Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2012:BY4885

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
04-12-2012
Datum publicatie
04-12-2012
Zaaknummer
001463-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging TBS met 1 jaar + opdracht aan ovj om vóór volgende verlengingszitting (over een jaar) rapporten op te doen opmaken van kliniek en reclassering + een maatregelrapport van de reclassering m.b.t. voorwaardelijke beëindiging.

Rechtbank heeft ontvankelijkheid OM onderzocht n.a.v. recente arresten EHRM 31 juli 2012 en Hof Arnhem 1-10-2012. Rechtbank volgt redenering Hof Arnhem. In onderhavige zaak is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de bewezenverklaring en de kwalificatie (poging tot doodslag), evident blijkt dat de TBS is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Van enige interpretatie is geen sprake. Dit betekent dat de TBS-maatregel niet gemaximeerd is en dat de ovj ontvankelijk is in haar vordering tot verlenging van de TBS.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Parketnummer: 001463-03

beslissing van de meervoudige kamer d.d. 4 december 2012

op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling van

[TBS gestelde]

geboren te [plaats en datum]

verblijvende in de Dr. S. van Mesdagkliniek te Groningen

1 De stukken

Het dossier bevat onder meer de volgende stukken:

- de vordering van de officier van justitie d.d. 5 oktober 2012, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling (hierna TBS) met 2 jaar;

- de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van [TBS gestelde]

- het rapport van de kliniek FPC Dr. S. van Mesdag d.d. 17 augustus 2012, waarin het advies van de inrichting is vermeld.

2 De procesgang

Bij arrest van het Gerechtshof te Den Bosch van 17 oktober 2003 is [TBS gestelde], wegens een poging tot doodslag, veroordeeld tot 9 maanden gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging.

De TBS is op 6 november 2004 aangevangen.

De TBS is laatstelijk bij beslissing van 6 december 2010 verlengd voor een termijn van twee jaren.

Tijdens het onderzoek in de openbare raadkamer van de rechtbank van 20 november 2012 is de officier van justitie gehoord.

Tevens is [TBS gestelde] gehoord, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. M. Marcus-Daniels, advocaat te Rijen.

Voorts is de getuige-deskundige mevrouw [getuige-deskundige], behandelcoördinator, gehoord.

3 Het advies van de TBS-instelling

De TBS-instelling heeft geadviseerd de TBS te verlengen met 2 jaar.

De TBS-instelling heeft daartoe het volgende overwogen.

Sinds 14 september 2010 is [TBS gestelde] met onbegeleid verlof. Dit verlof is gefaseerd ingezet en naar wens verlopen. Er is echter sprake van onveranderbare problematiek, die maakt dat [TBS gestelde] op dit moment en ook nog de komende jaren ondersteuning en begeleiding van een adequaat hulpverleningsnetwerk nodig heeft. Om te toetsen hoe deze ondersteuning er precies uit zal komen te zien, is [TBS gestelde] op 24 oktober 2011 overgeplaatst naar uitstroomunit De Toets. Daar is onderzocht in welke mate hij in staat is zelfstandig te functioneren en of behandeling nog bij kan dragen aan verbetering van de emotieregulatie problematiek. Betrokkene is aangemeld bij de Pameijerstichting te Rotterdam die te kennen hebben gegeven hem te willen opnemen na zijn resocialisatietraject binnen de FPA Parnassia. Om bovenstaand traject te realiseren loopt er vanaf 7 juni 2012 een transmuraal verlof, in afwachting op overplaatsing. Inmiddels staat [TBS gestelde] bovenaan de wachtlijst voor plaatsing in FPA Parnassia en is de verwachting dat hij eind 2012 overgeplaatst wordt.

Voor wat betreft het recidivegevaar overweegt de kliniek dat, indien het huidige kader zou wegvallen, de verwachting is dat betrokkene met zijn gebrekkige vaardigheden niet in staat zal zijn de nieuwe situatie te hanteren. Een dergelijke nieuwe situatie kan dermate spanningsvol zijn dat dit leidt tot ongenoegen, miskenning, frustratie en onmacht en een risico op terugval in middelengebruik en/of acting-out gedrag. Door deze factoren kan het recidiverisico snel toenemen. Voor betrokkene zal een resocialisatie in de vorm van een geleidelijk traject richting een vervolgvoorziening waarbij regelmatig wordt getoetst, dan ook het meest passend zijn. Hiervoor zal gebruikt gemaakt worden van een stappenplan, zoals deze gehanteerd wordt binnen FPA Parnassia (besloten afdeling), welk plan afgestemd wordt met de mate van vrijheden die gehanteerd wordt binnen de RIBW voorziening.

Gezien betrokkenes kwetsbaarheid, het stadium waarin het resocialisatietraject zich op dit moment bevindt en de stappen die hierin nog gezet moeten worden om een goede inbedding te borgen, is een verlenging van de tbs noodzakelijk. Gezien de noodzaak van geleidelijkheid en omdat men in afwachting is van overplaatsing naar FPA Parnassia, zal de termijn van de TBS een jaar overschrijden. De kliniek adviseert de TBS met dwangverpleging te verlengen met 2 jaar.

Ter zitting heeft de getuige-deskundige [naam getuige deskundige] daaraan nog toegevoegd dat het streven nog altijd is om [TBS gestelde] in december 2012 over te plaatsen naar Parnassia. Zij acht een periode van 2 jaar wel nodig voor het resocialisatietraject. Wanneer alles goed verloopt zou over één jaar het proefverlof kunnen beginnen.

4 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft haar ontvankelijkheid aan de orde gesteld, gelet op de recente jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) van 31 juli 2012 (arrest [naam] tegen Nederland) en het daarop aansluitende arrest van het Gerechtshof in Arnhem van 1 oktober 2012 (LJN BX8788). Zij gaat er daarbij vanuit dat het arrest van het Hof Den Bosch van 17 oktober 2003 niet de vereiste motivering zoals bedoeld in artikel 359, zevende lid, van het Wetboek van Strafrecht, bevat.

In voornoemd arrest van 1 oktober 2012 heeft het Hof Arnhem bepaald dat geen sprake is van interpretatie indien zonder meer als evident kan worden vastgesteld dat er sprake is van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Aangezien kan worden vastgesteld dat [TBS gestelde] destijds is veroordeeld voor een poging tot doodslag, is naar de mening van de officier van justitie evident dat in onderhavige zaak voldaan wordt aan voornoemd criterium en is zij ontvankelijk in haar vordering.

Zij verzoekt de rechtbank een oordeel van deze strekking in haar beslissing op te nemen.

De officier van justitie heeft voorts ter zitting de vordering aangepast in die zin dat de vordering slechts verlengd dient te worden met 1 jaar. Zij acht een kortere verlenging gerechtvaardigd, gelet op de looptijd van de TBS en de fase van de behandeling waarin [TBS gestelde] zich nu bevindt. Zij is in het algemeen van mening dat hoe langer de TBS loopt, hoe meer toetsmomenten nodig zijn om te monitoren hoe het met de voortgang gaat. [TBS gestelde] gaat nu voor hem spannende stappen maken naar Parnassia en daarna naar de Pameijerstichting en zij vindt het belangrijk dat een vinger aan de pols wordt gehouden.

5 Het standpunt van de verdediging

[TBS gestelde] heeft ter zitting verklaard dat hij de voorkeur geeft aan verlenging van de TBS met 1 jaar om ervoor te zorgen dat de kliniek niet te rustig aandoet met het vervolgtraject.

De raadsvrouw heeft betoogd dat zij zich kan vinden in het verzoek van de officier van justitie voor wat betreft de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.

Voor wat betreft de verlenging van de TBS sluit zij zich aan bij de wens van [TBS gestelde] tot verlenging van de termijn met 1 jaar.

6 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt met betrekking tot de door de officier van justitie opgeworpen kwestie het volgende.

Artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat de totale duur van de TBS-maatregel met bevel tot verpleging van overheidswege een periode van vier jaar niet te boven gaat, tenzij de TBS is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

Artikel 359, zevende lid, van het Wetboek van Strafvordering bepaalt dat, indien de TBS-maatregel met verpleging is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, het vonnis dit onder opgave van redenen aangeeft.

Bij de beantwoording van de vraag of de TBS gemaximeerd is of onbeperkt kan worden verlengd, neemt de rechtbank de recente arresten van het EHRM van 31 juli 2012 in de zaak [naam] tegen Nederland (nr. 21203/10) en van het Gerechtshof te Arnhem van 1 oktober 2012 (LJN: BX8788) tot uitgangspunt.

Het EHRM heeft bepaald dat het niet aan de verlengingsrechter is om, in het geval dat het vonnis of het arrest waarin de oplegging van de TBS-maatregel is uitgesproken niet de motivering als bedoeld in artikel 359, zevende lid, van het Wetboek van Strafrecht bevat, door interpretatie van het vonnis van de rechter die de TBS heeft opgelegd alsnog vast te stellen of de TBS al dan niet is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, en daarmee of de TBS conform het bepaalde in artikel 38e van het Wetboek van Strafrecht al dan niet is gemaximeerd. Ontbreekt de voorgeschreven motivering, dan kan, aldus het EHRM, de TBS niet van onbepaalde duur zijn en moet het er dus voor gehouden worden dat de TBS is gemaximeerd.

Met het Hof te Arnhem is de rechtbank van oordeel dat echter van enige interpretatie geen sprake is indien blijkens de bewezenverklaring, de kwalificatie en de motivering van de oplegging van de maatregel, in onderling verband en samenhang bezien, door een ieder zonder meer als evident kan worden vastgesteld dat sprake is van een misdrijf als hiervoor omschreven. Onder die omstandigheden kan niet gezegd worden dat de niet gemaximeerde duur van de TBS niet voorzienbaar is geweest en dat afbreuk is gedaan aan de door artikel 5 van het EVRM geboden bescherming tegen willekeurige vrijheidsbeneming.

In de onderhavige zaak is [TBS gestelde] op 17 oktober 2003 door het Gerechtshof te Den Bosch onder andere veroordeeld voor een poging tot doodslag. De bewezenverklaring vermeldt dat [TBS gestelde] met een slaghout (aan het einde waarvan een metalen pin was vastgemaakt) zwaaiende en/of slaande bewegingen heeft gemaakt in de richting van het hoof van het slachtoffer, waarbij hij heeft geroepen “Ik maak jou kapot, nu ga je dood”.

Het arrest van het Hof te Den Bosch bevat niet de motivering als bedoeld in artikel 359, zevende lid, van het Wetboek van Strafrecht. Gelet op de bewezenverklaring en de kwalificatie blijkt echter naar het oordeel van de rechtbank evident dat de TBS met dwangverpleging is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Van enige interpretatie zoals bedoeld in voormelde arresten, is geen sprake. Vorenstaande betekent dat de maatregel van TBS in de onderhavige zaak niet gemaximeerd is en dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vordering tot verlenging van de TBS.

Gelet op hetgeen door de kliniek is overwogen en geconcludeerd, zoals hierboven is weergegeven, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen, eist dat de TBS met verpleging van [TBS gestelde] wordt verlengd. Uit het advies van de kliniek leidt de rechtbank af dat het recidivegevaar nog te groot is om de TBS met dwangverpleging thans te beëindigen.

Dat de TBS dient te worden verlengd, staat ook niet ter discussie.

Voor wat betreft de termijn van de verlenging stelt de rechtbank vast dat de verwachting is dat [TBS gestelde] zeer spoedig (december 2012) wordt overgeplaatst naar FPA Parnassia als tussenstap naar een RIBW-instelling, te weten de Pameijerstichting. Om ervoor zorg te dragen dat het te hanteren stappenplan voortvarend wordt aangepakt, acht de rechtbank een verlenging van de termijn van de TBS met dwangverpleging met één jaar gerechtvaardigd, zodat na een jaar de voortgang van de resocialisatie kan worden beoordeeld. Zij zal hiertoe dan ook beslissen.

Nu de deskundige van de kliniek op zitting heeft aangegeven dat mogelijk over een jaar het proefverlof zal kunnen beginnen, is de rechtbank van oordeel dat bij de volgende verlengingszitting (over een jaar) een rapportage dient te worden opgemaakt door zowel de kliniek als de reclassering met betrekking tot de mogelijkheid van een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. De reclassering dient daarbij aan te geven onder welke voorwaarden een dergelijke beëindiging dan zou kunnen plaats vinden.

Mocht het zo zijn dat de reclassering en/of de kliniek op dat moment van mening zijn dat een voorwaardelijke beëindiging (nog) niet aan de orde is, dient de reclassering desondanks een maatregelrapport op te stellen ten behoeve van een eventuele voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging, zodat geen aanhouding noodzakelijk is als de rechtbank een voorwaardelijke beëindiging aan de orde acht.

De rechtbank draagt de officier van justitie op om het doen opmaken van voornoemde rapporten door de kliniek en de reclassering in gang te zetten en er zorg voor te dragen dat deze rapporten bij de volgende verlengingszitting in het dossier aanwezig zijn.

7 De toepasselijke wetsartikelen

De beslissing berust op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing.

De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [TBS gestelde] met één jaar.

Deze beslissing is gegeven door mr. Dekker, voorzitter, mr. Kooijman en mr. Prenger, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier De Roos en is uitgesproken ter openbare zitting op 4 december 2012.