Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2012:BY6389

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
14-12-2012
Datum publicatie
17-12-2012
Zaaknummer
02-800583-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is op de snelweg A58 met zijn auto - waarin hij 18.140 gram hennep vervoerde - bij een snelheid van 100 km/u opzettelijk tegen een onopvallende politieauto, die links van hem reed, aangereden.De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van een poging doodslag meermalen gepleegd en het vervoer van hennep. Voor beide feiten heeft de rechtbank een gevangenisstraf van drie jaar opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

parketnummer: 02/800583-12

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 14 december 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [datum en plaats]

gedetineerd in het huis van bewaring De Boschpoort te Breda

raadsman mr. H.J.A.M. Tinga, advocaat te Roosendaal

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 30 november 2012, waarbij de officier van justitie, mr. Smale, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Omdat verdachte de Nederlandse taal niet beheerst, wordt hij op de zitting bijgestaan door [naam tolk] zijnde een in het register als bedoeld in artikel 2 van de Wet beëdigde tolken en vertalers ingeschreven tolk in de Franse taal. Wat op de zitting is besproken of voorgelezen, is door de tolk vertaald.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

1. heeft geprobeerd om verbalisanten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] te doden, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen;

2. 18.140 gram hennep heeft vervoerd, dan wel aanwezig heeft gehad.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte geprobeerd heeft om de verbalisanten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] te doden. Zij komt tot deze conclusie op grond van de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], de (getuigen)verklaringen van verbalisanten [naam verbalisant 1] en [naam verbalisant 2], de aangetroffen sporen en bevindingen van de politie, de foto’s van de schade aan de auto van verdachte en de auto van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en de verklaring van de verdachte bij de politie. Ook acht de officier van justitie feit 2 wettig en overtuigend bewezen. Zij baseert zich daarbij op het proces-verbaal van bevindingen, het proces-verbaal van bemonstering en de bekennende verklaring van verdachte.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van feit 1. De verdediging wijst daarbij op diverse inconsistenties in de processen-verbaal van de vier verbalisanten waardoor deze buiten beschouwing moeten worden gelaten. Ook de schade-interpretatie bevat tegenstrijdigheden en kan niet als bewijsmiddel worden gebruikt. Verdachte was niet de veroorzaker van het ongeval, maar is juist aangereden door de verbalisanten, noch had hij de opzet die voor een poging doodslag dan wel zware mishandeling vereist is. Omdat onduidelijk is hoe het ongeval is ontstaan, is er naar de mening van de verdediging geen sprake van een begin van uitvoering. De verdediging heeft gewezen op de toepasselijkheid van het Porsche-arrest in deze zaak en voert aan dat het niet waarschijnlijk is dat verdachte het verlies van zijn eigen leven op de koop toe heeft willen nemen, zodat ook van voorwaardelijk opzet geen sprake is.

De verdediging refereert zich voor wat betreft de bewezenverklaring van feit 2 aan het oordeel van de rechtbank, gelet op de bekennende verklaring van verdachte.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

feit 1

Op 14 juni 2012 waren verbalisanten [slachtoffer 2], [slachtoffer 1], [naam verbalisant 1] en [naam verbalisant 2] belast met een controle in het kader van de landelijke Etoile-actie. De verbalisanten waren in burger gekleed en reden in onopvallende dienstvoertuigen. [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] reden in een grijze Toyota Avensis , welke door [slachtoffer 2] werd bestuurd. [slachtoffer 1] zat als bijrijder rechts voorin . [naam verbalisant 1] en [naam verbalisant 2] reden in een grijze Audi A3 die door [naam verbalisant 1] werd bestuurd. [naam verbalisant 2] zat als bijrijder rechts voorin . Omstreeks 21.20 uur stonden [slachtoffer 2], [slachtoffer 1], [naam verbalisant 1] en [naam verbalisant 2] met hun dienstvoertuigen op parkeerplaats Spuitendonk op de Rijksweg A58 te Wouw. Toen zij een Renault Megane met Frans kenteken [( - - )] – die naar later bleek door verdachte werd bestuurd – zagen rijden, zijn [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] achter deze auto aangereden . Ook verbalisanten [naam verbalisant 1] en [naam verbalisant 2] zijn achter de Renault aangereden met de bedoeling de auto aan een controle te onderwerpen . Vervolgens zijn [naam verbalisant 1] en [naam verbalisant 2] voor de Renault gaan rijden en hebben de in het voertuig aanwezige politietransparant met de tekst ‘stop politie’ en de blauwe flitslampen aan de achterzijde van het voertuig aangezet. [naam verbalisant 1] en [naam verbalisant 2] hebben vervolgens vaart verminderd tot 100 km/u. [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] zijn op dat moment links naast de Renault gaan rijden zodat, wanneer de bestuurder niet aan het stopteken zou voldoen, zijn vluchtwegen nihil zouden zijn . Ook [slachtoffer 1] heeft de blauwe flitslampen aan de voor- en achterzijde van de Toyota aangezet . Verdachte heeft hierop de richtingaanwijzer naar links aangezet, een kleine beweging naar links en vervolgens naar rechts gemaakt, waarna hij de Renault krachtig en abrupt naar links heeft gestuurd. Hierdoor kwam de Renault in aanrijding met de auto van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] en kwamen beide voertuigen tegen de vangrail tot stilstand .

De vier verbalisanten verklaren allen dat achterin de Audi een transparant was aangezet met de tekst ‘stop politie’ en twee blauwe flitslampen. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat verdachte bij het zien van voornoemd stopteken een verbeten gezichtsuitdrukking kreeg, zijn richtingaanwijzer aanzette om vervolgens met beide handen aan het stuur krachtig naar links te sturen waardoor hij tegen hun auto aanreed . Ook [slachtoffer 2] heeft verklaard dat de gezichtsuitdrukking van verdachte bij het zien van het stopteken veranderde. [slachtoffer 2] zag dat verdachte naar links keek en dus de Toyota zag voordat hij naar links stuurde. Verdachte heeft zelf ter terechtzitting verklaard dat hij de auto waarin [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] reden, heeft gezien . Voorts verklaren [slachtoffer 2], [naam verbalisant 2] en [naam verbalisant 1] dat verdachte zijn auto eerst een beetje naar links, vervolgens naar rechts en daarna naar links tegen de auto van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] stuurde. Op dat moment reden [slachtoffer 2] en verdachte ongeveer 100 km/u .

In het proces-verbaal Opnemen en Interpreteren Plaats Ongeval heeft de politie een hypothetische conclusie neergelegd van het gebeurde op basis van de bevindingen van de verbalisanten ter plaatse, de door de betrokkenen afgelegde verklaringen, het ter plaatse aangetroffen sporenbeeld en de bevindingen uit het proces-verbaal van voertuigonderzoek. De politie heeft geconcludeerd dat de Renault de Toyota met zijn linker flank (zijkant) heeft geraakt. Gelet op het sporenbeeld heeft het voertuig met Frans kenteken een beweging naar links gemaakt. Hierdoor is de Toyota naar links geduwd en heeft hierbij de in de middenberm geplaatste geleiderail geraakt. Door deze aanrijding heeft de bestuurder van het voertuig met het Franse kenteken de controle over zijn voertuig verloren. Dit is te verklaren door de plaats van de schade aan het voertuig. Deze bevond zich achter het vermoedelijke zwaartepunt van dit voertuig, en de aangetroffen slipsporen op plaats ongeval. Hierna is voertuig twee tot stilstand gekomen tegen de middengeleide rail .

De rechtbank acht de poging doodslag wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank licht dit toe.

Gelet op voornoemde feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de aanrijding tussen de Toyota van verbalisanten [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] en de Renault van verdachte is veroorzaakt doordat verdachte met zijn voertuig een beweging naar links heeft gemaakt. Anders dan de verdediging heeft betoogd, verklaren de verbalisanten [slachtoffer 2], [slachtoffer 1], [naam verbalisant 1] en [naam verbalisant 2] – voor wat betreft de oorzaak van de aanrijding – gelijkluidend en de rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van de verbalisanten. Bovendien worden deze verklaringen ondersteund door het proces-verbaal Opnemen en Interpreteren Plaats Ongeval. De stelling van verdachte dat hij mogelijk door de verbalisanten zou zijn aangereden, waardoor verdachte de controle over zijn voertuig heeft verloren, verwerpt de rechtbank dan ook. Nu de oorzaak van het ongeval vast is komen te staan, wordt hiermee ook de stelling van de verdediging dat er geen sprake van een begin van uitvoering is omdat de oorzaak van het ongeval onduidelijk is, verworpen. Met het opzettelijk naar links sturen van zijn auto bij een snelheid van omstreeks 100 km p/u, terwijl verdachte wist dat naast hem de Toyota ongeveer met een zelfde snelheid reed, heeft de bewezenverklaarde poging tot doodslag zich wel degelijk door een begin van uitvoering geopenbaard.

De rechtbank dient vervolgens te beoordelen of ‘moet worden aangenomen dat de verdachte zich aan de aanmerkelijke kans dat de andere verkeersdeelnemers door zijn gedraging het leven zullen verliezen willens en wetens heeft blootgesteld, met dien verstande dat hij - in plaats van erop te rekenen dat een en ander wel goed zal aflopen - de aanmerkelijke kans dat anderen door zijn gedrag het leven zullen (kunnen) laten desbewust heeft aanvaard en op de koop toe (heeft) genomen’. Dat de verdachte de aanmerkelijke kans dat anderen door zijn gedrag het leven zullen laten welbewust heeft aanvaard en op de koop toe genomen – in dit verband wordt gesproken van voorwaardelijk opzet – kan, behalve op grond van de verklaring van verdachte, worden aangenomen op grond van bijzondere omstandigheden van het geval.

In onderhavig geval heeft verdachte geen gevolg gegeven aan de aanwijzing van de politie om het voertuig tot stilstand te brengen. Verdachte wilde kennelijk ontkomen aan zijn aanhouding. Aangezien voor verdachte de Audi met verbalisanten [naam verbalisant 1] en [naam verbalisant 2] reed, heeft verdachte – met een snelheid van ongeveer 100 km/u – opzettelijk naar links gestuurd, wetende dat [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] links naast hem reden. Door de aard van deze gedragingen, heeft verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat door zijn gedragingen een dusdanig ongeval zou kunnen plaatsvinden dat de bestuurder en bijrijder van de Toyota zouden kunnen komen te overlijden. Indien twee auto’s met de gegeven snelheid met elkaar in aanraking komen is naar algemene ervaringsregel de kans aanmerkelijk dat er een dusdanig ongeval zal plaatsvinden waarbij inzittenden kunnen komen te overlijden. Dit blijkt ook wel uit de foto’s van de auto’s na het ongeval waarop is te zien dat er van de auto’s weinig over is. Dat het misdrijf (de doodslag) niet is voltooid, is dan ook niet het gevolg geweest van enige omstandigheid die afhankelijk was van de wil van verdachte. Het beroep van de verdediging op het Porsche-arrest (NJ 1997,199) verwerpt de rechtbank nu het in genoemd arrest een gevaarlijke verkeersmanoeuvre betrof, terwijl het hier gaat om een doelbewuste, tegen de verbalisanten gerichte geweldshandeling.

feit 2

De rechtbank acht feit 2 wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd bij de politie op 15 juni 2012 en ter zitting van 30 november 2012 ;

- het proces-verbaal van bevindingen ;

- het proces-verbaal van bemonstering .

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

feit 1

op 14 juni 2012 te Wouw, gemeente Roosendaal, ter uitvoering

van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] en

[slachtoffer 2] (zijnde ambtenaren van politie) van het leven te beroven, met dat opzet met een auto (bij een snelheid van ongeveer 100 kilometer per uur op de snelweg A58, tegen de

auto te rijden waarin die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zich bevonden (waardoor het voertuig van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] tegen de vangrail kwam en daar tegen tot stilstand is gekomen), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 2

op 14 juni 2012 te Wouw, gemeente Roosendaal opzettelijk heeft vervoerd een hoeveelheid van 18.140 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3,5 jaar met aftrek van het voorarrest.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om bij het bepalen van de strafmaat rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte kampt met forse financiële problemen, heeft een gezin te onderhouden en heeft marginale inkomsten, zodat hij een gemakkelijke prooi was voor drugshandelaren.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft geprobeerd met zijn auto twee personen te doden. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het vervoer van een grote hoeveelheid hennep.

Doodslag wordt in ons strafrechtstelsel als een van de ernstigste misdrijven beschouwd. Dat het bij een poging is gebleven, mag een wonder heten gelet op de snelheid waarmee verdachte op de auto van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] heeft ingestuurd. Verdachte heeft met zijn rijgedrag om aan de aanhouding door de politie te ontkomen, de slachtoffers de schrik van hun leven bezorgd. De gebeurtenissen hebben, getuige de schriftelijke slachtofferverklaringen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1], een behoorlijke impact op hen gehad en zij hebben er nog geruime tijd last van ondervonden. Bovendien heeft verdachte met zijn stuurmanoeuvre op de openbare weg ook de verkeersveiligheid en de veiligheid van andere weggebruikers, waaronder die van de verbalisanten [naam verbalisant 1] en [naam verbalisant 2], in gevaar gebracht. Verdachte dacht enkel en alleen aan de grote hoeveelheid softdrugs die hij vervoerde in zijn kofferbak. Softdrugs zijn stoffen die bij langdurig gebruik kunnen leiden tot schade voor de gezondheid. Dit is de reden dat de verstrekking van softdrugs aan banden is gelegd. Door de handelwijze van verdachte wordt dit restrictieve beleid doorkruist.

Bij de bepaling van een passende strafmaat zoekt de rechtbank aansluiting bij de geldende (straf)oriëntatiepunten en de straffen die doorgaans voor vergelijkbare feiten worden opgelegd. Tevens neemt de rechtbank in haar overweging mee dat verdachte, weliswaar niet in Nederland maar in Frankrijk, eerder is veroordeeld voor het vervoeren van hennep. Tot slot houdt de rechtbank rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere straf dan een gevangenisstraf en dat een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar passend en geboden is.

7 De benadeelde partij

De benadeelde partijen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] vorderen ieder een bedrag van € 500,- voor feit 1 ter zake immateriële schadevergoeding.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezenverklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade. Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt en het bedrag komt de rechtbank niet onredelijk voor, zodat de vorderingen zullen worden toegewezen.

Met betrekking tot de toegekende vorderingen benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

8 Het beslag

8.1 De teruggave aan rechthebbende

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen auto, merk Renault, type Megane aan rechthebbende, niet zijnde verdachte nu de auto was gestolen en onder verdachte in beslag is genomen.

8.2 De teruggave aan verdachte

De rechtbank zal de teruggave gelasten van het hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen geldbedrag van € 430,- aan verdachte, omdat deze redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 45, 57, 91 en 287 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen de artikelen 3, 11, 13 en 14 van de Opiumwet zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: poging doodslag, meermalen gepleegd;

feit 2: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 jaar;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- gelast de teruggave aan de rechthebbende van de inbeslaggenomen auto, merk Renault, type Megane;

- gelast de teruggave aan verdachte van het inbeslaggenomen geldbedrag van € 430,-;

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van € 500,-. ter zake van immateriële schade;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van € 500,-. ter zake van immateriële schade;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partijen tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil; (BP.06)

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van de hierna te noemen slachtoffers de daarbij vermelde bedragen te betalen, bij niet betaling te vervangen door het daarbij vermelde aantal dagen hechtenis:

- benadeelde partij [slachtoffer 2] (feit 1), € 500,-, 10 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [slachtoffer 1] (feit 1), € 500,-, 10 dagen hechtenis,

met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft; (BP04A)

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partijen vervalt en omgekeerd;

Dit vonnis is gewezen door mr. Van Kralingen, voorzitter, mr. Struijs en mr.Van Gessel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Althuis, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 14 december 2012

BIJLAGE I: De (gewijzigde) tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat

1.

hij op of omstreeks 14 juni 2012 te Wouw, gemeente Roosendaal, ter uitvoering

van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] en/of

[slachtoffer 2] (zijnde ambtenaren van politie) van het leven te beroven, althans

zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet een of meerdere

ma(a)l(en) met een auto (bij een snelheid van ongeveer 100 kilometer per uur,

althans in ieder geval bij aanzienlijke snelheid) op de snelweg A58, tegen de

auto te rijden waarin die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] zich bevonden (waardoor het

voertuig van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] tegen de vangrail kwam en/of

daar tegen tot stilstand is gekomen), terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 14 juni 2012 te Wouw, gemeente Roosendaal, althans in

ieder geval in Nederland, opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk

aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 18.140 gram, in elk geval

een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als

bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens

het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

art 3 ahf/ond B Opiumwet

art 11 lid 2 Opiumwet