Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2012:BY7945

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
08-11-2012
Datum publicatie
08-01-2013
Zaaknummer
716378 mz 12-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Mulder verzet. Feit van algemene bekendheid dat de officier van justitie niet reageert op door de kantonrechter gedane verzoeken om aanvullende informatie. Geen aanleiding aanvullende informatie op te vragen bij officier van justitie. Verzet gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

team kanton Bergen op Zoom

zaaknummer : 716378 \ MZ VERZ 12-15

CJIB-nummer: 42156298866

uitspraak: 8 november 2012

Beslissing

Op de in het openbaar gehouden zitting van 8 november 2012 is mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter, bijgestaan door L.P.A. Gijsen-van der Linden als griffier, overgegaan tot de mondelinge behandeling van het verzet dat is gedaan tegen de tenuitvoerlegging van de door de officier van justitie uitgevaardigde kennisgeving van verhaal zonder dwangbevel met bovenvermeld CJIB-nummer.

Het verzetschrift is ingediend door:

naam: : [betrokkene]

adres : [adres]

woonplaats : [woonplaats].

Betrokkene is ter zitting verschenen in persoon.

De officier van justitie is niet ter zitting verschenen.

Betrokkene heeft verzet gedaan en daartoe aangevoerd hetgeen in het verzetschrift - dat zich bij de stukken van het geding bevindt - is vermeld.

De officier van justitie heeft bij brief van 18 september 2012 een schriftelijk commentaar op het verzet overgelegd, waarvan de inhoud hier als herhaald en ingelast dient te worden beschouwd.

1. De beoordeling

Voor het doen van verzet geldt de in artikel 27 zesde lid Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften gestelde termijn van één week na betekening van de kennisgeving van verhaal. Het verzetschrift van betrokkene is op vrijdag 20 april 2012 ter post bezorgd en op maandag 23 april 2012 ter griffie van de rechtbank ontvangen. Nu de verzettermijn eindigde op zondag 22 april 2012, het verzetschrift voor het einde van de verzettermijn ter post is bezorgd en het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen, is de kantonrechter van oordeel dat het verzetschrift tijdig is ingediend.

Betrokkene heeft aangevoerd dat hij de inleidende beschikking noch de door het CJIB verzonden aanmaningen heeft ontvangen. Aangezien een kopie van de inleidende beschikking alsmede van de aanmaningen zich niet in het dossier bevinden en door de officier van justitie - anders dan een enkele vermelding in het zaakoverzicht en het schriftelijk commentaar - niet voldoende inzichtelijk is gemaakt naar welk adres de inleidende beschikking en aanmaningen zijn verzonden, is de kantonrechter van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat de inleidende beschikking en de aanmaningen betrokkene hebben bereikt.

Hoewel de kantonrechter de officier van justitie in de gelegenheid kan stellen om een kopie van de initiële beschikking, alsmede van de aanmaningen over te leggen waaruit blijkt dat deze stukken naar het adres van betrokkene zijn verzonden, is het bij de kantonrechter een feit van algemene bekendheid dat de officier van justitie niet reageert op door de kantonrechter gedane verzoeken om aanvullende informatie. De kantonrechter ziet dan ook geen aanleiding om in onderhavig geval de stukken op te vragen en zal derhalve het verzet gegrond verklaren, met vernietiging van het tegen betrokkene uitgevaardigde kennisgeving van verhaal.

Nu naar het oordeel van de kantonrechter betrokkene voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de inleidende beschikking en de door het CJIB verzonden aanmaningen hem, op grond van een niet aan hem toe te rekenen omstandigheid, niet hebben bereikt, is de inleidende beschikking niet onherroepelijk geworden en staat de mogelijkheid van beroep hiertegen nog open.

Betrokkene heeft ter zitting medegedeeld dat hij de verweten gedraging erkent en derhalve van de beroepsmogelijkheid geen gebruik te willen maken, doch slechts bezwaar te maken tegen de opgelegde verhogingen en kosten van het dwangbevel, zodat de kantonrechter het verzet gegrond zal verklaren voor zover deze kosten het bedrag van de initiële sanctie ad € 316,00 (inclusief € 6,00 administratiekosten) overschrijden.

2. De beslissing

De kantonrechter:

- verklaart het verzet gegrond en bepaalt het door betrokkene te betalen bedrag op € 316,00 (inclusief € 6,00 administratiekosten);

- vernietigt het tegen betrokkene uitgevaardigde kennisgeving van verhaal;

- bepaalt dat het griffierecht ad € 73,00 door de officier van justitie aan betrokkene dient te worden terugbetaald.

Deze beslissing is gegeven door mr. Verjans, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 8 november 2012 in tegenwoordigheid van de griffier.

Bent u het met de beslissing op uw verzet niet eens, dan kunt u binnen twee weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beschikking hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Leeuwarden.

Het beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Breda, sector kanton, locatie Bergen op Zoom, (118 4600 AC Bergen op Zoom) en dient door degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend.

U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting wordt gevraagd waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.

Na indiening van het beroepschrift krijgt u een ontvangstbevestiging. Daarin staat ook de termijn waarbinnen u opnieuw griffierecht dient te betalen en zekerheid dient te stellen, wil uw beroep ontvankelijk zijn.

Datum toezending beschikking: