Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2012:BY0818

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
29-06-2012
Datum publicatie
25-10-2012
Zaaknummer
234263 FA RK 11-1898
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

De uitspraak ziet - in het kader van een verzoek van het openbaar ministerie om vadergegevens uit een geboorteakte te laten verwijderen - op de vraag of er al dan niet een afstammingsrelatie bestaat tussen een Franse vader en een Frans/Surinaams kind (moeder is Surinaamse) in een geval waarin tussen de ouders van het kind sprake is van een in Nederland geregistreerd partnerschap. De rechtbank heeft getoetst aan Frans, Surinaams en Nederlands recht, bij gebreke van verwijzingsregels in Boek 10 BW c.q. de Wet conflictenrecht afstamming ter zake geregistreerd partnerschap.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Team familierecht

Enkelvoudige Kamer

Zaaknummer: 234263 FA RK 11-1898

beschikking betreffende registers van de burgerlijke stand

op het verzoek van

het openbaar ministerie,

arrondissementsparket te Breda.

1. Het verloop van het geding

Dit blijkt uit de volgende stukken:

- het op 28 maart 2011 ontvangen verzoek van het openbaar ministerie met bijlagen;

- de akte nr. 103429 van het jaar (jaartal) van het register van geboorten van de burgerlijke stand van de gemeente Tilburg;

- de op 26 mei 2011 ontvangen instemmingsverklaring van de hierna onder 3 te noemen belanghebbende;

- de op 28 juli 2011 ontvangen aanvullende bescheiden van het openbaar ministerie;

- de op 29 september 2011 (twee maal) ontvangen brieven van het openbaar ministerie, met bijlagen;

- het proces-verbaal van de behandeling ter terechtzitting van 17 november 2011;

- het op 18 november 2011 ontvangen aanvullend verzoek van het openbaar ministerie met bijlage;

- de op 28 november 2011 ontvangen instemmingsverklaring van de hierna onder 3 te noemen belanghebbende;

- de op 8 december 2011 ontvangen brieven van de hierna onder 1 en 2 te noemen belanghebbenden;

- de brieven d.d. 19 december 2011 van de griffier van deze rechtbank aan de hierna onder 1 en 2 te noemen belanghebbenden;

- de op 29 december 2011 ontvangen brief van het openbaar ministerie;

- de op 3 januari 2012 ontvangen brief van de hierna onder 3 te noemen belanghebbende;

- het proces-verbaal van de nadere behandeling ter terechtzitting van 1 maart 2012.

Als belanghebbenden in deze zaak zijn aangemerkt:

1. mevrouw (voornaam) (achternaam), moeder van de minderjarige,

2. de heer (voornaam) (achternaam), vader van de minderjarige,

3. de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Tilburg.

2. Het verzoek

Het verzoek strekt ertoe dat de rechtbank verbetering van voormelde akte zal gelasten.

3. De beoordeling

3.1 Op grond van artikel 3 Rv komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe, aangezien ten tijde van de indiening van het verzoekschrift belanghebbenden hun woonplaats hadden in Nederland en het verzoek ziet op verbetering van een Nederlandse akte.

3.2 In voormelde akte is opgenomen dat op (geboortedatum) te (geboorteplaats) is geboren de minderjarige met de volgende naam:

Geslachtsnaam : (geslachtsnaam vader)

Voornamen : (voornamen).

Voorts is in voormelde akte ten aanzien van haar ouders, voor zover thans relevant, het volgende opgenomen:

Naam moeder : (achternaam moeder)

Voornamen moeder : (voornamen)

Geslachtsnaam vader : (achternaam vader)

Voornamen vader : (voornamen)

Plaats van geboorte vader : (plaatsnaam), (naam geboorteland)

Dag van geboorte vader : (geboortedatum).

Blijkens de latere vermelding betreffende erkenning, behorend bij voormelde akte, is de minderjarige op (datum) 2011 door de heer (achternaam vader) erkend. Op die erkenning is Frans recht toegepast en als geslachtsnaam voor de minderjarige is gekozen ‘(achternaam vader)’.

3.3 Het openbaar ministerie verzoekt thans de geboorteakte van de minderjarige aldus te verbeteren dat de persoonsgegevens van de vader worden verwijderd, alsmede dat de geslachtsnaam van de minderjarige wordt gewijzigd in ‘(achternaam moeder)’.

Aan dit verzoek wordt, onder verwijzing naar de brief van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Tilburg d.d. 3 maart 2011, ten grondslag gelegd dat mevrouw (achternaam moeder) en de heer (achternaam vader) weliswaar op (datum) 2007 in de gemeente (plaatsnaam) een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan, maar dat bij een binnen een geregistreerd partnerschap geboren kind alleen een familierechtelijke band met de moeder ontstaat. Nu de minderjarige eerst op (datum) 2011 door de heer (achternaam vader) is erkend, stond de minderjarige op het moment van de geboorte alleen in familierechtelijke betrekking tot de moeder. De vadergegevens dienen derhalve van de geboorteakte te worden verwijderd. Voorts dient de geslachtsnaam van de minderjarige in de geboorteakte gewijzigd te worden in de geslachtsnaam van de moeder.

3.4 Blijkens voormelde instemmingsverklaringen heeft de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Tilburg geen bezwaar tegen toewijzing van het thans voorliggende verzoek. De ambtenaar heeft bij brief van 3 januari 2012 bericht niet ter nadere zitting te zullen verschijnen. Ook het openbaar ministerie is, alhoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen overeenkomstig voormelde op 29 december 2011 ontvangen brief.

3.5 De hiervoor onder 1 en 2 genoemde belanghebbenden, mevrouw (achternaam moeder) en de heer (achternaam vader), zijn, alhoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet op de mondelinge behandeling van 17 november 2011 verschenen. Zij zijn na afloop van de mondelinge behandeling kort door de rechter gehoord en ingelicht over de stand van zaken. Deze belanghebbenden hebben daarbij aangegeven niet in te kunnen stemmen met het verzoek van het openbaar ministerie.

Van het aanvullend verzoek van het openbaar ministerie d.d. 18 november 2011 heeft de griffier de heer (achternaam vader) en mevrouw (achternaam moeder) een afschrift doen toekomen. Zij hebben bij brieven van 8 december 2011 laten weten bezwaar te hebben tegen toewijzing van het aanvullend verzoek van het openbaar ministerie en een nadere mondelinge behandeling ter terechtzitting te wensen.

Bij brief van 19 december 2011 zijn de heer (achternaam vader) en mevrouw (achternaam moeder) behoorlijk opgeroepen voor de mondelinge behandeling van

1 maart 2012. Zij zijn echter niet verschenen.

3.6 Ingevolge artikel 3 van de ten tijde van de geboorte van de minderjarige van kracht zijnde Wet conflictenrecht afstamming wordt de vraag, of tussen een vrouw en het buiten huwelijk uit haar geboren kind door geboorte familierechtelijke betrekkingen ontstaan, bepaald door het recht van de staat van de nationaliteit van de vrouw. In elk geval ontstaan zodanige betrekkingen ingevolge voormeld artikel, indien de vrouw haar gewone verblijfplaats heeft in Nederland.

Mevrouw (achternaam moeder) heeft de Surinaamse nationaliteit. Nu zij ten tijde van de geboorte van de minderjarige haar gewone verblijfplaats in Nederland had, is tussen haar en de minderjarige reeds op die grond een familierechtelijke betrekking ontstaan.

3.7 Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of tussen de heer (achternaam vader) en de minderjarige op het moment van de geboorte van de minderjarige familierechtelijke betrekkingen zijn ontstaan. De heer (achternaam vader) is op (datum) 2007, derhalve vóór de geboorte van de minderjarige, met mevrouw (achternaam moeder) (moeder) een geregistreerd partnerschap aangegaan.

Het thans geldende Boek 10 van het Burgerlijk wetboek noch de daaraan voorafgaande Wet conflictenrecht afstamming geeft regels die aangeven welk recht van toepassing is op de vraag naar de afstamming van een kind, geboren uit een vrouw en een man met wie die vrouw een geregistreerd partnerschap is aangegaan.

Bij gebreke van dergelijke regels zal de rechtbank voor de bepaling van het toepasselijk recht op de afstamming tussen de heer (achternaam vader) en de minderjarige aansluiting zoeken bij de omstandigheden van het onderhavige geval.

3.8 De heer (achternaam vader) heeft de Franse nationaliteit. Naar Frans recht (artikel 311 en volgende van de Franse Code Civil) is een man juridisch vader van een kind, indien dit kind staande het huwelijk tussen de man en de moeder is geboren, dan wel indien de man een buiten huwelijk geboren kind heeft erkend of indien het vaderschap van de man gerechtelijk is vastgesteld. Dit brengt mee, dat de man naar Frans recht ten tijde van de geboorte van de minderjarige geen juridisch vader van die minderjarige is geworden door geboorte staande huwelijk; er is immers geen sprake van een huwelijk tussen de moeder en de heer (achternaam vader), maar van een geregistreerd partnerschap.

De heer (achternaam vader) heeft op (datum) 2011 de minderjarige erkend naar Frans recht. Ingevolge artikel 4 van de toen geldende Wet conflictenrecht afstamming bepaalt Frans recht wat betreft de bevoegdheid van de man en de voorwaarden voor de erkenning of er door de erkenning familierechtelijke betrekkingen tussen hem en de minderjarige ontstaan. Gelet op genoemde artikelen van de Code Civil is de heer (achternaam vader) door de erkenning juridisch vader geworden van de minderjarige. De erkenning naar Frans recht heeft echter pas plaatsgevonden op (datum) 2011 zodat ten tijde van de geboorte van de minderjarige nog geen sprake was van de situatie dat de heer (achternaam vader) al juridisch vader van de minderjarige was.

3.9 Het kind heeft, naast thans de Franse nationaliteit, de Surinaamse nationaliteit. Zij ontleent deze nationaliteit aan haar moeder, nu ingevolge artikel 3 onder c van de Wet tot regeling van het Surinamerschap een kind door de geboorte de Surinaamse nationaliteit verkrijgt indien de moeder Surinaams is. Omdat de minderjarige de Surinaamse nationaliteit heeft, zal de rechtbank onderzoeken of naar Surinaams recht ten tijde van de geboorte van de minderjarige rechtsbetrekkingen zijn ontstaan tussen de heer (achternaam vader) en de minderjarige.

Naar Surinaams recht is een man juridisch vader van een kind, indien dit kind staande het huwelijk tussen de man en de moeder is geboren, dan wel indien de man een buiten huwelijk geboren kind heeft erkend. Dit brengt mee, dat de man ook naar Surinaams recht ten tijde van de geboorte van de minderjarige geen juridisch vader van de minderjarige was.

3.10 Ten slotte zal de rechtbank onderzoeken of tussen de heer (achternaam vader) en de minderjarige familierechtelijke betrekkingen zijn ontstaan naar (intern) Nederlands recht, als het recht waarmee de heer (achternaam vader), de moeder en het kind nauw verbonden zijn omdat zij hier hun gewone verblijfplaats hebben, het kind in Nederland is geboren en de heer (achternaam vader) en de moeder in Nederland een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan.

Ingevolge artikel 1:199 BW is de man, die op het tijdstip van de geboorte van het kind geregistreerd partner is van de vrouw uit wie het kind geboren is, uit dien hoofde niet juridisch vader van dat kind. Eerst na erkenning van het kind, wordt deze man ingevolge artikel 1:199 BW aangemerkt als juridisch vader. Dit betekent dat de heer (achternaam vader) ten tijde van de geboorte van de minderjarige ook naar Nederlands recht niet de juridische vader van deze minderjarige is.

3.11 Het voorgaande brengt mee dat de heer (achternaam vader) ten onrechte als vader vermeld staat in de geboorteakte. Het verzoek van het openbaar ministerie tot verwijdering uit de geboorteakte van de persoonsgegevens van de heer (achternaam vader) als vader van de minderjarige zal derhalve worden toegewezen. De rechtbank merkt ten overvloede op dat de gegevens van de heer (achternaam vader) als aangever gehandhaafd dienen te blijven.

3.12 Betreffende het verzoek van het openbaar ministerie tot wijziging van de geslachtsnaam van de minderjarige overweegt de rechtbank als volgt.

Ingevolge artikel 1 van de ten tijde van de geboorte van de minderjarige geldende Wet conflictenrecht namen wordt de naam van een vreemdeling bepaald door het recht van de Staat waarvan hij de nationaliteit heeft.

Zoals reeds is overwogen had de minderjarige ten tijde van haar geboorte de Surinaamse nationaliteit. Ten tijde van haar geboorte had het kind niet tevens de Franse nationaliteit. Weliswaar verkrijgt een kind, ingevolge artikel 18 en volgende van de Franse Code Civil, de Franse nationaliteit door geboorte wanneer ten minste één ouder de Franse nationaliteit heeft, maar ten tijde van de geboorte van het kind had het kind nog geen ouder met een Franse nationaliteit, omdat de heer (achternaam vader) pas op (datum) 2011 (door de erkenning naar Frans recht) ouder van het kind is geworden. Aldus is Surinaams recht van toepassing op de naam van het kind.

Ingevolge Surinaams recht (artikel 56a van het ten tijde van de geboorte van het kind geldende Surinaams Wetboek) krijgt een kind, dat enkel in familierechtelijke betrekking tot zijn moeder staat, de geslachtsnaam van de moeder.

Dit brengt mee dat het verzoek van het openbaar ministerie tot wijziging van de geslachtsnaam van de minderjarige in de geboorteakte in ‘(achternaam moeder)’, zijnde de geslachtsnaam van moeder, zal worden toegewezen.

3.13 Ter voorlichting van de ouders van de minderjarige merkt de rechtbank nog op dat na te melden beslissing geen gevolgen heeft voor de erkenning van de minderjarige door de heer (achternaam vader) op (datum) 2011 en de daarbij uitgebrachte keuze voor de geslachtsnaam van de minderjarige. De heer (achternaam vader) blijft de juridische vader van de minderjarige en de huidige geslachtsnaam van de minderjarige blijft ‘(achternaam vader)’.

4. De beslissing

De rechtbank

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Tilburg om de akte nr. (getal) van het register van geboorten van het jaar (jaartal) van de burgerlijke stand van de gemeente Tilburg te verbeteren en wel in die zin, dat

- onder KIND als geslachtsnaam wordt vermeld: “(achternaam moeder)”;

- onder OUDERS de geslachtsnaam vader komt te luiden: “-” en de voornamen vader komen te luiden: “-”;

- onder GEBOORTEGEGEVENS OUDERS de plaats van geboorte vader komt te luiden: “-” en de dag van geboorte vader komt te luiden: “-”.

Deze beschikking is gegeven door mr. Van der Poel, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van

in tegenwoordigheid van mr. Laenen, griffier.

Mededeling van de griffier:

Tegen deze beschikking kan voor zover het een eindbeschikking betreft hoger beroep worden ingesteld:

a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te

's-Hertogenbosch.

verzonden op: