Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2012:BW4985

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
03-05-2012
Datum publicatie
07-05-2012
Zaaknummer
708272 ov 12-1063
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beschikking betreffende (ambtshalve) opheffing van een ondercuratelestelling.

Reden voor oplossing: verbale bedreigingen van curatrice en het ontbreken van enige medewerking van de zijde van curandus aan de uitvoering van de onderhavige curatele.

Belang curatrice bij opheffing/ontslag in dit geval groter dan het belang van curandus bij eventuele handhaving van deze ondercuratelestelling. Problematiek van het niet kunnen aanpakken van de geestelijke (verslavings)problematiek bij curandus.

Noodzaak wetswijziging op dit punt. Belang gemeenschap tot (niet-vrijwillige) behandeling dient op enig moment te prevaleren boven belang rechthebbende op zelfbeschikking. Aanpakken schuldsaneringsproblemen is slechts mogelijk indien de persoon in kwestie wordt gestabiliseerd. Hier ligt immers de hoofdoorzaak voor het ontstaan van schulden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

team kanton Bergen op Zoom

zaak/rolnr.: 708272 OV VERZ 12-1063

beschikking d.d. 3 mei 2012 op een verzoek tot ontslag als curatrice betreffende de ondercuratelestelling van:

[curandus], wonende te [adres]

hierna te noemen curandus.

1. Het verloop van het geding

1.1 De procesgang blijkt uit de volgende stukken:

a. de beschikking van de kantonrechter te Bergen op Zoom van 22 september 2009, met alle daarin vermelde stukken;

b. de brieven van 2 maart 2012 (ingekomen ter griffie op 5 maart 2012) en 6 maart 2012 (ingekomen ter griffie op 7 maart 2012) van Cornelia Goverdina Maria van der Maas, gevestigd te 5060 AD Oisterwijk, Postbus 187, in haar hoedanigheid als curatrice van rechthebbende, waarin zij verzoekt om de curatele op te heffen;

c. de brief van 16 maart 2012 (ingekomen ter griffie op 19 maart 2012) van Cornelia Goverdina Maria van der Maas voornoemd;

d. de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling ter zitting op 3 april 2012, waaruit blijkt dat curatrice ter zake is gehoord;

e. de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling ter zitting op 5 april 2012, waaruit blijkt dat curandus -hoewel deugdelijk opgeroepen- niet is verschenen;

f. de brief d.d. 13 april 2012 van de griffier waaruit blijkt dat curandus in de gelegenheid is gesteld tot het geven van een schriftelijke reactie betreffende het verzoek om zijn curatele op te heffen.

1.2 De inhoud van deze stukken geldt als hier ingelast.

1.3 Als belanghebbenden zijn aangemerkt:

1. [curandus], curandus;

2. Cornelia Goverdina Maria van der Maas, curatrice.

2. Het verzoek

Het verzoek strekt tot ontslag als curatrice over bovengenoemde curandus.

3. De beoordeling

3.1 Bij beschikking van 14 januari 2008 van de kantonrechter te Bergen op Zoom is curandus onder bewind gesteld. Bij beschikking van 22 september 2009 van de kantonrechter te Bergen op Zoom is de onderbewindstelling gewijzigd in een ondercuratelestelling.

3.2 In haar brief van 2 maart 2012 schrijft curatrice dat het niet goed gaat met curandus.

“Hij is ernstig gestoord en vertoond zeer agressief verbaal gedrag”, aldus curatrice. Bij het indienen van de rekening en verantwoording (bij brief van 30 juni 2011) had curatrice ook al aandacht gevraagd voor het handelen van curandus. Curandus weigert relevante (post)stukken, welke door hem zijn ontvangen, door te sturen aan curatrice. Het gaat hierbij vaak om oproepingen voor gerechtelijke procedures, waarbij curatrice pas achteraf hoort dat deze hebben plaatsgevonden. Curandus maakt ook nieuwe schulden, zoals -bijvoorbeeld- boetes voor “zwartrijden”. Curandus bemoeilijkt hierdoor de taakuitvoering van zijn curatrice aanzienlijk.

3.3 Dit klemt te meer nu curandus zich ook steeds vaker schuldig blijkt te maken aan agressief verbaal gedrag richting zijn curatrice. De dreiging, die van curandus uitgaat, is kennelijk zo groot dat curatrice te kennen heeft gegeven, dat zij in het kader van deze procedure afzonderlijk wenst te worden gehoord en dat zij absoluut geen confrontatie ter zitting met curandus wenst. Om die reden is curatrice ter zitting van 3 april 2012 afzonderlijk gehoord. Curandus is -hoewel deugdelijk opgeroepen- ter zitting van 5 april 2012 niet verschenen. Na telefonisch contact met de griffie is curandus bij brief van 13 april 2012 in de gelegenheid gesteld om (alsnog) schriftelijk te reageren op het verzoek tot opheffing van zijn curatele. Er is vervolgens geen schriftelijke reactie van de zijde van curandus ontvangen.

3.4 Curatrice geeft ter zitting aan dat zij zich vanuit haar functie als curatrice kwaad kan maken over het feit, dat de gemeenschap niet kan c.q. wil ingrijpen in deze kwestie. Verslavingszorg onderneemt volgens haar niets, omdat curandus niet vrijwillig meewerkt aan zijn behandeling. Ook verzekeringsmaatschappijen en banken bemoeilijken volgens haar het werk van een curator omdat mensen, zoals curandus, niet op een postadres of briefadres ingeschreven mogen staan, anders wordt de verzekering stopgezet. De bank vindt dat de wijze van identificatie van een rechthebbende door de kantonrechter en bewindvoerder/curator niet voldoende is. Zij willen bijvoorbeeld dat rechthebbende zelf een handtekening zet, die identiek moet zijn aan de handtekening op het identiteitsbewijs. Veelal kan dit volgens curatrice helemaal niet. Personen, zoals curandus die grotendeels een zwervend bestaan leiden, zijn hierdoor niet te helpen door een beschermingsbewindvoerder, curator of mentor.

3.5 De kantonrechter deelt deze zorg van curatrice. Heel veel wettelijke regelgeving (en tenuitvoerlegging hiervan) is geschreven voor “de gewone/gemiddelde burger”. Uitvoering van beschermende maatregelen, zoals curatele, beschermingsbewind en mentorschap, vraagt echter juist om ingrijpen in bijzondere situaties. Rechthebbende is vanwege zijn geestelijke en/of lichamelijke problemen juist niet in staat om zijn vermogensrechtelijke en niet vermogensrechtelijke belangen zelf waar te nemen. Soms is er sprake van een zeer ernstige psychische toestand, al dan niet als gevolg van verslaving, waarbij direct medisch ingrijpen geïndiceerd is. Afgezien van de weg via de Wet Bijzondere Opnames Psychiatrische Ziekenhuizen ( Wet BOPZ) kent de wet echter geen mogelijkheden voor onvrijwillige opnames. Behandelende instellingen, zoals GGZ en Novadic Kentron, blijken in de praktijk niet tot behandeling over te gaan indien betrokkene niet zelf vrijwillig meewerkt.

Dit betekent dat allerlei verzoeken van de zijde van (professionele) curatoren en/of mentoren niet in behandeling worden genomen dan wel wanneer een opname volgt, betrokkene kort na opname de behandeling weer afbreekt. Gevolg is, dat “hulpbehoevenden” onbehandeld blijven!

3.6 Op deze wijze staat “de gemeenschap” naar het oordeel van de kantonrechter toe dat dit soort (hulpbehoevende) personen steeds verder afglijden in hun psychische problemen en/of verslaving, waardoor zij vaak op termijn niet meer behandelbaar zijn vanwege ontstane onherstelbare schade.

3.7 Laatstgenoemd gevaar dreigt ook voor curandus. Pogingen om uitvoering te geven aan curatele, beschermingsbewind en/of mentorschap stranden omdat de persoon van rechthebbende niet gestabiliseerd kan worden. Zo ook in deze zaak. Een deugdelijke schuldensanering blijkt in de praktijk niet mogelijk zolang de hoofdgrond voor het ontstaan van deze schulden, te weten: de psychische gesteldheid van rechthebbende, niet wordt opgepakt. Stabilisering van de schuldensituatie is pas mogelijk na stabilisering van de persoon!

3.8 Zolang een deugdelijke wettelijke regeling op dit punt ontbreekt, blijven curatoren, beschermingsbewindvoerders en mentoren tegen “een niet door hen te slechten muur aan lopen bij de verleners van medische zorg.” Vrijwilligheid en/of recht op zelfbeschikking is -zeker op medisch gebied- een groot goed (persoonlijk recht). Indien uitoefening van dat recht echter -bij voortduring- leidt tot het ontstaan van schade voor de gemeenschap, zijn daarmee volgens de kantonrechter ook meteen de grenzen (aan)gegeven.

3.9 In deze zaak hebben we te maken met een curandus, die vanwege zijn geestelijke gesteldheid (verslaving) volstrekt niet blijkt aan te sturen en die vervolgens ook nog voortdurend zijn curatrice verbaal blijkt te bedreigen. Onder deze omstandigheden kan de kantonrechter niet anders besluiten dan hierna deze curatele op te heffen. Dat de grond voor ondercuratelestelling nog steeds voortduurt, doet aan dit oordeel niet af.

De kantonrechter heeft immers niet alleen de belangen van curandus te beschermen maar zeker ook de belangen van de onderhavige curatrice.

3.10 Benoeming van een andere curator is naar het oordeel van de kantonrechter niet aan de orde omdat hij een andere curator niet wenst “op te zadelen” met een (thans) onoplosbaar probleem.

3.11 De kantonrechter zal de ingangsdatum van de opheffing hierna op 1 juni 2012 bepalen zodat de huidige curatrice nog de tijd wordt gegund om deze curatele administratief af te wikkelen en eindrekening en verantwoording af te leggen.

4. De beslissing

De kantonrechter:

- heft ambtshalve -met ingang van 1 juni 2012 - op de curatele ten aanzien van [curandus], geboren [geboortedatum en -adres], ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente Vlissingen;

- bepaalt dat curatrice deze uitspraak tot opheffing van de ondercuratelestelling binnen tien dagen publiceert in de Staatscourant en wijst aan als dagbladen waarin deze uitspraak door curatrice moet worden bekend gemaakt:

- het dagblad "Algemeen Dagblad" te Rotterdam en

- het dagblad "PZC” te Walcheren;

- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 mei 2012, in tegenwoordigheid van de griffier.

Mededeling van de griffier:

Tegen deze beschikking kan voor zover het een eindbeslissing betreft hoger beroep worden ingesteld:

a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te

's-Hertogenbosch.

verzonden op: