Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2012:BY8462

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
14-08-2012
Datum publicatie
15-01-2013
Zaaknummer
12/401
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank stelt de vergoeding van taxatiekosten voor een woning vast op € 50 inclusief omzetbelasting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2013, 561
V-N Vandaag 2013/102
V-N 2013/8.18.4

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer

Procedurenummer: AWB 12/401

Uitspraakdatum: 14 augustus 2012

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen

[belanghebbende], wonende te [woonplaats],

belanghebbende,

en

de heffingsambtenaar van de [gemeente X],

de heffingsambtenaar.

De bestreden besluit

Het besluit van de heffingsambtenaar van 20 december 2011 op het verzoek van belanghebbende om vergoeding van de kosten in bezwaar.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 juli 2012 te Breda.

Aldaar zijn verschenen en gehoord, de gemachtigde van belanghebbende, [gemachtigde], verbonden aan [kantoornaam gemachtigde] te Heteren , en namens de heffingsambtenaar, [gemachtigden].

1. Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

2. Gronden

2.1. De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ) de waarde van de woning aan de [adres] te [woonplaats], per waardepeildatum 1 januari 2010 (hierna: de waardepeildatum), vastgesteld voor het kalenderjaar 2011 op € 383.000. In de uitspraken op bezwaar heeft de heffingsambtenaar de waarde verminderd tot € 332.000 en de aanslag dienovereenkomstig verminderd. De heffingsambtenaar heeft daarbij aan belanghebbende een kostenvergoeding verstrekt van € 719,85. In dit bedrag is een vergoeding opgenomen voor het door belanghebbende in de bezwaarfase overgelegde taxatierapport. De heffingsambtenaar heeft voor deze taxatiewerkzaamheden vier uren vergoed naar een tarief van € 42,02 exclusief omzetbelasting per uur. Nu de omzetbelasting op belanghebbende drukt en voormeld uurtarief inclusief omzetbelasting uitkomt op € 50, heeft de heffingsambtenaar voor de taxatiewerkzaamheden in totaal een bedrag van € 200 vergoed.

2.2. In geschil is de vergoeding voor de taxatiekosten. Het aantal te vergoeden uren is niet in geschil.

2.3. Volgens belanghebbende dient het werkelijke uurtarief van € 80 per uur te worden vergoed, zoals blijkt uit de factuur die behoort tot de stukken van het geding. De rechtbank overweegt hierover het volgende. De rechtbank is van oordeel dat de werkzaamheden van de taxateur in beginsel dienen te worden aangemerkt als werkzaamheden van bijzondere aard in de zin van artikel 2, eerste lid, onderdeel b van het Besluit juncto artikel 6 van het Besluit tarieven strafzaken 2003 (Hoge Raad, 13 juli 2012, LJN: BX0904). Nu in het onderhavige geval sprake is van taxatie van een woning, is naar het oordeel van de rechtbank een uurtarief van € 50 (inclusief omzetbelasting) redelijk. De rechtbank acht dergelijke taxatiewerkzaamheden niet in die mate van bijzondere aard dat de vergoeding zou moeten worden gebaseerd op een hoger uurtarief dan € 50 inclusief omzetbelasting.

2.4. Gelet op het vorenstaande is het beroep ongegrond verklaard.

2.5. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Deze uitspraak is gedaan op 14 augustus 2012 door mr. W.A.P. van Roij, rechter, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. drs. I.E. Rijsdijk-van Eerd, griffier.

De griffier, De rechter,

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: 28 augustus 2012

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583,

5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.