Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2012:BX3146

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
26-07-2012
Datum publicatie
31-07-2012
Zaaknummer
722349 md 12-425 en 722351 md 12-426
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Administratief recht

Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften (WAHV)

Artikel 28 WAHV

Verzoeken officier van justitie te Leeuwaarden tot machtiging toepassing dwangmiddel gijzeling

Verzoeken worden door de kantonrechter afgewezen

Gronden afwijzing: geen sprake van betalingsonwil maar van betalingsonmacht;

officier van justitie (en het CJIB) handelt in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur,

in het bijzonder: het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel.

Kantonrechter gaat uitvoerig in de wijze waarop het dwangmiddel gijzeling wordt toegepast en plaatst hierbij zeer kritische kanttekeningen!

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 28
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWR 2012/87 met annotatie van mr. dr. J.W. van der Hulst
VR 2013/21

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

team kanton Bergen op Zoom

zaaknummers : 722349 MD 12-425, 722351 MD 12-426

CJIB-nummers: 132297151, 148558423

uitspraak: 26 juli 2012

beslissing op een tweetal verzoeken als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de

Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften (WAHV),

aangaande:

[betrokkene]

wonende te [adres],

hierna te noemen: betrokkene.

1. De beoordeling

1.1 De officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden verzoekt de kantonrechter te Bergen op Zoom in beide zaken ex artikel 28, eerste lid WAHV om hem te machtigen het dwangmiddel gijzeling toe te passen voor de duur van (telkens) zeven dagen. In beide zaken gaat het om een administratieve sanctie, vanwege het “niet APK gekeurd zijn” van een motorrijtuig met het kenteken [XX-XX-XX] waarvoor op respectievelijk 25 juli 2009 en 6 januari 2011 een beschikking aan betrokkene is opgelegd. Tegen deze beschikkingen is kennelijk door betrokkene geen beroep ingesteld. De sanctiebedragen (ad telkens € 90,00) werden niet betaald en zijn vanwege het uitblijven van betaling van rechtswege tweemaal verhoogd bij het versturen van een eerste en een tweede aanmaning. In beide zaken is betrokkene nu € 168,75 verschuldigd.

1.2 In beide zaken wordt vermeld dat de officier van justitie heeft getracht verhaal zonder dwangbevel toe te passen maar dat dit niet mogelijk bleek. In beide zaken werd geen verhaal met dwangbevel geïnitieerd omdat de deurwaarder geen verhaalsmogelijkheden aanwezig achtte.

1.3 Vervolgens is betrokkene volgens de officier van justitie op 10 oktober 2011 respectievelijk 17 januari 2012 gemaand zijn rijbewijs in te leveren voor een periode van vier weken conform artikel 28a WAHV. Dit heeft volgens de officier van justitie niet geleid tot inleveren van het rijbewijs en evenmin heeft dit tot betaling van de openstaande bedragen geleid.

1.4 Daarna heeft de officier van justitie in beide zaken aan de politie opdracht gegeven tot buitengebruikstelling van het voertuig conform artikel 28b WAHV. De politie heeft het voertuig van betrokkene niet buiten gebruik kunnen stellen omdat betrokkene niet in het bezit is van een voertuig. Ook heeft de politie het verschuldigde bedrag niet kunnen innen.

1.5 Of bovengenoemde incassopogingen daadwerkelijk hebben plaatsgevonden valt voor de kantonrechter op basis van beide aanwezige dossiers (en de daarin verstrekte informatie) volstrekt niet te beoordelen. Kennelijk vindt er telkens na enige tijd een automatische beoordeling plaats van het toepassen van het betrokken dwangmiddel. Het aanwezige overzicht “Actuele sanctie-gegevens” maakt daar melding van. Wat deze automatische beoordeling inhoudt is volstrekt onduidelijk.

1.6 Wel valt op dat in iedere afzonderlijke zaak alle incasso-mogelijkheden en dwangmiddelen achtereenvolgens worden afgewerkt. Binnen het door het CJIB gebruikte geautomatiseerde systeem is het kennelijk niet gebruikelijk om te kijken of meerdere zaken met betrekking tot dezelfde persoon en met betrekking tot hetzelfde kenteken openstaan. Ook wordt niet gekeken naar welke incassopogingen in het verleden hebben plaatsgevonden in andere soortgelijke dossiers.

1.7 Betrokkene heeft tijdens de mondelinge behandeling van deze verzoeken op 26 juli 2012 aangevoerd dat hij op 21 december 2009 een auto-ongeluk heeft gehad met een bedrijfsvoertuig met het kenteken [XX-XX-XX]. Hij is met de betrokken bestelbus over de kop geslagen. De politie is na het ongeval aanwezig geweest. De bestelbus is na het ongeval weggesleept door een bergingsbedrijf en naar een autobedrijf in Roosendaal gebracht. De bestelbus is vervolgens “total loss” verklaard. Door de geestelijke conditie (depressieve klachten) waarin betrokkene verkeerde heeft hij zelf kennelijk geen adequate acties ondernomen om het kenteken van genoemde bestelbus van zijn naam te krijgen. Met gevolg een jarenlange reeks van bekeuringen voor het niet APK-gekeurd zijn van dat voertuig en voor het niet verzekerd zijn van het voertuig. Bij iedere zogenaamde registercontrole (ktr lees: iedere ca. 3 à 4 maanden) was het prijs! Vanaf mei 2010 zijn medewerkers van GGZ-WNB, waar betrokkene in medische behandeling is, gaan proberen om het kenteken van de naam van betrokkene te krijgen alsmede zijn er pogingen gedaan om de bekeuringen terug te draaien. Brieven aan de belastingdienst, de RDW en het CVOM bleven zonder het gewenste resultaat, aldus de ter zitting aanwezige medewerkster van GGZ-WNB. Zij legt kopieën van brieven over waaruit deze contacten blijken.

1.8 Betrokkene heeft wel getracht de opgelegde boetes zoveel mogelijk te betalen. Afgezien van deze beide onderhavige zaken lopen nog andere zaken bij het CJIB. Het lukt maar niet om hierover een totaal overzicht te verkrijgen. Brieven aan en vele telefoongesprekken met medewerkers van het CJIB blijven volgens betrokkene zonder resultaat. De ter zitting aanwezige mw. [Y], maatschappelijk werkster/casemanager in dienst van de GGZWNB, maakt melding van het feit, dat zij ten behoeve van betrokkene geen deugdelijke reactie kan krijgen van het CJIB. Zij zegt heel vaak aan wisselende medewerkers van het CJIB te hebben uitgelegd wat er aan de hand is. Inmiddels is zij in bezit van een tweetal overzichten van openstaande zaken waarop 9 à 10 zaken (aan WAHV boetes) openstaan, waaronder de beide zaken waarvoor nu een machtiging gijzeling wordt gevraagd. Een overzicht heeft zij via een betrokken wijkagent gekregen.

1.9 De kantonrechter sluit zeker niet uit dat naast de WAHV boetes ook nog andere zaken openstaan, welke of op basis van de Wet OM afdoening dan wel als strafzaak via de kantonrechter worden afgedaan. Een totaal overzicht ontbreekt!

Dit heeft alles te maken met het feit, dat Nederland inmiddels 3 (drie) procedures kent waar langs overtredingen worden afgedaan, te weten: de afdoening via de (straf)kantonrechter, de afdoening op basis van de Wet OM Afdoening en de afdoening als WAHV/Mulderzaak.

1.10 Tegen betrokkene is kennelijk in elk geval 1x eerder een machtiging gijzeling afgegeven op basis waarvan de politie op 8 mei 2012 is binnengetreden in de woning van betrokkene.

Bij dit binnentreden heeft de politie een achter- en een tussendeur geforceerd.

Betrokkene bleek niet thuis. Van dit binnentreden is een “Verslag binnentreden woning” opgemaakt, waarvan ter zitting een kopie is overgelegd. Betrokkene weet niet of er nog meer machtigingen gijzeling lopen op basis waarvan hij ieder moment door de politie kan worden opgepakt.

1.11 Helaas kan de kantonrechter hem dit ook niet vertellen. In de beide onderhavige dossiers zitten slechts gegevens m.b.t. de betrokken individuele zaak. Zoals eerder opgemerkt, ontbreekt ieder totaaloverzicht. Het is schrijnend om dit als kantonrechter te moeten vaststellen! Waarom wordt dit niet binnen het geautomatiseerd systeem van CJIB en CVOM gesignaleerd? Het gaat om één betrokkene (verdachte) met één telkens terugkerend kenteken, welk kenteken steeds opnieuw weer opduikt bij registercontroles. De kantonrechter constateert dat het gehele geautomatiseerde systeem bij CJIB en CVOM is ingesteld om het “incasseren” van individuele boetes/sancties op basis van onherroepelijk geworden boetevonnissen, onherroepelijke OM-strafbeschikkingen dan wel onherroepelijke Mulderbeschikkingen.

Dit incasseren gebeurt via strikt gescheiden afzonderlijke trajecten, waarbij steeds opnieuw bij iedere (nieuwe) zaak de reeks: boete/sanctie, 1e en 2e verhoging, verhaal met of zonder dwangbevel, toepassing dwangmiddelen (inname rijbewijs/ buitengebruikstelling voertuig) en gijzeling wordt afgewerkt/afgelopen. In dat traject is kennelijk niemand in staat of bereid om een probleemgeval, bestaande uit een opeenstapeling van boetes bij één persoon, te onderkennen en op te lossen.

1.12 Opvallend is dat ook binnen de rechtbanken landelijk in de “Procesbeschrijving Kanton-Mulder Gijzeling” wordt meegegaan in deze volledig gestandaardiseerde geautomatiseerde wijze van afdoening. Het CJIB maakt in dat verband zelfs het standaardmodel eindbeslissing aan, genaamd “Machtiging Toepassen Gijzeling”.

Met het gebruik van dit standaardmodel schieten ook de kantonrechters tekort in hun motiveringsplicht. De enkele omstandigheid, dat geen hoger beroep openstaat, rechtvaardigt niet deze wijze van afdoening.

1.13 De financiële situatie van betrokkene blijkt slecht te zijn. Hij heeft een bijstandsuitkering van € 840,00 per maand. Op deze bijstandsuitkering is beslag gelegd tot de beslagvrije voet. Mogelijk gaat het hierbij om een ten onrechte -namens het UWV- gelegd beslag. Het besluit van het UWV wordt nog aangevochten. Betrokkene heeft meerdere schulden. Zolang hij onder behandeling is bij GGZ-WNB blijft zijn uitkering waarschijnlijk gehandhaafd. Namens GGZ-WNB wordt benadrukt dat het voor de geestelijke toestand van betrokkene van belang is dat deze “boeteproblematiek” eindelijk wordt opgelost. Hierdoor zou een stuk rust bij betrokkene ontstaan.

1.14 De kantonrechter heeft een dubbele reden om de onderhavige beide verzoeken van de officier van justitie te Leeuwaarden af te wijzen. Allereerst is er aantoonbaar sprake van financiële onmacht aan de zijde van betrokkene om de openstaande bedragen te voldoen en niet van betalingsonwil. Opvallend is dat het CJIB (en in het verlengde hiervan de officier van justitie) kennelijk niets doet met een melding van de door hen ingeschakelde deurwaarder inhoudende dat er “geen verhaalsmogelijkheden aanwezig worden geacht”.

Verder zijn de verzoeken van de officier van justitie ook onzorgvuldig voorbereid en gemotiveerd. Indien de betrokken officier van justitie bijvoorbeeld naar alle op naam van betrokkene openstaande zaken had gekeken, had hij/zij beslist anders gehandeld. Helaas functioneert deze officier van justitie binnen een werkproces, waarbij hij/zij kennelijk slechts naar afzonderlijke (losse) zaken kijkt, ervan uitgaande dat de officier van justitie deze zaken daadwerkelijk onder ogen krijgt.

Echter ook de individuele zaken zijn onvoldoende concreet onderbouwd. Nergens uit blijkt welke inspanningen het CJIB zich daadwerkelijk heeft getroost bij de toepassing van de minder ingrijpende dwangmiddelen. Ook wordt nergens melding gemaakt van de contacten, die aantoonbaar in het verleden hebben plaatsgevonden, door of namens betrokkene.

Door zo te handelen en te beslissen handelt de officier van justitie (en het CJIB) in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel.

2. De beslissing

De kantonrechter:

wijst beide bovengenoemde verzoeken tot afgifte van een machtiging tot het toepassen van het dwangmiddel gijzeling af.

Aldus gewezen en uitgesproken door mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter, ter openbare terechtzitting van donderdag 26 juli 2012.