Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2011:BV2018

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
15-12-2011
Datum publicatie
27-01-2012
Zaaknummer
11/3426
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

In de uitspraak op bezwaar heeft de heffingsambtenaar de waarde van de woning verminderd en een kostenvergoeding in verband met beroepsmatig verleende rechtsbijstand aan belanghebbende toegekend.

In geschil is of belanghebbende recht heeft op een vergoeding van het deskundigenrapport in bezwaar. De rechtbank leidt uit de uitspraak op bezwaar af dat de waarde mede op basis van het taxatierapport is verminderd. Gelet hierop staat de gelieerdheid van de taxateur aan de gemachtigde er niet aan in de weg om de taxateur aan te merken als een deskundige als bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel b van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2012/274
V-N 2012/12.27.13
FutD 2012-0269
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer

Procedurenummer: AWB 11/3426

Uitspraakdatum: 15 december 2011

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen

[belanghebbende], wonende te [woonplaats],

belanghebbende,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Moerdijk,

de heffingsambtenaar.

Het bestreden besluit

Het besluit van de heffingsambtenaar over het verzoek tot het vergoeden van kosten in verband met het bezwaar tegen de beschikking waarbij de onroerende zaak, plaatselijk bekend als [de woning] te [woonplaats] (hierna: de woning), is gewaardeerd krachtens de Wet waardering onroerende zaken.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 december 2011 te Breda. Aldaar zijn verschenen en gehoord, de gemachtigde van belanghebbende, [gemachtigde], verbonden aan [kantoornaam gemachtigde] te [Plaats A], en namens de heffingsambtenaar,[gemachtigde inspecteur].

1. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het besluit van de heffingsambtenaar over de kosten van het bezwaar;

- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 644,75;

- gelast dat de heffingsambtenaar het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 41 aan deze vergoedt.

2. Gronden

2.1. De heffingsambtenaar heeft bij beschikking volgens artikel 22 van de Wet WOZ de waarde van de woning, per waardepeildatum 1 januari 2009, vastgesteld voor het tijdvak 1 januari 2010 tot 1 januari 2011 op € 191.000. In de uitspraak op bezwaar heeft de heffingsambtenaar de waarde verminderd tot € 159.000. In de uitspraak is aan belanghebbende een kostenvergoeding van € 218 toegekend in verband met beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Er is geen vergoeding toegekend voor de kosten van het deskundigenrapport.

2.2. In geschil is of belanghebbende recht heeft op een vergoeding van het deskundigenrapport in bezwaar. De waarde van de woning is niet in geschil.

2.3. Gemachtigde heeft op 24 maart 2011 een bezwaarschrift namens belanghebbende ingediend. Gemachtigde heeft hierbij een taxatierapport overgelegd, opgemaakt op 1 maart 2011 door [de taxateur], verbonden aan [kantoornaam taxateur] te [Plaats A]. In dit taxatierapport is de waarde van de woning getaxeerd op € 161.000. Dit taxatierapport bevat, naast gegevens van de woning, gegevens van een aantal ter vergelijking opgevoerde objecten. [kantoornaam taxateur] en [kantoornaam gemachtigde] zijn beide handelsnamen van [X] BV.

2.4. De heffingsambtenaar stelt zich primair op het standpunt dat er geen ruimte is voor een vergoeding van het deskundigenrapport nu de taxateur in dienst is van dezelfde werkgever als de gemachtigde. Hierbij doet de heffingsambtenaar een beroep op de uitspraak van de rechtbank Dordrecht van 11 november 2011, met procedurenummer 11/287, LJN: BU4918. De rechtbank overweegt hierover het volgende. In de uitspraak op bezwaar heeft de heffingsambtenaar over het taxatierapport het volgende gezegd: “Bestudering van het taxatierapport wijst uit dat dit taxatierapport bruikbaar is. Voor het gebruik van de in het taxatierapport genoemde waarde geldt dat rekening gehouden dient te worden met het tijdsverloop tussen de taxatie en de waardepeildatum waarvan bij het betreffende belastingjaar moet worden uitgegaan (…) Daarnaast blijken de in het taxatieverslag genoemde verkoopcijfers goed bruikbaar.” De rechtbank leidt hieruit af dat de waarde in bezwaar mede op basis van het taxatierapport verminderd is. Gelet hierop staat de omstandigheid dat [kantoornaam taxateur] is gelieerd aan [kantoornaam gemachtigde] er niet aan in de weg om [de taxateur] aan te merken als een deskundige die aan een partij verslag heeft uitgebracht als bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel b, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: het Besluit).

2.5. De kosten van het taxatierapport zijn € 333,20 (3,5 uur x € 80 vermeerderd met BTW). De heffingsambtenaar heeft gesteld dat een bedrag van € 50 per uur redelijk is voor een woningtaxatie, nu deze werkzaamheden niet van wetenschappelijke of bijzondere aard zijn. Met betrekking tot het te vergoeden uurtarief voor de werkzaamheden van een taxateur stelt de rechtbank vast dat in het Besluit noch in het Besluit tarieven in strafzaken 2003 (Bts) daarvoor een specifiek tarief is opgenomen. Gelet op artikel 6 van het Bts hangt het te hanteren tarief af van de mate van wetenschappelijke of bijzondere aard van de werkzaamheden. De rechtbank is van oordeel dat in beginsel voor taxatiewerkzaamheden een vergoeding van € 50 volstaat nu niet aannemelijk is dat deze taxatiewerkzaamheden zodanig van wetenschappelijke of bijzondere aard zijn dat daaraan het maximumtarief, althans een hoger tarief dan € 50 per uur, dient te worden toegekend. De rechtbank betrekt daarbij mede in haar overwegingen de door de heffingsambtenaar overgelegde marktgegevens. Nu het aantal uren en de verschuldigdheid van de BTW niet in geschil zijn, kan worden volstaan met een bedrag van (€ 50 x 3,5 uur, vermeerderd met BTW =) € 208,25.

2.6. Gelet op hetgeen is overwogen in is het beroep gegrond en stelt de rechtbank de te vergoeden kosten in de bezwaarfase vast op € 218 (kosten beroepsmatig verleende rechtsbijstand) +/+ € 208,25 (kosten deskundigenrapport) = € 426,25.

2.7. Nu het beroep gegrond is zal de rechtbank de heffingsambtenaar veroordelen in de kosten, die belanghebbende in verband met de behandeling van het beroep heeft gemaakt, op grond van het Besluit voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Deze kosten worden vastgesteld op € 218,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 437 en een wegingsfactor 0,25 omdat sprake is van een zeer eenvoudige zaak waarbij geen beoordeling van het materiële geschil plaats vindt).

2.8. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen bedragen de door de heffingsambtenaar te vergoeden proceskosten € 426,25 + € 218,50 = € 644,75.

Deze uitspraak is gedaan op 15 december 2011 door mr.drs. M.M. de Werd, rechter, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. M.S.J. Pijnenburg- Braspenning, griffier.

De griffier, De rechter,

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: 2 januari 2012

Aan deze uitspraak hoeft eerst uitvoering te worden gegeven als de uitspraak onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk als niet binnen zes weken na verzending van de uitspraak een rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist (artikel 27h, vijfde lid en artikel 28, zevende lid AWR).

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583,

5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.