Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2012:BX7928

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
19-09-2012
Datum publicatie
20-09-2012
Zaaknummer
240350 / HA ZA 11-1349
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Artikelen 10 Aw, 13 Aw, 27a Aw, 1019i Rv

Wil een foto auteursrechtelijk beschermd zijn dan moet zij als “werk” in de zin van de auteurswet zijn aan te merken. Zij moet dan een voortbrengsel zijn dat de zintuiglijk waarneembare belichaming vormt van een geestelijke schepping die een eigen oorspronkelijk karaker bezit en het persoonlijk stempel van de maker draagt. Niet het technische kunnen van de fotograaf is beslissend maar de creativiteit die zich in het resultaat van het hanteren van de techniek uit. Een foto kan het eigen persoonlijk karakter ontlenen aan onder meer de keuzes met betrekking tot het te fotograferen object, de keuze van de toegepaste technieken, de belichting daaronder begrepen en de wijze waarop die technieken worden toegepast. Door de vele keuzemogelijkheden op het gebied van techniek, positionering en aankleding van onderwerp en achtergrond is al snel sprake van een “werk” in de zin van artikel 10 Aw.

Het vastleggen van foto’s in een computergeheugen, waaronder te verstaan een server, is een vorm van verveelvoudigen in de zin van artikel 13 Aw is. Daarmee blijven die foto’s beschikbaar voor de inbreukmaker. Voor het aannemen van verveelvoudigen in de zin van artikel 13 Aw is niet vereist dat de vastgelegde foto’s met het blote oog waarneembaar zijn. De omstandigheid dat de foto’s op de server voor het publiek niet of zeer moeilijk toegankelijk waren brengt dan ook niet mee dat van verveelvoudigen geen sprake is.

Uit het aan artikel 50 van de TRIPs overeenkomst jo artikel 1019i Rv ten grondslag liggende systeem, waarbij beslissingen van de voorzieningenrechter in zaken als hier aan de orde voorlopig zijn en alleen van kracht kunnen blijven door een vordering in een bodemzaak in te stellen, volgt dat het belang van Dreamgirl c.s. bij het instellen van de onderhavige vordering gegeven is. Het zou in strijd met dat systeem zijn indien Dreamgirl c.s. niet-ontvankelijk zouden worden verklaard vanwege gebrek aan belang op de enkele grond dat louter door het instellen van een vordering in een hoofdzaak het van kracht blijven van de beslissing in kort geding zou zijn gewaarborgd. De bedoeling van voormeld stelsel is immers de voorlopige beslissing te laten volgen door een beslissing ten gronde in een hoofdzaak.

De hoogte van het op grond van artikel 27a Aw toe te wijzen bedrag aan schadevergoeding dient in een procedure - en derhalve niet buiten rechte waartoe de vordering strekte - te worden begroot (mede) op grond van de door de accountant te controleren en te waarmerken opgave van de als gevolg van de inbreuk door gedaagde behaalde netto winst en de door partijen over de hoogte van die netto winst in te nemen standpunten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK BREDA

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 240350 / HA ZA 11-1349

Vonnis van 19 september 2012

in de zaak van

1. de vennootschap naar buitenlands recht

LOVIN' ENTERPRISES INC.DBA DREAMGIRL INTERNATIONAL,

gevestigd te Bell, Californië, Verenigde Staten van Amerika,

2. [eiser 2] MEDE H.O.D.N. DREAMGIRL,

wonende te [woonplaats],

eisers in de hoofdzaak,

verweersters in het incident,

advocaat mr. R.M. van Rompaey,

tegen

[gedaagde] HODN BENSTOUT,

wonende te [woonplaats],

gedaagde in de hoofdzaak,

eiser in het incident,

advocaat mr. C.M. van den Reek.

Partijen zullen hierna ook Dreamgirl c.s. en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 2 mei 2012 en de daarin vermelde stukken

- het proces-verbaal van comparitie van 20 augustus 2012 en de daarin vermelde stukken.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Het geschil

2.1. Dreamgirl c.s. vorderen bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

Primair:

1. te verklaren voor recht dat [gedaagde] inbreuk maakt op de auteursrechten van eiseres sub 1 alsook op de licentierechten daarop van eiser sub 2, door de in het lichaam van deze dagvaarding beschreven en afgebeelde werken (foto’s), alsook alle overige foto’s van eiseres sub 1, te verveelvoudigen en/of openbaar te maken, al dan niet in gewijzigde vorm;

2. [gedaagde] te gebieden zich met onmiddellijke ingang na betekening van het te wijzen vonnis te onthouden van iedere directe en indirecte inbreuk op de auteursrechten van eiseres sub 1 en de licentierechten daarop van eiser sub 2 op alle hierboven onder 1. bedoelde werken (foto’s), en derhalve het openbaar maken en/of verveelvoudigen van deze werken, op welke wijze dan ook, te staken en gestaakt te houden;

Subsidiair:

3. [gedaagde] te gebieden om met onmiddellijke ingang na betekening van het te wijzen vonnis ieder onrechtmatig handelen jegens Dreamgirl c.s., bestaande uit het slaafs nabootsen en gebruik van de in het lichaam van de dagvaarding beschreven foto’s, alsook alle overige foto’s van eiseres sub 1, te staken en gestaakt te houden, op welke wijze ook, waaronder begrepen doch niet beperkt tot het gebruik van de beschreven foto’s voor het aanbieden van lingerie die niet afkomstig is van Dreamgirl c.s.;

Zowel primair als subsidiair:

4. [gedaagde] te gebieden binnen uiterlijk zeven dagen na betekening van het te wijzen vonnis aan de advocaat van Dreamgirl c.s., mr. R.M. van Rompaey, te doen toekomen een schriftelijke, door een onafhankelijke accountant, niet zijnde de huisaccountant, gecontroleerde en gewaarmerkte opgave van de volgende informatie:

a. de aantallen inbreukmakende foto’s, gerangschikt per foto, die [gedaagde] op zijn website benstout.nl danwel anderszins heeft openbaar gemaakt/verveelvoudigd, waaronder begrepen, doch niet beperkt tot, alle foto’s die [gedaagde] heeft verkregen via de Chinese onderneming Xinsimei Lingerie Co. Ltd h.o.d.n. DGlingerie;

b. de namen, adressen en overige contactgegevens van de partijen van wie [gedaagde] inbreukmakende fotografie heeft verkregen, op welke wijze ook, zulks gerangschikt per vorenbedoelde partij;

c. de aantallen van de door of in opdracht van [gedaagde] via de website benstout.nl of anderszins aangeboden lingerie, die door [gedaagde] is aangeprezen met afbeeldingen van fotografie van Dreamgirl c.s.;

d. de afnemers van [gedaagde], voor zover deze lingerie bij [gedaagde] hebben betrokken die werd aangeboden met gebruikmaking van de inbreukmakende fotografie, zulks gerangschikt per afnemer, onder overlegging van kopieën van de daarop betrekking hebbende facturen en onder mededeling van adres(sen), e-mailadres(sen), telefoon- en telefaxnummer(s);

e. de met de verkoop van lingerie, die is aangeprezen met fotografie van Dreamgirl c.s., behaalde omzet en winst;

5. te verklaren voor recht dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de door Dreamgirl c.s. geleden en nog te lijden schade als gevolg van de auteursrechtinbreuk door [gedaagde], althans als gevolg van de onrechtmatige handelwijze van [gedaagde];

6. [gedaagde] te veroordelen tot vergoeding van de door Dreamgirl c.s. geleden c.q. te lijden schade als gevolg van de inbreuk op hun auteursrechten, althans als gevolg van de onrechtmatige daad, deze schade nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

7. [gedaagde] te gebieden de hierboven onder 4.e bedoelde winst aan Dreamgirl c.s. af te dragen, zulks door betaling binnen zeven dagen na bekendmaking daarvan door [gedaagde] conform het hierboven onder 4. gevorderde gebod, op de door Dreamgirl c.s. aan te geven wijze;

8. te verklaren voor recht dat [gedaagde] het vonnis in kort geding van de rechtbank Breda van 27 juni 2011 (235295 KG ZA 11-282) heeft overtreden, onder meer door de foto’s die onderwerp waren van de voornoemde kort geding procedure niet (tijdig) van de server(s) te (doen) verwijderen, alsook door nieuwe afbeeldingen op zijn website te plaatsen;

9. [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan Dreamgirl c.s. van een dwangsom van EURO 10.000,-, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen dwangsom, voor iedere dag dat [gedaagde] met de gehele of gedeeltelijke nakoming van de onder 2., 3. en/of 4. verzochte bevelen in gebreke blijft;

10. [gedaagde] te veroordelen in de redelijke en evenredige kosten van het geding, waaronder ex artikel 1019h Rv begrepen de werkelijk gemaakte advocaatkosten, zulks te begroten conform een door Dreamgirl c.s. nader over te leggen specificatie, althans op een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen bedrag, een en ander in geval van niet tijdige voldoening na betekening van het te wijzen vonnis te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten tot de dag der algehele voldoening.

2.2. [gedaagde] heeft de vorderingen weersproken.

3. De beoordeling

3.1. De rechtbank stelt in deze procedure tussen partijen de volgende feiten vast.

a. Eiseres sub 1 (hierna: Dreamgirl) ontwerpt en produceert erotische lingerie die zij onder het merk DREAMGIRL (hierna: merk Dreamgirl) in diverse landen op de markt brengt. De foto’s van modellen die deze lingerie dragen worden door Dreamgirl met aanprijzende teksten afgebeeld in catalogi en ook op haar website www.dreamgirldirect.com.

b. Dreamgirl heeft met [eiser 2] een exclusieve distributieovereenkomst gesloten en heeft in dat kader aan [eiser 2] een licentierecht toegekend op het gebruik van alle rechten van intellectuele eigendom van Dreamgirl, waaronder ook de auteursrechten op de fotografie en de teksten afgebeeld in de catalogi en op de website.

c. [eiser 2] biedt de producten van Dreamgirl aan op zijn website www.dreamgirllingerie.nl, voorzien van foto’s van Dreamgirl.

d. [gedaagde] exploiteert sinds 2009 een online winkel in erotische producten, waaronder erotische lingerie en biedt zijn producten ondermeer aan via de website www.benstout.nl. Deze website wordt gefaciliteerd door mijnwebwinkel.nl. [gedaagde] heeft in het verleden tot in januari 2011 op regelmatige basis producten van het merk Dreamgirl betrokken bij [eiser 2]. Om die producten aan te prijzen heeft hij foto’s van Dreamgirl gebruikt.

e. In maart 2011 heeft [eiser 2] bemerkt dat [gedaagde], ondanks dat de klantenrelatie tussen partijen was beëindigd, op zijn website www.benstout.nl zonder toestemming van Dreamgirl c.s. fotomateriaal van Dreamgirl had afgebeeld ter aanprijzing van erotische artikelen die niet van het merk Dreamgirl waren.

f. Dreamgirl c.s. hebben [gedaagde] gedagvaard in kort geding De voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft bij vonnis van 27 juni 2011 als volgt beslist.

“gebiedt [gedaagde] om, met ingang van drie dagen na de betekening van dit vonnis, zich te

onthouden van iedere directe of indirecte inbreuk op de auteursrechten van Dreamgirl Int. als wel

op de licentierechten van [eiser 2], met betrekking tot alle ten behoeve van Dreamgirl Int. door het

auteursrecht beschermde foto’s die zijn afgebeeld op de websites dreamgirldirect.com en

dreamgirllingerie.nl, en derhalve het openbaar maken en/of verveelvoudigen van deze foto’s op

welke wijze ook, derhalve ook in gewijzigde vorm, te staken en gestaakt te houden;

gebiedt [gedaagde] om de foto’s zoals hierboven bedoeld binnen drie dagen na betekening van dit

vonnis volledig en genoegzaam te (doen) verwijderen en verwijderd te (doen) houden van de

website(s) van [gedaagde], alsook van de servers waarop de foto’s zijn opgeslagen, en uit alle

overige (promotionele) materialen van [gedaagde] waarin deze zijn verveelvoudigd en/of worden

openbaar gemaakt;

(…)

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan eisers van een dwangsom van EURO 500,- voor iedere dag dat

[gedaagde] met de gehele of gedeeltelijke nakoming van de hiervoor opgelegde geboden in gebreke

blijft alsook - ter keuze van eisers- per overtreding, waarbij elke inbreukmakende foto als

overtreding wordt beschouwd, met bepaling dat in totaal aan dwangsommen maximaal EURO 50.000,- kan worden verbeurd;

(…)”

Tegen dit vonnis is geen hoger beroep ingesteld.

g. Vervolgens hebben Dreamgirl c.s. bij brief van 13 juli 2011 aan [gedaagde] medegedeeld dat hij niet volledig gehoor heeft gegeven aan de veroordelingen van voormeld vonnis. Daarbij hebben zij gewezen op processen-verbaal van constatering van een deurwaarder van 2 t/m 6 juli 2011. Dreamgirl c.s. hebben daarop executoriaal beslag laten leggen onder zaken van [gedaagde], stellende dat hij EURO 50.000,- aan dwangsommen heeft verbeurd.

h. De voorzieningenrechter heeft naar aanleiding van het door [gedaagde] aanhangig gemaakte kort geding bij vonnis van 1 september 2011 als volgt beslist.

“gebiedt Dreamgirl de executie van het tussen partijen gewezen vonnis in kort geding van 27 juni 2011 (…) te staken en gestaakt te houden, voor zover het betreft de foto’s genoemd in de processen-verbaal van 2, 4, 5 en 6 juli 2011 (...)

(…)”

Dreamgirl c.s. heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.

3.2. Dreamgirl c.s. baseren hun vorderingen op de stelling dat op de foto’s in de catalogi van Dreamgirl en op de websites van Dreamgirl c.s. auteursrecht rust en dat zij op grond van het makerschap (Dreamgirl), dan wel het licentiehouderschap ([eiser 2]), de daaraan in de Auteurswet verbonden rechten geldend kunnen maken. Volgens Dreamgirl c.s. heeft [gedaagde] inbreuk gemaakt op het auteursrecht, reden waarom zij de onder 2. weergegeven vorderingen instellen.

3.3. De rechtbank beoordeelt de vorderingen, daarbij de verweren van [gedaagde] betrekkend, als volgt.

3.4. Aan de orde is allereerst of de in de dagvaarding beschreven en in producties afgebeelde foto’s auteursrechtelijke bescherming toekomt. Wil een foto auteursrechtelijk beschermd zijn dan moet zij als “werk” in de zin van de auteurswet zijn aan te merken. Zij moet dan een voortbrengsel zijn dat de zintuiglijk waarneembare belichaming vormt van een geestelijke schepping die een eigen oorspronkelijk karaker bezit en het persoonlijk stempel van de maker draagt. Niet het technische kunnen van de fotograaf is beslissend maar de creativiteit die zich in het resultaat van het hanteren van de techniek uit. Een foto kan het eigen persoonlijk karakter ontlenen aan onder meer de keuzes met betrekking tot het te fotograferen object, de keuze van de toegepaste technieken, de belichting daaronder begrepen en de wijze waarop die technieken worden toegepast.

3.4.1. Dreamgirl c.s. hebben gesteld dat Dreamgirl bij het maken van de foto’s, alsook bij de nabewerking subjectieve keuzes heeft gemaakt met betrekking tot de begrenzing van het onderwerp van de foto’s, de afstand van de camera ten opzichte van de gefotografeerde objecten, de positionering van de modellen en overige compositiekeuzes, de hoek waaronder gefotografeerd is, de wijze waarop gebruik is gemaakt van licht(inval), het moment, de brandpuntafstand van de gekozen lens en de keuze van de gebruikte lens. Zij hebben voorts gewezen op diverse USA Copyright Registration Certificates voor Dreamgirl fotocollecties.

3.4.2. De rechtbank stelt vast dat Dreamgirl c.s. ter onderbouwing van hun stellingen omtrent hun auteursrecht hebben gewezen op de foto’s, die in de als productie 10 overgelegde catalogi van Dreamgirl zijn opgenomen en op de foto’s in de met nummer 62/11 gedeponeerde brochure “Red Diamond”, in het bijzonder ook, als het om de gestelde inbreuken gaat, de in die catalogi en brochure gemarkeerde foto’s, . De catalogi betreffen “2008/2009 Fall/Holiday/Valentines Collection”, “2008/2009 Collection”, “2009/2010 Fall/Holiday/Valentines Collection”, “2009/2010 Collection”, “2010/2011 Fall/Holiday/Valentines Collection”, “2010/2011 Costume Collection”, “2010/2011 Collection” en 2011/2012 Collection”.

3.4.3. De rechtbank is van oordeel dat de in de hiervoor genoemde catalogi en brochure opgenomen foto’s een werk in de zin van artikel 10 Aw bevatten. De onder 3.4.1. genoemde subjectieve keuzes hebben hierin geresulteerd dat de foto’s een eigen persoonlijk karakter hebben. Naast de weergegeven technische keuzes gaat het om de in samenhang te beziene keuzes voor het model, voor de lingerie van het model, voor de positionering van het model en voor de achtergrond. De rechtbank heeft voorts geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de foto’s niet oorspronkelijk zijn omdat sprake zou zijn van ontlening aan andere eerder openbaar gemaakte werken.

3.4.4. [gedaagde] heeft gesteld dat alle foto’s die op de markt vindbaar zijn, zowel die van Dreamgirl als die van andere aanbieders, dames tonen in lingerie die in vrijwel dezelfde poses en met sterk op elkaar lijkende achtergronden wordt aangeprezen en dat de foto’s van Dreamgirl daarom geen eigen oorspronkelijk karakter kennen en geen persoonlijk stempel van de maker dragen. Het door [gedaagde] gestelde miskent dat de foto’s van Dreamgirl juist door de onder 3.4.1. en 3.4.3. weergegeven subjectieve keuzes het persoonlijk stempel van de maker hebben meegekregen. Het enkele feit dat er foto’s van lingeriemodellen zijn die veel op die van Dreamgirl lijken geldt als een onvoldoende gemotiveerde betwisting van die keuzes en het gevolg daarvan. Het geldt eveneens als een onvoldoende gemotiveerde betwisting op het punt van de oorspronkelijkheidseis. Als de foto’s van Dreamgirl al veel op foto’s van andere aanbieders lijken dan betekent dat nog niet dat Dreamgirl bij het maken van haar foto’s heeft ontleend aan foto’s van die andere aanbieders. Door de vele keuzemogelijkheden op het gebied van techniek, positionering en aankleding van onderwerp en achtergrond is al snel sprake van een “werk” in de zin van artikel 10 Aw. De in 3.4.3. weergegeven aspecten zorgen voor het onderscheid met foto’s van dode voorwerpen zoals bijvoorbeeld een bankstel in welke gevallen sprake kan zijn - dat is niet per definitie zo - van onvoldoende creativiteit die zich in het resultaat van het hanteren van de techniek heeft geuit. Het verweer van [gedaagde] wordt dan ook verworpen.

3.5. De vordering onder 1 luidt: te verklaren voor recht dat [gedaagde] inbreuk maakt op de auteursrechten van eiseres sub 1 alsook op de licentierechten daarop van eiser sub 2, door de in het lichaam van deze dagvaarding beschreven en afgebeelde werken (foto’s), alsook alle overige foto’s van eiseres sub 1, te verveelvoudigen en/of openbaar te maken, al dan niet in gewijzigde vorm.

3.5.1. Waar Dreamgirl c.s., gelet op het oordeel dat de in 3.4.2. vermelde foto’s een werk in de zin van artikel 10 Aw bevatten, op de Aw gebaseerde rechten geldend kunnen maken, is nu aan de orde de beoordeling van de stelling dat [gedaagde] inbreuk op het auteursrecht heeft gemaakt. Het oordeel dat van inbreuk sprake is, kan alleen worden gebaseerd op de vaststelling dat [gedaagde] een of meer concreet aangeduide foto’s van Dreamgirl heeft verveelvoudigd of openbaar gemaakt, al dan niet in gewijzigde vorm, en op erkenning van inbreuk door [gedaagde] zelf. Aan de orde is dan ook eerst welke concrete fotovoorbeelden van inbreukmakende handelingen Dreamgirl c.s. in de dagvaarding hebben genoemd. De rechtbank stelt vast dat Dreamgirl c.s. hebben gewezen op de als productie 10 overgelegde catalogi van Dreamgirl met daarin gevoegd screenprints van de website van [gedaagde] met foto’s. Ook hebben zij gewezen op voormelde gedeponeerde brochure met daarin gevoegd een screenprint van de website van [gedaagde] met foto. Tot slot hebben zij gewezen op de in 3.1. sub g. genoemde processen-verbaal van de deurwaarder. In die processen-verbaal zijn echter geen foto’s afkomstig van de catalogi of de websites van Dreamgirl of [eiser 2] getoond. Ook anderszins zijn niet concreet foto’s van Dreamgirl aangeduid. De rechtbank kan dan slechts beoordelen of [gedaagde] met de foto’s genoemd in die processen-verbaal inbreuk maakt op het auteursrecht van Dreamgirl door te onderzoeken of [gedaagde] enige inbreuk heeft erkend.

3.5.2. Vergelijking van de foto’s in voormelde catalogi en brochure van Dreamgirl met de in die catalogi en brochure gevoegde screenprints van de website van [gedaagde] met foto’s laat in alle gevallen zien dat de door [gedaagde] openbaar gemaakte foto’s zijn ontleend aan die van Dreamgirl; bewerking heeft slechts plaatsgehad in de vorm van het bijsnijden van de foto of het spiegelen ervan. Daarmee is geen nieuw werk in de zin van artikel 10 Aw ontstaan. Voor zover [gedaagde] gedurende een periode toestemming heeft gehad, geldt dat gesteld noch gebleken is dat deze toestemming ook nog op de hier beoordeelde foto’s van Dreamgirl betrekking had.

3.5.3. Wat betreft de door Dreamgirl c.s. vermelde processen-verbaal geldt dat [gedaagde] in de procedure die heeft geleid tot het vonnis in kort geding van 1 september 2011 in de dagvaarding en ter zitting heeft erkend dat op zijn server 10 foto’s aanwezig waren die ook op de website van Dreamgirl en/of [eiser 2] waren geplaatst. De stelling van Dreamgirl c.s. in die procedure, dat [gedaagde] heeft erkend dat hij een groter aantal foto’s op de server had staan die ook op de website van Dreamgirl en/of [eiser 2] waren geplaatst, vindt geen steun in de stukken van [gedaagde]. Door het aanwezig hebben van 10 foto’s heeft [gedaagde] inbreuk gemaakt op het auteursrecht van Dreamgirl bestaande uit het zonder toestemming verveelvoudigen van die foto’s. Het vastleggen van foto’s in een computergeheugen, waaronder te verstaan een server, is een vorm van verveelvoudigen in de zin van artikel 13 Aw is. Daarmee blijven die foto’s beschikbaar voor de inbreukmaker. Voor het aannemen van verveelvoudigen in de zin van artikel 13 Aw is niet vereist dat de vastgelegde foto’s met het blote oog waarneembaar zijn. De omstandigheid dat de foto’s op de server voor het publiek niet of zeer moeilijk toegankelijk waren brengt dan ook niet mee dat van verveelvoudigen geen sprake is.

3.5.4. Voor de vordering onder 2.1., sub 1. betekent dit dat deze zal worden toegewezen in die zin dat voor recht wordt verklaard dat [gedaagde] inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten van Dreamgirl alsook op de licentierechten daarop van [eiser 2], door de afgebeelde werken (foto’s), zoals die met bijvoeging van screenprints van de website van [gedaagde] met foto’s zijn aangeduid in de als productie 10 bij dagvaarding overgelegde catalogi en de onder nummer 62/11 gedeponeerde brochure, te verveelvoudigen en/of openbaar te maken, al dan niet in gewijzigde vorm. De 10 foto’s die op de server zijn blijven staan betroffen kennelijk foto’s die onderwerp waren van de kort geding procedure en derhalve onder de hiervoor aangeduide foto’s vallen.

3.6. De vordering onder 2.1., sub 2. luidt: [gedaagde] te gebieden zich met onmiddellijke ingang na betekening van het te wijzen vonnis te onthouden van iedere directe en indirecte inbreuk op de auteursrechten van eiseres sub 1 en de licentierechten daarop van eiser sub 2 op alle hierboven onder 2.1., sub 1. bedoelde werken (foto’s), en derhalve het openbaar maken en/of verveelvoudigen van deze werken, op welke wijze dan ook, te staken en gestaakt te houden.

3.6.1. Dreamgirl c.s. hebben deze verstrekkende vordering, die alle foto’s van Dreamgirl betreft, gemotiveerd met de ten behoeve van het kort geding op 17 juni 2011 betrokken en in deze zaak herhaalde stelling dat Dreamgirl c.s. ten behoeve van een effectieve rechtshandhaving, gegeven de bijzondere omstandigheden van deze zaak en gelet op de kwade trouw, althans gelet op de aan opzet grenzende onzorgvuldigheid aan de zijde van [gedaagde], recht en belang hebben bij een verderstrekkend verbod dan uitsluitend ten aanzien van de in het geding zijnde foto’s en de in producties afgebeelde foto’s. Dreamgirl c.s. hebben voorts gesteld dat [gedaagde] ook na het vonnis van 17 juni 2011 inbreuk op het auteursrecht van Dreamgirl heeft gemaakt.

3.6.2. Of een algemeen verbod, met dwangsom, zoals Dreamgirl c.s. vorderen, geboden en toewijsbaar is hangt af van de omstandigheden van het geval. In de beoordeling dient te worden betrokken of er, mede gelet op alle bijzondere omstandigheden van het geval, voldoende grond bestaat om te vrezen dat ook op de andere beschermde werken van Dreamgirl c.s. inbreuk zal plaatsvinden.

3.6.3. Het verweer van [gedaagde], dat Dreamgirl c.s. geen belang bij deze vordering hebben omdat de voorzieningenrechter bij vonnis van 27 juni 2011 reeds een dergelijk gebod heeft opgelegd, wordt verworpen. Artikel 1019i, lid 1 Rv luidt als volgt:In zaken betreffende vorderingen tot het gelasten van voorlopige maatregelen als bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom, als bijlage 1C gevoegd bij de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (Trb. 1995, 130, TRIPs), bepaalt de voorzieningenrechter bij het treffen van een voorlopige voorziening een redelijke termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak. De voorlopige voorziening verliest haar kracht wanneer een eis in de hoofdzaak niet binnen die termijn is ingesteld en de gedaagde een daartoe strekkende verklaring bij de griffie indient. Is de verklaring ingediend na het verstrijken van de gestelde termijn, dan verliest de voorlopige voorziening haar kracht met de indiening van de verklaring.

De bij vonnis van 17 juni 2011 in kort geding gegeven beslissingen zijn aan te merken als voorlopige maatregelen in de zin van artikel 50 van de TRIPs overeenkomst. Het gebod van de voorzieningenrechter aan [gedaagde] om inbreukmakend handelen te staken zou derhalve - na een daartoe strekkende verklaring van [gedaagde] - vervallen behoren te worden verklaard indien Dreamgirl c.s. geen vordering strekkende tot staking van inbreukmakend handelen in een hoofdzaak zouden hebben ingesteld. Dreamgirl c.s. waren dan ook gelet op artikel 1019i Rv gehouden deze vordering in deze zaak in te stellen teneinde te voorkomen dat de in kort geding gegeven beslissing haar kracht zou verliezen. Uit het aan artikel 50 van de TRIPs overeenkomst jo artikel 1019i Rv ten grondslag liggende systeem, waarbij beslissingen van de voorzieningenrechter in zaken als hier aan de orde voorlopig zijn en alleen van kracht kunnen blijven door een vordering in een bodemzaak in te stellen, volgt dat het belang van Dreamgirl c.s. bij het instellen van de onderhavige vordering gegeven is. Het zou in strijd met dat systeem zijn indien Dreamgirl c.s. niet-ontvankelijk zouden worden verklaard vanwege gebrek aan belang op de enkele grond dat louter door het instellen van een vordering in een hoofdzaak het van kracht blijven van de beslissing in kort geding zou zijn gewaarborgd. De bedoeling van voormeld stelsel is immers de voorlopige beslissing te laten volgen door een beslissing ten gronde in een hoofdzaak.

3.6.4. De rechtbank stelt vast dat [gedaagde] in de periode vanaf het einde van de handelsrelatie met [eiser 2] tot aan het vonnis van de voorzieningenrechter een behoorlijk aantal foto’s waarop het auteursrecht van Dreamgirl rust openbaar heeft gemaakt op zijn website. Uit vorenstaande beoordeling betreffende inbreukmakend handelen volgt dat de rechtbank in deze procedure niet heeft kunnen vaststellen dat [gedaagde] na dat vonnis nog foto’s waarop het auteursrecht van Dreamgirl rust op zijn website www.benstout.nl heeft verveelvoudigd of openbaar heeft gemaakt. Wel heeft [gedaagde] tot omstreeks 6 juli 2011 tien foto’s waarop het auteursrecht van Dreamgirl rust op zijn server laten staan. [gedaagde] heeft onweersproken gesteld dat hij deze foto’s snel van zijn server heeft verwijderd. De rechtbank zal hierna beoordelen of [gedaagde] daarmee in strijd met het gebod van de voorzieningenrechter heeft gehandeld. Voor de onderhavige beoordeling acht de rechtbank van belang vast te stellen dat het kort geding van juni 2011 en de aanschrijving van [gedaagde] naar aanleiding van de deurwaardersexploiten van 2 t/m 6 juli 2011 tot gevolg hebben gehad dat, gelet op de in deze procedure aan de rechtbank aangereikte feiten, geen verdere inbreuk op het auteursrecht van Dreamgirl is vastgesteld. Door het tijdsverloop van meer dan een jaar heeft de ernst van de inbreuk in de eerste helft van 2011 aanmerkelijk aan gewicht ingeboet. Bij gebreke van andere door Dreamgirl c.s. gestelde en door de rechtbank onderschreven concrete feiten of omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat er thans onvoldoende grond bestaat om te vrezen dat [gedaagde] na dit vonnis ook op de andere beschermde werken van Dreamgirl c.s. inbreuk zal maken.

3.6.5. De vordering onder 2.1., sub 2. zal worden toegewezen in die zin dat [gedaagde] zal worden geboden zich met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis te onthouden van iedere inbreuk op de auteursrechten van eiseres sub 1 en de licentierechten daarop van eiser sub 2 op afgebeelde werken (foto’s), zoals die met bijvoeging van screenprints van de website van [gedaagde] met foto’s zijn aangeduid in de als productie 10 bij dagvaarding overgelegde catalogi en de onder nummer 62/11 gedeponeerde brochure, en derhalve het openbaar maken en/of verveelvoudigen van deze werken, op welke wijze dan ook, te staken en gestaakt te houden. De 10 foto’s die op de server zijn blijven staan betroffen kennelijk foto’s die onderwerp waren van de kort geding procedure en derhalve onder de hiervoor aangeduide foto’s vallen.

3.7. De vordering onder 2.1., sub 3 behoeft gelet op de toewijzing van de voorgaande vorderingen geen bespreking.

3.8. De vordering onder 2.1., sub 4 strekt tot het verkrijgen van schriftelijke, door een onafhankelijke accountant, niet zijnde de huisaccountant, gecontroleerde en gewaarmerkte opgave van de volgende informatie:

a. de aantallen inbreukmakende foto’s, gerangschikt per foto, die [gedaagde] op zijn website benstout.nl danwel anderszins heeft openbaar gemaakt/verveelvoudigd, waaronder begrepen, doch niet beperkt tot, alle foto’s die [gedaagde] heeft verkregen via de Chinese onderneming Xinsimei Lingerie Co. Ltd h.o.d.n. DGlingerie;

b. de namen, adressen en overige contactgegevens van de partijen van wie [gedaagde] inbreukmakende fotografie heeft verkregen, op welke wijze ook, zulks gerangschikt per vorenbedoelde partij;

c. de aantallen van de door of in opdracht van [gedaagde] via de website benstout.nl of anderszins aangeboden lingerie, die door [gedaagde] is aangeprezen met afbeeldingen van fotografie van Dreamgirl c.s.;

d. de afnemers van [gedaagde], voor zover deze lingerie bij [gedaagde] hebben betrokken die werd aangeboden met gebruikmaking van de inbreukmakende fotografie, zulks gerangschikt per afnemer, onder overlegging van kopieën van de daarop betrekking hebbende facturen en onder mededeling van adres(sen), e-mailadres(sen), telefoon- en telefaxnummer(s);

e. de met de verkoop van lingerie, die is aangeprezen met fotografie van Dreamgirl c.s., behaalde omzet en winst;

3.8.1. Artikel 27a, lid 1 Aw luidt:

Naast schadevergoeding kan de maker of zijn rechtverkrijgende vorderen dat degene die inbreuk op het auteursrecht heeft gemaakt, wordt veroordeeld de door deze ten gevolge van de inbreuk genoten winst af te dragen en dienaangaande rekening en verantwoording af te leggen.

Artikel 28, lid 9 Aw luidt:

De rechter kan op vordering van de gerechtigde degene die inbreuk op diens recht heeft gemaakt, bevelen al hetgeen hem bekend is omtrent de herkomst en distributiekanalen van de goederen of diensten die inbreuk maken, aan de gerechtigde mee te delen en alle daarop betrekking hebbende gegevens aan deze te verstrekken. Onder dezelfde voorwaarden kan dit bevel worden gegeven aan een derde die op commerciële schaal inbreukmakende goederen in zijn bezit heeft of gebruikt, die op commerciële schaal diensten verleent die bij de inbreuk worden gebruikt, of die door een van deze derden is aangewezen als zijnde betrokken bij de productie, fabricage of distributie van deze goederen of bij het verlenen van deze diensten. Deze derde kan zich verschonen van het verstrekken van informatie die bewijs zou vormen van deelname aan een inbreuk op een recht van intellectuele eigendom door hem zelf of door de andere in artikel 165, derde lid, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bedoelde personen.

3.8.2. De vorderingen onder 3.8., sub a. en e. houden verband met de vordering tot winstafdracht ex artikel 27a Aw. Ze dienen ter onderbouwing van de winstberekening. Daarom zijn deze vorderingen toewijsbaar. Wat betreft de vordering onder a. geldt dat deze wordt toegewezen voor de overzichtelijkheid van het op te stellen rapport; de foto’s die het betreft zijn de foto’s, zoals die met bijvoeging van screenprints van de website van [gedaagde] met foto’s zijn aangeduid in de als productie 10 bij dagvaarding overgelegde catalogi en de onder nummer 62/11 gedeponeerde brochure. Daarvan is auteursrechtinbreuk vastgesteld. De 10 foto’s die op de server zijn blijven staan vallen onder die foto’s. De vordering onder c. voegt niets toe ten opzichte van de vordering onder e. die dienstig is voor de winstvaststelling. De vordering onder c. betreft immers niet de verkochte maar de aangeboden lingerie. Ook overigens is voor toewijzing van deze vordering in de artikelen 27a Aw en 28 Aw geen grond. Wat betreft de vordering onder e. geldt dat het gaat om de netto winst, maar dat het rapport tevens de bruto winst dient te vermelden. De vordering onder 3.8., sub b is gebaseerd op artikel 28, lid 9, eerste zin Aw en is daarom toewijsbaar. De vordering onder 3.8., sub d staat in te ver verwijderd verband met artikel 28, lid 9 Aw. De goederen die inbreuk maken als bedoeld in dat artikel betreft in deze zaak de foto’s van Dreamgirl en niet de lingerie van Dreamgirl. Deze vordering wordt daarom afgewezen. De rechtbank zal de termijn waarbinnen [gedaagde] de door een accountant te controleren en te waarmerken opgave aan de advocaat van Dreamgirl c.s. dient te overhandigen bepalen op 4 weken na betekening van dit vonnis.

3.9. De vordering onder 2.1., sub 5 luidt: te verklaren voor recht dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de door Dreamgirl c.s. geleden en nog te lijden schade als gevolg van de auteursrechtinbreuk door [gedaagde]. Waar de rechtbank heeft geoordeeld dat [gedaagde] inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht van Dreamgirl, is hij aansprakelijk voor schade die als gevolg van dat inbreukmakende handelen is opgetreden of optreedt. [eiser 2] is op grond van zijn licentierecht ook vorderingsgerechtigd.

3.9.1. Het verweer van [gedaagde] dat hij de foto’s van zijn Chinese leveranciers heeft gekregen en van hen toestemming had om die foto’s te gebruiken ontheft hem niet van zijn aansprakelijkheid. Voor het aannemen van aansprakelijkheid is voldoende dat het [gedaagde] is toe te rekenen dat hij inbreuk heeft gemaakt. [gedaagde] was door [eiser 2] al bij e-mail gewezen op het feit dat hij met foto’s op zijn website inbreuk maakte op het auteursrecht van Dreamgirl op door haar gemaakte foto’s. Een groot deel van die foto’s was afkomstig van een Chinese onderneming die handelt onder de naam DGlingerie. Op veel foto’s is ook een artikelnummer met de letters DG vermeld. Gelet op de waarschuwing die van de e-mail van [eiser 2] uitging, de bekendheid van [gedaagde] met Dreamgirl en de bij de naam Dreamgirl aangehaakte naam van de Chinese leverancier had [gedaagde] daarna ten minste behoren te onderzoeken of hij met het openbaar maken of verveelvoudigen van foto’s geen inbreuk maakte op het auteursrecht van Dreamgirl. [gedaagde] heeft echter niets gedaan, zelf geen navraag bij [eiser 2], hetgeen voor de hand had gelegen. De vordering behoort dan ook te worden toegewezen.

3.10. De vorderingen onder 2.1., sub 6 en 7 luiden: [gedaagde] te veroordelen tot vergoeding van de door Dreamgirl c.s. geleden c.q. te lijden schade als gevolg van de inbreuk op hun auteursrechten, nader op te maken bij staat, en [gedaagde] te gebieden de hierboven onder 4.e bedoelde winst aan Dreamgirl c.s. af te dragen, zulks door betaling binnen zeven dagen na bekendmaking daarvan door [gedaagde] conform het hierboven onder 4. gevorderde gebod, op de door Dreamgirl c.s. aan te geven wijze.

3.10.1. Winstafdracht ex artikel 27a Aw betreft een vorm van schadevergoeding. Dat artikel, waaraan mede dezelfde gedachte ten grondslag ligt als aan artikel 6:104 BW, biedt de auteursrechthebbende de mogelijkheid in geval van inbreuk schadevergoeding te krijgen, begroot op het bedrag van de door de inbreukmaker als gevolg van de inbreuk gemaakte winst, teneinde de rechthebbende tegemoet te komen indien zijn schade moeilijk aantoonbaar is, maar de aanwezigheid van enige (vorm van) schade aannemelijk is. Gelet op de vordering van Dreamgirl c.s. lijken zij te veronderstellen dat de begroting van het bedrag aan af te dragen winst buiten rechte kan plaatshebben. Die veronderstelling is onjuist. De hoogte van het op grond van artikel 27a Aw toe te wijzen bedrag aan schadevergoeding dient in een procedure te worden begroot (mede) op grond van de door de accountant te controleren en te waarmerken opgave van de als gevolg van de inbreuk door [gedaagde] behaalde netto winst en de door partijen over de hoogte van die netto winst in te nemen standpunten.

3.10.2. Voor verwijzing naar de schadestaat procedure is voldoende dat Dreamgirl c.s. feiten stellen die de rechtbank tot het oordeel kunnen leiden dat de mogelijkheid dat zij schade hebben geleden aannemelijk is. Uit de feitelijke aard van het handelen van [gedaagde], te weten het zonder recht gebruiken van foto’s waarop het auteursrecht van Dreamgirl rust met als doel lingerie van een ander merk dan Dreamgirl aan klanten te verkopen, volgt dat de mogelijkheid dat Dreamgirl c.s. als gevolg daarvan schade hebben geleden aannemelijk is. In een schadestaat procedure dient vervolgens aannemelijk te worden gemaakt dat daadwerkelijk (enige) schade is geleden en dienen schadeposten zoveel als mogelijk te worden onderbouwd. In een schadestaat procedure kan voorts worden beoordeeld of Dreamgirl c.s. winst hebben gederfd en zo ja tot welk bedrag teneinde te bezien of winstafdracht ex artikel 27a Aw dan wel schadevergoeding aan de orde is en of er grond is voor toewijzing van andere schade dan winstderving. Om deze redenen ziet de rechtbank aanleiding de vordering onder 2.1., sub 6 toe te wijzen. De vordering onder 2.1., sub 7 wordt afgewezen. In de schadestaatprocedure zal worden beoordeeld of en tot welk bedrag een vordering van Dreamgirl c.s. tot winstafdracht toewijsbaar is.

3.11. De vordering onder 2.1., sub 8 luidt: te verklaren voor recht dat [gedaagde] het vonnis in kort geding van de rechtbank Breda van 27 juni 2011 (235295 KG ZA 11-282) heeft overtreden, onder meer door de foto’s die onderwerp waren van de voornoemde kort geding procedure niet (tijdig) van de server(s) te (doen) verwijderen, alsook door nieuwe afbeeldingen op zijn website te plaatsen.

3.11.1. Uit de overwegingen in 3.5.1. en 3.6.4. volgt dat de rechtbank niet tot het oordeel is kunnen komen dat [gedaagde] na genoemd vonnis van 27 juni 2011 nog nieuwe afbeeldingen op zijn website heeft geplaatst. [gedaagde] heeft erkend dat hij na dat vonnis nog foto’s die onderwerp waren van de kort geding procedure op de server had staan.

3.11.2. Anders dan [gedaagde] stelt staat het feit dat bij deze rechtbank een executiegeschil aanhangig is geweest, waartegen Dreamgirl c.s. hoger beroep hebben ingesteld er niet aan in de weg dat de rechtbank ten gronde over de vordering van Dreamgirl c.s. beslist. Een oordeel van een voorzieningenrechter is een voorlopig oordeel, terwijl een door een voorzieningenrechter gewezen vonnis geen gezag van gewijsde tussen partijen heeft.

3.11.3. De voorzieningenrechter heeft [gedaagde] bij vonnis van 27 juni 2011 als volgt beslist:

“gebiedt [gedaagde] om, met ingang van drie dagen na de betekening van dit vonnis, zich te onthouden van iedere directe of indirecte inbreuk op de auteursrechten van Dreamgirl Int. als wel op de licentierechten van [eiser 2], met betrekking tot alle ten behoeve van Dreamgirl Int. door het auteursrecht beschermde foto’s die zijn afgebeeld op de websites dreamgirldirect.com en dreamgirllingerie.nl, en derhalve het openbaar maken en/of verveelvoudigen van deze foto’s op

welke wijze ook, derhalve ook in gewijzigde vorm, te staken en gestaakt te houden;

gebiedt [gedaagde] om de foto’s zoals hierboven bedoeld binnen drie dagen na betekening van dit vonnis volledig en genoegzaam te (doen) verwijderen en verwijderd te (doen) houden van de website(s) van [gedaagde], alsook van de servers waarop de foto’s zijn opgeslagen, en uit alle overige (promotionele) materialen van [gedaagde] waarin deze zijn verveelvoudigd en/of worden

openbaar gemaakt;”

3.11.4. Uit voormelde beslissing blijkt dat de voorzieningenrechter [gedaagde] heeft geboden elke openbaarmaking en verveelvoudiging van foto’s waarop het auteursrecht van Dreamgirl rust te staken en gestaakt te houden. De voorzieningenrechter heeft [gedaagde] geboden hieraan te voldoen door die foto’s van zijn website, van de server en van alle overige materialen waarin deze zijn verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt te (doen) verwijderen en verwijderd te houden.

3.11.5. Uit de overwegingen van het vonnis in kort geding van 27 juni 2011 blijkt dat Dreamgirl c.s. tot dat moment alleen hadden vastgesteld dat [gedaagde] zonder hun toestemming foto’s op zijn website had staan. Ook uit de overgelegde gedingstukken blijkt niet dat Dreamgirl c.s. in die tijd hadden vastgesteld dat [gedaagde] ook foto’s op de server had geplaatst of laten plaatsen. Om die reden zullen er geen overwegingen zijn gewijd aan op de server voorkomende foto’s. Het gebod in de beslissing van de voorzieningenrechter is tekstueel helder en niet voor meerdere uitleg vatbaar: iedere verveelvoudiging en openbaarmaking van foto’s van Dreamgirl behoort te worden gestaakt en daar is [gedaagde] met zoveel woorden geboden foto’s van Dreamgirl van de server te verwijderen.

3.11.6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [gedaagde] het hem gegeven gebod overtreden door 10 foto’s van Dreamgirl op de server te hebben laten staan die ook op websites van Dreamgirl c.s. waren geplaatst. De rechtbank heeft daarbij niet alleen de feitelijke situatie in de beoordeling betrokken maar ook de omstandigheid dat het vastleggen van foto’s in een computergeheugen een vorm van verveelvoudigen in de zin van artikel 13 Aw is. Daarmee blijven die foto’s beschikbaar voor de inbreukmaker. De rechtbank herhaalt hier haar eerdere overwegingen: Voor het aannemen van verveelvoudigen in de zin van artikel 13 Aw is niet vereist dat de vastgelegde foto’s met het blote oog waarneembaar zijn. De omstandigheid dat de foto’s op de server voor het publiek niet of zeer moeilijk toegankelijk waren brengt dan ook niet meer dat van verveelvoudigen geen sprake is. De omstandigheid dat [gedaagde] de foto’s op de server heeft laten staan om - zo stelt hij - te kunnen controleren of foto’s die hij in de toekomst van derden zou ontvangen verveelvoudigingen van foto’s van Dreamgirl zouden betreffen disculpeert [gedaagde] niet nu het gebod tekstueel zo duidelijk is omschreven. [gedaagde] heeft onweersproken gesteld dat de 10 foto’s gedurende 5 dagen op de server hebben gestaan. De gevorderde verklaring voor recht behoort dan ook te worden toegewezen in die zin dat [gedaagde] in strijd met het vonnis van de voorzieningenrechter heeft gehandeld door 10 foto’s die ook op websites van Dreamgirl c.s. waren geplaatst gedurende 5 dagen op de server te hebben laten staan.

3.11.7. Ten overvloede overweegt de rechtbank dat de beslissing van de voorzieningenrechter betreffende de oplegging van dwangsommen zo is te verstaan dat een dwangsom is gesteld van EURO 500,- voor elke dag dat niet aan het gegeven gebod gehoor is gegeven (in casu 5 dagen) en - zo Dreamgirl c.s. dit wensen - daar bovenop een dwangsom van EURO 500,- voor elke overtreding, zijnde elke inbreukmakende foto (in casu 10 foto’s).

3.12. De vorderingen onder 2.1., sub 9 luidt: [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan Dreamgirl c.s. van een dwangsom van EURO 10.000,-, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen dwangsom, voor iedere dag dat [gedaagde] met de gehele of gedeeltelijke nakoming van de onder 2., 3. en/of 4. verzochte bevelen in gebreke blijft.

3.12.1. Uit de beoordeling van de rechtbank met betrekking tot de inbreuk door [gedaagde] volgt dat het opleggen van een dwangsom voor het gebod onder 2.1., sub 2 op dit moment een te zwaar middel is. De rechtbank heeft immers niet kunnen vaststellen dat [gedaagde] in de periode tussen (medio) juli 2011 en heden foto’s waarop het auteursrecht van Dreamgirl rust op zijn website of server heeft geplaatst. De rechtbank ziet wel aanleiding gebruik te maken van de bevoegdheid een dwangsom op te leggen als prikkel ter nakoming van de te geven veroordeling tot het verschaffen van inlichtingen bij genoemd accountantsrapport. Een dwangsom van EURO 2.500,- per dag dat [gedaagde] in de nakoming van de te geven veroordeling tekortschiet met een maximum van EURO 25.000,- acht de rechtbank toereikend.

3.13. [gedaagde] wordt als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de kosten ex artikel 1019h Rv veroordeeld. De door Dreamgirl c.s. overgelegde specificatie sluit op een bedrag van EURO 10.900,50 exclusief EURO 560,- griffierecht. Deze kosten zijn inclusief die ten behoeve van het in deze zaak opgeworpen incident. De rechtbank heeft bij vonnis van 7 maart 2012 al geoordeeld dat [gedaagde] in de kosten van het incident wordt veroordeeld. De rechtbank zal hierna één proceskostenveroordeling uitspreken. Waar de gevorderde kosten, mede gelet op de toepasselijke indicatietarieven redelijk en evenredig zijn begroot de rechtbank de proceskosten op voormeld gespecificeerd bedrag, vermeerderd met griffierecht. De gevorderde wettelijke rente over die kosten is toewijsbaar nadat een redelijke termijn van 14 dagen na betekening dit vonnis is verstreken.

4. De beslissing

De rechtbank

in de hoofdzaak

verklaart voor recht dat [gedaagde] inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten van eiseres sub 1 alsook op de licentierechten daarop van eiser sub 2, door de afgebeelde werken (foto’s), zoals die met bijvoeging van screenprints van de website van [gedaagde] met foto’s zijn aangeduid in de als productie 10 bij dagvaarding overgelegde catalogi en de onder nummer 62/11 gedeponeerde brochure, te verveelvoudigen en/of openbaar te maken, al dan niet in gewijzigde vorm;

gebiedt [gedaagde] zich met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis te onthouden van iedere inbreuk op de auteursrechten van eiseres sub 1 en de licentierechten daarop van eiser sub 2 op afgebeelde werken (foto’s), zoals die met bijvoeging van screenprints van de website van [gedaagde] met foto’s zijn aangeduid in de als productie 10 bij dagvaarding overgelegde catalogi en de onder nummer 62/11 gedeponeerde brochure, en derhalve het openbaar maken en/of verveelvoudigen van deze werken, op welke wijze dan ook, te staken en gestaakt te houden;

gebiedt [gedaagde] binnen uiterlijk 4 weken na betekening van het te wijzen vonnis aan de advocaat van Dreamgirl c.s., mr. R.M. van Rompaey, te doen toekomen een schriftelijke, door een onafhankelijke accountant, niet zijnde de huisaccountant, gecontroleerde en gewaarmerkte opgave van de volgende informatie:

- de aantallen inbreukmakende foto’s, gerangschikt per foto, die [gedaagde] op zijn website benstout.nl danwel anderszins heeft openbaar gemaakt/verveelvoudigd, waaronder begrepen, doch niet beperkt tot, alle foto’s die [gedaagde] heeft verkregen via de Chinese onderneming Xinsimei Lingerie Co. Ltd h.o.d.n. DGlingerie; deze foto’s betreffen die foto’s, zoals die met bijvoeging van screenprints van de website van [gedaagde] met foto’s zijn aangeduid in de als productie 10 bij dagvaarding overgelegde catalogi en de onder nummer 62/11 gedeponeerde brochure;

- de namen, adressen en overige contactgegevens van de partijen van wie [gedaagde] inbreukmakende fotografie heeft verkregen, op welke wijze ook, zulks gerangschikt per vorenbedoelde partij;

- de met de verkoop van lingerie, die is aangeprezen met fotografie van Dreamgirl c.s., behaalde omzet en bruto en netto winst;

verklaart voor recht dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de door Dreamgirl c.s. geleden en nog te lijden schade als gevolg van de auteursrechtinbreuk door [gedaagde];

veroordeelt [gedaagde] tot vergoeding van de door Dreamgirl c.s. geleden c.q. te lijden schade als gevolg van de inbreuk op hun auteursrechten, deze schade nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

verklaart voor recht dat [gedaagde] het vonnis in kort geding van de rechtbank Breda van 27 juni 2011 (235295 KG ZA 11-282) heeft overtreden door 10 foto’s die onderwerp waren van de voornoemde kort geding procedure gedurende 5 dagen op een server te hebben laten staan;

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Dreamgirl c.s. van een dwangsom van EURO 2.500,- voor iedere dag dat [gedaagde] met de gehele of gedeeltelijke nakoming van het hierboven in deze beslissing weergegeven gebod tot het verstrekken van informatie in gebreke blijft, met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van EURO 25.000,-;

in de hoofdzaak en in het incident

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van Dreamgirl c.s. ex artikel 1019h Rv, begroot op EURO 11.460,50, waarin begrepen EURO 10.900,50 aan kosten advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening;

verklaart de veroordelingen en geboden uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van Geloven en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 19 september 2012.