Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2012:BX6624

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
10-09-2012
Datum publicatie
10-09-2012
Zaaknummer
02-800333-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van moord, dan wel doodslag. Nu de doodsoorzaak niet bekend is, kan niet worden vastgesteld dat het slachtoffer ten gevolge van het - al dan niet gewelddadig - handelen van verdachte is komen te overlijden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
EeR 2012, afl. 6, p. 250
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

parketnummer: 02/800333-11

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 10 september 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [datum en plaats]

wonende te [adres]

raadsman mr. M.A. Buntsma, advocaat te Breda

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 27 augustus 2012, waarbij de officier van justitie, mr. Breman, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte - al dan niet met voorbedachten rade - [slachtoffer] heeft gedood.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zijn vriendin [slachtoffer] heeft gedood. De officier van justitie gaat daarbij niet meer uit van moord, maar van doodslag. Zij baseert zich daarbij op het door verdachte verzonden sms-bericht aan getuige [getuige 1] de processen-verbaal van de politie, de verklaringen van verdachte bij de politie op 22 en 24 augustus 2011 en het rapport van het pathologie-onderzoek, nader toegelicht ter zitting door de deskundige [naam deskundige]

De verklaringen van verdachte bij de politie acht de officier van justitie essentieel nu verdachte daarin uitvoerig en gedetailleerd heeft toegegeven zijn vriendin [slachtoffer] te hebben gewurgd (het incident) en de gebeurtenissen voor en na het incident ook uitvoerig heeft toegelicht. Deze verklaringen acht de officier van justitie betrouwbaar nu deze op onderdelen worden bevestigd door getuige (getuige 1) betreffende het café-bezoek voor het incident en de bevindingen van het FTO-onderzoek in de woning. De verklaring van verdachte ter zitting dat hij zich niets meer van het incident kan herinneren acht de officier van justitie onaannemelijk. De officier van justitie hecht voor het bewijs eveneens waarde aan het sectierapport en de toelichting van deskundige [naam deskundige] ter zitting. Hieruit komt naar voren dat er weliswaar geen doodsoorzaak is gebleken, maar dat er wel inwendig in de hals van [slachtoffer] donkerrode verkleuringen zijn vastgesteld. Door de deskundigen is beschreven dat doorgemaakt geweld op de hals en de begeleidende verschijnselen daarvan niet altijd objectiveerbaar zijn en niet geheel kunnen worden uitgesloten. Op basis van de verklaringen van verdachte bij de politie afzonderlijk en in samenhang gezien met de bevindingen in het sectierapport is de officier van justitie ervan overtuigd dat verdachte samendrukkend geweld heeft uitgeoefend op de hals van [slachtoffer] waardoor zij is komen te overlijden. De officier van justitie acht de voorbedachten rade, kalm beraad en rustig overleg niet bewezen en komt tot bewezenverklaring van doodslag.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en wijst daarbij op het volgende.

De raadsman heeft aangevoerd dat uit het sectierapport naar voren komt dat geen doodsoorzaak kon worden vastgesteld. Daarnaast is er geen beschadiging van de schildklier aangetoond en ook aan het toxicologisch onderzoek kunnen geen conclusies worden verbonden ten aanzien van de doodsoorzaak. Naar het oordeel van de raadsman kan uit de enkele omstandigheid dat de zwakbegaafde verdachte bij de politie in eerste instantie bekennende verklaringen heeft afgelegd niet onomstotelijk worden vastgesteld dat [slachtoffer] op gewelddadige wijze om het leven is gebracht door verdachte. Nu het wettige bewijs en volgens de raadsman ook het overtuigende bewijs ontbreekt, dient verdachte te worden vrijgesproken van het aan hem tenlastegelegde feit.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat op 22 augustus 2011 het stoffelijk overschot van [voornaam] [slachtoffer], geboren op [datum en plaats] (hierna te noemen: [slachtoffer]) is aangetroffen in haar woning aan de [adres].

Verdachte heeft, nadat hij zichzelf had gemeld, in zijn eerste verklaringen bij de politie aangegeven dat hij in de nacht van 20 augustus 2011 de keel van [slachtoffer] heeft dichtgeknepen totdat zij niet meer bewoog en ademde. Hij heeft verklaard te hebben geweten dat ze was overleden en heeft haar op bed gelegd in de slaapkamer. In zijn latere verklaringen heeft verdachte aangegeven zich niets meer van het incident te kunnen herinneren. Bij de psychiater verklaart hij voor het eerst dat hij niet meer wil praten over het wurgen. Hij kan zich niet herinneren dat hij zijn vriendin [slachtoffer] zou hebben gewurgd.

De bevindingen van het technisch onderzoek in de woning geven geen uitsluitsel over hetgeen heeft plaatsgevonden tussen verdachte en zijn vriendin.

Uit het pathologie¬onderzoek, volgens de pathologen sterk bemoeilijkt vanwege de verregaande staat van ontbinding, volgt dat geen substraat is gevonden voor doorgemaakt geweld op de hals, er geen biomedische aanwijzingen zijn gevonden voor schade aan de schildklier en niet is gebleken van een fractuur aan het tongbeen of schade aan het strottenhoofd. De pathologen kunnen niet vaststellen of [slachtoffer] als gevolg van verwurging om het leven is gekomen. Patholoog [naam deskundige] heeft ter zitting haar bevindingen uitgebreid toegelicht en de rechtbank ervan overtuigd dat zij, ook na raadpleging van collega’s, geen verdergaande conclusies kon trekken dan hiervoor beschreven. Daarnaast kan op grond van de resultaten van het uitgevoerde toxicologische onderzoek een toxicologische bijdrage aan het overlijden, of een verklaring voor het overlijden niet worden geconcludeerd, maar ook niet worden uitgesloten. Op grond van het vorenstaande neemt de rechtbank de conclusie van de pathologen dat geen doodsoorzaak kan worden aangetoond over en maakt die tot de hare.

Nu de doodsoorzaak niet bekend is, kan niet worden vastgesteld dat [slachtoffer] ten gevolge van het - al dan niet gewelddadig - handelen van verdachte is komen te overlijden. Hierbij doet niet terzake of verdachte - een zwakbegaafde man met een kwetsbaar en beschadigd brein - zelf in de veronderstelling heeft verkeerd dat hij [slachtoffer] heeft gewurgd. Grondig onderzoek heeft immers geen bewijs opgeleverd dat [slachtoffer] door geweld om het leven is gekomen. De rechtbank acht daarom niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het aan hem tenlastegelegde feit heeft begaan en zal hem dan ook van het feit vrijspreken.

5 De overwegingen omtrent het beslag.

5.1 De teruggave aan de rechthebbenden

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen aan de nabestaanden van [slachtoffer], omdat deze redelijkerwijs als rechthebbenden kunnen worden aangemerkt.

5.2 De teruggave aan verdachte

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen aan verdachte, aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag zijn genomen.

6 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde feit;

Beslag

- gelast de teruggave aan de nabestaanden van [slachtoffer] van de voorwerpen die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst zijn genummerd: 586826, 587679, 588071, 592304, 592312, 593033, 593135, 593139, 593148, 593159, 593160, 593174, 593226, 593229, 593232 en 593238;

- gelast de teruggave aan verdachte van de voorwerpen die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst zijn genummerd: 586802, 593172, 593179 en 856799.

Dit vonnis is gewezen door mr. Alferink, voorzitter, mr. Hertsig en mr. Van Bergen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Veen en Van Rensch, griffiers, en is uitgesproken ter openbare zitting op 10 september 2012.

Mr. Alferink is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

hij op of omstreeks 20 augustus 2011 te Breda opzettelijk, al dan niet met

voorbedachten rade, [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte

met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, met zijn verdachte's hand(en) en/of vingers de keel/luchtpijp van die [slachtoffer] krachtig dichtgeknepen en/of dichtgeknepen gehouden althans samendrukkend geweld uitgeoefend op de hals en/of keel van die [slachtoffer], (mede) tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

art 289 Wetboek van Strafrecht