Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2012:BV8557

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
09-03-2012
Datum publicatie
13-03-2012
Zaaknummer
02-800183-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling terzake voetbalgeweld (27 januari 2010). Openlijk in vereniging geweld plegen en wederspannigheid. Houding verdachte ter zitting en nut stadionverbod. Oplegging van een werkstraf van 160 uren met aftrek van voorarrest, alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

parketnummer: 02/800183-10

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 9 maart 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [datum en plaats]

wonende te [adres]

raadsman mr. G.W.L.A.M. Koppen, advocaat te Breda

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 24 februari 2012, waarbij de officier van justitie, mr. Hendriks, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 27 januari 2010:

Feit 1: openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd;

Feit 2: met geweld zich heeft verzet bij zijn aanhouding;

Feit 3: politieambtenaren heeft belemmerd bij de aanhouding van medeverdachte [mededader];

Feit 4: openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de feiten 1 tot en met 3 wettig en overtuigend bewezen en baseert zich daarbij op het volgende.

Feit 1 acht de officier van justitie bewezen op grond van het proces-verbaal van bevindingen van de verbalisanten [naam verbalisant 1] en [naam verbalisant 2]]

De officier van justitie acht feit 2 bewezen op grond van de processen-verbaal van bevindingen van de verbalisanten [naam verbalisant 1], [naam verbalisant 2], [naam verbalisant 3] en [naam verbalisant 4]]

Feit 3 kan volgens de officier van justitie bewezen worden op grond van het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [naam verbalisant 3]. De officier van justitie hecht meer geloof aan dit proces-verbaal dan aan de verklaring van verdachte.

De officier van justitie vordert vrijspraak voor feit 4.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van alle feiten en wijst daarbij op het volgende.

Ten aanzien van feit 1 is de raadsman van mening dat er, gelet op de stellige ontkenning van verdachte, ruimte is voor twijfel ten aanzien van de waarnemingen en bevindingen van de verbalisanten.

Feit 2 kan volgens de raadsman niet bewezen worden, omdat verdachte zich niet bewust was van het feit dat hij aangehouden was, waardoor hij geen opzet had op het belemmeren van zijn aanhouding.

De raadsman merkt ten aanzien van feit 3 op dat het proces-verbaal van bevindingen van

verbalisant [naam verbalisant 3] op essentiële punten niet overeenkomt met het proces-verbaal van bevindingen van de verbalisanten [naam verbalisant 1] en [naam verbalisant 2] Op grond hiervan kan volgens de raadsman het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [naam verbalisant 3] niet betrouwbaar worden geacht en de raadsman verzoekt dit proces-verbaal uit te sluiten van het bewijs.

De raadsman verzoekt met de officier van justitie verdachte van feit 4 vrij te spreken.

De raadsman verzoekt verdachte ten aanzien van alle feiten vrij te spreken.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Feiten 1 en 2:

Op 27 januari 2010 waren de verbalisanten [naam verbalisant 1] en [naam verbalisant 2] belast met de handhaving van de openbare orde tijdens de voetbalwedstrijd NAC- Go Ahead Eagles en reden zij in een herkenbaar dienstvoertuig over de promenade voor het NAC stadion op de Stadionstraat te Breda, toen zij ter hoogte van toren 4 ingang 8, zagen dat twee voetbalsupporters met kracht aan een toegangspoort stonden te trekken, terwijl twee herkenbare NAC stewards trachtten deze poort vanaf de binnenzijde dicht te doen. De verbalisanten zagen dat de stewards er niet in slaagden de poort te sluiten en dat deze zelfs verder opengetrokken werd door deze twee NAC supporters. De verbalisanten zagen dat één van de supporters de hen ambtshalve bekende verdachte was. De verbalisanten zijn uitgestapt en hebben de stewards ontzet door de twee verdachten, achterwaarts van de toegangspoort af te trekken, wat in eerste instantie niet lukte omdat beide supporters met hun handen aan de spijlen van de toegangspoort vasthielden en bleven trekken aan de poort. De verbalisanten hebben vervolgens geweld toegepast door beide supporters vanachter een trap te geven tegen hun benen zodat zij uit balans raakten en genoodzaakt waren om de toegangspoort los te laten. De verbalisanten zagen dat beide NAC supporters zeer agressief waren ten opzichte van de NAC stewards en vervolgens zich tegen hen keerden. De verbalisanten hebben daarop de verdachten medegedeeld dat zij aangehouden waren ter zake het verstoren van de openbare orde. De verbalisanten pakten verdachte vast, die zich vervolgens losrukte en wegliep. Verbalisant [naam verbalisant 3] was ook ter plaatse en pakte verdachte vast, maar verdachte trok zich los, draaide zich om en rende hard weg richting de parkeerplaats P5 voor het stadion. Verbalisant [naam verbalisant 3] rende achter verdachte aan om hem aan te houden en riep tijdens de achtervolging met luide stem: ‘Politie, politie, staan blijven, jij bent aangehouden. Stop nu politie.’ Verdachte keek meerdere malen om en keek [naam verbalisant 3] aan, maar stopte niet. [naam verbalisant 3] zag dat verdachte een parkeervak in rende wat afgesloten was met bosschages. [naam verbalisant 3] zag dat verdachte zich omdraaide en een dreigende houding aan nam richting [naam verbalisant 3]. De verdachte bracht zijn beide handen omhoog, waardoor [naam verbalisant 3] de indruk kreeg dat verdachte een gevecht wilde aangaan. [naam verbalisant 3] trok zijn wapenstok en waarschuwde dat hij geweld zou gebruiken als hij niet mee zou werken. [naam verbalisant 3] zag dat verdachte zich omdraaide en trachtte over de bosschages te klimmen. [naam verbalisant 3] hield de verdachte vervolgens fysiek aan door met zijn wapenstok een nekklem aan te leggen waarna hij verdachte naar de grond bracht. Door verbalisant [naam verbalisant 4] wordt bevestigd dat verdachte is weggerend en dat [naam verbalisant 3] dicht achter de verdachte rende. Op enig moment zag [naam verbalisant 4] dat verdachte en [naam verbalisant 3] tussen twee geparkeerde voertuigen rende. Toen [naam verbalisant 4] daar aan kwam, zag hij dat [naam verbalisant 3] in een worsteling was verwikkeld met verdachte. [naam verbalisant 4] heeft daarop samen met [naam verbalisant 3] de verdachte onder controle gebracht en aangehouden ter zake verstoring openbare orde en het belemmeren van een ambtshandeling.

De rechtbank acht op grond van het bovenstaande bewezen dat verdachte openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een toegangspoort en dat verdachte, nadat hij aangehouden was door politieagenten, zich op meerdere momenten met geweld hiertegen heeft verzet.

Ten aanzien van feit 1 overweegt de rechtbank dat de verklaring van verdachte, hoe stellig ook, geen steun vindt in de overige bewijsmiddelen en niet opweegt tegen de op ambtseed afgelegde verklaringen van de verbalisanten. De rechtbank bezigt deze verklaringen voor het bewijs en volgt het verweer van de raadsman dat er getwijfeld kan worden aan de bevindingen van de verbalisanten niet.

Het verweer van de raadsman dat verdachte zich ten aanzien van feit 2 niet bewust was van zijn aanhouding, volgt de rechtbank eveneens niet. De verklaring van verdachte dat hij niet heeft gehoord dat hij aangehouden was, acht de rechtbank gelet op de duidelijke mededeling van de verbalisanten, ongeloofwaardig. Daarnaast overweegt de rechtbank dat gelet op de handelingen die door de verbalisanten jegens hem werden verricht, namelijk het vastpakken van verdachte, het achtervolgen van verdachte en het vervolgens naar de grond brengen, het voor verdachte duidelijk moet zijn geweest dat hij was aangehouden. Gedurende deze handelingen heeft verdachte zich telkens met geweld verzet. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman.

Feit 3:

De rechtbank overweegt dat er weliswaar voldoende wettig bewijs is, nu verbalisant

[naam verbalisant 3] op ambtseed heeft verklaard over het belemmeren van de aanhouding van medeverdachte [mededader] door verdachte. De rechtbank is echter van oordeel dat deze verklaring geen steun vindt in de verklaringen van de verbalisanten [naam verbalisant 1], [naam verbalisant 4] en [naam verbalisant 2], die er niet over reppen dat verdachte de aanhouding van de medeverdachte zou hebben willen beletten, terwijl deze verbalisanten zich op hetzelfde moment in dezelfde situatie bevonden. De rechtbank houdt het er voor dat wat [naam verbalisant 3] heeft gezien het eigen verzet van verdachte tegen zijn aanhouding betrof. De rechtbank acht het feit niet overtuigend bewezen en zal verdachte hiervan vrijspreken.

Feit 4:

Met de officier van justitie en de raadsman acht de rechtbank het feit niet wettig en overtuigend bewezen en zal verdachte van het feit vrijspreken.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Feit 1:

op 27 januari 2010 te Breda met een ander, op of aan de openbare weg, de Stadionstraat, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een toegangspoort, welk geweld bestond uit het met kracht rukken en trekken aan die poort;

Feit 2:

op 27 januari 2010 te Breda, toen aldaar in uniform geklede dienstdoende politieambtenaren verdachte, als verdacht van het gepleegd hebben van op heterdaad ontdekte strafbare feiten

hadden aangehouden en hadden vastgegrepen, teneinde verdachte, ter geleiding voor een hulpofficier van justitie, over te brengen naar een politiebureau, zich met geweld tegen die eerstgenoemde opsporingsambtenaren, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun

bediening, heeft verzet door te rukken en te trekken en te duwen in een richting tegengesteld aan die, waarin die ambtenaren verdachte trachtten te geleiden.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar en een werkstraf van 200 uren subsidiair 100 dagen vervangende hechtenis. Bij zijn strafeis heeft de officier van justitie rekening gehouden met de ernst van het feit en dan meer in het bijzonder de gewelddadigheden voor, tijdens en na de voetbalwedstrijd. Tevens houdt de officier van justitie rekening met de straffen die in de zaken van de medeverdachten zijn opgelegd.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman verzoekt, bij bewezenverklaring van de feiten, de gevorderde werkstraf te matigen en geen voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Hij verzoekt in dit verband rekening te houden met het door de KNVB opgelegde stadionverbod.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Op 27 januari 2010 hebben zich voor, tijdens en na de voetbalwedstrijd tussen NAC Breda en Go Ahead Eagles diverse ongeregeldheden voorgedaan. Verdachte is één van de NAC supporters die betrokken is geweest bij het geweld tegen politieagenten tijdens en na de wedstrijd. De rechtbank rekent verdachte de bewezenverklaarde feiten aan. Verdachte heeft niet stil gestaan bij de nadelige gevolgen voor anderen. Voetbalrellen treffen doorgaans niet alleen de direct betrokken politieagenten, maar ook de bezoekers van wedstrijden die niet uit zijn op gewelddadige en vernielzuchtige gedragingen. Daarnaast heeft dit zijn weerslag op de voetbalclubs en de spelers zelf. Uiteindelijk komen de kosten die worden gemaakt om bij wedstrijden extra politie eenheden in te zetten en de aangebrachte schade te herstellen voor rekening van de gehele gemeenschap. Het voetbalspel, dat vreugde zou moeten bieden en toegankelijk zou moeten zijn voor iedereen, verliest zijn glans door voetbalvandalen, zoals verdachte.

De wijze waarop verdachte, naar het oordeel van de rechtbank tegen beter weten in, bepaalde feiten blijft ontkennen, met name feit 1, wekt bij de rechtbank de indruk dat verdachte het idee heeft dat een halsstarrig volgehouden ontkenning uiteindelijk in zijn voordeel zal werken en dat hij daarmee aan bestraffing van door hem gepleegde feiten kan ontkomen. Dat doet de rechtbank vrezen voor de houding van verdachte ten aanzien van dit soort feiten in de toekomst. Dat wekt de indruk dat hij door zal gaan op de ingeslagen weg, terwijl hij op die wijze er ook geen blijk van geeft het onjuiste van zijn handelen in te zien. Om die reden en waar zijn betrokkenheid op 27 januari 2010 niet beperkt is gebleven tot de feiten die op de dagvaarding staan vermeld, ziet de rechtbank geen grond voor een andere dan de hierna op te leggen straf. Zij heeft daarbij aansluiting gezocht bij de straffen die eerder voor het voetbalgeweld dat op 27 januari 2010 heeft plaatsgevonden door deze rechtbank zijn opgelegd.

Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf een passende strafrechtelijke sanctie om de ernst van de feiten en het verwerpelijke gedrag van verdachte te onderstrepen. Zij is van oordeel dat van deze straf een signaalfunctie mag uitgaan richting verdachte en overige supporters, die geneigd zijn agressief en baldadig gedrag te vertonen bij voetbalwedstrijden. Zij zal deze gevangenisstraf geheel voorwaardelijk opleggen om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw dergelijke strafbare feiten te plegen. Daarnaast wordt door de rechtbank een werkstraf noodzakelijk geacht.

De rechtbank zal verdachte veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van

2 maanden en een werkstraf van 160 uren.

De rechtbank zal in navolging van de eerdere uitspraken geen stadionverbod opleggen, in het kader van een gelijke beslissing in vergelijkbare zaken, alhoewel daartoe in dergelijke gevallen naar het oordeel van de rechtbank beslist aanleiding bestaat. Het feit dat door de KNVB een stadionverbod is opgelegd, is in beginsel geen reden om daarvan af te zien. In geval van overtreding van het verbod van de KNVB heeft men dan immers alleen met eventuele sancties van de KNVB te maken, die bestaan uit een geldboete, terwijl aan een door de rechtbank op te leggen verbod zwaardere voorwaarden kunnen worden verbonden die, in geval van schending, grotere repercussies voor verdachte kunnen hebben en daarmee waarschijnlijk een grotere afschrikkende werking.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 57, 141 en 180 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder 3 en 4 tenlastegelegde feiten;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Feit 1: Openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen;

Feit 2: Wederspannigheid, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat de voorwaardelijke straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 160 uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 80 dagen;

- bepaalt dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de uitvoering van de werkstraf naar rato van twee uur per dag.

Dit vonnis is gewezen door mr. Kooijman, voorzitter, mr. Pick en mr. Kneepkens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Veen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op

9 maart 2012.

Mr. Pick en mr. Kneepkens zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

1.

hij op of omstreeks 27 januari 2010 te Breda met een ander of anderen, op of

aan de openbare weg, de Stadionstraat, in elk geval op of aan een openbare weg

en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, te weten de promenade voor

het Nac-stadion, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een

toegangspoort, welk geweld bestond uit het met kracht duwen tegen en/of rukken

en/of trekken aan die poort;

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 27 januari 2010 te Breda, toen (een) aldaar in uniform

geklede dienstdoende politieambtena(a)r(en) verdachte, als verdacht van het

gepleegd hebben van één of meer op heterdaad ontdekt(e) strafba(a)r(e) feit(en)

had(den) aangehouden en had(den) vastgegrepen, althans vast had(den) teneinde

verdachte, ter geleiding voor een hulpofficier van justitie, over te brengen

naar een politiebureau, zich met geweld tegen die eerstgenoemde

opsporingsambtena(a)r(en), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun/zijn

bediening, heeft verzet door te rukken en/of te trekken en/of te duwen in een

richting tegengesteld aan die, waarin die ambtena(a)r(en) verdachte

trachtte(n) te geleiden;

art 180 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 27 januari 2010 te Breda toen [naam verbalisant 1] en/of

[initialen].[naam verbalisant 2], ambtena(a)r(en) van Politie Midden en West Brabant belast met

en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare

feiten [mededader], in elk geval een persoon, als verdacht van overtreding van

artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht, in elk geval op verdenking van het

gepleegd hebben van enig strafbaar feit, op heterdaad ontdekt, had(den)

aangehouden en vastgegrepen, althans vast had(den) teneinde die genoemde

[mededader], althans die persoon, ten spoedigste voor te geleiden voor een

hulpofficier van justitie en hem daartoe over te brengen naar een plaats van

verhoor, te weten een politiebureau te Breda, deze door die

opsporingsambtena(a)r(en) ter uitvoering van het bepaalde in artikel 53 van

het Wetboek van Strafvordering ondernomen handeling(en) opzettelijk heeft

belet en/of belemmerd en/of verijdeld, door met gebalde vuist(en) op die [naam verbalisant 1] en/of die [naam verbalisant 2] af te lopen en/of aan/tegen [naam verbalisant 1] en/of die

[naam verbalisant 2] te trekken en/of te rukken en/of te duwen en/of slaande bewegingen te

maken naar, althans in de richting van, [naam verbalisant 1] en/of [naam verbalisant 2] en/of aan

die [mededader], althans die persoon te rukken en/of te trekken en/of te duwen;

art 184 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 27 januari 2010 te Breda met een ander of anderen, op een

voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke

ruimte, te weten het NAC-Stadion, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd

tegen een of meer onbekend gebleven bezoeker(s) van de voetbalwedstrijd NAC-Go

Ahead Eagles en/of een scout ([naam scout]), welk geweld bestond uit het

hardlopend, in elk geval met versnelde pas

- waarbij hij, verdachte en/of zijn mededader(s) zijn/hun hoofd en/of gelaat

bedekt had(den) met capucon(s) en/of sjaal(s) en/of muts(en) -

zich begeven naar/op vak A1, in elk geval de/een (hoofd)tribune, in voornoemd

stadion en/of het meermalen, althans eenmaal, slaan en/of stompen en/of stoten

en/of duwen en/of schoppen/trappen naar/tegen/op/van die bezoeker(s) en/of die

scout ([naam scout]) en/of het opjagen van die bezoeker(s) en/of het achterna

lopen/rennen van die bezoeker(s) en/of het duwen van en/of trekken aan die

bezoeker(s )en/of het insluiten van en/of opdringen tegen die bezoeker(s)

en/of het provoceren/aanroepen van die bezoeker(s);

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht