Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2012:BW1075

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
06-04-2012
Datum publicatie
06-04-2012
Zaaknummer
025903-92
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Parketnummer: 025903-92

beslissing van de meervoudige kamer d.d. 6 april 2012

op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling van

[naam TBS gestelde]

geboren te [plaats en datum]

thans verblijvende in de F.P.C. de Oostvaarderskliniek

1 De stukken

Het dossier bevat onder meer de volgende stukken:

- de vordering van de officier van justitie d.d. 20 februari 2012, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling (hierna TBS) met 2 jaar;

- de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van [naam [naam TBS gestelde]]

- het rapport van FPC de Oostvaarderskliniek d.d. 3 februari 2012, waarin het advies van de inrichting is vermeld;

- het risicotaxatierapport van maart 2012.

2 De procesgang

Bij vonnis van de rechtbank Breda van 28 september 1992 is [naam TBS gestelde], wegens overtreding van de artikelen 242, 245 en 289 van het Wetboek van Strafrecht, veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging.

De rechtbank constateert dat het hier gaat om misdrijven als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

De TBS is op 24 maart 2003 aangevangen.

De TBS is laatstelijk bij beslissing van 1 april 2011 verlengd voor een termijn van 1 jaar.

Tijdens het onderzoek in de openbare raadkamer van de rechtbank van 26 maart 2012 is de officier van justitie gehoord.

Tevens is [naam TBS gestelde] gehoord, bijgestaan door zijn raadsman mr. Van der Meer, advocaat te Leeuwarden.

Voorts is de deskundige [naam deskundige], klinisch psycholoog/hoofd behandeling gehoord.

3 Het advies van de TBS-instelling

De TBS-instelling heeft geadviseerd de TBS te verlengen met 2 jaar.

De TBS-instelling geeft in haar rapportage aan dat bij [naam TBS gestelde] sprake is van een narcistische en antisociale persoonlijkheidsstoornis, met borderline- en ontwijkende trekken. Daarnaast is er sprake van parafilie. [naam TBS gestelde] heeft een ernstige persoonlijkheids-problematiek met het meest in het oog springend een totale afsplitsing van gevoelens van agressie uit het bewustzijn. De spanningsregulerende vaardigheden alsmede de agressieregulerende vaardigheden schieten ernstig tekort. Binnen de kliniek is de behandeling het afgelopen jaar ingezet met de intentie om na het uitvoeren van de delictscenarioprocedure en na het opstellen van de toekomstketen en het terugvalpreventieplan een verzoek tot machtiging begeleid verlof, na bespreking daarvan in de interne verlofcommissie, voor te leggen aan het Adviescollege Verloftoetsing TBS. [naam TBS gestelde] gedraagt zich over het algemeen correct op de afdeling, staat in goed overleg met mentoren/sociotherapie en volgt trouw zijn afspraken bij de therapeut(en). Hij is niet betrokken geweest bij ernstige incidenten en verricht zijn werkzaamheden naar ieders tevredenheid. Binnen de therapieën lijkt hij zich in voldoende mate te ontwikkelen. Desondanks blijven er verschillende versies van de delictbeschrijvingen bestaan en heeft [naam TBS gestelde] in de afgelopen periode een enkele keer getoond zijn agressieve impulsen onvoldoende te kunnen beheersen en onvoldoende controle te hebben over de opbouw van spanningen/boosheid. Een aanvraag begeleid verlof leek opportuun, maar werd afgewezen omdat in de interne verlofcommissie geen overeenstemming kon worden bereikt. Het risico op vluchten werd weliswaar laag ingeschat, doch gezien het hoge recidiverisico op seksuele delicten en op levensdelicten buiten de kaders, zouden de consequenties van vluchten buitengewoon groot zijn. Binnen de kliniek acht men de kans aanwezig dat het door de deskundigen aanwezig geachte script dat ten grondslag ligt aan de delicten wordt getriggerd zonder dat [naam TBS gestelde], ondanks zijn ontwikkeling binnen de context van de kliniek, daar weerstand tegen kan bieden. Deze afwijzing van het verlof doet het verdere traject stagneren. De kliniek acht het wenselijk de huidige situatie van [naam TBS gestelde], de risicotaxatie, diagnostiek en toekomstige mogelijkheden door externe beoordelaars te laten onderzoeken/evalueren eventueel door middel van een opname in een kliniek ter observatie. Ongeacht de uitkomsten van dit onderzoek is het niet aannemelijk dat de TBS binnen 2 jaar zal kunnen worden beëindigd. Ofwel de ontstane impasse duurt voort met mogelijk op termijn een verzoek tot long-stay plaatsing ofwel er ontstaan openingen voor een resocialisatietraject, dat zeker niet binnen de termijn van twee jaar zal zijn beëindigd. De kliniek adviseert daarom de TBS met 2 jaar te verlengen.

Ter zitting heeft de deskundige [naam deskundige] daaraan nog het volgende toegevoegd. Na de afwijzing van het begeleid verlof is de kliniek blijven nadenken onder welke voorwaarden een verlof mogelijk zou zijn en of er ruimte is om alsnog met een dergelijk verzoek in te stemmen. In dat kader is ook gedacht aan de mogelijkheid tot het innemen van libidoremmende medicatie. Het is niet zo dat er bij [naam TBS gestelde] sprake is van hyperseksualiteit, maar het is wel een mogelijkheid die onderzocht zou kunnen worden. Dit is echter lastig te beoordelen in een klinische situatie. [naam deskundige] heeft toegelicht dat het recidiverisico op lange termijn hoog wordt ingeschat en op korte termijn, bij begeleid verlof, laag. In dit verband wordt onder ‘korte termijn’ verstaan een periode van ongeveer een half jaar. De kliniek houdt er rekening mee dat, met name in situaties waarin [naam TBS gestelde] buiten alle kaders functioneert, er sprake is van een script in zijn hoofd dat kan worden geactiveerd, hetgeen opnieuw kan leiden tot heel ernstige delicten. Het delictscenario is goed afgerond. Men gaat uit van de verklaring zoals hij deze voor het laatst heeft afgelegd. Hierin zitten wel wat verschillen met de eerdere verklaringen. De vraag over het seksueel aspect blijft open staan. Voor het eerst heeft de kliniek er zicht op gekregen wat de seksuele prikkels van [naam TBS gestelde] zijn. Er is sprake van een fascinatie voor prepuberale meisjes.

De kliniek heeft nog geen initiatieven genomen om [naam TBS gestelde] op grond van artikel 13 van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden, voor onderzoek in het Pieter Baan Centrum (PBC) te laten plaatsen.

4 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is ter zitting bij de vordering de TBS met 2 jaar te verlengen gebleven. Uit het rapport van de Oostvaarderskliniek blijkt dat er bij [naam TBS gestelde] nog altijd sprake is van een narcistische persoonlijkheidsstoornis, een antisociale persoonlijkheidsstoornis met borderline- en ontwijkende trekken en parafilie. De spanningsregulerende vaardigheden schieten nog steeds tekort. De behandeling is een herhaling van zetten. De officier van justitie constateert dat het blijkbaar in een gestructureerde setting al niet lukt om de agressie te reguleren, gelet op het feit dat er 2 incidenten hebben plaatsgevonden. Er bestaan nog steeds verschillende versies van het delict en de interne verlofcommissie heeft een negatief oordeel afgegeven. De nieuwe risicotaxatie heeft geen nieuwe inzichten gegeven. Een plaatsing in het PBC zou gebruikt kunnen worden door de kliniek voor de vraag wat de behandelingsmogelijkheden nog zijn. In dat geval zou er eerst een verwijzing door de kliniek naar het PBC moeten komen. Vervolgens moet dan worden gekeken wat de mogelijkheden zijn. [naam TBS gestelde] heeft nog geen enkel verlof gehad. De officier van justitie meent dat de behandeling nog niet ver genoeg van de grond is gekomen. Pas nu heeft [naam TBS gestelde] erkend dat hij een preoccupatie voor prepuberale meisjes heeft. De officier van justitie meent dat er zeker nog 2 jaar TBS nodig is.

5 Het standpunt van de verdediging

[naam TBS gestelde] heeft ter zitting verklaard dat hij het niet eens is met een verlenging van de TBS met 2 jaar. Hij meent dat hij op deze manier nooit een kans krijgt.

De verdediging heeft betoogd dat alles vastloopt op het afwijzen van het verlof. De regels daarvoor worden steeds strenger. Er is sprake van een schijnveiligheid. Dit blijkt uit het feit dat er gedacht wordt aan libidoremmende middelen, terwijl er bij [naam TBS gestelde] geen sprake is van hyperseksualiteit. De getuige-deskundige heeft aangegeven dat dit eigenlijk pas bij onbegeleid verlof aan de orde is. Volgens de raadsman bestaan er veel tegenstrijdigheden. Het risico op onttrekken aan de voorwaarden wordt laag ingeschat, toch wordt het verlof afgewezen. Er wordt een veel te zwaar gewicht gelegd op de twee incidenten die hebben plaatsgevonden. Juist binnen de setting van een kliniek zijn er veel prikkels van medebewoners die boosheid kunnen opwekken.

De raadsman geeft aan dat er sprake is van een impasse. [naam TBS gestelde] wil verlof, maar krijgt dat niet. Hij is echter wel een persoon die zich inzet. De raadsman verwacht niet dat er de komende 2 jaar binnen de kliniek iets gaat gebeuren. Daarom verzoekt hij de rechtbank om een observatie in het PBC op te leggen. Daar kan worden gekeken of de risicotaxatie zoals die nu is opgemaakt, juist is, of de angst voor een script in het hoofd van [naam TBS gestelde] reëel is en of de stoornis nog zo nadrukkelijk aanwezig is.

De raadsman vraagt de rechtbank de TBS met 1 jaar te verlengen en daarbij de officier van justitie de opdracht te geven om [naam TBS gestelde] te laten observeren in het PBC. Op deze manier kan er volgend jaar duidelijkheid zijn.

6 Het oordeel van de rechtbank

De TBS kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van personen of goederen de verlenging van de TBS eist. Het recidivegevaar dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis of een gebrekkige ontwikkeling, die aanwezig was ten tijde van het delict waarvoor de TBS is opgelegd.

Gelet op het rapport van de TBS-instelling van 3 februari 2012, waarin is opgenomen het advies om de TBS van [naam TBS gestelde] met 2 jaar te verlengen en de toelichting van de getuige-deskundige ter zitting, is de rechtbank van oordeel dat nog steeds wordt voldaan aan het hiervoor omschreven wettelijke criterium, zodat verlenging van de TBS aangewezen is. De instelling heeft in dit verband aangegeven dat er sprake is een narcistische en antisociale persoonlijkheidsstoornis, met borderline- en ontwijkende trekken. Daarnaast is er sprake van parafilie. [naam TBS gestelde] heeft een ernstige persoonlijkheidsproblematiek met een totale afsplitsing van gevoelens van agressie uit het bewustzijn.

Het recidiverisico wordt bij het wegvallen van de TBS-maatregel voor zowel zedendelicten als levensdelicten op lange termijn hoog ingeschat. De kliniek acht de kans aanwezig dat een eventueel script dat ten grondslag kan liggen aan de delicten wordt getriggerd zonder dat betrokkene, ondanks zijn ontwikkeling binnen de context van de kliniek, daar weerstand tegen kan bieden.

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of de TBS met twee jaar dient te worden verlengd, zoals geadviseerd door de TBS-instelling, dan wel met één jaar.

De rechtbank stelt vast dat er door de afwijzing van de verlofaanvraag van [naam TBS gestelde] een impasse is ontstaan binnen de setting van de kliniek. De raadman heeft in dit verband de rechtbank verzocht de officier van justitie opdracht te geven een observatie als bedoeld in artikel 13 van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden te laten plaatsvinden in het PBC. De rechtbank is van oordeel dat het niet primair op haar weg ligt om de officier van justitie hiertoe opdracht te geven. Onder omstandigheden kan zij zich op termijn genoodzaakt zien dit te doen, maar die situatie doet zich op dit moment niet voor. De behandeling verkeert nog in een te vroeg stadium. Wel ziet de rechtbank aanleiding om de kliniek de opdracht te geven de komende tijd het nodige te ondernemen om te trachten uit genoemde impasse te komen. Hierbij moet gekeken worden naar de eventuele mogelijkheden van verlof en de verdere behandelmogelijkheden. Er moet onder meer worden ingesprongen op de recentelijk geconstateerde pre-occupatie voor prepuberale meisjes bij [naam TBS gestelde]. Een observatie in het PBC of het anderszins inschakelen van externe deskundigheid zijn mogelijkheden die de kliniek tot haar beschikking heeft.

De rechtbank volgt de kliniek en de officier van justitie in het standpunt dat een behandeltraject, in welke vorm dan ook, langer gaat duren dan 1 jaar.

Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen, eist dat de TBS met verpleging van [naam TBS gestelde] wordt verlengd met 2 jaar.

7 De toepasselijke wetsartikelen

De beslissing berust op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing.

De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [naam TBS gestelde] met 2 jaar.

Deze beslissing is gegeven door mr. Van Bergen, voorzitter, mr. Van Kralingen en

mr. Dekker, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier Van Beijsterveldt en is uitgesproken ter openbare zitting op 6 april 2012.