Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2011:BU8756

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
17-11-2011
Datum publicatie
20-12-2011
Zaaknummer
11/1341
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Heffing van bouwleges waarbij voor de hoogte van de bouwkosten niet wordt uitgegaan van de (lagere) werkelijke bouwkosten, maar van "standaardbedragen" vastgesteld door het Regionaal Overleg Eindhoven Bouwtoezicht (de ROEB-lijst) is niet onredelijk of willekeurig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2012, 275
FutD 2011-3181
V-N Vandaag 2011/3172
Belastingblad 2012/93
V-N 2012/7.26.9

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer

Procedurenummer: AWB 11/1341

Uitspraakdatum: 17 november 2011

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

[belanghebbende], wonende te [woonplaats],

belanghebbende,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Deurne,

de heffingsambtenaar.

1.Ontstaan en loop van het geding

1.1.De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende met dagtekening 26 maart 2010 een aanslag leges opgelegd van € 24.210,19. Belanghebbende heeft daartegen tijdig bezwaar gemaakt. De heffingsambtenaar heeft bij uitspraak op bezwaar van 20 augustus 2010 de aanslag leges gehandhaafd.

1.2.Belanghebbende heeft daartegen bij brief van 13 september 2010, ontvangen bij de rechtbank op 15 september 2010, beroep ingesteld. Ter zake van dit beroep heeft de griffier van belanghebbende een griffierecht geheven van € 41.

1.3.De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.4.Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 oktober 2011 te Eindhoven.

Aldaar zijn verschenen en gehoord, belanghebbende, vergezeld van zijn gemachtigde, [gemachtigde], verbonden aan [advocatenkantoor] te Tilburg, alsmede namens de heffingsambtenaar, [gemachtigden].

2.Feiten

Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast:

2.1.Belanghebbende heeft op 22 maart 2010 een aanvraag voor een reguliere bouwvergunning ingediend betreffende de bouw van twee varkensstallen met een oppervlakte van in totaal 3724,20 m2. De bouwkosten bedroegen € 850.903,73 (inclusief btw). Belanghebbende heeft geen eigen werkzaamheden bij de bouw verricht.

2.2.1.Op basis artikel 2 van de “Verordening op de heffing en invordering van leges

2010” van de gemeente Deurne (hierna: de verordening) wordt onder de naam leges een recht geheven ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten, genoemd in de verordening en de daarbij behoren tarieventabel. De leges worden ingevolge artikel 5 van de verordening geheven naar de tarieven opgenomen in de bij de verordening behoren tarieventabel.

2.2.2.In de per 1 maart 2010 geldende tarieventabel “Legesverordening 2010” is bepaald:

“Bouwkosten

Onder bouwkosten wordt in dit hoofdstuk verstaan alle bouwkosten van het bouwen en of verbouwen, inclusief de afwerking, op basis van marktprijzen inclusief de verschuldigde omzetbelasting, zoals deze marktprijzen zijn opgenomen in een door burgemeester en wethouders vastgestelde lijst.

Voor zover deze vastgestelde lijst niet voorziet in de berekening van bouwkosten wordt

uitgegaan van de in de aanvraag opgenomen bouwkosten. Onder bouwkosten worden dan verstaan, de aannemingssom als bedoeld in paragraaf 1.1 van de uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken (IJ.A.V. 1989), inclusief de verschuldigde omzetbelasting.”

(…)

20 3Lichte- en reguliere bouwvergunningen

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een lichte- en reguliere bouwvergunning, als bedoeld in de Woningwet, wordt een bedrag in verhouding tot de vastgestelde bouwkosten in rekening gebracht en wel indien deze geraamd worden:

20 3 atot een bedrag van € 100,000,00; 2,5% met een minimum legesbedrag van € 100,00 voor bouwvergunningen die worden verleend middels de 1-uur service en voor de overige

aanvragen een minimum legesbedrag van € 200,00;

20 3 bmeer dan € 100.000,00 maar niet meer dan € 500.000,00; € 2.500,00 vermeerderd met1,6% van de bouwkosten boven de € 100.000,00;

20 3 cmeer dan € 500.000,00 maar niet meer dan € 10.000.000,00; € 8.900,00 vermeerderd met 1,4% van de bouwkosten boven de € 500.000,00;”

2.2.3.In de openbare vergadering van het college van Burgemeester en Wethouders van 26 januari 2010 is “het overzicht bouwkosten ten behoeve van berekeningen voor de bouwleges-toets” vastgesteld (hierna: de ROEB-lijst). De datum van inwerkingtreding van de ROEB-lijst is 1 februari 2010. Het betreft de lijst van prijzen per m2 zoals opgesteld door het Regionaal Overleg Eindhoven Bouwtoezicht. Deze lijst wordt door deskundigen jaarlijks aan de hand van gegevens uit de markt vastgesteld. In de ROEB-lijst zijn onder punt 8 drie typen varkensstallen vermeld met prijzen inclusief en exclusief BTW per m2.

2.3.Voor het behandelen van deze aanvraag is van belanghebbende de leges geheven. Het bedrag aan leges is berekend op basis van de bouwkosten volgens de ROEB-lijst. De bouwkosten op basis van deze lijst bedragen € 1.593.585,18.

3.Geschil

3.1.Tussen partijen is in geschil of voor de heffing van leges inzake de voornoemde aanvraag moet worden uitgegaan van de werkelijke bouwkosten dan wel van de bouwkosten volgens de ROEB-lijst. De juistheid van de voornoemde bedragen is tussen partijen niet in geschil.

3.2.Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden die daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken en ter zitting.

3.3.Belanghebbende concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vermindering van de aanslag leges tot € 13.812,65. De heffingsambtenaar concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

4.Beoordeling van het geschil

4.1.Belanghebbende stelt dat de heffingsambtenaar voor de berekening van de leges

niet de prijzen van de ROEB-lijst had mogen hanteren, maar van de daadwerkelijke kosten had moeten uitgaan. Dit omdat deze daadwerkelijke bouwkosten aanzienlijk lager liggen dan de prijzen volgens de ROEB-lijst. Volgens belanghebbende leidt het anders handelen van de heffingsambtenaar tot een onredelijke belastingheffing die de wetgever bij het toekennen van de bevoegdheid tot legesheffing niet op het oog kan hebben gehad. Het hanteren van de richtprijzen voor de heffing van leges is volgens belanghebbende onevenredig in verhouding tot de met de aanslag te dienen doelen.

4.2.Tijdens de parlementaire behandeling is opgemerkt dat gemeenten op grond van artikel 219, lid 2, van de Gemeentewet, behoudens het verbod op het hanteren van draagkracht als verdelingsmaatstaf en de in de wet gegeven nadere regelen, zelf invulling geven aan de in de belastingverordeningen op te nemen heffingsmaatstaven voor de gemeentelijke belastingen en rechten. Het staat een gemeente in beginsel vrij die heffingsmaatstaven op te nemen die zich het beste verstaan met het gemeentelijk beleid en de praktijk van de belastingheffing (Kamerstukken II 1989/90, 21 591, nr. 3, blz. 65-67 en blz. 77-78). Voor onverbindendverklaring is slechts plaats indien een regeling is getroffen die in strijd is met enig algemeen rechtsbeginsel.

4.3.Uit het arrest van de Hoge Raad van 24 december 1997, nr. 32 569, LJN AA3345, BNB 1998/70 volgt dat tussen de hoogte van de geheven leges enerzijds en de omvang van de ter zake van gemeentewege verstrekte diensten dan wel de door de gemeente gemaakte kosten anderzijds geen rechtstreeks verband vereist is.

4.4.In het onderhavige geval is de hoogte van de leges, buiten een vast bedrag van

€ 8.900, afhankelijk van een tarief van 1,4% enerzijds en de hoogte van de bouwkosten als heffingsmaatstaf anderzijds. Het hanteren van een dergelijk vast en bescheiden percentage van de bouwkosten kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden aangemerkt als onredelijk of willekeurig (vergelijk Hoge Raad 14 augustus 2009, nr. 43 120, LJN BI1943, BNB 2009/276). Dat voor de heffingsmaatstaf wordt aangesloten bij de ROEB-lijst is evenmin willekeurig te noemen. Het is immers een lijst van prijzen voor bouwwerken die door ter zake kundigen is vastgesteld aan de hand van marktgegevens. Bovendien geldt het heffen van leges naar deze prijzen in beginsel voor alle belastingplichtigen. Daarmee wordt bereikt dat er sprake is van gelijkheid in heffing van leges voor die belastingplichtigen die een aanvraag indienen voor de bouw van vergelijkbare bouwwerken. Uit oogpunt van rechtszekerheid is het heffen van leges naar standaardbedragen ook goed te billijken. Op deze manier was bij de aanvraag immers al na te gaan welk bedrag belanghebbende aan leges verschuldigd zou zijn, aangezien de aard en grootte van het bouwwerk bij belanghebbende al bekend waren. Het voorgaande in acht genomen, leidt de enkele omstandigheid dat in het geval van belanghebbende de werkelijke bouwkosten aanzienlijk lager zijn dan de bouwkosten volgens de ROEB-lijst de rechtbank niet tot de conclusie dat er sprake is van een onredelijke of willekeurige heffing.

4.5.Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep ongegrond te worden verklaard.

5.Proceskosten

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

6.Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 17 november 2011 door mr. C.A.F.M. Stassen, rechter, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van drs. J.M.C. Hendriks, griffier.

De griffier, De rechter,

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: 17 november 2011.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.