Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2012:BX3151

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
01-08-2012
Datum publicatie
01-08-2012
Zaaknummer
242053 / HA ZA 11-1454
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

aansprakelijkheid assurantietussenpersoon aanvaard voor terechte dekkingsweigering door verzekeraar

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JA 2012/163

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK BREDA

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 242053 / HA ZA 11-1454

Vonnis van 1 augustus 2012

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TIELEMANS KREIEL BV,

gevestigd te Middelbeers,

eiseres,

advocaat mr. A.M. van Schaick

tegen

1. naamloze vennootschap

ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN NV,

gevestigd te Apeldoorn,

gedaagde,

advocaat mr. M.B. Esseling

2. de coöperatie

COÖPERATIEVE RABOBANK DE KEMPEN WEST UA,

gevestigd te Bladel,

gedaagde,

advocaat mr. L.J.P.E. Donckers- Corten

Partijen zullen hierna Tielemans, Achmea en Rabobank genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 29 februari 2012

- het proces-verbaal van comparitie van 19 juni 2012.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Het geschil

2.1. Tielemans vordert dat de rechtbank Achmea en Rabobank hoofdelijk veroordeelt om aan haar de som van EURO 127.901,22 te betalen, ter zake kosten van DLV ad EURO 1.013,29, kosten van Electro Care ad EURO 4.254,25 en kosten ter zake buitengerechtelijke rechtsbijstand ad EURO 11.350,08, alle bedragen te vermeerderen met wettelijke rente en hen te veroordelen in de proceskosten.

De beide gedaagde partijen betwisten de vordering gemotiveerd.

3. De beoordeling

3.1. In dit geding kan van de navolgende feiten worden uitgegaan.

Tielemans exploiteert een varkensmestbedrijf/ varkens vermeerderings bedrijf. Zij maakt voor ventilatie en verwarming van haar varkensstal geen gebruik van een c.v. ketelinstallatie of een warmte krachtinstallatie, maar van grondwater. Zij heeft daarvoor in december 2005 een klimaat besturingssysteem gekocht en geleverd kregen, welk systeem zij nadien in gebruik heeft genomen.

3.1.1 Ten behoeve van haar bedrijf heeft Tielemans bij Achmea, via bemiddeling van Rabobank, een zogeheten Bedrijven Compact Polis verzekering afgesloten. Onder paragraaf 2 op bladzijde drie van deze polis staat vermeld: “ vorst Deze dekking geldt alleen voor de functionele inrichting Bovendien moet de vorst schade het gevolg zijn van een plotseling en onvoorzien technisch mankement aan de ketelinstallatie of de WK- installatie of het uitvallen van de elektriciteitsvoorziening (…..) “

Elders in de polis wordt het begrip bedrijfsgebouw gedefinieerd; tot een bedrijfsgebouw wordt blijkens de polis ook de functionele inrichting gerekend. Voor zover van belang staat in de polis vermeld dat tot de functionele inrichting onder meer alle zaken behoren die zich in of aan het bedrijfsgebouw bevinden ter uitoefening van het agrarische bedrijf.

3.1.2 Voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst is aan de Hr. Van den Meijdenberg, assurantie adviseur in dienst van Rabobank, door Tielemans te kennen gegeven dat een conventionele centrale verwarmingsketel of een warmte kracht installatie in het bedrijf ontbreekt en dat Tielemans in de plaats daarvan gebruik maakt van een grondwater- klimaatbesturingssysteem. Deze assurantie adviseur heeft ten behoeve van het afsluiten van een verzekeringsovereenkomst tussen Tielemans en Achmea vervolgens contact opgenomen met medewerkers van Achmea; hij heeft echter daarbij niet kenbaar gemaakt, dat er in het bedrijf een klimaat besturingssysteem is die in de plaats komt van een centrale verwarmingsketel of een warmte krachtinstallatie. De verzekeringsovereenkomst is vervolgens elektronisch tot stand gekomen; op het door deze adviseur ingevulde elektronisch aanvraagformulier is bij de vraag soort verwarming het antwoord ingevuld: CV gas/olie, gesloten systeem.

3.1.3 Het bedrijf is in gebruik genomen op 27 oktober 2006; op een daaraan vooraf gegane open dag was de manager van Rabobank aanwezig: daarna is Tielemans door voormelde assurantie-adviseur geadviseerd om de onderhavige installatie mede te verzekeren tegen het risico van vorst.

3.1.4 In de nacht van 6 op 7 januari 2009 was er sprake van extreme koude. In die nacht is het klimaat besturingssysteem bevroren. Tielemans heeft de schade bij Achmea gemeld waarna Achmea een agrarisch expert, de heer Loeffen, heeft ingeschakeld. Deze Loeffen heeft op 21 januari 2009 het bedrijf bezocht en op 14 april 2009 gerapporteerd aan Achmea, dat polis dekking ontbreekt, omdat de software matige aansturing van het klimaat besturingssysteem debet aan de schade bleek. Achmea heeft de conclusie van dit rapport gevolgd en op 16 april 2009 aan Tielemans te kennen gegeven, dat er geen technisch mankement aan de installatie is waargenomen en dat er daarom geen dekking is.

3.1.5 Tielemans heeft zich vervolgens voorzien van bijstand door haar rechtsbijstandverzekeraar; deze heeft Achmea verzocht om het dekkingstandpunt te herzien en daartoe Achmea geconfronteerd met bevindingen van het bedrijf Fancom. Deze bevindingen komen erop neer dat de schade niet is ontstaan door een fout in de software maar door een plotseling en onvoorzien technisch mankement. Achmea heeft hier op bij brief van 14 september 2009 gereageerd en daarbij aangegeven dat ze de juistheid van de bevindingen ontkent; tevens schrijft zij in deze brief: “ wij wijzen u op de polisvoorwaarden. De voorwaarden bepalen dat vorst schade is gedekt als deze het gevolg is van een plotseling en onvoorzien technisch mankement aan de ketelinstallatie of het uitvallen van de elektriciteitsvoorziening. Er is op geen enkele manier aangetoond dat hiervan sprake is geweest. Wij handhaven dan ook ons afwijzend standpunt.”

3.1.6 De rechtsbijstandverzekeraar heeft vervolgens ing J.A.M. Peijnenburg, verbonden aan DLV, opdracht gegeven een onderzoek in te stellen naar de oorzaak van de schade. Deze concludeerde vervolgens, dat er sprake is van een onvoorzien technisch mankement, bestaande uit, kortgezegd, instabiliteit van temperatuur voelers. Geconfronteerd met deze bevindingen heeft Achmea opnieuw gereageerd ten aanzien van de vraag om dekking te verlenen: op 21 december 2009 wijst Achmea opnieuw dekking af en schrijft onder andere:

wij wijzen u wederom naar de polisvoorwaarden. hierin wordt bepaald dat schade door vorst is gedekt als er zich een technisch mankement heeft voorgedaan aan de ketelinstallatie of de WK- installatie. Er wordt in de polisvoorwaarden aangegeven wat er onder een ketelinstallatie wordt verstaan. Ook aan de hand van de door u aangeleverde gegevens blijkt niet dat er een technisch mankement is geweest van de ketelinstallatie(…..)”.

3.1.7 Tielemans heeft vervolgens bij deze rechtbank een voorlopig deskundigenbericht gevraagd en gekregen. De inzet van het uit te brengen deskundigenbericht was het achterhalen van de oorzaak van de schade. De door de rechtbank benoemde deskundige, te weten de Heer H.Hollanders verbonden aan Electro Care BV heeft een onderzoek naar deze oorzaak ingesteld en geconcludeerd, dat de oorzaak van de schade gelegen is in een plotseling en onvoorzien technisch mankement als gevolg van vorst. Deze Hollanders taxeert de totale herstelkosten op EURO 107.480,02 exclusief BTW.

In de zaak tussen Tielemans en Achmea

4.1 Tielemans stelt zich op het standpunt, dat Achmea gehouden is tot nakoming van haar verplichtingen uit de verzekeringsovereenkomst. Dit in de eerste plaats, omdat het verzekerd risico van vorstschade zich heeft voorgedaan. Uit de diverse in de loop der tijd uitgebrachte rapporten blijkt dat de oorzaak van de schade gelegen is aan een plotseling optredend en onvoorzien technisch mankement. Op de voet van artikel 6: 83 sub c BW is Achmea zonder ingebrekestelling in verzuim vanaf 16 april 2009; daarom heeft zij vanaf deze datum recht op wettelijke rente. In elk geval heeft zij daar recht op vanaf een later tijdstip.

In de tweede plaats geldt, aldus Tielemans, dat het beroep van Achmea op uitsluiting van polis dekking tardief is gedaan. Zij doelt op het volgende: in haar brief van 16 april 2009 heeft Achmea gesteld dat zij de schade niet zou vergoeden, omdat de schade niet door een verzekerd risico was ontstaan; daarmee heeft zij dus erkend dat het klimaat besturingssysteem was verzekerd onder de dekking van de Bedrijven Compact Polis; het debat tussen partijen spitste zich daarna ook louter toe op de oorzaak van de schade, meer specifiek of de oorzaak gelegen is in een technisch mankement of niet. Pas toen helder werd dat de oorzaak van de schade gevonden moet worden in een plotseling en onvoorzien technisch mankement stelde Achmea zich op het standpunt, bij brief van 21 december 2009, dat die oorzaak niet voldoet aan het gestelde in de polisvoorwaarden.

4.2 Achmea verweert zich als volgt. Op zichzelf is het juist, aldus Achmea, dat het klimaat besturingssysteem als onderdeel van de functionele inrichting onder de verzekerde dekking valt; echter aldus Achmea, waar het hier om gaat is dat de schade niet is ontstaan als het gevolg van een plotseling en onvoorzien technisch mankement aan de ketelinstallatie of de warmtekracht installatie dan wel het uitvallen van de elektriciteitsvoorziening. Immers, vaststaat dat de vorstschade ontstaan is door een mankement aan de klimaat besturingssysteem installatie. Het was Achmea niet bekend, dat deze installatie in de plaats is gekomen van een reguliere cv-ketel- of warmtekrachtinstallatie; Achmea wist niets over de wensen van Tielemans om deze installatie onder het bereik van vorstschade te brengen en evenmin heeft zij hierover enige informatie van de tussenpersoon gekregen. Op het aanvraagformulier stond vermeld dat er een cv installatie aangebracht was; over een klimaat besturingssysteem is niets vermeld. Ter comparitie heeft de vertegenwoordiger van Achmea medegedeeld dat als Achmea ten tijde van de acceptatie van de aanvraag op de hoogte was geweest van de onjuistheid van het aanvraagformulier er geen dekking geaccepteerd was; dit omdat het risico van vorst bij dit type installaties juist zo groot is.

4.3 De rechtbank deelt dit standpunt van Achmea. Immers nu vaststaat dat de vorstschade niet het gevolg is geweest van een technisch mankement aan de c.v.ketel- of de warmtekrachtinstallatie dan wel het uitvallen van de elektriciteitsvoorziening valt niet in te zien waarom dekking zou moeten worden verleend. De polisvoorwaarden zijn immers op dit onderdeel duidelijk en niet voor andere duiding vatbaar. Dit zou mogelijk tot een ander resultaat hebben kunnen leiden, indien het voor Achmea ten tijde van de acceptatie van de verzekeringsovereenkomst helder moet zijn geweest, dat met de op het aanvraagformulier vermelde cv / olie , gesloten systeem een klimaat besturingssysteem wordt bedoeld, en dat in de tekst van de betreffende passage in de polisvoorwaarden, zoals hierboven onder 3.1.1 weergegeven, logischerwijs in de plaats van cv installatie/ WK installatie een klimaat besturingssysteem moet worden begrepen. Echter zoals reeds uit de vaststaande feiten blijkt is Achmea niet op de hoogte gebracht van het feit dat de werkelijkheid in het bedrijf van Tielemans afwijkt van de opgave in het aanvraagformulier; gesteld noch gebleken is dat Achmea op enig andere manier op de hoogte was of moet zijn geweest van die afwijking. Evenmin is gesteld dat die afwijking op geen enkele wijze invloed kan hebben op de waardering van het risico door de verzekeraar; integendeel: onbetwist is ter comparitie van partijen namens Achmea gezegd dat als zij op de hoogte van die werkelijkheid zou zijn geweest er geen verzekeringsovereenkomst tot stand was gekomen, juist vanwege het te grote risico van vorst bij dat type installaties.

Evenmin volgt de rechtbank het argument van Tielemans dat het dekkingsverweer van Achmea tardief is gevoerd. Uit de vaststaande feiten blijkt dat Achmea op 16 april 2009 aan Tielemans heeft laten weten dat het rapport van Loeffen uitwijst dat er geen technisch mankement aan de installatie is waargenomen en dat er dus niet tot schadevergoeding wordt overgegaan. Uit deze brief kon Tielemans allerminst in gemoede afleiden dat Achmea reeds een standpunt had ingenomen ten aanzien van de kwestie van het ontbreken van een cv ketel-/ warmtekracht installatie en de aanwezigheid van een klimaat installatiesysteem in plaats daarvan. Gesteld noch gebleken is namelijk dat deze kwestie tevoren tussen partijen ter sprake is gekomen, laat staan dat Achmea ten tijde van het schrijven van de brief al op de hoogte was van de werkelijke situatie. Het stond haar daarom ook vrij om in haar latere brief, die van 14 september 2009, Tielemans erop te wijzen, dat het technisch mankement in een cv installatie dan wel elektrische installatie moet zijn gelegen wil schade uitkering kunnen plaatsvinden. Niet valt in te zien waarom een dergelijke aanvulling van het standpunt van Achmea om niet dekking te verlenen in strijd met de eisen van redelijkheid en billijkheid zou zijn.

4.4 Voorzover in de argumenten van Tielemans moet worden gelezen dat Achmea in ieder geval aansprakelijk is te houden voor de kosten die gemoeid zijn met het voorlopig deskundigenbericht geldt het volgende.

Tielemans stelt dat het deskundigenbericht noodzakelijk is geworden omdat het debat tussen partijen zich toespitste op de vraag of de oorzaak van de schade gelegen is in een, kortgezegd, technische mankement of niet. Had Achmea zich niet zo tardief op het standpunt gesteld als zij thans in de procedure doet dan had Tielemans zich die kosten kunnen besparen; om die reden dienen deze kosten voor rekening van Achmea te komen, aldus zakelijk weergegeven de redenering van Tielemans.

De rechtbank passeert dit argument. Achmea heeft onbetwist gesteld, dat zij zich bij de behandeling van het verzoekschrift om een voorlopig deskundigenbericht op het standpunt heeft gesteld dat Tielemans geen belang heeft bij het verzoek, omdat Achmea, ongeacht de oorzaak van de schade, van opvatting is, dat dekking ontbreekt. Aldus kan niet gezegd worden dat de keuze van Tielemans om onderzoek te doen instellen naar de oorzaak van de schade nodig werd door de houding van Achmea.

4.5 Uit het vorenstaande vloeit voort dat de vorderingen van Tielemans voorzover ze zijn gericht tegen Achmea worden afgewezen; de proceskosten zijn voor rekening van Tielemans als de in het ongelijk gestelde partij. De proceskosten bestaan uit EURO 3.529,= aan griffierecht en EURO 2.842,= aan advocaatsalaris ( 2 x 1 punt ad EURO 1.421,=); in totaal dus EURO 6.371,=. De kostenveroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Achmea daarom verzocht heeft.

In de zaak tussen Tielemans en Rabobank

4.6 Tielemans baseert haar vordering op het volgende. Rabobank heeft bij de uitvoering van haar werkzaamheden als assurantietussenpersoon niet de zorg van een goed opdrachtnemer in acht genomen. Uit de vaststaande feiten vloeit voort dat Rabobank, toen zij bemiddelde bij de totstandkoming van de verzekeringsovereenkomst tussen Tielemans en Achmea, bekend was met de aanwezigheid van het klimaat besturingssysteem, dat dit systeem in de plaats was gekomen van een cv ketel-/ warmtekrachtinstallatie, dat het de wens was van Tielemans dat het klimaat besturingssysteem ook verzekerd was tegen vorstschade, dat zij deze wens niet heeft overgebracht bij de verzekeraar en dat zij het aanvraagformulier in strijd met de werkelijkheid heeft ingevuld. Omdat als gevolg van haar falen Achmea geen dekking verleent, is Rabobank aansprakelijk te houden voor de schade die hierdoor voor Tielemans is ontstaan.

4.7 Rabobank verweert zich als volgt. Zij meent in de eerste plaats, kortgezegd, op dezelfde gronden als Tielemans heeft ontwikkeld, dat Achmea gehouden is om Tielemans schadeloos te stellen en dat zij dus niet aansprakelijk is.

Als de rechtbank hier anders over denkt dan meent Rabobank dat zij niet aansprakelijk is te houden, omdat zij zich op een zorgvuldige wijze van haar taak heeft gekweten. Zij heeft daarbij, aldus alinea 22 van de conclusie van antwoord, alle zorgvuldigheid betracht die van een assurantietussenpersoon verwacht mag worden.

Bovendien, zo stelt Rabobank, is er geen enkel causaal verband tussen de weigering van Achmea en de handelwijze van Rabobank; immers de weigering van Achmea om dekking te verlenen voor de schade is kennelijk gelegen in andere overwegingen van Achmea dan dat de installatie niet onder de dekking begrepen zou zijn. Voor de gevolgen van die onjuiste opstelling van Achmea heeft Rabobank geen verantwoordelijkheid, zo luidt de toelichting op dit verweer.

4.8 De rechtbank verwerpt het hierboven genoemde verweer, dat Rabobank in de eerste plaats heeft gevoerd. De motivering hiervan is dezelfde als hierboven bij de behandeling van de vordering van Tielemans op Achmea gebezigd.

4.9 Ook het tweede verweer passeert de rechtbank. Rabobank stelt weliswaar dat zij zich op een zorgvuldige wijze van haar taak heeft gekweten en daarbij, zo begrijpt de rechtbank, heeft gehandeld zoals van redelijk bekwaam redelijk handelend assurantietussenpersoon mag worden verwacht. Echter uit de onder 3.1.2 en 3.1.3 weergegeven vaststaande feiten en uit hetgeen Tielemans – onbetwist- aan haar vordering feitelijk ten grondslag heeft gelegd, blijkt dit niet. Integendeel, uit dit feitencomplex blijkt zonneklaar is dat het Tielemans onder meer te doen was om een verzekering af te sluiten tegen het risico van vorstschade aan de installatie, dat Rabobank dit wist, dat Rabobank kenbaar heeft gemaakt zorg te zullen dragen voor het onderbrengen van dit risico bij een verzekeringsmaatschappij en dat zij vervolgens verzuimd heeft om de verzekeringsmaatschappij op de hoogte te stellen van relevante informatie.

Deze vaststelling levert een toerekenbare tekortkoming op van één van de hoofdverplichtingen van Rabobank, voortvloeiend uit de tussen partijen aangegane overeenkomst. De conclusie is, dat Rabobank zich niet heeft gedragen zoals een redelijk bekwaam redelijk handelend assurantietussenpersoon had behoren te doen. Zij is dan ook aansprakelijk voor de schade die daaruit voort is gevloeid.

4.10 Rabobank betwist het oorzakelijk verband tussen de geclaimde schade en het haar gemaakt verwijt; zij motiveert deze betwisting zoals hiervoor verwoord.

De rechtbank evenwel heeft in de procedure tussen Tielemans en Achmea uitgemaakt, dat laatstgenoemde terecht dekking heeft geweigerd; de argumentatie van Achmea heeft de rechtbank valide geoordeeld, welke argumenten feitelijk rechtstreeks terug te voeren zijn op de aan Rabobank verweten tekortkoming. De motivering van Rabobank die zij ten grondslag heeft gelegd aan de betwisting van het ontbreken van het causaal verband wordt dus niet gedeeld door de rechtbank. Omdat de Rabobank geen andere argumenten aanvoert voor het ontbreken van oorzakelijk verband, wordt aanvaard dat causaal verband wel aanwezig is.

4.11 Rabobank heeft de hoofdsom niet betwist zodat dit deel van de vordering kan worden toegewezen. Ter comparitie van partijen is door Rabobank gezegd dat BTW geen schade element voor Tielemans vormt. Tielemans heeft dit als juist erkend. Dit betekent dat de hoofdsom wordt toegewezen zonder BTW component, een en ander zoals hierna beslist. De wettelijke rente kan worden toegewezen vanaf 29 april 2010, te weten het moment waarop Rabobank in verzuim is komen te verkeren ingevolge de brief van de raadsman van Tielemans van 15 april 2010 (productie 13 bij dagvaarding): deze brief van de raadsman heeft kennelijk het karakter van ingebrekestelling en de intentie om Rabobank in de gelegenheid te stellen om voor 29 april 2010 aansprakelijkheid te erkennen.

4.12 Tielemans vordert van Rabobank tevens de vergoeding van de kosten die gemoeid zijn met het rapport van DLV en vergoeding van buitengerechtelijke kosten van rechtsbijstand. Rabobank heeft opgemerkt dat de opdrachtgever van dit rapport de rechtsbijstandverzekeraar van Tielemans is geweest en dat die verzekeraar zelf rechtsbijstand heeft verleend; de kosten van het een en ander zijn dus niet ten laste van Tielemans gekomen.

Tielemans heeft dit niet weersproken; evenmin heeft zij toegelicht waarom zij aldus recht zou hebben op de beide bedragen die met deze kosten gemoeid zijn, hoewel dit processueel wel noodzakelijk was.

Beide posten worden dus als ongegrond afgewezen.

4.13 Tielemans vordert voorts de vergoeding door Rabobank van de kosten die gemoeid zijn met het voorlopige deskundigenbericht.

Wat betreft de berechting van deze post geldt hetzelfde als hierboven in 4.4 is overwogen. Deze overweging in aanmerking genomen valt niet in te zien waarom deze post ten laste van Rabobank kan worden gebracht. Tielemans heeft hier geen nadere onderbouwing van gegeven, hoewel dat wel nodig was. Hier komt nog bij dat Rabobank geen partij is geweest bij het verzoek om een voorlopige deskundigenbericht.

Ook deze post wordt dus afgewezen als ongegrond.

4.14 Omdat Rabobank voor het leeuwendeel in het ongelijk wordt gesteld wordt zij verwezen in de proceskosten, voor zover deze in de procedure tussen haar en Tielemans zijn ontstaan.

Deze proceskosten bestaan uit het griffierecht en advocaatkosten ad respectievelijk EURO 3.529,= en (2 punten à EURO 1.421,= ) EURO 2.842,=; deze bedragen worden verhoogd met de kosten van de dagvaarding ad EURO 76,31; in totaal dus EURO 6.447,31.

5 De beslissing

De rechtbank

In de zaak van Tielemans tegen Achmea

5.1 wijst de vordering af,

5.2 veroordeelt Tielemans in de proceskosten deze voorzover gerezen aan de zijde van Achmea tot heden begroot op EURO 6.371,= en EURO 131,= voor nakosten zonder betekening, dan wel EURO 199,= in geval Tielemans niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan dit vonnis heeft voldaan en betekening heeft plaatsgevonden, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na heden en –voor het geval voldoening van deze proceskosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt- te vermeerderen met de wettelijke rente over deze proceskosten vanaf bedoelde termijn van voldoening tot aan de dag der algehele voldoening.

5.3 verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

In de zaak van Tielemans tegen Rabobank

5.4 veroordeelt Rabobank om aan Tielemans een bedrag van EURO 107.480,02 (honderdzevenduizendvierhonderdentachtigeuro en twee eurocents) te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 april 2010 tot de dag van gehele voldoening,

5.5 veroordeelt Rabobank in de proceskosten deze voorzover gerezen aan de zijde van Tielemans tot heden begroot op EURO 6.447,31 en EURO 131,= voor nakosten zonder betekening, dan wel EURO 199,= in geval Rabobank niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan dit vonnis heeft voldaan en betekening heeft plaatsgevonden, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na heden en –voor het geval voldoening van deze proceskosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt- te vermeerderen met de wettelijke rente over deze proceskosten vanaf bedoelde termijn van voldoening tot aan de dag der algehele voldoening,

5.6 verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,

5.7 wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. Poerink en in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2012.