Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2012:BW6027

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
16-05-2012
Datum publicatie
16-05-2012
Zaaknummer
02/800604-11, 667230-11 en 667164-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

- op 3 juni 2011 personeel van het TweeSteden ziekenhuis te Tilburg heeft bedreigd (800604-11),

- op 22 december 2010 de vriendin van zijn zoon heeft bedreigd (667230-11) en

- op 29 december 2010 in Eindhoven heeft geprobeerd [slachtoffer 1] te doden, althans deze heeft mishandeld (667164-11).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

parketnummer: 02/800604-11, 667230-11 en 667164-11

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 16 mei 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [datum en plaats]

wonende te [adres]

thans gedetineerd in het PPC te Vught

raadsvrouw mr. N. Swart, advocate te Amsterdam.

1 Onderzoek van de zaak

De zaken zijn inhoudelijk behandeld op de zitting van 3 mei 2012, waarbij de officier van justitie, mr. Koning, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Ter zitting zijn overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging met parketnr. 800604-11 is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De tenlasteleggingen zijn als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

- op 3 juni 2011 personeel van het TweeSteden ziekenhuis te Tilburg heeft bedreigd (800604-11),

- op 22 december 2010 de vriendin van zijn zoon heeft bedreigd (667230-11) en

- op 29 december 2010 in Eindhoven heeft geprobeerd [slachtoffer 1] te doden, althans deze heeft mishandeld (667164-11).

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte alle feiten (in de primaire variant) heeft gepleegd en baseert zich daarbij op de gedane aangiftes en de bekennende verklaring van verdachte.

Bij parketnr. 667164-11 is volgens de officier van justitie sprake van een poging tot moord, nu verdachte tevoren van plan was en dat ook benoemde, dat hij [slachtoffer 1] in het kanaal zou gooien, wetend dat het water ijskoud was en [slachtoffer 1] geen goede gezondheid had. Daarenboven heeft verdachte bewust [slachtoffer 1] in het water laten liggen zonder hulp te bieden.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de feiten met parketnrs. 800604-11 (het TweeSteden ziekenhuis) en 667230-11 (bedreiging [slachtoffer 2]) gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De raadsvrouw is echter van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het feit met parketnr. 667164-11 ([slachtoffer 1]) en wijst daarbij op het volgende.

Vast staat dat verdachte [slachtoffer 1] in het water heeft geduwd en dat het water koud was. Er is geen bewijs voor het in het water houden of het zonder hulp achterlaten door verdachte. Voorts betwist de raadsvrouw dat er sprake was van voorbedachte rade of opzet, het laatste ook niet in de voorwaardelijke zin. Er was immers geen aanmerkelijk kans op de dood, althans niet is vast komen te staan dat verdachte die kans bewust heeft aanvaard.

Dat laatste geldt ook ten aanzien van de (voorwaardelijke) opzet op zwaar lichamelijk letsel. Verdachte dient dus te worden vrijgesproken van de primair tenlastegelegde poging.

Ten aanzien van de subsidiair tenlastegelegde mishandeling is, alhoewel het belanden in het koude water onaangenaam moet zijn geweest, niet gebleken dat [slachtoffer 1] letsel heeft bekomen, dan wel pijn heeft geleden. De raadsvrouw bepleit op die gronden een integrale vrijspraak voor dat feit.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

parketnr. 800604-11:

[slachtoffer 3] heeft verklaard dat verdachte op 3 juni 2011 omstreeks 22.30 uur aan de balie kwam van het TweeSteden ziekenhuis in Tilburg, waar zij zat te werken. Verdachte vertelde dat hij een mes bij zich had. [slachtoffer 3] verliet de balie en hoorde later dat verdachte een mes in het houtwerk van de balie had gestoken. Aanvullend verklaarde [slachtoffer 3] dat verdachte haar had gezegd “anders kom ik wel met mijn mes door het loket.”

Verbalisant [jnaam verbalisant] trof in het ziekenhuis een mes aan in de balie van de spoedafdeling. Het mes zat met de punt van het lemmet in de balie gestoken.

Verdachte heeft verklaard dat hij op straat een mes had gevonden, daarmee het TweeSteden ziekenhuis is binnengegaan, een baliemedewerkster heeft aangesproken en het mes rechtop in de balie heeft gestoken.

De rechtbank acht op grond daarvan wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 3] en ander personeel van het ziekenhuis heeft bedreigd met de dood.

Niet is komen vast te staan dat er rond dat tijdstip bezoekers in het ziekenhuis aanwezig waren, zodat verdachte van dat deel van de tenlastelegging zal worden vrijgesproken.

parketnr. 667230-11:

[slachtoffer 2] , wonende te Roosendaal, heeft verklaard dat verdachte haar op 22 december 2010 belde en zei “Er is in Eindhoven iemand vermoord en dat gebeurt met jullie ook.” of woorden van soortgelijke strekking. Zij had haar telefoon op de luidspreker staan en haar stiefbroer [naam stiefbroer] was erbij.

[naam stiefbroer] heeft verklaard dat hij verdachte via de luidspreker van de telefoon van [slachtoffer 2] hoorde zeggen “Er gebeurt ook hier iets als in Eindhoven, daar is iemand vermoord, jij gaat er ook aan. Jij gaat dood.”

Verdachte heeft ter zitting bekend dat hij op 22 december 2010 de vriendin van zijn zoon, [slachtoffer 2], telefonisch heeft bedreigd.

De rechtbank acht op grond daarvan dit feit wettig en overtuigend bewezen.

parketnr. 667164-11:

[initialen]. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij op 29 december 2010 met verdachte langs het kanaal te Eindhoven stond. Verdachte pakte hem bij de arm en duwde hem het kanaal in. [slachtoffer 1] voelde een vreselijke kou en het duurde minuten voor hij met hulp uit het water kon komen. Verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] hoorden van [getuige] dat deze op 29 december 2010 had gehoord dat verdachte zei dat hij [slachtoffer 1] het kanaal in wilde duwen. Hij zag daarna verdachte en [slachtoffer 1] naar buiten gaan en zag dat verdachte [slachtoffer 1] het kanaal in duwde. Verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer 1] die dag het kanaal heeft ingeduwd, terwijl er ijs in het kanaal lag.

Op grond van deze bewijsmiddelen staat voor de rechtbank vast dat verdachte [slachtoffer 1] op 29 december in het ijskoude water heeft geduwd. Voorts kan op basis van het dossier worden vastgesteld dat verdachte [slachtoffer 1] ter hoogte van een hoge steile wal waar je niet uit het water kunt klimmen in het water heeft geduwd, waardoor [slachtoffer 1] minstens 70 meter heeft moeten zwemmen voor hij bij een plaats was waar hij wel uit het water kon komen. Daarnaast blijkt uit het dossier en de verklaring van verdachte ter zitting dat [slachtoffer 1] slecht ter been was en dat verdachte hem, terwijl hij in het water lag, heeft toegeroepen dat hij “maar moest verzuipen”. Ten slotte is niet gebleken dat verdachte actief handelingen heeft verricht om [slachtoffer 1] te beletten uit het water te komen en kon hij constateren dat de ter plaatse aanwezige [X] al bezig was om [slachtoffer 1] naar een aanwezig trapje te dirigeren en uit het water te helpen.

De vraag die de rechtbank vervolgens als eerste dient te beantwoorden, is of bij verdachte sprake was van voorwaardelijk opzet om [slachtoffer 1] van het leven te beroven. Daarvoor is noodzakelijk dat verdachte de aanmerkelijke kans in het leven heeft geroepen dat [slachtoffer 1] zou komen te overlijden en dat verdachte deze kans ook bewust heeft aanvaard. Dat de kans bestond dat [slachtoffer 1] door het handelen van verdachte zou komen te overlijden, staat naar het oordeel van de rechtbank wel vast. Zij baseert dit oordeel met name op het deskundigen¬rapport van professor dr. [naam deskundige] van TNO. In dit rapport is beschreven welke gevaren bestaan bij het verblijf in ijskoud water en dat langs verschillende wegen de dood kan intreden. De rechtbank stelt echter ook vast dat uit het rapport niet blijkt hoe groot de kans is op het onder de onderhavige omstandigheden daadwerkelijk overlijden. Hierdoor is niet vast te stellen dat de kans daarop in de gegeven omstandigheden aanmerkelijk was. De rechtbank beantwoordt de vraag of er een aanmerkelijke kans op de dood bestond dan ook negatief.

Dit betekent dat er onvoldoende bewijs is voor een poging tot moord of doodslag.

Vervolgens dient de vraag zich aan of er een aanmerkelijke kans bestond dat [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel had kunnen oplopen. Ook deze vraag dient negatief beantwoord te worden. Hiervoor geldt hetgeen de rechtbank hiervoor al overwoog, waarbij de rechtbank nog in aanmerking neemt dat prof. [naam deskundige] in zijn rapport omschrijft dat na een kort verblijf in ijskoud water, zelfs na een reanimatie, een slachtoffer geen nadelige gevolgen hoeft te hebben opgelopen.

Ook voor een poging tot zware mishandeling is er dus onvoldoende bewijs.

De rechtbank spreekt verdachte dan ook vrij van het primair tenlastegelegde.

Ten aanzien van de subsidiair ten laste gelegde mishandeling heeft de raadsvrouw betoogd dat niet vast staat dat [slachtoffer 1] pijn heeft ondervonden of letsel heeft opgelopen.

De rechtbank is evenwel van oordeel dat het geheel van lichamelijke sensaties die [slachtoffer 1] heeft ervaren (verkramping van spieren, stokken van de ademhaling en het voelen van een vreselijke koude) een combinatie is die als pijn dient te worden beschouwd. [slachtoffer 1] raakte bovendien uiteindelijk in het water kort voor zijn redding buiten bewustzijn en dat acht de rechtbank een vorm van letsel.

Op grond daarvan acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 1] heeft mishandeld door hem het ijskoude water in te duwen. Anders dan de raadsvrouw acht de rechtbank ook bewezen dat verdachte dat heeft gedaan na kalm beraad en rustig overleg. Hij kondigde het immers tevoren aan en voegde de daad ook bij het woord. Verdachte heeft [slachtoffer 1] derhalve met voorbedachten rade mishandeld.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

parketnr. 02/800604-11:

op 03 juni 2011 te Tilburg [slachtoffer 3] (werkzaam als verpleegkundige in het Twee Stedenziekenhuis) en/of (ander) personeel van het Twee Stedenziekenhuis heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een mes in het houtwerk van de balie van voornoemd ziekenhuis gestoken en heeft hij, verdachte, die [slachtoffer 3] voornoemd dreigend de woorden toegevoegd : "Ik heb een mes bij me" en"Anders kom ik wel met mijn mes door het loket"

parketnr. 02/667230-11:

op 22 december 2010, te Roosendaal, [slachtoffer 2] (zijnde de vriendin van zijn, verdachtes, zoon) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd: "Er is in Eindhoven iemand vermoord en dat gebeurt met jullie ook." en/of "Er gebeurt ook hier iets net als in Eindhoven, daar is iemand vermoord, jij gaat er hier ook aan. Jij gaat dood."

parketnr. 02/667164-11:

subsidiair:

op 29 december 2010 te Eindhoven opzettelijk en met voorbedachten rade mishandelend, een persoon, [initialen]. [slachtoffer 1], opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg die [slachtoffer 1] in het (ijskoude) water heeft geduwd , tengevolge waarvan [slachtoffer 1] enig lichamelijk letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 6 jaren.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft een onvoorwaardelijke gevangenisstraf bepleit gelijk aan het voor¬arrest en daarnaast een voorwaardelijk deel met als bijzondere voorwaarde een verplichte opname in De Ponder.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft onder invloed van alcohol personeel van een ziekenhuis bedreigd omdat hij op de PAAZ-afdeling wilde worden opgenomen. Een feit dat tot gevoelens van onveiligheid leidt. Dat geldt in dit geval temeer nu het om hulpverleners ging, die door verdachte keer op keer werden lastig gevallen.

Daarnaast heeft verdachte de vriendin van zijn zoon bedreigd. Verdachte noemde het op de zitting een vorm van stalking. Het hoeft dus geen betoog dat ook dit een feit betreft dat tot onrust en gevoelens van onveiligheid leidt.

De rechtbank rekent verdachte echter het zwaarste aan wat hij op 29 december 2010 een van zijn beste vrienden aandeed. Omdat verdachte meende dat die vriend hem geld schuldig was, duwde hij hem een kanaal in. Er lag ijs in het kanaal, dus het water moet ijskoud geweest zijn. Aldus heeft verdachte zijn slachtoffer mishandeld. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van bijzonder laakbaar gedrag dat voor [slachtoffer 1] ook nog veel slechter had kunnen uitpakken. Ook de houding van verdachte terwijl [slachtoffer 1] op de kant probeerde te komen, was bijzonder verwerpelijk.

De rechtbank acht strafverzwarend dat verdachte dit weloverwogen en met voorbedachten rade heeft gedaan.

Verdachte heeft een fors strafblad waarop veel veroordelingen voor geweldsdelicten voor¬komen. Een en ander vindt met name zijn oorsprong in de jarenlange verslaving van verdachte aan alcohol en medicijnen.

De reclassering heeft gerapporteerd dat de diverse hulpverleningstrajecten in het verleden voortijdig door verdachte zijn afgebroken omdat hij, naast zijn psychische problematiek, niet voldoende gemotiveerd was om hulp te aanvaarden. Zij adviseert een klinische opname.

Psycholoog [naam psycholoog] concludeert dat verdachte zwakbegaafd is en een persoonlijk¬heids¬stoornis heeft met borderline en antisociale trekken, terwijl sprake is van alcohol- en medicatieafhankelijkheid. Hij acht verdachte ten tijde van zowel feit 1 als feit 3 enigszins verminderd toerekeningsvatbaar en adviseert opname in een FPK of een FPA.

Verdachte is op intakegesprek geweest bij de afdeling De Ponder van De Woenselse Poort in Eindhoven en had daar al opgenomen kunnen worden, maar de uitslag van deze zaak wordt afgewacht. Verdachte is gemotiveerd om aan deze klinische behandeling deel te nemen en de rechtbank acht die behandeling van groot belang. Zij betrekt dit bij de hoogte en de vorm van de straf.

Gelet op de ernst van de feiten, mede gezien de hoogte van de straffen die in vergelijkbare gevallen worden opgelegd, is een forse gevangenisstraf op zijn plaats. De rechtbank acht een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met als bijzondere voorwaarde een klinische behandeling door De Woenselse Poort, of een soortgelijke instelling, op zijn plaats. Weliswaar is een dergelijke straf, gelet op de bewezen verklaarde feiten, aan de hoge kant, maar de rechtbank acht het, gezien de problematiek van verdachte, niet verantwoord dat verdachte op vrije voeten komt, voor hij in De Woenselse Poort kan worden opgenomen. De rechtbank gaat ervan uit dat, zodra verdachte kan worden op¬genomen, de executie van zijn detentie zal worden opgeschort. Verdachte kan dan, als zijn opname het einde nadert, door bijvoorbeeld een gratieverzoek stappen ondernemen om de resterende detentie te doen kwijtschelden.

7 De benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert een schadevergoeding van € 49,95 voor het feit met parketnr. 667230-11. De vordering heeft betrekking op de vervanging van sloten. Nu niet aannemelijk is geworden dat deze schade zich heeft voorgedaan doordat verdachte haar telefonisch heeft bedreigd, dient de vordering te worden afgewezen.

De benadeelde partij [initialen]. [slachtoffer 1], vordert een schadevergoeding van € 510,-- voor het feit met parketnr. 667164-11.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde acht zij tot een bedrag van € 250,-- voldoende aannemelijk gemaakt en zij zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.

Voor het overige acht de rechtbank het gevorderde bedrag onvoldoende aannemelijk gemaakt en zij zal de vordering daarom voor het overige afwijzen.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

8 Het beslag

8.1 De onttrekking aan het verkeer

Het in beslag genomen mes is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Gebleken is dat het onder parketnummer 800604-11 bewezen verklaarde feit is begaan met behulp van dat mes.

Verder is dat voorwerp van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 24c, 27, 57, 285, 300 en 301 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het bij parketnummer 667164-11 primair tenlastegelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

parketnr. 800604-11: Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

parketnr. 667230-11: Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

parketnr. 667164-11, subsidiair: Mishandeling, gepleegd met voorbedachten rade;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich zal laten opnemen en behandelen in een inrichting voor verpleging, te weten De Woenselse Poort of in een soortgelijke inrichting, gedurende de proeftijd of zoveel korter als de leiding van de inrichting in overleg met de reclassering wenselijk acht;

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens Novadic-Kentron;

* dat verdachte zich binnen drie dagen nadat dit vonnis onherroepelijk is geworden en verdachte in vrijheid is gesteld, zal melden bij deze reclasseringsinstelling;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoor¬waar¬delijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- verklaart onttrokken aan het verkeer het inbeslaggenomen voorwerp, te weten:

538630 1.00 STK Mes Kl: zwart;

Benadeelde partijen

parketnr. 667230-11

- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] af;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil; (BP.07)

parketnr. 667164-11

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [initialen]. [slachtoffer 1], [adres] van € 250,--;

- wijst de vordering van de benadeelde partij voor het overige af;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [initialen]. [slachtoffer 1], € 250,-- te betalen, bij niet betaling te vervangen door 5 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd. (BP.04)

Dit vonnis is gewezen door mr. Breeman, voorzitter, mr. Van den Heuvel en mr. Prenger, rechters, in tegenwoordigheid van Mertens, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 16 mei 2012.

De griffier en mr. Van den Heuvel zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlasteleggingen

m.b.t. parketnr. 02/800604-11:

hij op of omstreeks 03 juni 2011 te Tilburg [slachtoffer 3] (werkzaam als verpleegkundige in het Twee Stedenziekenhuis) en/of (ander) personeel en/of bezoeker(s) van het Twee Stedenziekenhuis heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend (met) een mes, althans een scherp voorwerp in het houtwerk van de balie van voornoemd ziekenhuis gestoken en/of (vervolgens/daarbij) heeft hij, verdachte, die [slachtoffer 3] voornoemd en/of (ander) personeel van het Twee Stedenziekenhuis dreigend de woorden toegevoegd : "Ik heb een mes bij me en ik ga mijn keel doorsnijden" en/of "Anders kom ik wel met mijn mes door het loket" en/of "Jij komt ook nog aan de beurt", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of (vervolgens/daarbij) heeft hij, verdachte, meerdere malen, althans eenmaal, een (openstaand) raam (met kracht) dichtgegooid en/of getrapt;

m.b.t. parketnr. 02/667230-11:

hij op of omstreeks 22 december 2010, althans in de maand december 2010, te Roosendaal, [slachtoffer 2] (zijnde de vriendin van zijn, verdachtes, zoon) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd: "Er is in Eindhoven iemand vermoord en dat gebeurt met jullie ook" en/of "Er gebeurt ook hier iets net als in Eindhoven, daar is iemand vermoord, jij gaat er hier ook aan. Jij gaat dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

en m.b.t. parketnr. 02/667164-11:

hij op of omstreeks 29 december 2010 te Eindhoven ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [initialen]. [slachtoffer 1], opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg die [slachtoffer 1] in het (ijskoude) water/kanaal (met hoge/stijle kant) heeft getrokken en/of geduwd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 29 december 2010 te Eindhoven opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade mishandelend, althans opzettelijk mishandelend, een persoon, [initialen]. [slachtoffer 1], opzettelijk, al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk die [slachtoffer 1] in het (ijskoude) water/kanaal (met hoge/stijle rand) heeft geduwd en/of getrokken, tengevolge waarvan [slachtoffer 1] enig lichamelijk letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.