Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2012:BW1520

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
29-03-2012
Datum publicatie
11-04-2012
Zaaknummer
697910 vv 12-4
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Loonvordering wegens situatieve arbeidsongeschiktheid. Toepassing criteria Mak/SGBO. Verwijtbaar handelen werkgever. Ook werknemer moet zich inspannen om oorzaken van situatieve arbeidsongeschiktheid weg te nemen. Vordering werknemer wordt slechts toegewezen voor bepaalde periode

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2012-0347
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

team kanton Bergen op Zoom

zaak/rolnr.: 697910 \ VV EXPL 12-4

vonnis in kort geding d.d. 29 maart 2012

inzake

[eiseres],

wonende te [adres],

eiseres,

gemachtigde: mr. C.H. Pannekoek, advocaat te Breda,

tegen

de besloten vennootschap DIRX DROGISTERIJEN B.V.,

statutair gevestigd te (2408 AV) Alphen aan den Rijn, aan de Flemingweg 1,

gedaagde,

gemachtigde: mr. R.J. Stoop, advocaat te Alphen aan de Rijn.

Partijen zullen verder [eiseres] en Dirx worden genoemd.

1. Het verloop van het geding

1.1 De procesgang blijkt uit de volgende stukken:

a. de dagvaarding van 18 januari 2012, met producties;

b. de brief d.d. 23 januari 2012 van de zijde van [eiseres], met aanvullende producties;

c. de brief van de zijde van Dirx, met producties;

d. de aantekeningen van de griffier met betrekking tot de mondelinge behandeling ter zitting van 24 januari 2012 met bijbehorend audiëntieblad;

e. de ter zitting d.d. 24 januari 2012 overgelegde pleitnotitie van de zijde van [eiseres];

f. de ter zitting d.d. 24 januari 2012 overgelegde pleitnotitie van de zijde van Dirx;

g. de aantekeningen van de griffier met betrekking tot de (voortgezette) mondelinge behandeling d.d. 6 maart 2012 met bijbehorend audiëntieblad;

h. de akte wijziging van eis van de zijde van [eiseres];

i. de akte bezwaar wijziging van eis van de zijde van Dirx;

j. de brief d.d. 15 maart 2012 van de kantonrechter aan [eiseres] en Dirx houdende afwijzing van de wijziging van eis.

1.2 De inhoud van deze stukken geldt als hier ingelast.

1.3 Partijen hebben voorts hun standpunten op de terechtzittingen mondeling toegelicht.

2. Het geschil

2.1 [eiseres] vordert bij wege van voorlopige voorziening, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Dirx te veroordelen (1) binnen 24 uur na betekening van het in deze te wijzen vonnis [eiseres] in staat te stellen haar werkzaamheden als Drogisterij Manager op de normale gebruikelijke wijze te hervatten in het filiaal te Sint Willebrord met alle bevoegdheden en faciliteiten die zij krachtens de arbeidsovereenkomst placht te genieten op straffe van een dwangsom van € 500,00 voor elke dag of dagdeel dat Dirx in gebreke blijft aan het vonnis te voldoen, (2) binnen 24 uur na betekening van het in deze te wijzen vonnis zorg te dragen voor de betaling van het salaris vanaf 3 december j.l., vermeerderd met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW alsmede de wettelijke rente en zorg te dragen voor tijdige betaling van het salaris van de daarop volgende periodes, op straffe van een dwangsom van € 500,00 voor elke dag of dagdeel daarvan dat Dirx de in gebreke blijft aan het vonnis te voldoen, (3) en met veroordeling van Dirx in de proceskosten.

Hierbij wordt opgemerkt dat de vordering tot wijziging van eis door de kantonrechter reeds gemotiveerd is afgewezen bij brief van 15 maart 2012.

2.2 Dirx voert verweer.

3. De beoordeling

3.1 Tussen partijen staan de volgende feiten vast:

- [eiseres] is op 11 april 2001 bij Dirx in dienst getreden. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO Drogisterijbranche van toepassing. Daarnaast geldt hetgeen is opgenomen in het Bedrijfsreglement alsmede de inhoud van het boekje “Welkom bij …”.

- [eiseres] is begonnen in het filiaal in Zundert als Verkoopmedewerkster en is door de jaren heen doorgegroeid tot Assistent Drogisterij Manager.

- In 2008 werd bekend dat er ook een filiaal zou komen in Sint Willebrord. [eiseres] heeft haar rayonmanager medegedeeld dat zij daar graag Drogisterij Manager wilde worden.

- Begin 2010 heeft [eiseres] te horen gekregen dat zij werd overgeplaatst naar het filiaal in Zwijndrecht als eindverantwoordelijke, met de toenmalige Drogisterij Manager aldaar, mevrouw [X], op de achtergrond, zodat zij kon beoordelen of [eiseres] geschikt zou zijn als Drogisterij Manager in het filiaal in Sint Willebrord.

- Op 9 juni 2010 heeft Dirx het filiaal in Sint Willebrord geopend. In de aankondiging van die opening is de naam van [eiseres] vermeld met daarbij de functie van Drogisterij Manager. [eiseres] is aangesteld als Assistent Drogisterij Manager met eindverantwoordelijkheid in dit filiaal. Ze ontvangt een vervangingstoeslag van € 100,00 per vier weken, omdat zij als Assistent Drogisterij Manager tijdelijk de eindverantwoording draagt. Dit blijkt onder meer uit haar loonstroken.

- In februari 2011 heeft er een beoordelingsgesprek plaatsgevonden tussen [eiseres] en de rayonmanager. Het eindoordeel luidde voldoende.

- In maart 2011 is [eiseres] begonnen met deelname aan het Kwaliteitsplan.

- Tijdens het functioneringsgesprek d.d. 24 oktober 2011 heeft Dirx [eiseres] medegedeeld dat zij per direct uit haar functie zou worden geplaatst en dat ze vanaf 31 oktober 2011 in het filiaal in Dordrecht zou worden geplaatst als Assistent Drogisterij Manager. Tevens zal haar vervangingstoeslag per periode 12-2011 vervallen. Dirx voerde daarbij haar functioneren en het ontbreken van vertrouwen als redenen aan. Volgens Dirx hing er “ruis” rondom [eiseres] en kon ze zich dat “als leidinggevende niet … permitteren”.

- In haar brief van 24 oktober 2011 bestrijdt [eiseres] hetgeen Dirx heeft aangevoerd als redenen voor de overplaatsing. Bovendien wijst [eiseres] Dirx erop dat een werkgever alleen in uitzonderlijke situaties de arbeidsovereenkomst eenzijdig mag aanpassen.

- [eiseres] heeft zich de volgende dag ziek gemeld.

- De bedrijfsarts adviseert op 11 november 2011 een interventieperiode van 3 weken. Hij acht [eiseres] per 3 december 2011 arbeidsgeschikt, omdat er geen sprake is van ziekte of gebrek. Hij adviseert de dialoog tussen partijen zo snel mogelijk op te starten.

- Op 1 december 2011 vindt er een gesprek plaats tussen partijen. Dit gesprek leidt niet tot een oplossing. Dirx wil tijdens dit gesprek spreken over re-integratie, dat wil zeggen hervatting van de werkzaamheden in een ander filiaal. [eiseres] wilde juist spreken over het (oplossen van het) geschil en over de hervatting van haar werkzaamheden in het filiaal in Sint Willebrord.

- [eiseres] heeft zich op 5 december 2011 opnieuw ziek gemeld.

- Dirx zegt zich in haar brief d.d. 8 december 2011 te houden aan het advies van de bedrijfsarts en acht [eiseres] per 3 december 2011 volledig arbeidsgeschikt. Dirx staakt de loonbetaling per 3 december 2011.

- Op 2 januari is [eiseres] wederom bij de bedrijfsarts geweest. Deze constateert dat er geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden sinds het vorige advies. Er is onverminderd sprake van, overigens serieuze, klachten, die volledig zijn toe te schrijven aan een, inmiddels hoog opgelopen, arbeidsconflict. Er is feitelijk dus geen medische reden voor verzuim.

- [eiseres] is op 2 januari 2012 eveneens naar haar huisarts geweest. Deze heeft haar doorverwezen naar een psycholoog om haar te begeleiden bij haar herstel.

- Het deskundigenoordeel van het UWV d.d. 20 januari 2012 luidt als volgt: [eiseres] is per 3 december 2011 niet geschikt te achten voor het eigen werk, echter niet als gevolg van ziekte of gebrek. Nog steeds is er sprake van serieuze klachten die van invloed zijn op haar functioneren. Deze klachten zijn een direct gevolg van het conflict.

- In de periode tussen 24 januari 2012 en 6 maart 2012 hebben partijen met elkaar gesproken over mogelijke oplossingen voor het conflict. Er is onder meer gesproken over een coachingstraject voor [eiseres] in een filiaal van Dirx in Bolnes. Partijen hebben geen overeenstemming bereikt over hervatting van het werk door [eiseres].

3.2 [eiseres] heeft aan haar vordering ter zake de wedertewerkstelling ten grondslag gelegd dat er geen sprake is van disfunctioneren en dat zij zich niet schuldig heeft gemaakt aan het laten verdwijnen van € 20,00 van een klant, het opeten van verkeerd geleverde chocola en het laten verdwijnen van twee shampoo flessen (“ruis”: volgens Dirx). [eiseres] stelt in dit verband, (1) dat zij nooit eerder door Dirx is aangesproken op vermeend disfunctioneren, (2) dat er (dan ook) nooit afspraken zijn gemaakt om te komen tot een verbetering in haar functioneren en (3) dat er absoluut geen onderzoek heeft plaatsgevonden naar de “ruis” die volgens Dirx rond [eiseres] is ontstaan.

[eiseres] was na het functioneringsgesprek van 24 oktober 2011 volledig verbouwereerd en uit het veld geslagen. De dag na het gesprek was ze niet in staat om te werken. (Dirx heeft haar na het gesprek medegedeeld dat ze de rest van de week thuis moest blijven om het nieuws te laten bezinken.) [eiseres] heeft zich vervolgens ziek gemeld. Nadien is ze naar de huisarts gegaan en heeft ze medicatie gekregen om wat rustiger te worden. [eiseres] wilde vervolgens in gesprek met Dirx, conform het advies van de bedrijfsarts d.d. 11 november 2011, over haar vermeende disfunctioneren en over het gebrek aan vertrouwen. Zij wilde het geschil bespreken en indien mogelijk oplossen. Dirx wilde volgens [eiseres] echter alleen spreken over re-integratie in een filiaal in Dordrecht.

Bovendien stelt [eiseres] dat overplaatsing niet mogelijk is omdat er geen zwaarwegende redenen of zwaarwichtige bedrijfsbelangen zijn voor Dirx. Dirx handelt niet als een goed werkgever.

3.3 De loonvordering berust op artikel 7:628 BW. Volgens [eiseres] is sprake van situatieve arbeidsongeschiktheid en heeft zij haar werkzaamheden vanaf 3 december 2011 niet kunnen verrichten ten gevolge van het feit dat de werkgever geen gehoor heeft willen geven aan het advies van de arboarts, te weten het in gesprek gaan met [eiseres] om het conflict op te lossen, vooraleer de werkzaamheden kunnen worden hervat. Er is sprake van een verstoorde arbeidsverhouding en [eiseres] acht zich op grond van dreigende psychische of lichamelijke klachten niet in staat de werkzaamheden uit te voeren, hoewel ten aan zien van de arbeidsongeschiktheid geen medische beperkingen van psychische of fysieke aard kunnen worden vastgesteld. Dat is een oorzaak die in redelijkheid voor rekening van Dirx behoort te komen. Daarom is Dirx gehouden het loon van [eiseres] vanaf 3 december 2011 door te betalen.

In dit verband beroept [eiseres] zich op de brieven van de bedrijfsarts d.d. 11 november 2011 en 2 januari 2012 (producties 12 en 23 bij dagvaarding), alsmede op het deskundigenoordeel van het UWV d.d. 20 januari 2012 (productie 25 bij brief d.d. 23 januari 2012).

[eiseres] is bereid de overeengekomen werkzaamheden op de gebruikelijke wijze te hervatten, dat wil zeggen in het filiaal in Sint Willebrord. [eiseres] erkent dat Dirx haar op 24 februari 2012 een coachingstraject van 6 maanden heeft voorgesteld. Dit traject omvat onder meer een tijdelijke functie in een filiaal van Dirx in Bolnes, waarbij voor [eiseres], na afronding van het periode van zes maanden en bij gebleken geschiktheid, een filiaal zal worden gezocht waar zij kan functioneren als Drogisterij Manager. [eiseres] heeft dit voorstel afgewezen. [eiseres] geeft aan dat zij een coachingstraject wenst van 3 maanden, met objectieve maatstaven en een duidelijk einddoel, te weten plaatsing in Sint Willebrord.

3.4 Op het verweer van Dirx zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan.

3.5 In deze procedure dient te worden beoordeeld of [eiseres] een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde voorziening en of aannemelijk is dat de vordering van [eiseres] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het - mede gelet op de belangen van partijen over en weer - gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van een voorziening zoals gevorderd.

3.6 Gelet op de aard van de vordering is het spoedeisend belang voldoende aanwezig. [eiseres] wil haar werk graag zo spoedig mogelijk weer hervatten en is voor haar levensonderhoud afhankelijk van haar inkomen. Bovendien is geen verweer gevoerd tegen het spoedeisend karakter van de vordering. [eiseres] is derhalve ontvankelijk in haar vordering.

3.7 Ter zake de vordering van [eiseres] om haar werkzaamheden als Drogisterij Manager op de normale wijze te hervatten, kan de kantonrechter kort zijn. Deze vordering moet worden afgewezen omdat er geen sprake kan zijn van een hervatting van de werkzaamheden als Drogisterij Manager, aangezien [eiseres] bij Dirx in dienst was als Assistent Drogisterij Manager en niet als Drogisterij Manager. Zoals blijkt uit de akte wijziging eis erkent [eiseres] zelf ook dat zij formeel die functie niet heeft.

3.8 Ter zake de vordering sub (2) is de vraag aan de orde of [eiseres] over de periode van 3 december 2011 tot en met heden recht heeft op doorbetaling van het loon op grond van het bepaalde in artikel 7:628 BW.

3.9 Uitgangspunt van de wetgever is dat de werkgever op grond van de arbeidsovereenkomst verplicht is de werknemer loon te betalen (artikel 7:616 BW), maar dat geen loon is verschuldigd voor de tijd gedurende welke de werknemer de bedongen arbeid niet heeft verricht (artikel 6:627 BW). Hierop is echter een uitzondering gemaakt voor de situatie dat de werknemer de overeengekomen arbeid niet heeft verricht door een oorzaak die in redelijkheid voor rekening van de werkgever behoort te komen.

3.10 [eiseres] is bij Dirx in dienst sinds 2001. Ze heeft zich op 25 oktober 2011 ziek gemeld. De bedrijfsarts heeft geconcludeerd dat het verzuim van [eiseres] zijn oorsprong vindt in het arbeidsconflict en dat van ziekte of gebrek geen sprake is. Op 11 november 2011 stelde de bedrijfsarts een interventieperiode voor van drie weken, waarna hij [eiseres] weer arbeidsgeschikt verklaart. Na de tweede ziekmelding door [eiseres] op 5 december 2011, volgt een nieuw onderzoek door de bedrijfsarts en stelt deze op 2 januari 2012 vast dat er geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden. Er is dan, volgens de bedrijfsarts, onverminderd sprake van, overigens serieuze, klachten, die volledig zijn toe te schrijven aan het arbeidsconflict. Er is feitelijk geen medische reden voor verzuim. Het deskundigenoordeel van het UWV d.d. 20 januari 2012 luidt dat [eiseres] per 3 december 2011 niet geschikt is te achten voor haar eigen werk, echter niet als gevolg van ziekte of gebrek. De hiervoor geschetste situatie wordt wel aangeduid als situatieve arbeidsongeschiktheid. [eiseres] heeft alleen recht op loondoorbetaling als die situatieve arbeidsongeschiktheid in redelijkheid voor rekening van Dirx dient te komen.

3.11 De werknemer die zich erop beroept dat hij als gevolg van de hiervoor genoemde situatieve arbeidsongeschiktheid zijn werkzaamheden niet heeft verricht en over de betrokken periode loon vordert, zal feiten en omstandigheden moeten stellen en zonodig aannemelijk moeten maken, die tot het oordeel kunnen leiden dat in die periode de arbeidsomstandigheden, door een oorzaak die in redelijkheid voor rekening van de werkgever behoort te komen, voor hem zodanig waren dat, met het oog op de (dreiging van) psychische of lichamelijke klachten, van hem redelijkerwijs niet kon worden gevergd dat hij zijn werkzaamheden zou verrichten. Hierbij verdient aantekening dat de werknemer in een zodanig geval van situatieve arbeidsongeschiktheid in beginsel is gehouden alle medewerking te verlenen aan inspanningen die erop gericht zijn de oorzaken daarvan weg te nemen. De werknemer behoudt dan ingevolge artikel 7:628 zijn recht op loon en van werkweigering is dan geen sprake (HR 27-6-2008, JAR 2008, 188).

3.12 [eiseres] heeft Dirx een aantal verwijten gemaakt. Kort samengevat luiden dezen als volgt. (1) Dirx heeft op 24 oktober 2011 aan [eiseres] aangegeven, dat zij niet over de competenties beschikte die noodzakelijk zijn voor de functie van Drogisterij Manager, terwijl hierover nooit eerder is gesproken. (2) Dirx beschuldigt [eiseres] ervan dat er “ruis” om haar zou hangen, terwijl er nooit een objectief onderzoek is geweest. (3) Dirx handelt ter zake de overplaatsing niet als een goed werkgever. Onderdeel (1) en (2) kwamen voor [eiseres] volledig als verrassing. De werkgever heeft de voor [eiseres] belangrijkste verwijten, (1) en (2), onvoldoende betwist. Ter zitting d.d. 6 maart 2011 heeft Dirx aangegeven, dat de gang van zaken op 24 oktober 2011 niet de schoonheidsprijs verdiende. Ook stelt Dirx dat aan de loondoorbetaling te abrupt een einde is gekomen, te weten op 3 december 2011. Dirx stelt voor het loon door te betalen tot het moment waarop Dirx aan [eiseres] een concreet voorstel (coachingstraject) heeft gedaan ter zake werkhervatting, te weten op 24 februari 2012. De kantonrechter constateert dat de “ruis” die volgens Dirx rond [eiseres] zou zijn ontstaan in deze procedure, die zich niet leent voor bewijslevering, niet aannemelijk is gemaakt. Dirx volstaat slechts met het in het geding brengen van een enkele verklaring, maar heeft nagelaten een objectief onafhankelijk onderzoek in te (laten) stellen. Door deze gang van zaken voelt [eiseres] zich terecht onheus door haar werkgever behandeld.

Met betrekking tot onderdeel 3 is de kantonrechter van oordeel dat het niet van goed werkgeverschap getuigt een werknemer op zo korte termijn over te plaatsen, zonder nader overleg met [eiseres] en zonder [eiseres] enige tijd te gunnen om een overplaatsing (privé) te organiseren (rekening houden met extra reistijd, e.d.), nog daargelaten het feit dat in dit geval de redenen voor de overplaatsing onvoldoende onderbouwd zijn. Dirx had behoedzamer te werk moeten gaan.

Gelet op het vorenstaande acht de kantonrechter het voldoende aannemelijk dat [eiseres] na 24 oktober 2011 als gevolg van het handelen en de houding van Dirx in een situatie is gekomen waarin zij spanningsklachten heeft als gevolg van het conflict en waarin van haar redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat zij haar werkzaamheden verricht. Deze situatie duurt ook na 2 december 2011 voort. [eiseres] heeft zich immers op 5 december 2011 wederom ziek gemeld.

Aan de stellingen van partijen over de mogelijke toezegging van Dirx aan [eiseres] met betrekking tot de functie van Drogisterij Manager in het filiaal in Sint Willebrord zal de kantonrechter voorbijgaan, nu partijen elkaar op dit onderdeel tegenspreken en in het kader van een voorlopige voorziening, zoals hierboven ook al is overwogen, geen ruimte is voor bewijslevering.

3.13 Vervolgens merkt de kantonrechter op dat [eiseres] in beginsel echter wel gehouden is alle medewerking te verlenen aan aanspanningen die erop gericht zijn de oorzaken van de situatieve arbeidsongeschiktheid weg te nemen. Tijdens de mondelinge behandeling op 24 januari 2012 hebben partijen aangegeven, dat zij aan een oplossing van het conflict willen werken. In de periode tussen 24 januari 2012 en 6 maart 2012 zijn partijen met elkaar in overleg geweest over mogelijke hervatting van werkzaamheden door [eiseres]. Op 24 februari 2012 heeft Dirx aan [eiseres] een concreet voorstel gedaan tot werkhervatting, te weten een coachingstraject van zes maanden in het filiaal te Bolnes, met als einddoel, na gebleken geschiktheid, plaatsing van [eiseres] in een filiaal waar zij kan worden aangesteld als Drogisterij Manager. Ter zitting heeft Dirx aangegeven in te stemmen met verkorting van het traject tot drie maanden. Dirx heeft tevens aangegeven, dat plaatsing in Sint Willebrord inmiddels organisatorisch zeer lastig is. Bovendien heeft Dirx aangevoerd, dat een werkgever de vrijheid heeft zijn organisatie naar eigen inzicht vorm te geven en daarbij keuzes te maken over wie er al dan niet voldoende bekwaam is om bepaalde functies uit te oefenen. Tevens wijst zij er op dat in de arbeidsovereenkomst de mogelijkheid van overplaatsing is opgenomen. Tenslotte wijst Dirx erop, zoals hierboven reeds is aangevoerd, dat de hele gang van zaken op 24 oktober 2011 niet de schoonheidsprijs verdient, maar dat de werkgever ook niet eeuwig op de blaren hoeft te zitten. [eiseres] claimt een positie maar moet ook de nodige flexibiliteit betrachten, volgens Dirx. Ter zitting heeft [eiseres] aangegeven, dat zij een duidelijk einddoel van het coachingstraject wil, te weten plaatsing in het filiaal in Sint Willebrord. Dat getuigt niet van een flexibele instelling.

3.14 Dirx heeft [eiseres] een redelijk voorstel gedaan tot werkhervatting, waarbij [eiseres] de mogelijkheid wordt geboden zich te bekwamen als Drogisterij Manager. [eiseres] blijft echter vasthouden aan een (definitieve) terugkeer naar het filiaal in Sint Willebrord. Gelet op de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden is de kantonrechter van oordeel dat [eiseres] onvoldoende medewerking verleent aan de inspanningen van Dirx om de oorzaken van de situatieve arbeidsongeschiktheid weg te nemen. Dit klemt te meer nu [eiseres] onvoldoende onderbouwt op grond van welke psychische of lichamelijk klachten van haar redelijkerwijs niet zou kunnen worden verlangd de werkzaamheden in Bolnes te verrichten. Zij verwijst slechts naar de adviezen van de bedrijfsarts en het deskundigenoordeel van het UWV. Het deskundigenoordeel dateert inmiddels ook alweer van enige tijd geleden, te weten 20 januari 2012, en heeft betrekking op de situatie per geschildatum, 3 december 2011. Ook overigens voert [eiseres] geen argumenten aan op grond waarvan zij niet tot het werk in Bolnes in staat is.

3.15 Op grond van het vorenstaande is de kantonrechter voorshands van oordeel dat vanaf 1 april 2012 de situatieve arbeidsongeschiktheid van [eiseres] niet langer kan worden toegeschreven aan een oorzaak die in redelijkheid voor rekening van Dirx behoort te komen. De vordering tot loonbetaling zal derhalve slechts worden toegewezen voor de periode van 3 december 2011 tot 1 april 2012.

3.16 Dirx heeft gevorderd de wettelijke verhoging en de wettelijke rente te matigen tot nihil, vanwege de houding van [eiseres]. Nu [eiseres] in de periode van 3 december 2011 tot 1 april 2012 haar werkzaamheden niet heeft verricht door een oorzaak die in redelijkheid voor rekening van Dirx behoort te komen, ziet de kantonrechter geen aanleiding tot matiging. De wettelijke verhoging volgens artikel 7:625 BW en de wettelijke rente zullen derhalve worden toegewezen. De dwangsom zal worden afgewezen nu aan de betaling van een geldsom geen dwangsom kan worden verbonden.

3.17 Partijen worden over en weer in het (on-)gelijk gesteld. In de omstandigheden van het geval ziet de kantonrechter aanleiding om de kosten te compenseren.

4. De beslissing in kort geding

De kantonrechter:

veroordeelt Dirx om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis zorg te dragen voor betaling aan [eiseres] van het salaris over de periode van 3 december 2011 tot 1 april 2012, vermeerderd met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW en de wettelijke rente vanaf iedere vervaldag tot aan de dag van voldoening;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.G.M. Ides Peeters, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 29 maart 2012.