Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2012:BX6424

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
05-09-2012
Datum publicatie
06-09-2012
Zaaknummer
239016 / HA ZA 11-1268
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Samenvatting in 239016 HA ZA 11-1268 t.b.v. publicatie

Artikelen 6:96 BW, 6:97 BW, 27a Aw

Stelplicht in schadestaatprocedure

Voorwaarden voor toepassing van artikel 27a Aw

Voor toewijzing van een vordering tot schadevergoeding op te maken bij staat is voldoende dat de mogelijkheid dat schade is of zal worden geleden aannemelijk is. Of vervolgens daadwerkelijk aannemelijk is/wordt dat schade is of zal worden geleden en zo ja, ter hoogte van welke bedrag, dient in een schadestaatprocedure aan de hand van door de vorderende partij te poneren stellingen te worden beoordeeld.

Een van de vereisten voor toekenning van schadevergoeding is dát enige schade is of zal worden geleden. Dat geldt ook voor toekenning van winstafdracht op grond van artikel 27a Aw. Bij de beoordeling van de vordering tot winstafdracht is voorts het volgende van belang. Artikel 27a, lid 1 Aw moet worden gelezen tegen de achtergrond van artikel 6:104 BW, dat bij de invoering van artikel 27a Aw nog niet was ingevoerd. Indien in het geheel geen schade is geleden, is de weg naar toepassing van deze bepaling afgesneden. Voor gevallen waarin aannemelijk is dat schade is ontstaan, maar de omvang daarvan moeilijk kan worden aangetoond, terwijl de dader door zijn handelwijze winst heeft gemaakt, geeft artikel 6:104 BW een dubbel - weerlegbaar - vermoeden, namelijk (i) dat door de onrechtmatige daad of wanprestatie schade is veroorzaakt en (ii) dat die schade gelijk is aan de door de dader behaalde winst. Indien behalve vergoeding van schade bestaande uit gederfde winst tevens afdracht van winst wordt gevorderd, brengt een redelijke uitleg van artikel 27a Aw mee dat niet meer dan een bedrag gelijk aan het grootste van die beide bedragen kan worden toegewezen. Dit laat onverlet dat daar bovenop wel toewijsbaar kan zijn schade van andere aard niet bestaande in gederfde winst ter zake van inbreuk. Te denken valt daarbij aan geleden verlies of geleden ander nadeel. Voor toewijzing van een vordering tot winstafdracht op de voet van artikel 27a Aw gelden niet meer of andere vereisten dan ingevolge artikel 6:162 BW voor toewijzing van schadevergoeding in het algemeen gelden, te weten dat het onrechtmatig handelen aan de inbreukmaker kan worden toegerekend als te wijten aan diens schuld, dan wel aan een oorzaak die volgens verkeersopvattingen voor diens rekening komt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK BREDA

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 239016 / HA ZA 11-1268

Vonnis van 5 september 2012

in de zaak van

1. de vennootschap naar buitenlands recht

MICHAEL MILLER FABRICS LLC,

gevestigd te New York, Verenigde Staten van Amerika,

2. [eiseres 2],

wonende te [woonplaats],

3. [eiseres 3],

wonende te [woonplaats],

eiseressen,

advocaat mr. R.M. van Rompaey,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NOOTEBOOM TEXTIEL BV,

gevestigd te Tilburg,

gedaagde,

advocaat mr. L.E.J. Jonker.

Partijen zullen hierna ook Michael Miller Fabrics Llc c.s. en Nooteboom Textiel BV genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding, met producties

- de conclusie van antwoord, met producties

- de antwoordakte van Michael Miller Fabrics Llc c.s.

- de conclusie van repliek, met producties

- de conclusie van dupliek, met producties

- de akte overlegging productie van Michael Miller Fabrics Llc c.s.

- de antwoordakte, tevens akte overlegging productie van Nooteboom Textiel BV

- de akte overlegging productie van Nooteboom Textiel BV

- de antwoordakte en verzoek wijziging eis van Michael Miller Fabrics Llc c.s.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Het geschil

2.1. Michael Miller Fabrics Llc c.s. vorderen bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. de schade (conform randnummer 32 van de dagvaarding) vast te stellen op EURO 98.825,40, althans EURO 90.399,-, althans een bedrag in goede justitie vast te stellen;

II. Nooteboom Textiel BV te veroordelen de onder I. vastgestelde schade tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Michael Miller Fabrics Llc c.s. te voldoen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dagvaarding;

III. Nooteboom Textiel BV te veroordelen in de kosten van de procedure ex artikel 1019h Rv, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis.

2.2. Nooteboom Textiel BV heeft de vordering weersproken.

3. De beoordeling

3.1. De rechtbank stelt in deze procedure tussen partijen de volgende feiten vast.

3.1.1. Nooteboom Textiel BV, een reeds lang bestaand bedrijf, dat zich eertijds bezig hield met de vervaardiging van textiel, houdt zich sedert enige tijd vooral bezig met de handel in textiel. Zij koopt de stoffen zelf in en verkoopt deze aan andere ondernemingen en/of via haar websites www.destoffenkraam.nl en/of www.delapjesschuur.nl.

3.1.2. Michael Miller Fabrics Llc c.s. houden zich bezig met het ontwerpen en/of verkopen van stoffen, specifiek bedoeld voor quilten en patchwork.

3.1.3. Michael Miller Fabrics Llc c.s. hebben Nooteboom Textiel BV ervan beticht stoffen op de markt te brengen met dessins die inbreuk maken op hun auteursrecht.

3.1.4. De rechtbank heeft bij vonnis van 5 januari 2011 in de zaak tussen partijen onder nummer 217223 / HA ZA 10-594 als volgt beslist:

“De rechtbank

1. verklaart voor recht dat Nooteboom Textiel BV inbreuk maakt op de auteursrechten van Michael Miller Fabrics Llc c.s. door de werken, vervat in de volgende designs te verveelvoudigen en/of openbaar te maken, al dan niet in gewijzigde vorm: Trio Dancers, C3235, CX3235 (C. Hybrid), weergegeven achter productie 1 bij dagvaarding, serie Flora, serie Mod Dots, serie Mod Blooms, weergegeven achter productie 6 bij dagvaarding, serie Dahlia, serie Henna, serie Medaillion Bloom, serie Fall, weergegeven achter productie 6 bij dagvaarding;

2. gebiedt Nooteboom Textiel BV zich met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis te onthouden van iedere directe en indirecte inbreuk op de auteursrechten van Michael Miller Fabrics Llc c.s. voor zover betrekking hebbend op de werken, vervat in de hierboven in de beslissing weergegeven designs, en derhalve het openbaar maken en/of verveelvoudigen van de in deze designs vervatte werken te staken en gestaakt te houden;

3. gebiedt Nooteboom Textiel BV, voor zover zij over navolgende gegevens beschikt, aan de advocaat van Michael Miller Fabrics Llc c.s. binnen 4 weken na betekening van dit vonnis te doen toekomen een schriftelijke door een onafhankelijke registeraccountant gecontroleerde en gewaarmerkte opgave van:

a. de door of in opdracht van Nooteboom Textiel BV geproduceerde aantallen en meters van voormelde inbreukmakende zaken, althans – indien Nooteboom Textiel BV de inbreukmakende zaken niet zelf produceert of doet produceren – de aan Nooteboom Textiel BV geleverde aantallen, meters, nummers, prijzen, en leverdata van voormelde inbreukmakende zaken, zulks gerangschikt per leverancier, maker, producent of distributeur van voormelde inbreukmakende zaken, onder overlegging van kopieën van de daarop betrekking hebbende facturen en onder mededeling van (email)adressen en telefoon/faxnummers;

b. afnemers, alsmede de verkochte aantallen, meters, nummers, prijzen, leverdata en afleveradressen van voormelde inbreukmakende zaken, zulks gerangschikt per afnemer, onder overlegging van kopieën van de daarop betrekking hebbende facturen en onder mededeling van (email)adressen en telefoon/faxnummers; en de verkochte inbreukmakende zaken,

c. de bij Nooteboom Textiel BV nog aanwezige voorraad van voormelde inbreukmakende zaken onder vermelding van de locatie daarvan, alsmede de aantallen (meters) van voormelde inbreukmakende zaken;

d. de met voormeld inbreukmakende zaken behaalde omzet en netto winst;

4. gebiedt Nooteboom Textiel BV binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis de gehele voorraad, waaronder begrepen de door afnemers geretourneerde voorraad van voormelde inbreukmakende zaken, in ongeschonden staat, op haar kosten op een door Michael Miller Fabrics Llc c.s. te bepalen en aan te geven wijze toe te zenden aan Michael Miller Fabrics Llc c.s.;

5. verklaart voor recht dat Nooteboom Textiel BV aansprakelijk is voor de door Michael Miller Fabrics Llc c.s. geleden en nog te lijden schade als gevolg van de auteursinbreuk door Nooteboom Textiel BV;

6. veroordeelt Nooteboom Textiel BV tot vergoeding van de schade die Michael Miller Fabrics Llc c.s. heeft geleden of lijdt als gevolg van de door Nooteboom Textiel BV gemaakte inbreuk op auteursrechten van Michael Miller Fabrics Llc c.s. zoals in deze beslissing is aangegeven, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

7. veroordeelt Nooteboom Textiel BV tot betaling van een dwangsom van EURO 5.000,00 voor ieder dag dat zij in gebreke blijft aan de onder 2 en/of 3 gegeven bevelen te voldoen, met een maximum van EURO 75.000,00;

8. veroordeelt Nooteboom Textiel BV in de kosten van dit geding, zoals hierboven gespecificeerd, begroot op EURO 12.082,09 exclusief btw, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van betekening van dit vonnis;

9. verklaart bovenstaande beslissingen uitvoerbaar bij voorraad.”

3.1.5. Het gerechtshof in ’s-Hertogenbosch heeft naar aanleiding van het door Nooteboom Textiel BV tegen het vonnis van de rechtbank ingestelde hoger beroep bij arrest van 17 juli 2012 als volgt beslist.

“Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep, doch uitsluitend ten aanzien van het navolgende deel van het dictum sub 1: "serie Dahlia, serie Henna, serie Medailion Bloom, serie Fall, weergegeven achter productie 6 bij dagvaarding", en in zoverre opnieuw rechtdoende:

wijst het sub 1 gevorderde, voor zover betrekking hebbende op de series Dahlia, Henna, Medallion Bloom en Fall, af;

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep, ten aanzien van het dictum sub 1, voor het overige;

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de dicta sub 2. tot en met 9., met dien verstande dat deze dicta dienen te worden uitgelegd en toegepast aldus dat deze uitsluitend betrekking hebben op inbreuken ten aanzien van dessins, genoemd in het in stand gebleven gedeelte van het dictum sub 1;

compenseert de proceskosten in hoger beroep, aldus dat elke partij haar eigen kosten zal dragen.”

3.1.6. [X], werkzaam bij De Loijer [X] accountants en adviseurs, heeft op 3 februari 2011 rapport uitgebracht, onder meer omtrent de door de rechtbank in haar beslissing onder 3, sub d genoemde onderwerpen omzet en netto winst. Naar aanleiding van het arrest van het hof heeft genoemde accountant op 30 juli 2012 een nader rapport opgesteld, waarin bij de bepaling van omzet en winst van Nooteboom Textiel BV rekening is gehouden met de beslissing van het hof dat een aantal dessins van Michael Miller Fabrics Llc c.s., te weten die van [eiseres 3], bij de omzet- en winstvaststelling buiten beschouwing dienen te blijven.

3.2. Michael Miller Fabrics Llc c.s. hebben bij dagvaarding in deze procedure een schadestaat overgelegd. Bij akte, genomen op 22 augustus 2012, hebben Michael Miller Fabrics Llc c.s. gesteld dat uit het arrest van het hof niet volgt dat de ontwerpen van [eiseres 3] niet auteursrechtelijk beschermd zijn en dat het arrest niet wegneemt dat de door [eiseres 3] opgevoerde schade daadwerkelijk is geleden en voor vergoeding in aanmerking komt. Voor het geval de rechtbank van oordeel mocht zijn dat de auteursrechtelijke positie van [eiseres 3] (wederom) dient te worden vastgesteld, verzoeken zij een akte te mogen nemen waarbij een verklaring voor recht zal worden gevorderd dat [eiseres 3] auteursrechthebbende is ten aanzien van de dessins serie Dahlia, serie Henna, serie Medaillion Bloom, serie Fall.

3.3. De rechtbank wijst het (voorwaardelijke) verzoek van Michael Miller Fabrics Llc c.s. een nadere akte te mogen nemen af. Het hof heeft geoordeeld dat een voldoende feitelijke grondslag ontbreekt om te kunnen vaststellen dat [eiseres 3] als maker van de dessins serie Dahlia, serie Henna, serie Medaillion Bloom, serie Fall is aan te merken. Waar het auteursrecht het uitsluitend recht van alleen de maker van een werk is, komen - behoudens het in het geval van [eiseres 3] niet aan de orde zijnde licentiehouderschap - alleen aan de maker op de Auteurswet gebaseerde vorderingen toe. Uit het arrest van het hof volgt dan ook dat aan [eiseres 3] geen vorderingen, ook niet tot schadevergoeding, toekomen. Met de vernietiging van het vonnis van de rechtbank, voor zover haar beslissingen betrekking hebben op [eiseres 3], is voor de rechtbank thans gegeven dat deze schadestaatprocedure geen betrekking kan hebben op eventuele schade aan de zijde van [eiseres 3]. Voor een hernieuwd debat in eerste aanleg over haar auteursrechtelijke positie is geen plaats.

3.4. In deze schadestaatprocedure gaat het gelet op het vorenstaande om eventuele schade aan de zijde van MMF en [eiseres 2] (ook hierna Michael Miller Fabrics Llc c.s. genoemd).

3.5. Michael Miller Fabrics Llc c.s. vorderen in deze procedure op grond van artikel 27a Aw een bedrag van EURO 53.825,40, subsidiair EURO 45.399,-, aan winstafdracht. Michael Miller Fabrics Llc c.s. stellen voorts het volgende.

“De volgende posten behoeven bespreking:

a. gederfde winst en licentie-inkomsten:

Zoals reeds aangegeven vorderen eisers in lijn met bovenbesproken rechtspraak geen vergoeding van gederfde winst, doch beperken eisers zich tot het vorderen van winstafdracht van Nooteboom, nu de “gederfde winst” zich lastig laat calculeren. Wel is dit punt in de visie van eisers vermeldenswaardig voor de begroting (ex aequo et bono) van de schade bestaande uit “ander nadeel” alsook voor de toepassing van artikel 27 lid 2 aw.

De omzetderving als gevolg van de onrechtmatige verspreiding door Nooteboom van de inbreukmakende materialen, die de rechtbank in r.o. 3.15 van het Vonnis reeds aannemelijk oordeelt, straalt immers negatief af op eisers. Ten onrechte wordt de economische positie en daarmee de financiële geloofwaardigheid van eisers daardoor ongunstiger weergegeven dan het geval zou zijn indien de inbreuk niet zou hebben plaatsgevonden.

b. kosten voor het bestrijden van de inbreuk door de resp. afnemers van Nooteboom:

Eisers worden geconfronteerd met de situatie dat aan vele partijen, in vele verschillende landen, inbreukmakende materialen zijn geleverd. Eisers zullen zich tot al deze partijen moeten wenden teneinde deze van de inbreuk op de hoogte te stellen en teneinde verdere inbreuk te doen staken en voor zover mogelijk juridische maatregelen te treffen. Dit zal een tijds- en kostenintensief traject zijn. Ook deze schade reflecteert negatief op het vermogen van eisers en is daarmee “vermogensschade” die voor vergoeding in aanmerking komt. Deze schade laat zich op voorhand moeilijk begroten. Notoir gegeven is daarbij wel dat deze kosten aanzienlijk (zullen) zijn. Dat is mede van belang voor de toepassing van artikel 27 lid 2 Aw.

c. kosten ter nadere begroting van de schade:

Ook dergelijke kosten, waaronder begrepen de kosten voor het inschakelen van externe (financieel) deskundigen, komen voor vergoeding in aanmerking. Nu deze kosten reeds worden begrepen onder de kosten zoals bedoeld in artikel 1019h Rv, zullen eisers deze slechts als schadepost opvoeren voor zover artikel 1019h Rv daarvoor geen ruimte tot vergoeding biedt.

d. reputatieschade:

De inbreukmakende materialen zijn aan vele partijen, in verschillende landen, geleverd. Dit heeft niet alleen een negatief effect op de omzet/winst van eisers, maar reflecteert ook negatief op hun reputatie en goede naam, waarin zij aanzienlijk hebben geïnvesteerd. De begroting hiervan is niet eenvoudig. Vast staat evenwel dat deze schade aanzienlijk is. De inbreuk heeft zich als een olievlek over Europa (en daarbuiten) verspreid. Eisers zijn door vele partijen benaderd (waarvan voorbeelden in de voorafgaande procedure zijn ingebracht) met vragen over de inbreukmakende zaken, waarbij de slechte kwaliteit daarvan negatief afstraalt op eisers.

e. kosten voor rechtsbijstand:

Op grond van artikel 1019h Rv komen alle door eisers gemaakte kosten voor rechtsbijstand, alsmede gerechtelijke kosten en kosten voor het (doen) maken van vertalingen voor vergoeding door Nooteboom in aanmerking. Voor de gemaakte kosten tot aan de datum van het Vonnis (5 januari) heeft Nooteboom een vergoeding voldaan van EURO 12.169,50. Nadien zijn verdere kosten gemaakt, onder meer ter inventarisatie en begroting van de schade. Deze kosten zullen eveneens nader worden gespecificeerd en gevorderd.

f. overige:

(…) Tot op heden hebben eisers geen conveniërende toelichting van Nooteboom ontvangen op de bovengenoemde punten (rechtbank: onderwerpen van het rapport van de accountant). Eisers blijven derhalve in onzekerheid over de juistheid, volledigheid en betrouwbaarheid van de door Nooteboom verstrekte informatie. Ook dit merken eisers aan als wegingsfactor voor de schade bestaande uit “ander nadeel” alsook voor toepassing van artikel 27 lid 2 Aw.”

Michael Miller Fabrics Llc c.s. stellen dat de hoogte van deze schadeposten kan worden geschat, dan wel forfaitair kan worden begroot. Michael Miller Fabrics Llc c.s. vorderen voor deze schadeposten een bedrag van EURO 45.000,-.

3.6. De rechtbank oordeelt, daarbij de verweren van Nooteboom Textiel BV betrekkend, als volgt. Voor toewijzing van een vordering tot schadevergoeding op te maken bij staat is voldoende dat de mogelijkheid dat schade is of zal worden geleden aannemelijk is. Of vervolgens daadwerkelijk aannemelijk is/wordt dat schade is of zal worden geleden en zo ja, ter hoogte van welke bedrag, dient in een schadestaatprocedure aan de hand van door de vorderende partij te poneren stellingen te worden beoordeeld. De rechtbank heeft in haar vonnis van 5 januari 2011 noch in overweging 3.15., noch in enige andere overweging, geoordeeld dat aannemelijk is dat Michael Miller Fabrics Llc c.s. als gevolg van het inbreukmakende handelen van Nooteboom Textiel BV schade hebben geleden. De rechtbank heeft slechts geoordeeld dat de mogelijkheid dat schade is of zal worden geleden, aannemelijk is. De stelling van Michael Miller Fabrics Llc c.s., dat de rechtbank reeds heeft geoordeeld dat aannemelijk is dat zij schade hebben geleden, berust dan ook op een onjuiste lezing van het vonnis van de rechtbank.

3.7. Een van de vereisten voor toekenning van schadevergoeding is dát Michael Miller Fabrics Llc c.s. enige schade heeft geleden. Dat geldt ook voor toekenning van winstafdracht op grond van artikel 27a Aw. Bij de beoordeling van de vordering tot winstafdracht is voorts het volgende van belang. Artikel 27a, lid 1 Aw moet worden gelezen tegen de achtergrond van artikel 6:104 BW, dat bij de invoering van artikel 27a Aw nog niet was ingevoerd. Indien in het geheel geen schade is geleden, is de weg naar toepassing van deze bepaling afgesneden. Voor gevallen waarin aannemelijk is dat schade is ontstaan, maar de omvang daarvan moeilijk kan worden aangetoond, terwijl de dader door zijn handelwijze winst heeft gemaakt, geeft artikel 6:104 BW een dubbel - weerlegbaar - vermoeden, namelijk (i) dat door de onrechtmatige daad of wanprestatie schade is veroorzaakt en (ii) dat die schade gelijk is aan de door de dader behaalde winst. Indien behalve vergoeding van schade bestaande uit gederfde winst tevens afdracht van winst wordt gevorderd, brengt een redelijke uitleg van artikel 27a Aw mee dat niet meer dan een bedrag gelijk aan het grootste van die beide bedragen kan worden toegewezen. Dit laat onverlet dat daar bovenop wel toewijsbaar kan zijn schade van andere aard niet bestaande in gederfde winst ter zake van inbreuk. Te denken valt daarbij aan geleden verlies of geleden ander nadeel. Voor toewijzing van een vordering tot winstafdracht op de voet van artikel 27a Aw gelden niet meer of andere vereisten dan ingevolge artikel 6:162 BW voor toewijzing van schadevergoeding in het algemeen gelden, te weten dat het onrechtmatig handelen aan de inbreukmaker kan worden toegerekend als te wijten aan diens schuld, dan wel aan een oorzaak die volgens verkeersopvattingen voor diens rekening komt.

3.7.1. Uit het vorenstaande volgt dat de stelling van Michael Miller Fabrics Llc c.s., dat voor winstafdracht ook plaats is indien Michael Miller Fabrics Llc c.s. in het geheel geen schade zouden hebben geleden, behoort te worden verworpen. De stelling van Michael Miller Fabrics Llc c.s., dat indien aannemelijk is geoordeeld dat zij enige schade hebben geleden artikel 6:104 BW een rechtsvermoeden geeft, is juist.

3.8. De eis voor toekenning van schadevergoeding, te weten dát Michael Miller Fabrics Llc c.s. enige schade hebben geleden, brengt mee dat zij ten minste feiten en omstandigheden zullen moeten stellen waaruit kan worden afgeleid dat zij als gevolg van het inbreukmakende handelen van Nooteboom Textiel BV schade hebben geleden of zullen lijden. Daarbij geldt dat de rechtbank, wanneer feiten zijn komen vast te staan waaruit in het algemeen het geleden zijn van schade kan worden afgeleid, gerechtigd is over te gaan tot begroting van de schade. Het betreft hier een bevoegdheid. Het hangt af van het concrete debat tussen partijen in deze procedure over het bestaan van schade, in hoeverre de rechtbank toepassing van de gewone regels van stelplicht en bewijslast bij een geschil over vorenbedoelde feiten aangewezen acht.

3.9. Michael Miller Fabrics Llc c.s. hebben geen enkele feitelijke toelichting gegeven op het punt van de gevolgen van de inbreuk van Nooteboom Textiel BV voor hun verkoopcijfers. Dit, terwijl Nooteboom Textiel BV wel een gemotiveerde uiteenzetting heeft gegeven over de door partijen bediende markten. Zo heeft Nooteboom Textiel BV onder verwijzing naar haar productie 3 gesteld dat zij in 16 landen actief is en dat niet blijkt dat Michael Miller Fabrics Llc c.s. zelf ook in die landen actief zijn. Nooteboom Textiel BV heeft gesteld dat Michael Miller Fabrics Llc c.s. zich hoofdzakelijk op de Amerikaanse markt richten en voorts via distributeurs op markten die Nooteboom Textiel BV ook bedient, te weten Nederland, Belgie, Duitsland en Denemarken. Zij heeft daarbij verwezen naar webpagina’s van MMF en haar distributeurs. Echter, zo heeft Nooteboom Textiel BV gesteld, niet blijkt dat die distributeurs stoffen met de inbreukmakende dessins verkopen. Nooteboom Textiel BV heeft voorts gesteld dat Michael Miller Fabrics Llc c.s. zich richten op de markt voor patchwork en quilten en niet op die voor modestoffen, terwijl Nooteboom Textiel BV zich juist alleen op die stoffenmarkt richt. Nooteboom Textiel BV heeft voorts gesteld dat de stof voor patchwork en quilten een grotere dichtheid heeft dan die voor kleding, dat de stoffenrollen andere afmetingen hebben en dat klanten die patchwork en quilten maken veelal slechts kleine hoeveelheden van een stof kopen in tegenstelling tot klanten die modestoffen kopen. Op grond van dit alles stelt Nooteboom Textiel BV dat sprake is van gescheiden verkoopkanalen en dat klanten van Nooteboom Textiel BV de inbreukmakende stoffen niet hebben gekocht om de reden dat deze hen aan de dessins van Michael Miller Fabrics Llc c.s. deden denken.

3.9.1. De rechtbank is van oordeel dat waar Nooteboom Textiel BV gemotiveerd heeft betoogd dat de omzet van Michael Miller Fabrics Llc c.s. geen nadelige invloed heeft ondervonden van het inbreukmakende handelen van Nooteboom Textiel BV, Michael Miller Fabrics Llc c.s. daarop ten minste had moeten reageren met een gemotiveerde toelichting die het voor de rechtbank aannemelijk zou kunnen maken dat dat wel het geval is geweest. Waar Michael Miller Fabrics Llc c.s. dat hebben nagelaten is de rechtbank met Nooteboom Textiel BV van oordeel dat Michael Miller Fabrics Llc c.s. niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij schade hebben geleden vanwege gederfde omzet.

3.10. Aan de orde is dan nu of Michael Miller Fabrics Llc c.s. door middel van feitelijke stellingen aannemelijk hebben gemaakt dat zij schade hebben geleden bestaande uit geleden verlies of ander nadeel. De rechtbank oordeelt, mede in aanmerking genomen de betwisting door Nooteboom Textiel BV dat Michael Miller Fabrics Llc c.s. daadwerkelijk kosten hebben gemaakt dan wel schade hebben geleden, ten aanzien van de door Michael Miller Fabrics Llc c.s. genoemde posten zoals weergegeven in overweging 3.5. sub a. t/m f. als volgt.

3.10.1. Ten aanzien van 3.5., sub a.: Waar voor de rechtbank niet aannemelijk is gemaakt dat Michael Miller Fabrics Llc c.s. winst hebben gederfd behoort de daarop gebaseerde stelling dat die omstandigheid negatief afstraalt op Michael Miller Fabrics Llc c.s. ook te worden verworpen. Michael Miller Fabrics Llc c.s. hebben voorts niets gesteld over licenties, in het bijzonder niet dat zij gewoonlijk in een situatie die in deze zaak aan de orde is licenties plegen te verlenen. Dat Michael Miller Fabrics Llc c.s. schade hebben geleden bestaande uit gederfde licentie-inkomsten is dan ook niet aannemelijk gemaakt.

3.10.2. Ten aanzien van 3.5., sub b.: Michael Miller Fabrics Llc c.s. hebben niets gesteld over enige actie die zij daadwerkelijk richting afnemers van Nooteboom Textiel BV hebben ondernomen ter bestrijding van de door Nooteboom Textiel BV gepleegde inbreuk. Dat had wel op hun weg gelegen, te meer nu reeds meer dan 1 ½ jaar is verstreken sinds zij met het rapport van de accountant [X] informatie over die afnemers hebben ontvangen. Dat Michael Miller Fabrics Llc c.s. schade hebben geleden bestaande uit gemaakte kosten ter bestrijding van de inbreuk is dan ook niet aannemelijk gemaakt.

3.10.3. Ten aanzien van 3.5., sub c.: Michael Miller Fabrics Llc c.s. hebben niets gesteld over enige (externe) deskundige die zij daadwerkelijk hebben ingeschakeld ter nadere begroting van de schade. Dat Michael Miller Fabrics Llc c.s. schade hebben geleden bestaande uit gemaakte kosten voor deskundigen is dan ook niet aannemelijk gemaakt.

3.10.4. Ten aanzien van 3.5., sub d.: Michael Miller Fabrics Llc c.s. hebben gesteld dat de inbreukmakende materialen aan vele partijen, in verschillende landen, zijn geleverd en dat zij door vele partijen zijn benaderd met vragen over de inbreukmakende zaken, waarbij de slechte kwaliteit daarvan negatief afstraalt op eisers en dat dit alles hun reputatie en goede naam schaadt. De rechtbank acht gelet op het in de overwegingen 3.9. en 3.9.1. overwogene niet aannemelijk dat de reputatie en goede naam van Michael Miller Fabrics Llc c.s. door het inbreukmakende handelen van Nooteboom Textiel BV is aangetast en tot schade heeft geleid. Waar de producten van partijen van elkaar verschillen, zij voor van elkaar verschillende doeleinden worden gekocht en gebruikt en zij in van elkaar verschillende verkooplocaties worden verkocht is voor de rechtbank niet aannemelijk dat personen die in de producten van Michael Miller Fabrics Llc c.s. zijn geïnteresseerd negatiever oordelen over de reputatie en goede naam van Michael Miller Fabrics Llc c.s. als gevolg van het inbreukmakende handelen van Nooteboom Textiel BV. Indien Michael Miller Fabrics Llc c.s. daadwerkelijk door vele partijen benaderd zouden zijn met vragen over de producten van Nooteboom Textiel BV zou het oordeel van de rechtbank anders kunnen zijn. Echter, in de vorige procedure is slechts één voorbeeld in het geding gebracht van een partij die aan Michael Miller Fabrics Llc c.s. vragen heeft gesteld naar aanleiding van stoffen die Nooteboom Textiel BV op de markt heeft gebracht. Andere concrete voorbeelden hebben Michael Miller Fabrics Llc c.s. niet genoemd. Het bestaan van reputatieschade is dan ook niet aannemelijk gemaakt.

3.10.5. Ten aanzien van 3.5., sub e.: Kosten van rechtsbijstand, gemaakt na het vonnis van de rechtbank van 5 januari 2011, zijn slechts als gevolg van het inbreukmakende handelen van Nooteboom Textiel BV aan te merken indien aannemelijk is dat Michael Miller Fabrics Llc c.s. als gevolg van dat handelen schade lijden of zullen lijden. Gelet op het vorenstaande is aan die voorwaarde niet voldaan.

3.10.6. Ten aanzien van 3.5., sub f.: Waar Michael Miller Fabrics Llc c.s. bij dit onderdeel geen schadepost hebben genoemd kan de rechtbank het bij dit onderdeel gestelde onbesproken laten.

3.11. Uit het vorenstaande volgt dat Michael Miller Fabrics Llc c.s. niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij enige schade als gevolg van het inbreukmakende handelen van Nooteboom Textiel BV hebben geleden. Daarmee is niet voldaan aan de voorwaarde om tot begroting van enig schadebedrag over te gaan. Hier wreekt zich naar het oordeel van de rechtbank dat Michael Miller Fabrics Llc c.s. het vonnis van de rechtbank van 5 januari 2012 onjuist hebben gelezen, dan wel daaraan een onjuiste betekenis hebben toegekend en vervolgens in deze procedure, ondanks dat zij door Nooteboom Textiel BV op hun omissie zijn gewezen, geen concrete feitelijke toelichting hebben gegeven op grond waarvan aannemelijk zou kunnen zijn dat zij daadwerkelijk enige schade hebben geleden.

3.12. De vordering van Michael Miller Fabrics Llc c.s. behoort te worden afgewezen, met veroordeling van Michael Miller Fabrics Llc c.s. in de kosten als bedoeld in artikel 1019h Rv. Nooteboom Textiel BV heeft een bedrag van EURO 10.621,06 inclusief EURO 1.744,- griffierecht opgevoerd en deze kosten gespecificeerd. Michael Miller Fabrics Llc c.s. hebben geen verweer gevoerd tegen de opgevoerde kosten en deze zijn, mede gelet op de indicatietarieven voor dit soort zaken, redelijk en evenredig. Nu Nooteboom Textiel BV niet heeft toegelicht waarom de eisende partijen hoofdelijk zijn verbonden voor betaling van deze kosten laat de rechtbank hoofdelijke veroordeling achterwege. De vordering tot betaling van wettelijke rente over de kosten vanaf 14 dagen na dagtekening van dit vonnis is toewijsbaar nu de vordering tot betaling van deze schade op dat moment in ieder geval opeisbaar is.

4. De beslissing

De rechtbank

wijst het gevorderde af;

veroordeelt Michael Miller Fabrics Llc c.s. in de kosten als bedoeld in artikel 1019h Rv, begroot op een bedrag van EURO 10.621,06, waarin begrepen EURO 8.877,06 aan advocaatkosten, deze kosten vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 14 dagen na de datum van dit vonnis;

verklaart vorenstaande veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van Geloven en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 5 september 2012.