Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2011:BU8952

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
09-12-2011
Datum publicatie
21-12-2011
Zaaknummer
240273 JE RK 11-1680
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De minderjarige is in eerste instantie door middel van een voorlopige machtiging gesloten geplaatst. Tot 3 keer toe heeft de stichting verzuimd het transport van de minderjarige naar zitting te regelen, terwijl de minderjarige heeft aangegeven van haar verschijningsrecht gebruik te willen maken. De kinderrechter heeft het resterende deel van het verzoek vervolgens afgewezen, omdat is gehandeld in strijd met de goede procesorde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JPF 2012/43
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Team jeugdrecht

Enkelvoudige Kamer

Zaaknummer: 240273 JE RK 11-1680

nadere beschikking betreffende opneming en verblijf in een accommodatie van gesloten jeugdzorg

in de zaak van

de Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant,

gevestigd te Eindhoven, mede kantoorhoudende

Alleenhouderstraat 25, 5041 LC Tilburg,

hierna te noemen de stichting,

en

de minderjarige [naam minderjarige geboortedatum en plaats]

1. Het verdere verloop van het geding

Dit blijkt uit de volgende stukken:

- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 18 november 2011 en de daarin vermelde stukken;

- de brief van de griffier van deze rechtbank van 18 november 2011 aan [gesloten jeugdzorg instelling];

- het proces-verbaal van de terechtzitting van 9 december 2011.

Als belanghebbenden in deze zaak zijn aangemerkt:

1. de minderjarige, bijgestaan door mr. J.M.A. van Dijk, advocaat,

2. mevrouw [naam moeder minderjarige], moeder van de minderjarige en gezagdragende ouder.

2. De nadere beoordeling

2.1 Bij voormelde beschikking heeft de rechtbank de beschikking van 19 oktober 2011 gehandhaafd en is aan de stichting een machtiging verleend om de minderjarige te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie van gesloten jeugdzorg tot uiterlijk 19 december 2011. De kinderrechter heeft de machtiging slechts voor beperkte duur verleend, omdat de stichting en de betrokken instelling voor gesloten jeugdzorg niet in staat zijn gebleken de minderjarige aan te voeren, terwijl [naam minderjarige] wel van haar aanwezigheidsrecht gebruik wenst te maken. De kinderrechter heeft voorts overwogen dat indien op de zitting van 9 december 2011 wederom blijkt dat de minderjarige tegen haar wil wordt weggehouden van de zitting, de kinderrechter daar de conclusie uit zal trekken die hem geraden voorkomt. Verder zijn bij die beschikking de belanghebbenden en de stichting opgeroepen te verschijnen ter terechtzitting teneinde op het verzoek van de stichting te worden gehoord.

2.2 Op 18 november 2011 is er een brief gestuurd naar [gesloten jeugdzorg instelling], de instelling waar [naam minderjarige] is geplaatst, met daarin de mededeling dat [naam minderjarige] op 9 december te 11.05 uur dient te verschijnen op de rechtbank voor de behandeling van de zaak. In deze brief wordt tevens aangegeven dat de instelling zorg dient te dragen voor het transport van [naam minderjarige].

2.3 Ter terechtzitting is [naam minderjarige] niet verschenen. Na afloop van de zitting heeft de griffier nog telefonisch contact opgenomen met mr. J.M.A. van Dijk en hij heeft bevestigd dat hij de tussenbeschikking van 18 november 2011 heeft ontvangen, maar niet ter zitting is verschenen.

2.4 De vertegenwoordiger van de stichting heeft ter zitting aangegeven dat hij 8 december 2011 nog contact heeft gehad met [gesloten inrichting] en dat hij bevestigd heeft gekregen dat [naam minderjarige] naar de zitting zou komen. De stichting betreurt dat [naam minderjarige] wederom niet ter zitting is verschenen en verzoekt desondanks de machtiging te verlenen.

2.5 De kinderrechter overweegt dat op grond van artikel 12 IVRK ieder kind dat in staat is zijn of haar mening te vormen, het recht heeft de mening te uiten, waarbij aan die mening een passend belang dient te worden gehecht. Dat geldt voor alle aangelegenheden die het kind betreffen, maar in het bijzonder in iedere gerechtelijke procedure die betrekking heeft op het kind. In de beschikking van 18 november 2011 heeft de kinderrechter reeds overwogen dat het recht van een minderjarige, om aanwezig te zijn op een zitting tot de kern van onze rechtstaat behoort. De stichting en de betrokken instelling voor gesloten jeugdzorg zijn tot drie keer toe in de gelegenheid gesteld om het transport voor [naam minderjarige] te regelen. In voormelde beschikking is reeds overwogen dat de kinderrechter bij het wederom niet verschijnen van [naam minderjarige] ter zitting de conclusie zal trekken die hij geraden acht.

De kinderrechter overweegt dat een machtiging tot gesloten plaatsing een zware maatregel is waarbij sprake is van vrijheidsbeneming. Voordat een gesloten machtiging kan worden verleend dient iedere betrokkenen in de gelegenheid te zijn gesteld zijn standpunt te verwoorden en dient te zijn voldaan aan alle wettelijke vereisten. Nu namens [naam minderjarige] in een eerder stadium is aangegeven dat zij van haar aanwezigheidsrecht gebruik wil maken en de stichting en [gesloten jeugdzorg instelling] tot drie keer toe hebben verzuimd om het transport te regelen voor [naam minderjarige], zal de kinderrechter het verzoek van de stichting afwijzen omdat is gehandeld in strijd met de goede procesorde. De kinderrechter merkt ten overvloede nog op dat hij de mogelijkheid [naam minderjarige] te laten aanvoeren door het openbaar ministerie heeft overwogen, evenals de mogelijkheid om [naam minderjarige] in de instelling te horen, maar gelet op de geldende afspraken conform de Wet op de Jeugdzorg en het procesreglement is het de verantwoordelijkheid van de verzoekende partij om het transport te regelen. Op grond van het voorgaande wordt als volgt beslist.

3. De beslissing

De rechtbank

wijst het resterende deel van het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. Schoonen, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van

in tegenwoordigheid van Van Diepen, griffier.

Mededeling van de griffier:

Tegen deze beschikking kan voor zover het een eindbeschikking betreft hoger beroep worden ingesteld

a. door de verzoeker en degene aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak.

b. door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te

's-Hertogenbosch.

verzonden op: