Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2012:BV7184

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
28-02-2012
Datum publicatie
28-02-2012
Zaaknummer
02/810876-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Tussenvonnis in strafzaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

parketnummer: 02/810876-11

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 28 februari 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

thans gedetineerd in PPC te Vught,

raadsvrouw mr. Van Fraaijenhove van der Maas

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 14 februari 2012, waarbij de officier van justitie, mr. Koning, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

[slachtoffer] heeft vermoord dan wel gedood.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vordering.

Er is geen reden tot schorsing van de vervolging.

4 De onvolledigheid van het onderzoek ter terechtzitting.

Tijdens de beraadslaging is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest, aangezien de rechtbank behoefte heeft aan nadere informatie omtrent de psychische toestand van verdachte kort voor en ten tijde van het hem tenlastegelegde feit en de eventuele gevolgen daarvan voor de toerekenbaarheid. De rechtbank zal daarom het onderzoek heropenen, een nieuwe zittingsdatum bepalen en de oproeping van D. Daniëls, psychiater, en P.A.E.M.T. Cremers, psycholoog, beiden verbonden aan het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, locatie Pieter Baan Centrum, als getuige-deskundige gelasten.

Ter zitting wenst de rechtbank vragen te stellen aan voornoemde getuige-deskundigen. De vraagstelling zal zich met name toespitsen op de volgende onderwerpen:

- wat zijn de symptomen van een dissociatieve stoornis en welke feiten en omstandigheden kunnen als trigger dienen voor deze symptomen;

- de stellingname van de deskundigen in het rapport met betrekking tot de aannemelijkheid dat verdachte ten tijde van het tenlastegelegde feit onder invloed van een stoornis in zijn algemeenheid en meer specifiek van een dissociatieve stoornis heeft gehandeld, mede gezien in het licht van hun gezamenlijke conclusie hieromtrent;

- indien ervan zou worden uitgegaan dat het tenlastegelegde feit is gepleegd onder invloed van een dissociatieve stoornis, wat zou dit betekenen voor het recidivegevaar en de wenselijkheid van een eventuele maatregel.

5 De beslissing.

De rechtbank:

- heropent en schorst het onderzoek en beveelt dat het onderzoek ter terechtzitting op 26 maart 2012 om 9.00 uur zal worden hervat;

- beveelt de oproeping van verdachte, de deskundigen D. Daniëls, psychiater, en P.A.E.M.T. Cremers, psycholoog, beiden verbonden aan het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, locatie Pieter Baan Centrum, de tolk (Pools) en de nabestaanden van het overleden slachtoffer tegen genoemd tijdstip waarop het onderzoek ter zitting zal worden hervat.

Dit vonnis is gewezen door mr. Prenger, voorzitter, mrs. Kok en Ebben, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Oostlander-Vink, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 28 februari 2012.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

hij op of omstreeks 22 maart 2011 te Breda opzettelijk en al dan niet met

voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft

verdachte met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, met

een hamer meermalen, althans eenmaal op en/of tegen het hoofd en/of het

lichaam van die [slachtoffer] geslagen, in elk geval een of meer vorm(en) van

uitwendig en/of mechanisch geweld op en/of tegen het hoofd en/of het lichaam

van die [slachtoffer] toegepast, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

art 289 Wetboek van Strafrecht