Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2012:BX0925

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
10-07-2012
Datum publicatie
10-07-2012
Zaaknummer
02/811698-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Medeplegen van poging zware mishandeling met voorbedachten rade van 2 mannen op de Sintelweg in de gemeente Breda. Vrijspraak medeplegen bedreiging van een portier in de binnenstad van Breda. Daarnaast veroordeling voor heling, het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie, alsmede het aanwezig hebben van softdrugs en een grote hoeveelheid harddrugs. Gevangenisstraf van 4,5 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

parketnummer: 02/811698-11

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 10 juli 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum]

wonende te [woonplaats]

thans gedetineerd in het huis van bewaring De Boschpoort te Breda,

raadsman mr. E.M.J. Thomas, advocaat te Breda.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 19 juni 2012 en 26 juni 2012, waarbij de officier van justitie, mr. Van Delft, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

op 23 augustus 2011 te Rijsbergen met voorbedachten rade en met anderen heeft geprobeerd twee mannen te doden, althans ernstig te verwonden dan wel openlijk geweld heeft gepleegd (feiten 1 en 2) en van een van die mannen een tasje met inhoud heeft gestolen (feit 3).

Voorts dat verdachte op 13 augustus 2011 te Breda met anderen twee portiers heeft bedreigd althans openlijk geweld heeft gepleegd (feit 4), dat hij op 18 oktober 2011 te Rijsbergen (onderdelen van) wapens en munitie voorhanden had (feit 5) en die dag in Breda opzettelijk een grote hoeveelheid amfetaminepillen en 249 gram hasjiesj aanwezig had (feiten 6 en 7) alsmede van misdrijf afkomstige goederen (feit 8).

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de feiten 1, 2, 5, 6, 7 en 8 heeft gepleegd. De feiten 1 en 2 in die zin dat in beide gevallen sprake is van medeplegen van poging tot zware mishandeling met voorbedachten rade.

De officier van justitie acht de betrokkenheid van verdachte bij de feiten 3 en 4 onvoldoende en vordert ten aanzien van die feiten (de diefstal van het tasje van [slachtoffer 1] en de bedreigingen bij café De Nachtwacht vrijspraak.

Ten aanzien van de feiten 1 en 2 baseert de officier van justitie zich op de getapte telefoongesprekken, de bevindingen van het observatieteam en van de politie, de camerabeelden bij camping Fort Oranje, de verklaringen van [Slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] en het geconstateerde letsel.

Feit 5 acht de officier van justitie bewezen op grond van de aangetroffen wapens en munitie in de woning van verdachte en in de [merknaam auto 1] personenauto, het laatste mede op basis van waarnemingen van de verbalisanten, alsmede de technische omschrijving van wapens en munitie en de bekennende verklaring van verdachte ten overstaan van de politie en op de zitting. Feit 6 en 7 eveneens op grond van de bij de doorzoeking aangetroffen verdovende middelen, de vaststelling dat het amfetamine respectievelijk hasjiesj betrof en de bekennende verklaring van verdachte.

Feit 8 tot slot op grond van het bij de fouillering op het lichaam van verdachte aangetroffen ID- en vaarbewijs, welke volgens de aangifte een dag eerder bij een woninginbraak bleken te zijn gestolen, hetgeen verdachte had kunnen vermoeden nu deze op andersmans naam waren gesteld.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de feiten 1, 2, 3, 4 en 8. Ten aanzien van de feiten 5, 6 en 7 refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank, hoewel bij feit 6 er in ieder geval geen bewijs voorhanden is voor het totale aantal van de tenlastegelegde pillen.

Bij de feiten 1 en 2 wijst de raadsman erop dat, zo verdachte al bij het geweld betrokken was, het opzet niet daarop gericht was maar gericht was op de bescherming van [medeverdachte 1], die werd belaagd door criminelen uit de regio Zuid-Holland. Er was voorts geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking en evenmin waren tevoren afspraken gemaakt, anders dan ter bescherming van [medeverdachte 1] voornoemd. Aldus betwist de raadsman de voorbedachten rade en kan verdachte, zo er al gestoken is met een mes, daarvoor niet verantwoordelijk worden gehouden. Bovendien twijfelt de raadsman aan het slaan met een Maglite zoals tenlastegelegd, nu het een zeer zwaar voorwerp betreft, terwijl de slachtoffers hoegenaamd geen letsel hebben opgelopen. Volgens de raadsman is er bij gebreke van nadere medische info geen sprake van een aanmerkelijke kans op het overlijden of ontstaan van zwaar lichamelijk letsel door het slaan met de Maglite en kan dan ook geen (voorwaardelijk) opzet daarop worden aangenomen. Ook van medeplegen is geen sprake, nu de Maglite weliswaar zichtbaar was, maar evengoed ter bescherming kon dienen.

Bij de feiten 3 en 4 was verdachte niet betrokken, zodat ook daarvan vrijspraak dient te volgen.

Het vinden van een vaarbewijs en ID-kaart langs de waterkant is op zich niet verwonderlijk. Verdachte wilde deze bij de politie afgeven, maar werd eerder aangehouden. Hij kon niet vermoeden dat deze voorwerpen van een strafbaar feit afkomstig waren, zodat verdachte ook van feit 8 dient te worden vrijgesproken.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

De feiten 1 en 2

[slachtoffer 2] reed op 23 augustus 2011 omstreeks 19.45 uur in een [merknaam auto 2], kenteken [kenteken 1], met een passagier vanuit Dordrecht het woonwagenkamp aan de [adres woonwagenkamp] te [plaatsnaam woonwagenkamp] op.

Op 23 augustus 2011 om 19.49 uur heeft [Slachtoffer 2] gebeld naar het nummer [mobiel telefoonnummer], op naam gesteld van [naam persoon 1] en in gebruik bij medeverdachte [medeverdachte 1], en vroeg of hij in de buurt was, maar [medeverdachte 1] zei dat hij op de motorclub was. Ze spraken af elkaar de volgende dag te ontmoeten.

Om 19.55 uur belde [Slachtoffer 2] naar [medeverdachte 1] en heeft gezegd dat hij wel naar de club komt rijden. [medeverdachte 1] belde hem om 19.57 uur en zei dat ze elkaar wel zouden ontmoeten bij camping Fort Oranje (pag. 204). Om 20.08 uur (pag. 205) heeft [Slachtoffer 2] naar [medeverdachte 1] gebeld om te zeggen dat hij bij de ingang stond.

Verbalisant [naam verbalisant 1] heeft op beelden van de ter hoogte van de slagboom/parkeerplaats van camping [Fort Oranje] geplaatste beveiligingscamera’s waargenomen dat een [merknaam auto 2] de slagboom passeerde en de parkeerplaats opreed. Kort daarna kwamen drie auto’s aanrijden welke voor de slagboom stopten. De kentekens en de automerken heeft verbalisant [naam verbalisant 1] onderscheiden als volgt: Een [merknaam en kenteken auto 3], een [merknaam en kenteken auto 4] en een [merknaam en kenteken auto 5] (pag. 081).

[naam verbalisant 1] ziet een man naar de slagboom lopen, gevolgd door acht andere mannen, waaronder een man in spijkerbroek en wit shirt met een paardenstaart met een staaflantaarn, een zogenaamde Maglite, in zijn handen (pag. 090).

De man bij de slagboom heeft naar de parkeerplaats gewenkt, waarop twee andere mannen verschijnen. Deze stappen met alle andere aanwezigen in de drie auto’s, welke vervolgens kort achter elkaar wegrijden.

De politie heeft vanaf pagina 103 van ZD02 de personen met een nummer aangeduid.

De kentekens van de betreffende auto’s zijn door de politie onderzocht.

De [merknaam en kenteken auto 4] staat op naam van [naam partner medeverdachte 2], die met medeverdachte [medeverdachte 2] samenwoont te [woonplaats medeverdachte] aan de [adres medeverdachte 2], het GBA-adres van voornoemde medeverdachte [Type auto en kenteken auto 5] bleek eigendom van een leasemaatschappij en in gebruik bij [naam persoon 2], zijnde een broer van medeverdachte [medeverdachte 3] . Deze auto is een aantal malen aangetroffen voor de woning van de (ex-)vrouw van laatstgenoemde [medeverdachte 3] aan het [adres ] te [woonplaats].

Het observatieteam (OT) zag om omstreeks 20.13 uur (pag. 184) een zwarte bestelauto, lijkend op een [merknaam auto 2], geparkeerd staan op het parkeerterrein van [naam camping].

Vervolgens heeft het OT gezien dat omstreeks 20.20 uur er drie of vier personenauto's de [straatnaam] te [plaatsnaam] inreden (pag. 185 e.v.).

De auto's kwamen aangereden over de hoofdrijbaan van de [straatnaam] te [plaatsnaam] vanuit de richting van [plaatsnaam], reden zeer kort achter elkaar en leken bij elkaar te horen. In de personenauto's zaten minimaal drie of vier personen per auto. De auto's waren allemaal van een ander model en een ander merk. Er werden een [merknaam auto 4] en een [merknaam auto 5], herkend. De voorste personenauto, merk en type niet bekend, parkeerde op de kruising van de [straatnaam] met de [straatnaam] te [plaatsnaam], ongeveer 50 meter van de [straatnaam] te [plaatsnaam]. De overige personenauto's parkeerden direct achter de voorste personenauto. Uit alle personenauto's stapten diverse mannen. Uit de voorste personenauto werden twee blanke mannen getrokken die door verschillende mannen, die uit de geparkeerde personenauto's gestapt waren, werden geslagen en geschopt. De twee blanke mannen, nader te noemen NN8 en NN9, kregen diverse klappen en schoppen op verschillende plaatsen van hun lichaam.

Vanaf de achterbank stapten twee mannen uit de [merknaam auto 5]. Beide mannen waren gekleed in een zwart T-shirt met op de rugzijde het opschrift met gele letters "SATUDARAH". De man die aan de rechterzijde op de achterbank van de [merknaam auto 5] zat, had een licht getint uiterlijk.

Beide mannen liepen naar de voorste personenauto toe waar op dat moment NN8 en NN9 diverse klappen en schoppen kregen. NN8 was op de grond terecht gekomen en werd getrapt.

Omstreeks 20.22 uur keerden de personenauto's op de [straatnaam] te [plaatsnaam]. Op de beide voorstoelen van de [merknaam auto 5] zaten twee mannen die gekleed zijn in zwarte shirts met gele opdruk "SATUDARAH".

Omstreeks 20.23 uur zijn NN8 en NN9 op de [straatnaam] te [plaatsnaam] achter gebleven.

De rechtbank stelt, gezien de hieronder opgenomen verklaringen van aangevers [Slachtoffer 2] en [slachtoffer 1], vast dat NN8 en NN9 [Slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] zijn.

[slachtoffer 2] verklaarde op 24 augustus 2011 dat zijn baas [naam baas] al een paar maanden € 5.000,-- van [naam persoon 1] tegoed had. [naam persoon 1] woonde op het woonwagenkamp in [plaatsnaam]. [Slachtoffer 2] was op 23 augustus 2011 ’s avonds met zijn vriend [slachtoffer 1] met een [merknaam auto 2] over het kamp gereden en had gezien dat [naam persoon 1] niet thuis was.

Later die avond reed [Slachtoffer 2] bij camping Fort Oranje de parkeerplaats op en kwamen er auto's aanrijden. [Slachtoffer 2] zag een [merknaam auto 3]. De bestuurder en bijrijder van de [merknaam auto 3] kwamen naar hem toelopen en [Slachtoffer 2] stapte samen met [slachtoffer 1] uit.

De mannen zeiden hem dat hij mee moest komen en [Slachtoffer 2] zag dat uit de auto’s in totaal 10 à 15 man stapten. [Slachtoffer 2] voelde zich bedreigd en bang. Hij zag dat een man een Maglite vasthad.

[Slachtoffer 2] stapte in de [merknaam auto 3] en werd een klein stukje verder uit de auto getrokken. De auto stond toen stil. [Slachtoffer 2] werd door diverse mannen met hun vuisten geslagen, ook op zijn gezicht, en ook met de Maglite achter op zijn hoofd.

In het begin voelde hij pijn, maar op een gegeven moment voelde [Slachtoffer 2] het niet eens meer. Hij weet nog dat hij op de grond terecht is gekomen. Uiteindelijk werd hij wakker omdat hij [slachtoffer 1] hoorde, die zei dat hij gestoken was.

Verder heeft [Slachtoffer 2] verklaard dat hij pijn in zijn rug en schouders had en omdat hij bewusteloos was geweest, in het ziekenhuis moest blijven.

[Slachtoffer 2] heeft op 3 oktober 2011 verklaard, dat hij al meerdere keren naar het kampje van [naam persoon 1] was geweest. Hij had een afspraak met [naam persoon 1], die volgens hem [achternaam] met zijn achternaam heette. [Slachtoffer 2] wist ook dat zijn vader op dat kampje woonde die volgens hem [voornaam medeverdachte 1] heette.

Op het moment dat [Slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] op de parkeerplaats van Fort Oranje stonden (pag. 023) kwam er eerst een blauwe [merknaam auto 3] aanrijden waar twee man uitstapten.

Korte tijd later kwamen er andere auto's aanrijden. Daarbij was een [merknaam auto 2].

Volgens [Slachtoffer 2] was [slachtoffer 1] met andere mannen in een andere auto gestapt. De man die [Slachtoffer 2] als eerste aansprak was de bestuurder van de [merknaam auto 3].

[Slachtoffer 2] werd meteen nadat hij verderop uit de auto was gesleurd, door meerdere personen geslagen en geschopt. Ook is hij met een zaklamp achter op zijn hoofd geslagen. [Slachtoffer 2] heeft verklaard twee of drie keer met een zaklamp te zijn geslagen.

[Slachtoffer 2] heeft op 14 november 2011 verklaard dat hij de zaterdag voor 23 augustus 2011 samen met [naam persoon 3] en [slachtoffer 1] naar [plaatsnaam] was gereden en had gesproken met [Naam persoon 1] over die 5000 euro die zij nog moesten betalen aan hem.

[Slachtoffer 2] belde later met [naam persoon 3] en had toen gezegd dat hij verwachtte dat [naam persoon 1] en zijn vader niet zouden betalen. Tijdens dat gesprek had [Slachtoffer 2] besloten om [slachtoffer 1] mee te nemen naar [plaatsnaam], vanwege mogelijke problemen die konden ontstaan, omdat [slachtoffer 1] met zijn postuur en verschijning meer indruk maakte dan hij.

[Slachtoffer 2] had op 23 augustus 2011 op weg naar [plaatsnaam] [slachtoffer 1] uitgelegd dat hij het wel fijn vond dat [slachtoffer 1] met hem mee ging, omdat hij de verwachting had dat ze niet zouden betalen.

[Slachtoffer 2] bevestigde tijdens dat verhoor op 14 november 2011 dat hij boos werd op [naam persoon 1] en [voornaam medeverdachte 1], omdat hij telkens heen en weer moest rijden voor dat geld en ze beloofden om te betalen, maar dat niet deden. [Slachtoffer 2] had er genoeg van en wilde dat het eens afgelopen was en dat er netjes werd betaald.

In [plaatsnaam] maakte [Slachtoffer 2] uiteindelijk een afspraak met de vader van [naam persoon 1] om elkaar te ontmoeten bij camping [naam camping].

[Slachtoffer 2] had aan de vader van [naam persoon 1] telefonisch doorgegeven dat zij waren aangekomen op de afgesproken plaats.

De rechtbank heeft op foto’s het letsel van [Slachtoffer 2] waargenomen. De behandelende trauma-arts heeft een hematoom en schaafwond op het rechtergelaat, een schaafwond op het achterhoofd en zwellingen op linkerschouder en bovenarm geconstateerd.

[slachtoffer 1] heeft op 23 augustus 2011 verklaard dat hij de avond van 23 augustus 2011 door [Slachtoffer 2] telefonisch werd gevraagd om met hem naar [plaatsnaam] te rijden om geld op te halen. [Slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] waren in de [merknaam auto 2] van [Slachtoffer 2] naar [plaatsnaam] gereden. [Slachtoffer 2] heeft toen nog naar zijn afspraak gebeld waar hij was.

De afspraak van [Slachtoffer 2] zei hem dat ze naar Fort Oranje moesten komen, waarop zij naar de parkeerplaats van Fort Oranje zijn gereden.

[slachtoffer 1] zag daar dat er auto's aan kwamen rijden en uit die auto's grote mannen naar hen toe kwamen. Hij zag tussen die mannen een getinte, Molukse, gespierde man met zichtbaar veel tatoeages en met piercings in zijn gezicht.

[Slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] moesten in hun auto's stappen van die mannen. [slachtoffer 1] zat in een [merknaam auto 2]. [Slachtoffer 2] zat in een andere auto. Ze reden de parkeerplaats af en gingen linksaf. Ze reden op de parallelbaan ongeveer 500 of 600 meter en reden een soort inham in. De mannen trokken [slachtoffer 1] uit de auto en sloegen hem “helemaal de tering”. Ze sloegen hem ook met een Maglite en hebben hem geschopt en gestoken.

De mannen stapten weer in hun auto's en riepen nog naar [slachtoffer 1] en [Slachtoffer 2]: "Hier niet meer komen kankerlijers". Toen de mannen weg waren, is [slachtoffer 1] naar [Slachtoffer 2] gegaan en zag hij dat [Slachtoffer 2] dikke lippen had en een hoofdwond.

[slachtoffer 1] verklaarde een dag later dat hij een aantal auto's aan zag komen rijden die recht voor de slagboom stopten. [Slachtoffer 2] en hij waren uitgestapt en naar de slagboom gelopen. [slachtoffer 1] dacht toen gelijk dat er stront aan de knikker was. Een oudere man stapte uit en kwam naar de slagboom gelopen. Uit de andere auto’s kwamen ook mannen gestapt en hun richting in gelopen.

[slachtoffer 1] zag een Molukker met lang haar die een zwarte Maglite in zijn handen had.

Ook zag hij een andere Molukker met veel tattoes en piercings in zijn gezicht.

[slachtoffer 1] moest in een andere auto stappen dan [Slachtoffer 2] bij twee Nederlandse mannen, die beiden een zwart t-shirt aan hadden met een geel embleem.

Ongeveer 600 meter verderop stopte de auto en zag [slachtoffer 1] dat [Slachtoffer 2] op de grond lag en dat meerdere mannen op hem aan het intrappen waren en hem overal schopten. Op dat moment werd [slachtoffer 1] uit de auto gesleurd en kreeg hij op de grond van meerdere mannen schoppen. Hij werd door hen ook geslagen, ook met een Maglite op zijn hoofd.

De mannen stapten vervolgens allemaal weer in hun auto's en reden weg. Een van de inzittenden hiervan riep nog iets van "kankerlijers". Daarna had [slachtoffer 1] [Slachtoffer 2] overeind geholpen, die volgens hem helemaal total-loss geslagen was.

[slachtoffer 1] heeft op 1 november 2011 verklaard dat hij het gevoel had dat [Slachtoffer 2] hem had gevraagd om mee te gaan bij wijze van bescherming.

[slachtoffer 1] wist dat de vader van die jongen van wie [Slachtoffer 2] geld tegoed had, in de eerste auto die kwam aangereden, zat omdat [Slachtoffer 2] hem dat zei toen de auto kwam aanrijden.

Die man kwam als eerste naar hen gelopen en had op een dwingende manier tegen [Slachtoffer 2] gezegd dat hij mee moest gaan. Daarna zei hij hetzelfde tegen [slachtoffer 1] waarna zij met die man meeliepen.

[slachtoffer 1] zag dat in de groep mannen er meer waren die zwarte t-shirts droegen en volgens hem bij elkaar hoorden, want het waren allemaal shirtjes met een logo met gele letters.

Op de [straatnaam] zag [slachtoffer 1] dat [Slachtoffer 2] heel snel uit de auto werd geslagen en getrapt. [slachtoffer 1] zag dat de man die hen als eerste had aangesproken bezig was om [Slachtoffer 2] te slaan en te schoppen. Ondertussen werd [slachtoffer 1] uit de auto getrokken door meerdere mannen en vooraan stonden de Molukkers. Een daarvan was een Molukker met een wit wat ruimer shirt aan. Hij had lange haren in een paardenstaart. Die Molukker met die paardenstaart had een Maglite in zijn handen. De andere was die Molukker die [slachtoffer 1] begeleid had en een strak wit t-shirt aanhad, waardoor zijn armen opvielen. Hij was sterk en breed en op zijn armen had hij tatoeages. Hij had een wit petje op. Hij was zo’n sportschooltype met brede armen met tatoeages.

[slachtoffer 1] werd geslagen en geschopt door verschillende mensen, waaronder het sportschooltype dat hem uit de auto had getrokken, en op de grond werd hij door de Molukker met de paardenstaart op zijn hoofd geslagen met de Maglite.

Dit ging best hard, want elke keer als [slachtoffer 1] met die Maglite geraakt werd, kreeg hij een flits in zijn ogen. [slachtoffer 1] werd door twee mannen aan zijn armen vastgehouden en toen door een derde man in zijn buik gestoken met een mes.

[slachtoffer 1] hoorde autodeuren dichtslaan en auto’s vertrekken, waarna hij zag dat [Slachtoffer 2] op de grond lag en dat op de grond om zijn hoofd een plas bloed lag.

Op 8 november 2011 heeft [slachtoffer 1] verklaard dat hij van alle kanten werd geslagen, geschopt en door iemand met een Maglite op zijn hoofd waren geslagen, terwijl ze tegelijkertijd met [Slachtoffer 2] bezig waren. Die bevond zich een meter of drie bij hem vandaan. De mannen die hen in elkaar sloegen, liepen heen en weer tussen hem en [Slachtoffer 2], vooral die ene man met de Maglite. Hij liep naar [Slachtoffer 2] en gaf hem een paar klappen en kwam daarna terug naar hem, [slachtoffer 1], en gaf hem een paar klappen met die Maglite.

De rechtbank heeft op foto’s het letsel van [slachtoffer 1] waargenomen. De behandelende trauma-arts heeft een steekwond in de maagstreek van twee centimeter en een zwelling aan de linkerzij geconstateerd.

Aan [slachtoffer 1] werden foto’s getoond. Hij herkende [medeverdachte 1] als de man die hem en [Slachtoffer 2] als eerste aansprak en zei dat zij mee moesten. Verdachte herkende hij als de man met de Maglite, die [Slachtoffer 2] en hem herhaaldelijk met die Maglite heeft geslagen. Voorts herkende hij [medeverdachte 4] als de man met de tatoeages en de piercings. Dit was een van de Molukkers die hij bedoelde en die toen een petje droeg.

Verbalisante [naam verbalisante 2] heeft geconstateerd dat de GSM in gebruik bij [medeverdachte 1] op 23 augustus 2011 tussen 20.07 uur en 20.15 uur uitstraalde op een zendmast aan de [adres camping], zijnde het adres van camping Fort Oranje.

Verbalisant [naam verbalisant 1] heeft [medeverdachte 2] herkend als één van de mannen die op de parkeerplaats van camping [naam camping] uit en in de auto stapten. Datzelfde heeft verbalisant [naam verbalisant 3] gedaan ten aanzien van [naam medeverdachte 5], alsmede ten aanzien van [medeverdachte 6] en verbalisant [naam verbalisant 4] ten aanzien van [medeverdachte 3].

[medeverdachte 1] wordt herkend door verbalisant [naam verbalisant 5] en verdachte door verbalisant [naam verbalisant 6] .

Verbalisanten [naam verbalisant 5] en [naam verbalisant 7] herkenden verdachte [naam medeverdachte 7] in eerste instantie als zijnde de door de politie genoemde persoon 6 (op pagina 272 ZD02). Op 24 oktober 2011 hebben de betrokken verbalisanten gerelateerd dat zij verdachte abusievelijk verkeerd hebben aangeduid en dat hij door hen wordt herkend als persoon 8, zowel op de beelden van het centrum van Breda als van [naam camping].

In het onderzoek genaamd [naam onderzoek] herkent ook verbalisant [naam verbalisant 8] verdachte als persoon 8 en deze persoon droeg een gilet dat identiek was aan het gilet dat bij verdachte thuis was aangetroffen. Ook [naam persoon 4] herkende persoon 8 als zijnde haar familielid [medeverdachte 7].

Op grond van vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met acht andere mannen [Slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] op de [straatnaam] te Breda heeft mishandeld. Weliswaar bevatten de aangehaalde bewijsmiddelen in zoverre een tegenstrijdigheid dat [medeverdachte 3] reed in een [Type auto], terwijl het OT spreekt over een [merknaam auto 5], alsmede dat het OT beide slachtoffers uit één auto zag stappen, maar daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

Aannemelijk is dat het OT op afstand heeft geobserveerd, nu noch [Slachtoffer 2] - het subject van observatie - noch verdachte en zijn mededaders het OT hebben opgemerkt, terwijl het OT op zijn beurt het steken en slaan met de Maglite niet heeft gezien.

Gelet op de eensluidende verklaringen van [Slachtoffer 2] en [slachtoffer 1], welke worden ondersteund door de camerabeelden op de parkeerplaats van camping [naam camping], kan het niet anders dan dat de slachtoffers ieder in een andere auto hebben plaatsgenomen.

Het is de rechtbank voorts ambtshalve bekend dat de modellen [type auto] en [type auto] van [merknaam auto] qua uiterlijke verschijningsvorm vanuit de verte op elkaar lijken.

De rechtbank beschouwt de gedane observaties op die punten daarom als een begrijpelijke vergissing, welke de observatie voor het overige niet onbetrouwbaar maakt, temeer niet omdat deze in hoofdlijnen overeenkomt met de camerabeelden en de verklaringen van aangevers [Slachtoffer 2] en [slachtoffer 1]. Ook de verklaringen van [Slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] acht de rechtbank anders dan de verdediging betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs, nu deze steun vinden in het beeldmateriaal, de tapverslagen, de bevindingen van het OT en de medische informatie in het dossier.

De voorbedachten rade

De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag geplaatst of [medeverdachte 1] in het clubhuis van motorclub Satudarah (hierna ook: de MC) heeft afgesproken met de aanwezige clubleden/verdachten om naar [naam camping] te gaan om [Slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] “een lesje te leren” (standpunt officier van justitie) of dat hij hen meevroeg ter bescherming (standpunt verdediging).

Nu verdachten zich op hun zwijgrecht hebben beroepen, dient de rechtbank hun bedoelingen af te leiden uit de feitelijke omstandigheden zoals deze uit het dossier blijken.

De rechtbank acht daartoe van belang dat is komen vast te staan dat [Slachtoffer 2] al meerdere keren had geprobeerd het kennelijk verschuldigde bedrag te innen en zich steeds liet bijstaan door mannen met een fors postuur om indruk te maken, zoals [Slachtoffer 2] zelf verklaarde.

Voorts was het [medeverdachte 1] niet bekend met hoeveel “versterking” [Slachtoffer 2] op 23 augustus 2011 naar Breda was gekomen. Wel wist hij dat [Slachtoffer 2] er kennelijk op aandrong om juist die dag het geld te krijgen. [medeverdachte 1] sprak immers af om elkaar de volgende dag te ontmoeten, maar [Slachtoffer 2] belde hem later terug dat hij liever nog die avond een ontmoeting wilde, waarop [medeverdachte 1] de parkeerplaats van [naam camping] voorstelde.

Onder die omstandigheden is het niet ondenkbeeldig dat [medeverdachte 1] de MC-leden meevroeg om zichzelf bescherming te bieden.

Dat één van de verdachten zich opzichtig bewapende met een Maglite kan in dit scenario dus ook zijn geweest om op de belagers van [medeverdachte 1] indruk te maken. De rechtbank ziet hierin dus nog geen overtuigend bewijs voor voorbedachten rade.

Dit wordt echter anders op het moment dat de verdachten bij de parkeerplaats van Fort Oranje arriveerden en allen constateerden dat [Slachtoffer 2] slechts was gekomen met één zij het, zo heeft de rechtbank op foto’s waargenomen, grote, forse man, zijnde [slachtoffer 1]. De meeste verdachten zijn immers eveneens uit de kluiten gewassen en zij waren bovendien in een fors overtal. [medeverdachte 1] zou derhalve, gelet op het getalsmatig overwicht, normaal gesproken die avond niets meer te vrezen hebben. Desondanks werd onmiddellijk en kennelijk zonder enig overleg, overgegaan tot het meenemen van beide mannen in afzonderlijke auto’s naar een afgelegen en zonder camera’s beveiligde plaats, alwaar zij werden mishandeld door meerdere verdachten. Dat was het moment waarop alle afzonderlijke verdachten zich moesten realiseren dat het tot een ongelijke strijd zou komen, maar desondanks gingen allen mee. Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook niet gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling. Integendeel, verdachten hebben in elk geval vanaf dat moment gelegenheid gehad om na te denken over hetgeen stond te gebeuren en over hun rol daarin. Zij hebben de feiten daarom naar het oordeel van de rechtbank gepleegd met voorbedachten rade.

Het medeplegen

De rechtbank leidt uit de prints van de camerabeelden, het proces-verbaal van bevindingen daaromtrent en de verklaring van [Slachtoffer 2] af dat alle verdachten na de ontmoeting op de parkeerplaats bij Fort Oranje met aangevers [Slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] zijn vertrokken. Geen van verdachten is op de parkeerplaats achtergebleven. De auto’s zijn kort na elkaar vertrokken en zijn vervolgens gezamenlijk naar de [straatnaam] te [plaatsnaam] gereden. Gelet op het korte tijdsbestek en de verklaringen van [Slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] heeft niemand tijdens dit ritje één van de auto’s verlaten, noch zijn er anderen ingestapt. Na het incident op de [straatnaam] zijn verdachten, wederom gezamenlijk, vertrokken. Het OT heeft gezien dat uit alle auto’s mannen stapten, hetgeen overeenkomt met de verklaringen van [Slachtoffer 2] en [slachtoffer 1]. Ook overigens is niet gebleken dat één van de verdachten zich tijdens het gevecht op de [straatnaam] afzijdig hield of zich daarvan heeft gedistantieerd. Op verschillende momenten is er dus feitelijk wel gelegenheid geweest om zich te distantiëren

Verdachte had, zo blijkt uit de camerabeelden, al bij de parkeerplaats van camping [naam camping] duidelijk zichtbaar een grote Maglite vast en alle verdachten hebben dat kunnen zien. Zij zijn desondanks meegegaan en hebben de feiten onder 1 en 2, zoals tevens blijkt uit de verklaringen van aangevers en het OT naar het oordeel van de rechtbank gepleegd in een nauwe, bewuste samenwerking. Dat mogelijk één of meer verdachten niet daadwerkelijk hebben deelgenomen aan de geweldplegingen jegens [slachtoffer 1] en [Slachtoffer 2], doet hieraan onder deze omstandigheden volgens vaste rechtspraak niet af. Daarbij heeft de rechtbank met name in aanmerking genomen de gezamenlijkheid van het optreden van verdachten, zoals die tot uitdrukking komt in hun gezamenlijke komst naar, optreden op en vooral vertrek vanaf de parkeerplaats bij [naam camping] alsmede hun gezamenlijke komst naar en vertrek van de [straatnaam].

De mate van geweld

Verdachten wordt verweten dat zij hebben geprobeerd [Slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] te doden, althans hen zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Subsidiair wordt hen openlijk geweld verweten.

[slachtoffer 1] is gestoken met een mes. Niet is echter vast te stellen, wie dat gedaan heeft, noch wie van de verdachten in het bezit was van een mes. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de verdachten er geen rekening mee hoefden te houden dat één van hen “uit het niets” een mes zou hanteren. Het mes is niet zichtbaar op de prints van de beelden van [naam camping] en ook het proces-verbaal van bevindingen omtrent de beelden maakt geen melding van een mes.

Het lag ook niet in de kennelijke bedoeling van de verdachten om [Slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] te doden, maar zoals de officier van justitie opmerkte, om hen een lesje te leren. Van een gezamenlijk opzet op de dood van aangevers is de rechtbank niet gebleken, ook niet in voorwaardelijke zin. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het medeplegen van poging tot moord respectievelijk doodslag.

Met de officier van justitie acht de rechtbank aangetoond dat de slachtoffers vele malen zijn geschopt en geslagen en dat zij beiden herhaaldelijk met een grote Maglite op hun hoofd zijn geslagen, maar niet zodanig dat dit tot de dood van één van hen had kunnen leiden. [Slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] waren beiden gewond; [Slachtoffer 2] is bewusteloos geweest en [slachtoffer 1] trof hem aan met zijn hoofd in een plas bloed. Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het letsel van [Slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] zoals dat blijkt uit de medische verklaringen, maar vooral ook uit de foto’s past bij het slaan met een Maglite. De rechtbank is van oordeel dat verdachten, door aangevers in groepsverband met een grote Maglite op het hoofd te slaan en hen veelvuldig te slaan en te schoppen, willens en wetens de aanmerkelijke kans hebben aanvaard dat zij hierdoor zwaar lichamelijk letsel zouden oplopen.

Verdachte is naar het oordeel van de rechtbank schuldig aan het medeplegen van twee pogingen tot zware mishandeling met voorbedachten rade. Daarbij stelt de rechtbank op grond van de verklaringen van [slachtoffer 1] en de camerabeelden van [naam camping] vast dat verdachte één van degenen is geweest van wie bewezen kan worden dat hij ook zelf geweld heeft gebruikt. Immers, [slachtoffer 1] verklaart dat de Molukker met de paardenstaart, die hij herkent als verdachte, [Slachtoffer 2] en hem heeft geslagen met de Maglite en ook de rechtbank herkent verdachte op de prints als degene met de Maglite.

Feit 3

Onder 3 wordt verdachte verweten dat hij met anderen het tasje met inhoud van [slachtoffer 1] heeft gestolen. Tijdens het hiervoor onder 1 en 2 omschreven gevecht is dat tasje inderdaad meegenomen door een van de verdachten. [slachtoffer 1] hoorde één van hen ook roepen dat ze het tasje mee moesten nemen, maar wie dat is geweest is niet duidelijk geworden.

In dat tasje zat onder meer de telefoon van [slachtoffer 1], een Blackberry, welke later in gebruik werd genomen door mevrouw [naam], de ex-partner van [medeverdachte 6]. Deze verklaarde de telefoon op 24 augustus 2011 te hebben gekregen van [medeverdachte 6].

Evenals de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de opzet van verdachte erop was gericht om [Slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] een lesje te leren, niet om [slachtoffer 1] een tasje afhandig te maken. Nu de opzet van verdachte niet was gericht op de diefstal van het tasje, zal de rechtbank hem van dit feit vrijspreken.

Feit 4

Onder 4 wordt verdachte verweten dat hij met anderen twee portiers van café De Nachtwacht te Breda heeft bedreigd. Naar het oordeel van de rechtbank zijn er in het dossier voldoende aanknopingspunten dat één van die portiers is bedreigd door een lid van de groep, met wie verdachte die nacht het Bredase uitgaansleven heeft bezocht.

Deze groep, bestaande uit én zichtbaar gekleed als leden van de MC, liep gegroepeerd door de binnenstad en de verdachten stonden allemaal bij medeverdachte [medeverdachte 8], toen deze één of meer portiers van De Nachtwacht aansprak. De rechtbank stelt vast dat, gelet ook op de zich in het dossier bevindende camerabeelden, het optreden door verdachte en de andere MC-leden voor een buitenstaander als dreigend kan zijn overgekomen. Zij liepen immers breeduit door de smalle straten van de Bredase binnenstad en duidelijk herkenbaar als leden van hun MC in, zoals dat wordt genoemd, “full colour”.

Dat daargelaten, kan echter niet worden bewezen dat verdachte (en andere MC-leden) vooraf op de hoogte waren van het eventuele plan van medeverdachte [medeverdachte 8] om de portier(s) te bedreigen. Evenmin kan worden bewezen dat hun opzet, al dan niet in voorwaardelijke vorm, gericht was op het (in strafrechtelijke zin) bijdragen aan de geuite bedreigingen door hun aanwezigheid of anderszins. De rechtbank zal verdachte dan ook van dit feit vrijspreken.

Datzelfde lot treft de subsidiair tenlastegelegde openlijke geweldpleging, nu niet is gebleken dat verdachte enige wezenlijke bijdrage had aan het tenlastegelegde geweld.

Feit 5

Op 18 oktober 2011 tussen 20.40 uur en 23.20 uur heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de woning [adres verdachte]. Aldaar werden aangetroffen:

- 27 patronen kaliber 7.62x51,

- 22, 50 en 11 patronen 9x19 para

- Remington geweer, type 700, kaliber 7.62x51

- patroonhouder 9mm, para Sig Sauer en

- richtkijker.

Verbalisanten Q513, Q518, Q522, Q534, Q550, Q576, Q514, Q544, Q510, Q529, Q554, Q553, Q504 en Q572 hebben gezien dat op 18 oktober 2011 om 19.36 uur de bestuurder van een [kleur] personenauto, [merknaam en kenteken auto 1] bij een benzinestation in Rijsbergen aan het tanken was. Q513 herkende deze bestuurder als verdachte. Om 19.38 uur zag Q513 hem wegrijden richting Zundert.

Q529 zag de [merknaam auto 1] om 19.38 uur het terrein oprijden van het clubhuis aan de [adres]. Om 19.48 uur zag Q529 de [merknaam auto 1] en een [merknaam auto 6] wegrijden richting Rijsbergen.

Om 19.50 uur zag Q504 de [merknaam auto 1] en de [merknaam auto 6] het parkeerterrein van wokrestaurant [naam restaurant] aan de [adres restaurant] oprijden, daar parkeren en dat uit iedere auto een persoon stapte, die beiden in de [merknaam auto 6] stapten en wegreden.

Verbalisant [naam verbalisant 9] heeft verklaard dat hij op 18 oktober 2011 aanwezig was bij de doorzoeking van het clubhuis van Satudarah aan de [adres]. Hij kreeg de sleutel van een [merknaam en kenteken auto 1], en is naar die auto gegaan op de parkeerplaats van wokrestaurant [naam restaurant]. Onder de bijrijderstoel trof hij een zwart vuurwapen aan.

Verbalisante [naam verbalisante 2] heeft verklaard dat bij de beschrijving van voorwerp 9 ten onrechte staat vermeld dat dit pistool was aangetroffen in de woning van verdachte. Dit pistool was aangetroffen in de [merknaam en kenteken auto verdachte]

Verbalisanten [naam verbalisant 10] en [naam verbalisant 11] hebben de wapens en munitie onderzocht, waarbij [naam verbalisant 10] dus, zoals hiervoor onder voetnoot 38 is gebleken, ten onrechte het pistool sub 9 heeft omschreven als aangetroffen in de woning van verdachte. Het pistool voorzien van de merkaanduiding Sig Sauer is een vuurwapen in de zin van artikel 2, lid 1, categorie III onder 1, van de Wet wapens en munitie (Wwm), en de daarbij behorende 15 patronen zijn munitie in de zin van artikel 2, lid 2, categorie III, van de Wwm.

Het magazijn Sig Sauer is een onderdeel van een vuurwapen in de zin van artikel 2, lid 1, categorie II, onder 2 en/of III onder 1, van de Wwm en de daarbij behorende munitie is munitie in de zin van artikel 2, lid 2, categorie III, van de Wwm.

Het geweer merk Remington, inbeslaggenomen in de woning van verdachte, is een vuurwapen in de zin van artikel 2, lid 1, categorie III, onder 1, van de Wwm . De richtkijker, inbeslaggenomen in de woning van verdachte, was gezien het bevestigingsarmatuur, bestemd of geschikt om op het Remington bevestigd te worden .

De in de woning van verdachte inbeslaggenomen 27 patronen kaliber 7.62 en 83 patronen kaliber 9x19 mm betreft munitie in de zin van artikel 2, lid 2 categorie III van de Wwm. Verdachte heeft ter zitting bekend dat de in zijn woning en [merknaam en kenteken auto verdachte] aangetroffen vuurwapens, wapenonderdelen en munitie van hem zijn.

De rechtbank acht op grond hiervan wettig en overtuigend bewezen dat verdachte (vuur)wapens, onderdelen daarvan, alsmede munitie voorhanden heeft gehad in Breda respectievelijk in Rijsbergen, zoals tenlastelegd onder feit 5.

Feit 6

Bij de hiervoor onder feit 5 genoemde doorzoeking van de woning van verdachte in Breda op 18 oktober 2011 zijn tevens in beslag genomen een doorzichtige tas met 2423 gram pillen, een doorzichtige tas met 2507 gram pillen en een gescheurde plastic tas met 2229 gram pillen .

Verbalisant [naam verbalisant 12] heeft de pillen getest met de MMC Narco Tester en zag door de verkleuring naar de kleur oranje dat de pillen amfetamine bevatten.

Verbalisanten [naam verbalisant 13] en [naam verbalisant 14] hebben de zak met 2229 gram pillen voorzien van het SIN-nummer AAEG2936NL. Een monster hiervan is voorzien van het SIN-nummer AADM4186NL en ingezonden naar het NFI.

Verbalisanten [naam verbalisant 13] en [naam verbalisant 14] hebben de zak met circa 2420 gram pillen voorzien van het SIN-nummer AAEG2937NL en een monster hiervan met het SIN-nummer AADH8946NL naar het NFI gestuurd. De zak met 2507 gram pillen is voorzien van SIN-nummer AAEG2938NL. Een monster hiervan met SIN-nummer AADH8968NL is naar het NFI gestuurd .

Het NFI heeft vastgesteld dat AADM4186NL amfetamine bevat.

Het NFI heeft datzelfde vastgesteld ten aanzien van de nummers AADH8946NL en AADH8968NL.

Verdachte heeft ter terechtzitting van 19 juni 2012 bekend dat de in zijn woning aangetroffen verdovende middelen van hem zijn.

De rechtbank acht op grond hiervan wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 18 oktober 2011 opzettelijk een groot aantal pillen (met een totaalgewicht van ruim 7 kilo) bevattende amfetamine voorhanden heeft gehad.

Feit 7

Bij de hiervoor onder feit 5 genoemde doorzoeking van de woning van verdachte in Breda op 18 oktober 2011 werd in een pot in het linkeronderkastje van de keuken een pot met een blok vermoedelijk hasjiesj van 249 gram in beslaggenomen en voorzien van het SIN-nummer AAEG2911NL. Een monster hiervan, voorzien van het SIN-nummer AADH8965 NL is ingezonden aan het NFI .

Het NFI heeft vastgesteld dat AADH8965NL hasjiesj bevat.

Verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij een blok van 249 gram hasjiesj in zijn woning bewaarde.

De rechtbank acht op grond hiervan ook dit feit wettig en overtuigend bewezen.

Feit 8

Verbalisanten [naam verbalisant 15] en [naam verbalisant 16] hebben bij de fouillering ten tijde van de insluiting van verdachte op 18 oktober 2011 een Nederlands legitimatiebewijs en een klein vaarbewijs 1 aangetroffen op naam van [naam persoon 6], geboren [geboortedatum en geboorteplaats].

[naam persoon 6] heeft aangifte gedaan dat op maandag 17 oktober 2011 tussen 00.45 uur en 07.00 uur in zijn woning aan de [adres en plaatsnaam] is ingebroken. Er waren diverse goederen ontvreemd, waaronder zijn ID-bewijs.

De rechtbank stelt vast dat verdachte een dag na de inbraak werd aangetroffen met een deel van de gestolen goederen in zijn bezit. De rechtbank acht, gelet op bovenstaande bewijsmiddelen en in aanmerking nemend dat de documenten op andermans naam gesteld waren, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte die goederen onder zich had terwijl hij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze van misdrijf afkomstig waren.

De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat hij deze goederen langs de waterkant vond en daarom dacht dat het om verloren voorwerpen ging, ongeloofwaardig.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1, primair.

op 23 augustus 2011 te Breda ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, tezamen en in vereniging met anderen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg,

- voormelde [slachtoffer 1] heeft gedwongen in een auto plaats te nemen en (vervolgens)

- voormelde [slachtoffer 1] in die auto naar een afgelegen plaats heeft vervoerd en (vervolgens)

- voormelde [slachtoffer 1] uit voormelde auto heeft getrokken/gehaald en (vervolgens)

- voormelde [slachtoffer 1] meermalen, met een Maglite op/tegen het hoofd heeft geslagen en

- voormelde [slachtoffer 1] meermalen, tegen het hoofd en/of tegen andere delen van het lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of heeft geschopt en/of heeft getrapt

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2, primair.

op 23 augustus 2011 te Breda ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, tezamen en in vereniging met anderen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg,

- voormelde [Slachtoffer 2] heeft gedwongen in een auto plaats te nemen en (vervolgens)

- voormelde [Slachtoffer 2] in die auto naar een afgelegen plaats heeft vervoerd en (vervolgens)

- voormelde [Slachtoffer 2] uit voormelde auto heeft getrokken/gehaald en (vervolgens)

- voormelde [Slachtoffer 2] meermalen, met een Maglite op/tegen het hoofd heeft geslagen en

- voormelde [Slachtoffer 2] meermalen, tegen het hoofd en/of tegen andere delen van het lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of heeft geschopt en/of heeft getrapt

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5.

op 18 oktober 2011 te Rijsbergen en te Breda wapens van categorie II en/of III, te weten:

te Rijsbergen (in een personenauto, merk [naam merk auto])

- een pistool (merk Sig, zijnde een vuurwapen van categorie III onder 1 en munitie van categorie III, te weten 15 patronen

en

te Breda (in de woning [adres verdachte])

- een geweer (merk Remington), zijnde een vuurwapen van categorie III onder 1 en

- munitie van categorie III, te weten

* 83 patronen 9X19 para en

* 27 patronen kaliber 7.62X51

en

- een patroonhouder 9 mm para Sig Sauer en een richtkijker, zijnde onderdelen van een vuurwapen van categorie III onder 1

voorhanden heeft gehad;

6.

op 18 oktober 2011 te Breda opzettelijk aanwezig heeft gehad een grote hoeveelheid pillen bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

7.

op 18 oktober 2011 te Breda opzettelijk aanwezig heeft gehad 249 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

8.

op 18 oktober 2011 te Breda een vaarbewijs en een identiteitskaart ten name van [naam persoon 6] (afkomstig van een woninginbraak op 17 oktober 2011) voorhanden heeft gehad. terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dat vaarbewijs en die identiteitskaart redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Voorzover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor redelijkerwijs niet in zijn verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 6 jaar.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft matiging van de straf verzocht. Met name ten aanzien van de amfetamine, voor welk feit de officier van justitie in zijn eis een deel van 2½ jaar cel berekende, acht de raadsman bovenmatig.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft met anderen [Slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] gedwongen meegenomen naar een afgelegen plaats en zij hebben die mannen gezamenlijk zodanig mishandeld, dat dit in beide gevallen zeer wel tot ernstig letsel had kunnen leiden. Zowel verdachte als zijn mededaders hadden hiertoe tevoren het plan opgevat.

Dergelijk gedrag, gepleegd op klaarlichte dag en op de openbare weg, leidt tot grote gevoelens van angst en onveiligheid onder de bevolking en moet daarom krachtig worden bestreden. Gelukkig vielen de verwondingen van de slachtoffers achteraf mee, maar dat was niet te danken aan verdachte of zijn mededaders. De officier van justitie sprak in dit kader over een doelbewust, weloverwogen, grof en daardoor schokkend optreden en de rechtbank volgt hem daarin.

Daarnaast bleek verdachte twee vuurwapens en munitie in zijn bezit te hebben, alsmede ongeveer 7 kilogram amfetamine en circa 250 gram hasjiesj.

De vuurwapens betroffen een geladen pistool en een zogenaamde snipergun, een geweer dat veelal door scherpschutters wordt gebruikt. De rechtbank beschouwt dergelijk bezit als zeer ernstig. Van het bezit is het maar een kleine stap naar het daadwerkelijke gebruik ervan, hetgeen minimaal tot grote gevoelens van onveiligheid zal leiden en zelfs tot doden.

Ook het bezit van zo’n grote partij amfetamine is een ernstig feit. Amfetamine brengt gezondheidsrisico's mee zoals de mogelijkheid van blijvende schade aan het centrale zenuwstelsel. Dat bij verdachte zowel vuurwapens als harddrugs worden aangetroffen, acht de rechtbank extra zorgelijk.

Tot slot had verdachte van diefstal afkomstige goederen onder zich. Ook daartegen dient te worden opgetreden, nu de heler een afzetmarkt voor gestolen spullen in stand houdt.

De rechtbank stelt vast dat voor de zaak van verdachte en zijn medeverdachten veel aandacht is geweest in de media. Bij de bepaling van de hoogte van de straf heeft de rechtbank deze media-aandacht niet meegewogen. Niet in positieve en ook niet in negatieve zin. De officier van justitie heeft er terecht op gewezen dat het openbaar ministerie in deze strafzaak de publiciteit niet actief heeft gezocht. Voorts is de publiciteit niet zozeer gericht op verdachte als individu, maar op de MC waarvan hij lid is. Verdachte had zich overigens bewust kunnen zijn van het risico van negatieve media-aandacht als er problemen zouden ontstaan terwijl hij en zijn medeverdachten duidelijk zichtbaar als MC door het Bredase uitgaansleven flaneerden. Te meer nu dit plaatsvond in de tijd dat er veel aandacht was voor het besluit van de gemeente om de jaarlijkse Harleydag in die maand geen doorgang te laten vinden, welk besluit volgens de media mede ingegeven was door vermeende gedragingen van de MC van verdachte.

Verdachte is in het verleden, zo blijkt uit zijn strafblad, meermalen veroordeeld, ook voor geweldsdelicten, wapen- en harddrugsbezit. Verdachte heeft zich beroepen op zijn zwijgrecht, zodat de rechtbank geen rekening kan houden met eventuele strafverminderde omstandigheden.

Voor een poging tot zware mishandeling als hier bewezen is verklaard, geldt als uitgangspunt een gevangenisstraf van 7 maanden. In dit geval echter is met een vooropgezet plan opgetreden en met een grote groep. Dat behoort naar het oordeel van de rechtbank te leiden tot een strafverzwaring van 3 maanden.

Nu een dergelijke straf in de regel wordt opgelegd bij één slachtoffer, maar in dit geval sprake was van twee slachtoffers, zal de rechtbank deze straf verhogen met de helft. De rechtbank komt zodoende op een gevangenisstraf van 15 maanden voor de feiten 1 en 2.

Bij verdachte echter staat vast dat hij degene was die de aangevers meermalen met een Maglite op het hoofd heeft geslagen. Dat acht de rechtbank ten opzichte van de mededaders strafverhogend. Zij zal verdachte voor deze feiten een gevangenisstraf opleggen van 17 maanden.

Het bezit van vuurwapens met munitie wordt in de regel bestraft met een gevangenisstraf van 3 maanden per wapen. In dit geval echter rekent de rechtbank verdachte, naast het recidiverende karakter, aan de plaats waar hij de wapens bewaarde. Hij had een geladen pistool in zijn auto onder handbereik. De snipergun lag bij hem thuis op tafel voor het grijpen. De rechtbank acht dit dermate strafverzwarend, dat zij een verhoging zal toepassen van 3 maanden en verdachte voor de Wwm-feiten met 9 maanden zal bestraffen.

Gelet op straffen die in vergelijkbare gevallen worden opgelegd voor het bezit van ongeveer 7 kilogram amfetamine, acht de rechtbank, mede gelet op de recidive, voor dat onderdeel een gevangenisstraf van 27 maanden een passende en geboden sanctie.

De schuldheling tot slot bestraft de rechtbank, nu verdachte eerder voor vermogensdelicten werd veroordeeld, met een maand gevangenisstraf.

Resumerend zal de rechtbank verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 54 maanden, derhalve 4 ½ jaar, met aftrek van voorarrest.

6.4 De onttrekking aan het verkeer

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer.

Gebleken is dat de feiten ter zake van de Wwm en de Opiumwet zijn begaan met betrekking tot deze voorwerpen.

Verder zijn deze voorwerpen van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en/of het algemeen belang.

6.5 De teruggave aan verdachte

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de overige in beslag genomen voorwerpen aan verdachte, aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag zijn genomen.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 27, 36b, 36c, 45, 47, 57, 91, 300, 302 en 417bis van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen de artikelen 3, 26, 55, 56 en 60 van de Wet wapens en munitie en de artikelen 2, 3, 10, 11, 13 en 14 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder 3 en onder 4 primair en subsidiair tenlastegelegde feiten;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 en 2, telkens primair: Medeplegen van poging tot zware mishandeling, gepleegd met voorbedachten rade;

feit 5: Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit is begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, strafbaar gesteld bij artikel 55, derde lid onder a van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd, en

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit is begaan met betrekking tot munitie van categorie III, strafbaar gesteld bij artikel 55, eerste lid onder a van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;

feit 6: Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod;

feit 7: Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod;

feit 8: Schuldheling;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 jaar en 6 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf.

Beslag

- verklaart onttrokken aan het verkeer de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

1 1.00 STK Mes Kl:zwart

KLAPMES

14 A1 1.00 STK Pil

pillen uit theepot

14 A2 1.00 STK Hashish

blok

uit aardewerk pot

14 B2 1.00 STK Mes

klapmes

op de koelkast

24 C4 2.00 STK Zak (verpakkingsmateriaal)

doorzichtige zakken met pillen, uit sporttas

24 C4 1.00 STK Zak (verpakkingsmateriaal) Kl:oranj

met vermoedelijk pillen, uit sporttas

621459 1.00 STK Geweer

REMINGTON 700 7,62x51

621460 27.00 STK Munitie

7,62x51

aangetroffen in plastic tas

621461 1.00 STK Wapen onderdelen

RICHTKIJKER

aangetroffen in plastic zak

621462 1.00 STK Patroonhouder

SIG SAUER 9mm para

621463 1.00 DS Munitie

9 mm para

621465 1.00 ZAK Munitie

9mm para

621466 1.00 STK Verdovende Middelen Kl:wit

wit poeder gewikkeld in een bankbiljet

621469 20.00 STK Munitie

9mm para

20-tal patronen (niet kunnen tellen);

- gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

2 1.00 STK Vuurwerk Kl:geel/groen

DELOVA RANA PRO

met lont, barcode: 8595124306050

11 A1 1.00 STK Schoeisel Kl:wit

DSQUARED heren

schoenmaat niet leesbaar.Zwart zool, wit

13 1 1.00 STK Mobiele telefoon Kl:zwart

NOLIA nr. 06-17613415

13 10 1.00 STK Koker

DELVONA PROFI

ronde koker (mogelijk vuurwerk)

13 11 1.00 STK Hangslot Kl:rood

13 12 1.00 PR Papier

HI

een paar plastic hoesje met prepaid papieren

13 13 1.00 STK Map

LABARA prepaid

13 14 1.00 STK Papier

T-MOBILE

een t-Mobile papier met simkaart gegevens

13 15 1.00 STK Schrift Kl:blauw

notitieblokje

13 16 1.00 STK Folder

WESTERN UNION

een folder voor een Western Union Card

13 17 1.00 STK Papier

DE ZWARTE TULP salarisstrook

van vof de Zwarte Tulp

13 18 1.00 STK Papier

diverse papiertjes met namen en telefoonnumm

13 18 1.00 STK Kassabon

diverse kassabonnetjes

13 19 2.00 STK Kassabon

BAROK&REPRO

2 identieke kassabonnen van een bijzettafel

13 2 1.00 STK Etui Kl:zwart

BUDDHA BUDDHA

een ronde zwart lederen etui

13 20 1.00 STK Document

ESSENT

voorkoming afsluiting van electr e/o gas onv

13 21 1.00 STK Papier

afschrift ABN AMRO BANK

13 22 1.00 STK Etui Kl:zwart

etui

13 22 1.00 STK Sleutel

contactsleutel uit zwarte etui

13 22 1.00 STK Papier

papiertje met het kenteken uit etui

13 23 1.00 STK Batterij

een AA batterij

13 3 1.00 STK Kaart

DB MASTERCARD

onv DB Cardservice

13 4 1.00 STK Mobiele telefoon Kl:zwarte

SAMSUNG

mobiele telefoon met pen

13 5 1.00 STK Mobiele telefoon Kl:oranje

ALCATEL

13 6 1.00 STK Sleutel

een contactsleutel van een auto

13 7 1.00 STK Rozenkrans

13 8 1.00 STK Folder

SATELINE

13 9 4.00 STK Aansteker

13 A1 1.00 STK Sabel

in de kast op bovenste plank

13 A2 1.00 STK Tas Kl:zwart

13 A2 1.00 STK Tas Kl:zwart

D&G

13 A2 1.00 STK Bouwmateriaal

TYREPS

uit D&G tasje

13 A2 1.00 STK Tapeband

DUCTAPE

uit D&G tasje

13 A3 1.00 STK Envelop Kl:wit

13 A3 1.00 STK Paspoort

uit witte envelop

13 A3 1.00 STK Sleutel

SPEETS auto

uit witte envelop

13 A4 1.00 STK Tas Kl:bruin

13 A4 1.00 STK Portemonnee Kl:zwart

onv, uit bruine tas

13 A5 4.00 FLS Fles

150 ml

in kast woonkamer bovenste plank

13 E1 2.00 STK Computertoebehoren

USB sticks

1x T Mobile, 1x disk2go.com,

13 F1 1.00 STK Computer

PRESCARIO CQ60 Laptop

eettafel in woonkamer

13 F10 2.00 STK Telefoonkaart

LEBARA MOBILE prepaid

1 kaart in verpakking,1x verpakking zonder k

13 F11 1.00 STK Rijbewijs

nr L4579626508

13 F2 1.00 STK Adapter

SAMSUNG

eettafel in woonkamer

13 F3 1.00 STK Adapter

NOKIA

eettafel in woonkamer

13 F4 1.00 STK Adapter

NOKIA

eettafel in woonkamer

13 F5 1.00 STK Koptelefoon Kl:zwart

NOKIA oortel.

13 F6 2.00 STK Sleutel

SilvaCS206 en MCM 21573 aan sleutelhanger

13 F7 1.00 STK Computertoebehoren

LOGITEC

Nano Reciever, eettafel in woonkamer

13 F8 1.00 STK Computer

SAMSUNG USB kabel

eettafel in woonkamer

13 F9 1.00 STK Brief

handgeschreven, eettafel in woonkamer

13 G11 1.00 STK Mobiele telefoon

NOKIA onbekend

zwarte voorkant, achterzijde oranje

13 H1 1.00 STK Mobiele telefoon Kl:zwart

NOKIA onbekend

Op de grond naast stoel

13 1.00 STK Vaas Kl:rose

14 A1 1.00 STK Theepot

op het fornuis van het keukenblok

14 A2 1.00 STK Potten

aardewerk

in keukenblok, linker kastje onder, onderste

14 A2 Geld buitenlands

12 engelse ponden en 55 pence

14 A2 2.00 STK Geld niet inwisselbaar

2 Roemeense munten van 50 Bani

14 A3 1.00 STK Mobiele telefoon

NOKIA 2630

Orange keukenla, bovenste rechts

14 B1 1.00 STK Mobiele telefoon

SAMSUNG

gr./zw.&achterklepje Nokia, op de koelkast i

14 B1 1.00 STK Telefoonkaart

T MOBILE simkaart

8331162111200950936m op de koelkast

14 B1 1.00 STK Mobiele telefoon Kl:roze

SAMSUNG

op de koelkast in een pot

15 1 1.00 STK Videocamera

in de schuur

15 2 1.00 STK Kluis

BRINKS

in de schuur

22 1 1.00 STK Mobiele telefoon

SONY ERICSSON

op de grond op de overloop, voor ing.slpk.4

24 1 1.00 STK Mobiele telefoon Kl:rose

NOKIA

24 A1 1.00 STK Papier

OVERIG

op het linker nachtkastje

24 A2 1.00 STK Telefoonkaart

SD

op het nachtkastje links

24 A3 1.00 STK Mobiele telefoon

NOKIA tmobile 354188/02/468390/1

op de grond naast het linker nachtkastje

24 A4 6.00 STK Oplaadapparaat

op de grond naast het linker nachtkastje

24 B1 1.00 STK Computertoebehoren

USB t mobile

op het bovenste plankje in het rechter nacht

24 B1 1.00 STK Accu

op het onderste plankje in het rechter nacht

24 B3 1.00 STK Brief

POLITIE

onder het rechter nachtkastje

24 C1 1.00 STK Blouse Kl:witte

met donkere knopen,in nek zw.strepen,in baby

24 C2 1.00 STK Shirt Kl:wit

met satudarah opdruk,in babybedje op slaapka

24 C3 1.00 STK Trui Kl:zwarte

capuchon

Ciganos opdr.+2 pist./achterz.opdr.Satudarah

24 C4 1.00 STK Tas

sport

in babybedje op slaapkamer 4

24 C5 1.00 STK Weegschaal

CHILL MODE

in de vorm van een CD hoes

24 C6 1.00 STK Brief

daarop geschreven lijst met vuurwapens,babyb

24 D1 1.00 STK Document

Pukcode 20868158&pincode 4541, op roze kast

24 D2 1.00 STK Telefoon-Onderdelen

VODAFONE simkaart

622336 1.00 STK Koker Kl:rood

1 rode koker

622336 3.00 STK Lint Kl:rood

622336 1.00 STK Lint Kl:wit

1 wit lint inh onbekende stof

622345 1.00 DS Doos Kl:wit

DOLMANS

inhoudende onbekend stof

622350 1.00 PR Handschoen Kl:zwart

zwart lederen handschoenen

622365 1.00 STK Zakdoek

zgn boerenzakdoek met gaatjes

622368 1.00 STK Mobiele telefoon Kl:grijs

ONBEKEND

kleptelefoon labara/kpn

622374 1.00 STK Mobiele telefoon Kl:zwart

BLACKBERRY

Vodafone.

Dit vonnis is gewezen door mr. Kok, voorzitter, mr. De Weert en mr. Schotanus, rechters, in tegenwoordigheid van Mertens, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 10 juli 2012. Mr. De Weert is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1.

(ZD 02)

hij op of omstreeks 23 augustus 2011 te Rijsbergen, gemeente Zundert en/of te Breda

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 1] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg,

- voormelde [slachtoffer 1] heeft gedwongen, althans opdracht heeft gegeven, althans heeft verzocht, in een auto plaats te nemen en/of (vervolgens)

- voormelde [slachtoffer 1] in die auto naar een afgelegen plaats, althans een andere plaats, heeft vervoerd en/of (vervolgens)

- voormelde [slachtoffer 1] uit voormelde auto heeft getrokken/gehaald, althans voormelde [slachtoffer 1] uit voormelde auto heeft laten stappen en/of (vervolgens)

- voormelde [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, met een maglite, althans een zwaar en/of hard voorwerp, op/tegen het hoofd heeft geslagen en/of

- voormelde [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of tegen andere delen van het lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of heeft geschopt en/of heeft getrapt en/of

- de armen van voormelde [slachtoffer 1], die op dat moment op de grond lag, heeft vastgehouden en/of (vervolgens)

- voormelde [slachtoffer 1] met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de buikstreek, althans in het lichaam, heeft gestoken

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 23 augustus 2011 te Rijsbergen, gemeente Zundert en/of te Breda, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, te weten de [straatnaam] en/of op de kruising van de [straatnaam] met de [straatnaam], in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1], welk geweld bestond uit

- het vasthouden van de armen van voormelde [slachtoffer 1] en/of

- het steken met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de buikstreek, althans in het lichaam, van voormelde [slachtoffer 1] en/of

- het meermalen, althans eenmaal, slaan met een maglite, althans een zwaar en/of hard voorwerp, op/tegen het hoofd van voormelde [slachtoffer 1] en/of

- het meermalen, althans eenmaal, slaan en/of stompen en/of schoppen en/of trappen tegen het hoofd van voormelde [slachtoffer 1] en/of tegen andere delen van het lichaam van voormelde [slachtoffer 1];

2.

(ZD 02)

hij op of omstreeks 23 augustus 2011 te Rijsbergen, gemeente Zundert en/of te Breda

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 2] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg,

- voormelde [Slachtoffer 2] heeft gedwongen, althans opdracht heeft gegeven, althans heeft verzocht, in een auto plaats te nemen en/of (vervolgens)

- voormelde [Slachtoffer 2] in die auto naar een afgelegen plaats, althans een andere plaats, heeft vervoerd en/of (vervolgens)

- voormelde [Slachtoffer 2] uit voormelde auto heeft getrokken/gehaald, althans voormelde [Slachtoffer 2] uit voormelde auto heeft laten stappen en/of (vervolgens)

- voormelde [Slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal, met een maglite, althans een zwaar en/of hard voorwerp, op/tegen het hoofd heeft geslagen en/of

- voormelde [Slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of tegen andere delen van het lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of heeft geschopt en/of heeft getrapt

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 23 augustus 2011 te Rijsbergen, gemeente Zundert en/of te Breda, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, te weten de [straatnaam] en/of op de kruising van de [straatnaam] met de [straatnaam], in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2], welk geweld bestond uit

- het meermalen, althans eenmaal, slaan met een maglite, althans een zwaar en/of hard voorwerp, op/tegen het hoofd van voormelde [Slachtoffer 2] en/of

- het meermalen, althans eenmaal, slaan en/of stompen en/of schoppen en/of trappen tegen het hoofd van voormelde [Slachtoffer 2] en/of tegen andere delen van het lichaam van voormelde [Slachtoffer 2];

3.

(ZD 02/04)

hij op of omstreeks 23 augustus 2011 te Rijsbergen, gemeente Zundert en/of te Breda tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tasje, merk Bjorn Borg en/of een mobiele telefoon (Blackberry) en/of een paspoort en/of een rijbewijs en/of rookwaar en/of een bos sleutels en/of een bankpas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

4.

(ZD 01)

hij op of omstreeks 13 augustus 2011, in elk geval in de nacht van 12 op 13 augustus 2011 te Breda, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, [namen portiers] (beiden op dat moment werkzaam als portier bij horecagelegenheid [naam café]) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben/is/zijn verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk dreigend:

- met meerdere personen (gegroepeerd) naar de ingang van [naam café], alwaar voormelde [namen portiers] zich bevonden, gelopen en/of

- de in- en/of uitgang van [naam café] geblokkeerd en/of

- die [namen portiers] ingesloten en/of klemgezet en/of zich opgedrongen tegen voormelde [namen portiers] en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, getoond aan die [namen portiers] en/of

- die [namen portiers] bij het hoofd vastgepakt en vastgehouden en/of

(daarbij) gezegd/geroepen - zakelijk weergegeven - :

- "ik ben de man" en/of

- "ik maak je kapot" en/of

- "niemand weigert de Satudarah" en/of

- dat hij/zij geen mensen van de Satudarah meer mochten weigeren en/of

- "wij gaan ten koste van alles naar binnen" en/of

- "het komt wel goed wel" en/of

- "we treffen elkaar wel op jouw sportschool"

althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 13 augustus 2011, althans in de nacht van 12 op 13 augustus 2011 te Breda met een ander of anderen, op een voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten horecagelegenheid [naam café], openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [namen portiers], beiden op dat moment werkzaam als portier van voornoemde horecagelegenheid, welk geweld en/of bedreiging met geweld bestond uit:

- het met meerdere personen (gegroepeerd) lopen naar de ingang van [naam café], alwaar voormelde [namen portiers] zich bevonden en/of

- het blokkeren van de in- en/of uitgang van [naam café] en/of

- het insluiten van en/of het klemzetten van en/of het opdringen tegen die [namen portiers] en/of

- het tonen van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die [namen portiers] en/of

- het vastpakken van het hoofd/de hoofden van die [namen portiers];

5.

(ZD 05)

hij op of omstreeks 18 oktober 2011 te Rijsbergen en/of te Breda en/of Zundert, in ieder geval in het arrondissement Breda, een of meer wapens van categorie II en/of III, te weten:

te Rijsbergen en/of Zundert (in een personenauto, merk [naam merk auto])

- een pistool (merk Sig, zijnde een wapen van categorie III onder 1 en/of munitie van categorie III, te weten 15, althans een (aantal) patronen

en/of

te Breda (in de woning [adres verdachte])

- een geweer (merk Remington), zijnde een wapen van categorie III onder 1 en/of

- munitie van categorie III, te weten

* 83 patronen 9X19 para en/of

* 27 patronen kaliber 7.62X51

en/of

- een patroonhouder 9 mm para Sig Sauer en/of een richtkijker, zijnde (een) onderde(e)l(en) van een vuurwapen van categorie II onder 2 en/of III onder 1

voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

6.

(ZD 06)

hij op of omstreeks 18 oktober 2011 te Breda opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1.500, in elk geval een grote hoeveelheid pillen bevattende amfetamine en/of MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of MDMA, zijnde amfetamine en/of MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

7.

(ZD 06)

hij op of omstreeks 18 oktober 2011 te Breda opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 249 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

8.

(ZD 08)

hij op of omstreeks 18 oktober 2011 te Breda, in elk geval in Nederland, een vaarbewijs en/of een identiteitskaart ten name van [naam persoon 6] (afkomstig van een woninginbraak op 17 oktober 2011) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat vaarbewijs en/of die identiteitskaart wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.