Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2012:BX1271

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
11-07-2012
Datum publicatie
16-07-2012
Zaaknummer
712514 cv 12-2651
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiseres heeft in de processtukken naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende grond genoemd voor toewijzing van haar vordering. De stellingen van gedaagde zijn bovendien door eiseres in de processtukken op geen enkele wijze betwist.

Het is niet de taak van de kantorechter om stellingen uit producties af te leiden. Volgt afwijzing van de vordering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

team kanton Breda

zaak/rolnr.: 712514 CV EXPL 12-2651

vonnis d.d. 11 juli 2012

inzake

de vennootschap onder firma ME-KADO,

gevestigd te Breda,

te dezer zake woonplaats kiezende te Goirle, Edisonstraat 6-03,

eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

hierna “Me-Kado” te noemen,

gemachtigde: J.K.M. Vissers, gerechtsdeurwaarder te Goirle,

tegen

de stichting STICHTING ANDRÉ’S GOEDE DOELEN DART,

gevestigd te (4814 SL) Breda, Heivlinder 18,

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

hierna “Stichting AGDD” te noemen,

gemachtigde: [X] BAe, vice voorzitter van gedaagde.

1. Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:

a. de dagvaarding van 16 maart 2012 met producties;

b. de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie met producties;

c. de conclusie van repliek in conventie, tevens antwoord in reconventie;

d. de conclusie van dupliek in conventie, tevens repliek in reconventie met producties;

e. de conclusie van dupliek in reconventie.

2. Het geschil

In conventie

2.1

Me-Kado vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Stichting AGDD te veroordelen tot betaling van € 228,14, vermeerderd met de overeengekomen rente van 8,25% per jaar over € 184,50 vanaf 12 maart 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van Stichting AGDD in de proceskosten.

2.2

Stichting AGDD voert verweer.

In reconventie:

2.3

Stichting AGDD vordert Me-Kado te veroordelen tot betaling van € 437,33.

2.4

Me-Kado voert verweer.

3. De beoordeling

in conventie:

3.1

Me-Kado stelt in de dagvaarding slechts dat Stichting AGDD te kennen heeft gegeven het niet eens te zijn met de vordering omdat de geleverde polo’s niet zouden voldoen aan de door Stichting AGDD gewenste kwaliteitseisen (kleurverschillen/ slechte opdruk) en dat zij daar inhoudelijk op heeft gereageerd, maar dat partijen er niet in zijn geslaagd de kwestie in

der minnen op te lossen. Me-Kado verwijst vervolgens naar producties 1 tot en met 16 en biedt bewijs aan van haar stellingen. Bij conclusie van repliek in conventie, tevens antwoord in reconventie volstaat Me-Kado met een algemene betwisting van de stellingen van Stichting AGDD en verwijst zij wederom naar producties. Me-Kado heeft haar

stellingen verder op geen enkele wijze in de processtukken weergegeven of uiteengezet.

3.2

Stichting AGDD heeft verzocht de vordering van Me-Kado af te wijzen en heeft gemotiveerd gesteld dat tijdig een geldige klacht is ingediend bij Me-Kado van het feit dat de polo’s waarvan thans betaling wordt gevorderd, niet zijn geleverd zoals overeengekomen (volgens het door Stichting AGDD aan eisers verschafte voorbeeld). Stichting AGDD heeft haar

stelling dat niet volgens afspraak is geleverd bovendien feitelijk en met stukken onderbouwd.

3.3

De kantonrechter overweegt dat van partijen mag worden verwacht dat zij uit een oogpunt van de zogenoemde stelplicht over en weer hun vorderingen (voor zover mogelijk) onderbouwen respectievelijk hun verweer tegen vorderingen van de wederpartij gemotiveerd voeren. Aan de stelplicht wordt niet zonder meer voldaan, indien partijen conclusies en akten

nemen voorzien van producties. Uitgangspunt is immers steeds dat een partij de eigen stellingen (ter onderbouwing van een vordering dan wel in het kader van een gemotiveerde betwisting) onderbouwt en in dat verband niet kan volstaan met het slechts verwijzen naar overgelegde producties. Aan de inhoud van (omvangrijke) niet in processtukken

samengevatte producties kan de rechter voorbijgaan. Het ligt niet op de weg van de rechter om (de onderbouwing van) een standpunt af te leiden uit de betreffende producties. Dat laatste is de specifieke taak van de rechtshulpverlener.

3.4

Me-Kado heeft in de processtukken naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende grond genoemd voor toewijzing van haar vordering. De stellingen van Stichting AGDD zijn bovendien door Me-Kado in de processtukken op geen enkele wijze betwist. Om die reden zal de kantonrechter de vordering aan hoofdsom afwijzen.

3.5

Nu de vordering aan hoofdsom zal worden afgewezen ziet de kantonrechter geen grond om de overige vorderingen (buitengerechtelijke kosten en rente) toe te wijzen. Deze vorderingen zullen daarom eveneens worden afgewezen.

in reconventie:

3.6

In reconventie vordert Stichting AGDD, dan wel [X], een bedrag van € 437,33. Voor zover [X] dit bedrag wenst te vorderen van Me-Kado, is hij niet-ontvankelijk in deze vordering, aangezien hij geen partij is in de onderhavige procedure. Voor zover Stichting AGDD dit bedrag van Me-Kado vordert, overweegt de kantonrechter dat weliswaar is gesteld dat [X] tijd en geld heeft geïnvesteerd om te corresponderen met het incassobureau en de deurwaarder echter niet is gesteld of gebleken is dat [X] hiervoor een bedrag in rekening heeft gebracht bij Stichting AGDD. Enkel al om die reden dient de vordering in reconventie te worden afgewezen.

4. De kosten in conventie en in reconventie

De kantonrechter ziet aanleiding de kosten van de procedure in conventie en in reconventie te compenseren in die zin, dat iedere partij de eigen kosten van de procedure draagt.

5. De beslissing

De kantonrechter:

in conventie:

wijst de vordering af;

compenseert de kosten in die zin, dat iedere partij de eigen kosten van de procedure, in conventie gevallen, draagt.

in reconventie:

wijst de vordering af;

compenseert de kosten in die zin, dat iedere partij de eigen kosten van de procedure, in conventie gevallen, draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Wallis, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2012.