Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2012:BW8801

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
20-06-2012
Datum publicatie
02-07-2012
Zaaknummer
12-701
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

"Enkelvoudige raadkamer, beroep tegen gedragsaanwijzing ter beëindiging van ernstige overlast ex artikel 509hh Sv. Beroep gegrond verklaard."

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Enkelvoudige raadkamer

Registratienummer: 12/701

Uitspraakdatum: 20 juni 2012

Beschikking (gedragsaanwijzing ter beëindiging van ernstige overlast ex art. 509hh Sv)

1. Ontstaan en loop van de procedure

Blijkens een daarvan opgemaakte akte is op 22 mei 2012 op de griffie van de rechtbank Breda verschenen:

[verdachte]

Geboren te [plaats en datum]

Woonplaats kiezende ten kantore van mr. E.M.J. Thomas

Breda, Parkstraat 10,

die beroep aantekende tegen de op 17 mei 2012 door de officier van justitie te Breda gegeven gedragsaanwijzing ex artikel 509hh van het Wetboek van Strafvordering, inhoudende dat verdachte zich met ingang van 17 mei 2012 gedurende 90 dagen niet zal ophouden in het horecaconcentratiegebied te Tilburg, alle dagen van de week tussen de uren 21.00 uur en 06.00 uur.

Op 13 juni 2012 is het ingestelde beroep in raadkamer behandeld.

Verdachte is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Wel waren aanwezig de officier van justitie mr. Koolen en de raadsman mr. Van Rijsbergen, advocaat te Breda.

2. Beoordeling

Uit de feiten en omstandigheden blijkt naar het oordeel van de rechtbank van ernstige bezwaren tegen verdachte wegens de verdenking van een strafbaar feit

Er is echter naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van verdenking van een strafbaar feit:

a) waardoor de openbare orde, gelet op de aard van het strafbare feit is gepleegd, ernstig is verstoord, en waarbij grote vrees voor herhaling voor herhaling bestaat, dan wel

b) in verband waarmee vrees bestaat voor ernstig belastend gedrag van de verdachte jegens personen, dan wel

c) in verband waarmee vrees bestaat voor gedrag van de verdachte dat herhaald gevaar voor goederen oplevert.

De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat het strafbare feit dat verdachte wordt verweten op zichzelf de openbare orde ernstig kan verstoren, echter uit het strafblad van verdachte of anderszins is niet gebleken dat er een grote vrees voor herhaling bestaat. Derhalve acht de rechtbank de onder a genoemde grond niet van toepassing.

Voorts stelt de rechtbank vast dat de onder b genoemde vrees voor ernstig belastend gedrag van de verdachte jegens personen door de officier van justitie wordt onderbouwd middels mogelijk bestaande (ver)banden tussen verdachte enerzijds en de motorclub Satudarah anderzijds. Uit de voorliggende stukken is dit verband voor de rechtbank echter onvoldoende komen vast te staan. Verdachte mag dan wel lid zijn van deze motorclub, niet is gebleken dat verdachte het strafbare feit zou hebben gepleegd tezamen en in vereniging met andere leden van Satudarah, dat verdachte clubkleding droeg of dat er een link zou bestaan met mogelijk eerdere incidenten met leden van Satudarah.

De onder c genoemde grond behoeft geen nadere bespreking, nu de officier van justitie de gedragsaanwijzing niet op basis van deze grond heeft gegeven.

Gelet op al het voorgaande wordt het door verdachte ingestelde beroep tegen de gedragsaanwijzing, gegrond verklaard.

3. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart gegrond het door verdachte aangetekende beroep tegen de door de officier van justitie op 17 mei 2012 bevolen gedragsaanwijzing.

Deze beschikking is gegeven door mr. Janssen, rechter, in tegenwoordigheid van

mr. Korsten, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 juni 2012.