gevoelens van angst, schrik en machteloosheid niet voor vergoeding in aanmerking komen.

7.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht de vordering, gelet op de aantasting van de persoon, het letsel alsmede de vergoedingen die in vergelijkbare gevallen worden toegekend, tot het bedrag van € 300,00, als vergoeding van de immateriële schade naar billijkheid toewijsbaar. De rechtbank zal deze toewijzing hoofdelijk opleggen.

De rechtbank zal de vordering voor het overige afwijzen.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Nu de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de bewezenverklaarde strafbare feiten is toegebracht en de verdachte voor deze feiten zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 300,00, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer].

8 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 22c, 22d, 36f, 57, 141 en 182 van het Wetboek van Strafrecht;

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank,

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het hem bij dagvaarding onder 1, eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding onder 1, tweede cumulatief/alternatief en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1, tweede cumulatief/alternatief:

OPENLIJK IN VERENIGING GEWELD PLEGEN TEGEN PERSONEN;

ten aanzien van feit 2:

WEDERSPANNIGHEID, DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN MET VERENIGDE KRACHTEN GEPLEEGD;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een werkstraf voor de duur van 80 (zegge: tachtig) uren

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 40 (zegge: veertig) dagen;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk hoofdelijk toe tot een bedrag van € 300,00 en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer], een bedrag van € 300,00;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij voor het overige af;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 300,00, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer];

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 6 dagen;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij doet vervallen;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader(s) aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader(s) opgelegde, betalingsverplichting aan de Staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.A. van Steen, voorzitter,

mrs M. van Loenhoud en H.M. van Maurik, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D.V. Verbree, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 september 2013.

Mr. Van Loenhoud en mr. Van Maurik zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1600/2012107181, van de regiopolitie Hollands Midden, met bijlagen (doorgenummerd blz. 001 t/m 398).

2 Proces-verbaal van bevindingen, blz. 125

3 Proces-verbaal van aangifte, blz. 184, 185, 2e t/m 6e alinea

4 Proces-verbaal van bevindingen, blz. 198 t/m 200

5 Eigen waarneming ter terechtzitting m.b.t. de videobeelden

6 Eigen waarneming ter terechtzitting m.b.t. de videobeelden

7 Proces-verbaal van aangifte, blz. 193, laatste alinea

8 Proces-verbaal van aangifte, blz. 185, voorlaatste alinea, regel 4 en 5

9 Proces-verbaal van aangifte, blz. 185, laatste alinea

10 Eigen waarneming ter terechtzitting m.b.t. de videobeelden.

11 Proces-verbaal van bevindingen, blz. 200, voorlaatste alinea.

12 Proces-verbaal van aangifte, blz. 186, 3e alinea

13 Verklaring getuige [getuige] ter terechtzitting