Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2012:BY6569

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
31-05-2012
Datum publicatie
18-12-2012
Zaaknummer
196822 FA RK 08-5263
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Tussenbeschikking inzake deskundigenonderzoek. Partijen moeten kennis kunnen nemen van alle gegevens die in het onderzoek worden betrokken. Voor zover door derden onder het beding van geheimhouding stukken ter beschikking zijn gesteld aan de deskundige, kan sprake zijn van een uitzondering op deze regel. Artikel 198 Rv. lid 2 en 3. Leidraad Deskundigen in Civiele Zaken, regel 61

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector civiel recht

Team familierecht

Enkelvoudige Kamer

Zaaknummer: 196822 FA RK 08-5263

31 mei 2012

nadere beschikking betreffende echtscheiding,

in de zaak van

(naam),

wonende te (plaatsnaam), gemeente (plaatsnaam),

hierna te noemen de vrouw,

advocaat mr. K.T.J.M. Pijls-olde Scheper,

en

(naam),

wonende te (plaatsnaam), gemeente (plaatsnaam),

hierna te noemen de man,

advocaat mr. M. de Winter.

1. Het verdere verloop van het geding

Dit blijkt uit de volgende stukken:

- de in deze zaak op 25 augustus 2011 door de rechtbank gegeven beschikking met alle daarin vermelde stukken;

- etc…

2. De nadere beoordeling

2.1 Bij voormelde beschikking heeft de rechtbank deskundigenonderzoeken gelast en voor iedere deskundige een aantal vraagpunten geformuleerd.

2.2 (…)

2.3 (…)

2.4 Deskundige (naam) heeft bij bovengenoemde brief, ter griffie ontvangen op 20 februari 2012, verzocht om een aanvullend voorschot van € 11.900,= inclusief BTW vast te stellen, omdat het eerste voorschot inmiddels verbruikt was.

Bij bovengenoemde brief van de advocaat van de man, ontvangen op 17 april 2012, heeft de man bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van een nader voorschot; voor het geval de rechtbank het verzoek van de deskundige wel zou honoreren is de man van mening dat ieder van partijen de helft zou moeten dragen.

Bij voormelde brief van de advocaat van de vrouw, per fax ontvangen op 16 april 2012 en vervolgens met bijlagen op 17 april 2012, bericht de vrouw dat tussen partijen onderling alsook tussen de man en de deskundige uitvoerig gecorrespondeerd is over de vraag of informatie van de man respectievelijk zijn maatschap door de deskundige zou mogen worden gebruikt voor zijn werkzaamheden, nu die stukken niet, althans niet volledig, aan de vrouw ter beschikking zijn gesteld. De man heeft zich op het standpunt gesteld dat vertrouwelijk aan de heer (naam deskundige) toegezonden stukken niet in kopie aan de vrouw mogen worden afgegeven. De vrouw is van mening dat alle stukken ook aan haar moeten worden verstrekt en heeft in dat kader gewezen op de Leidraad Deskundigen in Civiele Zaken en met name de daarin genoemde punten 60 en 61.

Bij voornoemde brief van 20 april 2012 heeft de advocaat van de man hierop gereageerd en aangegeven dat de maatschap waarvan de man deel uitmaakt, moet kunnen rekenen op vertrouwelijke behandeling van de door deze aangeleverde informatie. De Leidraad Deskundigen kan niet aan de eigen beroepsverantwoordelijkheid van de deskundige en aan de positie van de maatschapsleden voorbijgaan, aldus de man.

2.5 De rechtbank heeft vervolgens bij brief van 19 april 2012 aan de deskundige verzocht zich over de bezwaren van partijen uit te laten.

Bij brief van 23 mei 2012 heeft de deskundige bevestigd dat een discussie is ontstaan over het al dan niet verstrekken van alle informatie aan beide partijen. Hij is van mening dat dit een kwestie is tussen partijen en de rechtbank.

Voorts heeft hij aangegeven de resterende tijd in te schatten op circa 20 uur, zodat kan worden volstaan met de vaststelling van een aanvullend voorschot van € 7.500,= te vermeerderen met 19 % BTW.

2.6 De rechtbank overweegt als volgt:

Niet alleen in regel 60 en 61 van de Leidraad Deskundigen in Civiele Zaken, maar ook in artikel 198 lid 2 Rv is het uitgangspunt neergelegd dat ieder van partijen kennis moet kunnen nemen van alle gegevens die aan de deskundige in het kader van zijn onderzoek door een van partijen worden verstrekt. Partijen dienen elkaar ten behoeve van een goede procesorde over en weer kopieën van alle stukken en verzoeken die zij aan de deskundige toezenden te verstrekken. In het onderhavige geval beroept de man, naar de rechtbank begrijpt, zich op de vertrouwelijkheid van bepaalde stukken die hij aan de deskundige ter beschikking heeft gesteld. Voor zover het gaat om stukken die door derden, meer specifiek de maatschap waarvan de man deel uitmaakt, aan de deskundige onder het beding van geheimhouding ter beschikking zijn gesteld, kan sprake zijn van een uitzondering op de hiervoor geformuleerde regel.

De rechtbank acht het redelijk om het door de vrouw gedane compromisvoorstel te volgen. Dat betekent dat de (advocaat van de) vrouw van de stukken welke door derden onder het beding van geheimhouding aan de deskundige ter beschikking zijn gesteld, geen kopieën verkrijgt, maar dat de vrouw, haar advocaat en haar adviseur deze stukken enkel ten kantore van de deskundige mogen inzien. Omdat niet gebleken is van bijzondere of zwaarwegende gronden waarom de overige stukken die de man aan de deskundige heeft doen toekomen niet in afschrift aan de vrouw ter beschikking mogen worden gesteld, dient de (advocaat van de) man ervoor zorg te dragen dat deze alsnog binnen 14 dagen na heden in kopie aan de advocaat van de vrouw worden verstrekt.

2.7 Voor het overige wijst de rechtbank partijen op het bepaalde in artikel 198 lid 3 Rv, inhoudend dat zij verplicht zijn mee te werken aan het deskundigenonderzoek, bij gebreke waarvan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking kan maken die zij geraden acht.

2.8 Het bij brief van 23 mei 2012 door de deskundige verzochte nadere voorschot acht de rechtbank redelijk. De deskundige heeft bij die brief nader inzicht gegeven in de door hem reeds aan de zaak bestede werkzaamheden.

Op dit moment zal de rechtbank zich nog niet uitlaten over de vraag wie van partijen de uiteindelijke kosten van deze deskundige zal moeten dragen. Het aanvullend voorschot dient door partijen ieder bij helfte te worden voldaan.

3. De beslissing

De rechtbank

bepaalt dat de stukken die aan de zijde van de man ten behoeve van het deskundigenonderzoek door derden ter beschikking zijn gesteld niet in kopie aan de vrouw behoeven te worden verstrekt, doch dat de vrouw, haar advocaat en haar adviseur deze stukken ten kantore van de deskundige (naam) mogen inzien;

bepaalt dat de man de overige stukken die hij ten behoeve van het deskundigenonderzoek aan deskundige (naam) heeft doen toekomen binnen veertien dagen na heden in afschrift dient te verstrekken aan de advocaat van de vrouw;

bepaalt het aanvullend voorschot voor kosten en honorarium van deskundige (naam) op

€ 8.925,= inclusief BTW;

bepaalt dat partijen voormeld aanvullend voorschot ieder bij helfte dienen te voldoen en wel binnen twee weken na heden, door overmaking op bankrekeningnummer 569990564, ten name van MvJ 535 te Breda onder vermelding van “aanvullend voorschot deskundigenonderzoek in de zaak 196822 FA RK 08-5263”;

verwijst de zaak naar de rolzitting van dinsdag 26 juni 2012 voor “uitlating storting aanvullend voorschot” door partijen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. Gimbrère-Straetmans, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 mei 2012

in tegenwoordigheid van de griffier.

Mededeling van de griffier:

Tegen deze beschikking kan voor zover het een eindbeschikking betreft hoger beroep worden ingesteld:

a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te

's-Hertogenbosch.

verzonden op: