Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2012:BV8878

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
14-03-2012
Datum publicatie
20-03-2012
Zaaknummer
702493 cv 12-886
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussen partijen is een overeenkomst tot stand gekomen uit hoofde waarvan Betaaldag aan Holleman een bedrag van € 170,00 ter beschikking heeft gesteld, waartegenover Holleman een vordering van € 202,30 die zij op haar werkgever had heeft overgedragen aan Betaaldag. Betaaldag heeft Holleman gemachtigd om de vordering op haar werkgever te incasseren. De vraag rijst of sprake is van een krediettransactie in de zin van de Wet op het consumentenkrediet (WCK). Betaaldag wordt in de gelegenheid gesteld zich hierover uit te laten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

team kanton Breda

zaak/rolnr.: 702493 CV EXPL 12-886

vonnis d.d. 14 maart 2012

inzake

de besloten vennootschap Friendly Finance B.V. h.o.d.n. Easy Credit, EasyBudget, Euro24, Easycredit Holland, Betaaldag.nl en Betaaldag,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

gemachtigde: Van der Meer en Philipsen Gerechtsdeurwaarders te Alkmaar,

tegen

[gedaagde],

wonende te [adres],

gedaagde,

niet verschenen.

1. Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de dagvaarding van 11 januari 2012.

2. Het geschil en de beoordeling

2.1 Eiseres (verder te noemen Betaaldag) heeft op de bij dagvaarding omschreven gronden, welke hier als herhaald en ingelast gelden, gevorderd gedaagde (verder te noemen [gedaagde]) te veroordelen tot betaling van € 242,94 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 202,30 vanaf 11 januari 2012 tot de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

2.2 [gedaagde] is, hoewel behoorlijk gedagvaard, niet ter zitting verschenen en heeft ook niet tijdig een schriftelijk antwoord ingediend of om uitstel verzocht, zodat tegen haar verstek is verleend.

2.3 Tussen partijen is op 12 september 2011 (via de website van Betaaldag) een overeenkomst tot stand gekomen uit hoofde waarvan Betaaldag aan [gedaagde] een bedrag van € 170,00 ter beschikking heeft gesteld, waartegenover [gedaagde] een vordering van € 202,30 die zij op haar werkgever had heeft overgedragen aan Betaaldag. Betaaldag heeft [gedaagde] gemachtigd de vordering op haar werkgever te incasseren. De (door [gedaagde] overgedragen) vordering van Betaaldag op de werkgever van [gedaagde] was blijkens de overeenkomst tevens houdende akte van cessie opeisbaar op 26 september 2011. [gedaagde] is niet overgegaan tot betaling van het verschuldigde bedrag van € 202,30 aan Betaaldag.

2.4 In het lichaam van de dagvaarding stelt Betaaldag dat zij vordert dat de kantonrechter de tussen haar en [gedaagde] tot stand gekomen overeenkomst zal ontbinden, althans voor recht verklaart dat de overeenkomst is ontbonden. Nu Betaaldag echter heeft nagelaten deze vorderingen in het petitum van haar dagvaarding op te nemen, behoeven deze verder geen bespreking.

2.5 De kantonrechter dient ambtshalve te onderzoeken of op de koopovereenkomst de Wet op het Consumentenkrediet (WCK), zoals deze sinds 11 juni 2011 geldt, van toepassing is. Artikel 1 WCK definieert een krediettransactie als iedere overeenkomst met de strekking dat door of vanwege de eerste partij (de kredietgever) aan de tweede partij (de kredietnemer) een geldsom ter beschikking wordt gesteld en de tweede partij aan de eerste partij een of meer betalingen doet.

2.6 In het licht van voornoemde bepaling wordt Betaaldag in de gelegenheid gesteld zich uit te laten omtrent de toepasselijkheid van de WCK op de onderhavige overeenkomst.

2.7 De kantonrechter zal de zaak daartoe verwijzen naar de hieronder te vermelden zitting.

2.8 Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3. De beslissing

De kantonrechter:

verwijst de zaak naar de terechtzitting van woensdag 28 maart 2012 te 09.30 uur, voor het nemen van een akte na tussenvonnis door eiseres zoals bedoeld in overweging sub 2.6;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.A.M.L. Van den Bosch- van de Sande, en in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2012.