Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2012:BX4076

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
10-05-2012
Datum publicatie
08-08-2012
Zaaknummer
11/3365
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Inkomstenbelasting, bron van inkomen. De rechtbank is van oordeel dat de (internet)handel in postzegels voor belanghebbende geen bron van inkomen vormt, nu in 2006 - objectief gezien- redelijkerwijs geen winst was te verwachten. Belanghebbende heeft geen businessplan gemaakt en had geen actief beleid om klanten te verwerven. De omzet dekte, ook in 2004 en 2005, de jaarlijkse exploitatiekosten niet. De hoge inkoopkosten kwamen daar nog eens bij. Tevens is niet aannemelijk geworden dat belanghebbende wel winst heeft weten te behalen met zijn eerdere handel in postzegels. Het verlies is terecht niet in aftrek toegelaten. De bevindingen bij het boekenonderzoek vormen een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N 2012/46.3.1
FutD 2012-2065 met annotatie van Fiscaal up to Date
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer

Procedurenummer: AWB 11/3365

Uitspraakdatum: 10 mei 2012

Uitspraak in het geding tussen,

[belanghebbende], wonende te [woonplaats],

belanghebbende,

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Oost-Brabant, kantoor Helmond,

de inspecteur.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van de inspecteur van 17 mei 2011 op het bezwaar van belanghebbende tegen de aan belanghebbende over het jaar 2006 opgelegde navorderingsaanslag inkomstenbelasting/ premieheffing.

Zitting

Een eerste onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 november 2011 te Breda. Daar is verschenen en gehoord namens de inspecteur [gemachtigde]. Belanghebbende is niet verschenen. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat aan partijen is toegezonden. De rechtbank heeft geconcludeerd dat belanghebbende niet behoorlijk was opgeroepen. Vervolgens heeft een tweede onderzoek ter zitting plaatsgevonden op 26 april 2012 te Tilburg. Daar zijn verschenen en gehoord belanghebbende en, namens de inspecteur, [gemachtigde]. De zaken met de rolnummers 11/3364, 11/3365 en 11/3366 zijn gezamenlijk behandeld.

1. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vermindert de navorderingsaanslag tot een naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van tot € 34.205 waarop nog toe te passen een aftrek voor ziektekosten van € 7.524 vóór toepassing van de drempel van artikel 6.24, tweede lid, Wet inkomstenbelasting 2001;

- gelast de inspecteur het griffierecht van € 41 aan belanghebbende te vergoeden.

2. Gronden

2.1. Belanghebbende staat per [datum] 2004 ingeschreven bij de Kamer van Koophandel als exploitant van het eenmansbedrijf [eenmanszaak]. De activiteiten van [eenmanszaak] bestaan uit in- en verkoop en taxatie van postzegels. Belanghebbende heeft ook vóór 2001 gehandeld in postzegels; daaraan is toen een einde gekomen doordat belanghebbende – wegens andere omstandigheden – failliet is verklaard.

2.2. De resultaten van [eenmanszaak] in de jaren 2004 en volgende zijn in de aangiften van belanghebbende als volgt vermeld:

Jaar 2004 2005 2006 2007 2008

Omzet 16.626 5.857 151 542 11.216

Inkoopwaarde 20.778 19.147 9779 2.229 12.445

Brutowinst -4.152 -13.290 -9.628 -1.687 -1.229

Kosten -16.622 -15.674 -16.172 -18.191 -18.363

Verlies -20.774 -28.964 -25.800 -19.878 -19.592

Belanghebbende heeft ter zitting gesteld dat de boekingen van de inkoopwaarden niet juist zijn. Belanghebbende koopt vaak grote verzamelingen postzegels in en verkoopt daarvan dan enkele exemplaren. De toerekening van de inkoopkosten aan die verkochte exemplaren is volgens belanghebbende te hoog geweest.

2.3. Belanghebbende handelde via Internet. Hij had een internetsite laten ontwikkelen om klanten te trekken. De handel is internationaal. Daarnaast heeft belanghebbende een deel van zijn woning verbouwd om zijn verzameling uit te stallen; gegadigden konden daar postzegels komen bekijken. Aan de woning was van buiten niet te zien dat er een postzegelhandel was gevestigd. Belanghebbende kocht in op beurzen en veilingen en afficheerde zich daar als handelaar. Inmiddels is belanghebbende met de exploitatie van de onderneming gestopt, onder meer vanwege problemen in de privésfeer. Belanghebbende is thans dakloos. Hij voorziet in zijn levensonderhoud door gedeelten van de postzegelverzameling te verkopen.

2.4. In 2009 is namens de inspecteur een onderzoek ingesteld bij belanghebbende. De inspecteur heeft toen gesteld dat [eenmanszaak] niet kon worden aangemerkt als een bron van inkomen. Dat heeft geleid tot de navorderingsaanslag waarbij tevens een aantal andere aftrekposten alsnog is geweigerd. Bij uitspraak op bezwaar is alsnog € 7.060 hypotheekrente in aftrek geaccepteerd. Ter zitting is nader overeenstemming bereikt: de inspecteur heeft aftrek geaccepteerd van hypotheekrente ad € 9.470 en ziektekosten (vóór toepassing van de drempel) van € 5.138 algemene ziektekosten en € 2.486 specifieke ziektekosten. In geschil is nog slechts of het verlies uit [eenmanszaak] aftrekbaar is en of belanghebbende recht heeft op extra aftrek van ziektekosten in verband met kosten voor zijn stiefzoon. In bedragen kan een en ander als volgt worden weergegeven:

Inkomen 2006

Aangifte/aanslag Navorderingsaanslag Compromis

Verlies [eenmanszaak] -25.800 0 ??

Salaris 42.697 42.697 42.697

Eigen woning

Forfait 978 978 978

Hypotheekrente -11.179 0 -9.470

Aftrek -10.201 0 -8.492

Bb ink vóór aftrek bua 6.696 42697 34.205

Buitengewone uitgaven

Ziektekosten 0

algemeen 5.138 5.138

specifiek 15.347 2.486 of meer??

Drempel -780

Aftrek 19.705

Waarvan aftrek 2005 -6.696 ??

Belastbaar inkomen 0 42.697

2.5. De eerste vraag die resteert is, of [eenmanszaak] een bron van inkomen is. Van een bron van inkomen is sprake indien belanghebbende met zijn activiteiten winst beoogt – wat niet in geschil is – en winst, objectief gezien, redelijkerwijs te verwachten is. Het gaat er daarbij niet om of al direct in het eerste jaar winst wordt behaald maar of aannemelijk is dat op de lange duur het totaal aan inkomsten het totaal aan uitgaven zal overstijgen. Niet bestreden is dat belanghebbende deskundig is op het gebied van postzegels. De rechtbank acht echter niet aannemelijk dat in 2004, 2005 of 2006 redelijkerwijs te verwachten was dat belanghebbende op de lange duur met zijn activiteiten voor [eenmanszaak] winst zou kunnen maken. Voor het succesvol kunnen exploiteren van een onderneming als deze is meer nodig dan deskundigheid en het zich als deskundige afficheren en het opzetten van een internetsite. Belanghebbende heeft blijkbaar geen businessplan gemaakt maar is gewoon met zijn handel gestart. Van een actief beleid om klanten te werven is niets gebleken. De omzet was, ook reeds in 2004 en zeker in 2005 en 2006, niet zodanig dat daaruit de gewone jaarlijkse exploitatiekosten gedekt konden worden. Daar kwamen de inkoopkosten dan nog eens bij. Belanghebbende heeft blijkbaar ook in de jaren voor 2001 in postzegels gehandeld, maar niet aannemelijk is geworden dat er in die tijd in enig jaar winst werd behaald. Dit een en ander, in onderling verband bezien, leidt de rechtbank tot het oordeel dat [eenmanszaak] geen bron van inkomen was zodat het verlies terecht niet in aftrek is toegelaten.

2.6. Het tweede geschilpunt betreft de kosten die belanghebbende heeft gemaakt om zijn stiefzoon, die tot het huishouden van belanghebbende en zijn partner behoorde en leed aan een autistische stoornis, op een internationale school te plaatsen met speciale begeleiding. Aftrek van die kosten als ziektekosten zou alleen mogelijk zijn indien en voor zover sprake is van kosten voor geneeskundige hulp. Belanghebbende heeft echter niet aannemelijk gemaakt dat daarvan sprake was. De inspecteur heeft aftrek dus terecht geweigerd.

2.7. Ter zitting heeft de inspecteur aan ziektekosten geaccepteerd € 5.138 algemene ziektekosten en € 2.386 specifieke ziektekosten. Nu het verzamelinkomen vóór toepassing persoonsgebonden aftrek hoger is dan € 30.631 is de verhoging van 113% voor de specifieke uitgaven niet van toepassing. Wel zal de aftrek nog moeten worden verminderd met de drempel. De rechtbank zal de inspecteur opdragen de navorderingsaanslag aldus te verminderen.

2.8. Naar het oordeel van de rechtbank had de inspecteur geen reden om bij de gewone aanslagregeling de aangifte niet te volgen en vormen de bevindingen bij het boekenonderzoek het nieuwe feit dat navordering rechtvaardigt.

2.9. Conform hetgeen ter zitting overigens is overeengekomen, heeft de rechtbank het belastbaar inkomen uit werk en woning verlaagd tot € 34.205 waarop nog toe te passen een aftrek voor ziektekosten van € 7.524 vóór toepassing van de drempel van artikel 6.24, tweede lid, Wet inkomstenbelasting 2001.

3. Proceskosten

De proceskosten van belanghebbende zijn al vergoed in de zaak met rolnummer 11/2264.

Wel zal de inspecteur het griffierecht aan belanghebbende moeten vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan op 10 mei 2012 door mr. A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, rechter, in tegenwoordigheid van mr. drs. I.E. Rijsdijk-van Eerd, griffier. De rechter is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.

De griffier, De rechter,

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: 21 mei 2012

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583,

5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.