Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2011:BU8457

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
15-12-2011
Datum publicatie
16-12-2011
Zaaknummer
02-984827-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld voor bezit van MDMA en voorbereidingshandelingen.

Het verweer van de raadsman met betrekking tot de onrechtmatigheid van de inzet van detectieapparatuur wordt verworpen. De plaatsbepalingsapparatuur was gehecht aan gasflessen en is getraceerd via de inzet van detectieapparatuur. Hiermee is geen inbreuk gemaakt op een grondwettelijk of verdragsrechtelijk beschermd grondrecht van verdachte als persoon. Er is voorts geen sprake van stelselmatige observatie in de zin van artikel 126g Sv, zodat een bevel van de officier van justitie niet was vereist. De inzet mocht worden gebaseerd op artikel 2 van de Politiewet. Ten slotte is de rechtbank van oordeel dat er, met het achterwege laten van het opmaken van een proces-verbaal over de inzet, geen sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv. De wet verbindt geen gevolgen aan de niet-naleving van artikel 152 Sv en bovendien is het verzuim hersteld door middel van een aanvullend proces-verbaal en de verklaring van een verbalisant bij de rechter-commissaris.

Tevens overweging dat er geen sprake is van termijnoverschrijding, terwijl wel meer dan twee jaar zijn verstreken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

parketnummer: 02/984827-09

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 15 december 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [datum en plaats]

wonende te [adres]

raadsman mr. K.B.H. Welvaart, advocaat te Maastricht

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 8 november 2011 en 1 december 2011, waarbij de officieren van justitie, mr. Roelofs en mr. Janssen, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

1: al dan niet samen met een ander of anderen MDMA heeft bereid, dan wel aanwezig heeft gehad;

2: al dan niet samen met een ander of anderen voorbereidingshandelingen heeft verricht voor de invoer, uitvoer of productie van, of handel in MDMA.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van het openbaar ministerie

Het openbaar ministerie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan en baseert zich daarbij op opgenomen en afgeluisterde vertrouwelijke communicatie, observaties, de resultaten van de doorzoeking in de bij verdachtes woning behorende garage en NFI-rapportages.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat op onrechtmatige wijze is opgespoord, omdat in strijd met artikel 126g, lid 3 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) detectieapparatuur is ingezet waartoe de opdracht van de officier van justitie dan wel een machtiging van de rechter-commissaris ontbrak. In het bijzonder was de inzet van detectieapparatuur niet rechtmatig, omdat de zaaksofficier van justitie het niet eens was met deze inzet. Bovendien ontbreekt hieromtrent een proces-verbaal, zoals voorgeschreven in artikel 7 lid 4 van het Besluit technische hulpmiddelen strafvordering. Er is sprake van een onherstelbaar vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv. Dit moet leiden tot bewijsuitsluiting van al hetgeen de inzet van het detectiemateriaal heeft opgeleverd, en daarmee tot algehele vrijspraak.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat er in onderhavige zaak plaatsbepalingsapparatuur en detectieapparatuur zijn ingezet in het kader van een strafrechtelijk onderzoek (Hecate) naar de aflevering van flessen methylamine ten behoeve van de vervaardiging van MDMA en/of methamfetamine. Uit taps en observaties in dit onderzoek was het vermoeden gerezen dat vanaf medio 2007 vanuit Duitsland via [mededader] methylamine werd geleverd aan Nederlandse afnemers.

Omtrent de inzet van technische hulpmiddelen in het onderzoek Hecate bevindt zich in het dossier een aanvullend proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 oktober 2009 van de FIOD-ECD met codenummer 15-AMH-001. Voorts heeft de betrokken verbalisant, [naam verbalisant], over de inzet van deze middelen een verklaring afgelegd als getuige ten overstaan van de rechter-commissaris op 14 december 2010. Hieruit blijkt dat er in het onderzoek Hecate gebruik is gemaakt van plaatsbepalingsapparatuur die gehecht was aan gasflessen. Deze plaatsbepalingsapparatuur bleek niet meer te traceren via gsm of gps, waarna via de inzet van detectiemateriaal op 7 mei 2008 de fles[adres]] Het openbaar ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat de grondslag voor de inzet van deze middelen moet worden gevonden in artikel 2 van de Politiewet 1993 en dat toestemming voor de inzet van het detectiemateriaal op 7 mei 2008 is gegeven door de teamleider van de betrokken zaaksofficier van justitie.

De rechtbank is van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat door de inzet van voornoemde middelen op voorwerpen een inbreuk is gemaakt op een grondwettelijk of verdragsrechtelijk beschermd grondrecht van verdachte als persoon. Immers, niet blijkt dat door het volgen en detecteren van deze goederen een min of meer volledig beeld van een bepaald aspect van verdachtes leven is ontstaan, noch dat het goederen zijn die zich daar in de regel voor lenen. Voorts was het onderzoek niet op verdachte gericht. Naar het oordeel van de rechtbank is er dan ook geen schending van het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van verdachte. Anders dan de raadsman betoogt is er geen sprake van stelselmatige observatie in de zin van artikel 126g Sv, zodat geen bevel van de officier van justitie op grond van deze bepaling was vereist. De inzet van de plaatsbepalings¬apparatuur en het detectiemateriaal mocht in onderhavige zaak worden gebaseerd op artikel 2 van de Politiewet 1993 en is voorts geschied met toestemming van de officier van justitie, zoals is gebleken uit het verhandelde ter terechtzitting.

Ten aanzien van het verweer dat er niet of onvoldoende is geverbaliseerd omtrent de inzet van de middelen, overweegt de rechtbank dat de wet geen rechtsgevolgen verbindt aan de niet-naleving van artikel 152 Sv. Volgens vaste rechtspraak staat ter beoordeling van de rechter of en zo ja in hoeverre aan de omstandigheid dat het opmaken van proces-verbaal achterwege is gebleven dan wel niet ten spoedigste is geschied, enig rechtsgevolg dient te worden verbonden. Voor zover aanvankelijk al zou zijn verzuimd aan het dossier van de strafzaak tegen verdachte een toereikende verslaglegging toe te voegen, is dat verzuim hersteld doordat aan de hand van het aanvullende proces-verbaal van de FIOD/ECD van

9 oktober 2009, evenals de verklaring van verbalisant [naam verbalisant] als getuige ten overstaan van de rechter-commissaris, de feitelijke gang van zaken voldoende is vastgesteld. Van een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv dat zou dienen te leiden tot bewijs¬uit¬sluiting, is daarom geen sprake. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

Ten aanzien van de feiten 1 en 2

Op 8 mei 2008 heeft de FIOD/ECD met toestemming van verdachte de bij zijn woning behorende garage aan de [adres], doorzocht. Bij het betreden van de garage roken de verbalisanten de hen bekende en kenmerkende zoete geur van MDMA. In de garage werd een grote hoeveelheid MDMA (in 3 gripzakken in een AH-tas in een kast), evenals een drugslaboratorium, chemicaliën/grondstoffen en hardware, gerelateerd aan de productie van MDMA/synthe¬tische drugs aangetroffen .

Het Team Landelijke Faciliteit Ondersteuning Ontmanteling (LFO) heeft de garage nader onderzocht. Direct links van de garagedeur stonden twee gasdrukhouders, zeer waarschijnlijk gevuld met waterstofgas, evenals vijf grote gasdrukhouders en één kleinere gasdrukhouder, voorzien van onder andere het opschrift: "Monomethylamine". De vijf grote gasdrukhouders waren onder andere van de volgende kenmerken en opschriften voorzien:

• UN 1061, METHYLAMIN, WASSERFREI; GERLING HOLZ + CO; ingeslagen

nummer 43767;

• UN 1061, METHYLAMIN, WASSERFREI; GERLING HOLZ + CO; ingeslagen

nummer 42547;

Ct UN 1061, METHYLAMIN, WASSERFREI; GERLING HOLZ + CO; ingeslagen

nummer 7084;

• UN 1061, METHYLAMIN, WASSERFREI; GERLING HOLZ + CO; ingeslagen

nummer 6936;

• UN 1061, METHYLAMIN, WASSERFREI; GERLING HOLZ + CO; ingeslagen

nummer 6790.

Verder was aan de rechterzijde van deze garage een ruimte met behulp van houten platen afgedekt. In deze ruimte stond een groot aantal goederen, bestaande uit productieapparatuur en chemicaliën die gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van synthetische drugs, met name van MDMA(EA) (XTC). In deze ruimte stonden onder andere:

• een kleine roestvaststalen drukreaktieketel voorzien van een los onderstel;

• een roestvaststalen drukreactieketel voorzien van zwenkwielen;

• een rechthoekige roestvaststalen destillatieketel waar middels een kunststof slang

een vacuümpomp op aangesloten was;

• 18 gasdrukhouders, onder andere voorzien van het opschrift waterstof (H2).

Verder werden in de garage onder andere de volgende goederen aangetroffen:

- een emmer met daarin gebruikte Platina Oxide (PTO, foto 22, nr. 0-29, “OUD PL”);

- een groot aantal stukken gebruikt laboratorium glaswerk;

- een plastic draagtas inhoudende drie grote gripzakken, gevuld met dezelfde kristallen ruikend naar de geur van MDMA(EA) (XTC). Deze zakken met kristallen wogen respectievelijk 5,98 kilogram, 5,86 kilogram en 4,0 kilogram.

Met behulp van indicatieve tests werden bovengenoemde kristallen onderworpen aan enkele microchemische tests. De kristallen uit alle gripzakken reageerden positief op de aanwezigheid van MDMA(EA) .

Alle voorwerpen die in verband konden worden gebracht met (de vervaardiging van) synthetische drugs zijn in beslag genomen. [naam verbalisant] van het LFO heeft voorts monsters genomen die voor nader onderzoek aan het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) ter beschikking zijn gesteld.

Het NFI heeft gerapporteerd omtrent de op 8 mei 2008 aan de [adres] en op 22 mei 2008 bij afvalverzamelaar AEB te Amsterdam uitgevoerde bemonstering inzake Hecate/St. Willebrord. Het NFI heeft geconstateerd dat de monsters uit de gripzakken met respectievelijk 5860 gram, 4000 gram en 5980 gram kristallen/poeder, MDMA bevatten. Voorts heeft het NFI geconstateerd dat een monster donkerbruine olie, afkomstig uit een 10 liter emmer (0-28) met resten olieachtige vloeistof, MDMA bevat.

Een monster van resten bruin poeder, afkomstig uit een 500 ml zalfpot met schroefdeksel (9/O-33A), een monster van resten bruin poeder, afkomstig uit een vriezerdoos met daarin o.a. een digitaal weegschaaltje, theelepel en rode dop (10/O-33C), een monster donkerbruine olie met geringe hoeveelheden bezinksel, v.o afkomstig van een restant vloeistof in rvs drukreactieketel (15/O-55A) en een monster bruin/zwart bezinksel in een emmer met deksel, voorzien van tekst “OUD PL” (0-29-B), bevatten alle platina. Een monster gele vloeistof, v.o. afkomstig uit een kunststof potje, inhoudsmaat 100 ml, gevuld met ongeveer 70 ml geelkleurige vloeistof (11/)-44A), bevat PMK.

[naam verbalisant] van het LFO heeft gerelateerd dat gezien het aantal drukreactieketels en de hoeveelheden aangetroffen chemicaliën, de garage aan de [adres] een productieplaats betreft met een grote capaciteit voor de illegale vervaardiging van zeer waarschijnlijk MDMA, middels de verhoogde druk methode. Het principe van de synthese luidt als volgt. Uit de grondstof PMK wordt met methylamine in de aanwezigheid van een oplosmiddel een tussenproduct gevormd. Dit tussenproduct wordt met behulp van waterstof en een platinakatalysator omgezet in MDMA. Het betreft een één-pots-reactie; de omzetting van PMK via het tussenproduct naar MDMA vindt tegelijk in één reactievat plaats.

Bij de doorzoeking in de garage van verdachte zijn in de kast waarin zich de drie gripzakken met MDMA bevonden, onder meer twee halfgelaatsmaskers met spoornummers AAAD0489NL en AAAD0495NL aangetroffen. Dit materiaal is door het NFI bemonsterd en onderzocht. Op beide maskers is MDMA aangetroffen. Deze halfgelaatsmaskers zijn tevens onderzocht op celmateriaal. Van het DNA op de gelaatsmaskers zijn volledige profielen verkregen. Het DNA-profiel met nummer AAAD0495NL matcht met verdachte en het DNA-profiel met nummer AAAD0489NL matcht met [mededader 2]. Ten aanzien van beide profielen geldt dat de kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met dit DNA-profiel, kleiner is dan één op één miljard.

De rechtbank leidt hieruit af dat verdachte respectievelijk [mededader 2] gebruik hebben gemaakt van de halfgelaatsmaskers waarop MDMA is aangetroffen en die zijn gevonden in de garage van verdachte.

Betrokkenheid van verdachte bij de feiten

Verdachte heeft tijdens het eerste verhoor op 8 mei 2008 ten overstaan van de politie verklaard dat hij in januari 2008 in een bar in Sint Willebrord is benaderd door een Marokkaan die vroeg of hij een leuke cent wilde bijverdienen en of hij zijn garage mocht gebruiken. Verdachte heeft daarmee ingestemd. Volgens verdachte heeft hij wel regelmatig een zoete lucht geroken, maar heeft hij nooit iemand gezien in zijn garage of geluiden vanuit zijn garage gehoord. Ook weet hij niet wanneer de schotten zijn gebouwd en heeft hij nooit achter de schotten gekeken wat daar allemaal achter stond.

De rechtbank acht verdachtes verklaring ongeloofwaardig. In de bij zijn woning behorende garage zijn niet alleen een grote hoeveelheid MDMA, een drugslaboratorium, (grond)stoffen en hardware voor de vervaardiging van MDMA aangetroffen, maar is ook verdachtes celmateriaal (DNA) aangetroffen op goederen die gebruikt zijn bij de productie van MDMA, namelijk een halfgelaatsmasker en een filtermasker (AAAD0490). Het halfgelaatsmasker lag bovendien in de kast waar ook 15,84 kilo MDMA is aangetroffen. Verdachte heeft voor de aanwezigheid van zijn DNA op deze goederen geen verklaring willen geven.

Voor een bewezenverklaring van voorbereidingshandelingen met betrekking tot de Opiumwet is opzet vereist; de dader moet wetenschap hebben dat hij met zijn handelingen de productie van drugs bevordert. Verdachte heeft zowel een grote hoeveelheid MDMA als chemicaliën en voorwerpen, die kunnen dienen voor de productie van MDMA voorhanden gehad. Gelet op het aantreffen van zijn DNA op de maskers waarop ook MDMA is aangetroffen en de omstandigheid dat hij geen verklaring heeft gegeven waarvoor de chemicaliën en hardware in zijn garage anders bedoeld zouden zijn, kan het niet anders zijn dan dat verdachte wist dat de voorwerpen en stoffen die hij voorhanden had, bestemd waren voor de productie van drugs.

De hierboven gebezigde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beziend, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 8 mei 2008 opzettelijk een grote hoeveelheid MDMA aanwezig heeft gehad en voorbereidingshandelingen in de zin van artikel 10a van de Opiumwet heeft verricht.

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het medeplegen van deze feiten met een ander of anderen. Weliswaar bevinden zich in het dossier aanwijzingen voor betrokkenheid van anderen - waaronder [mededader 2] - bij de productie van MDMA, echter niet kan worden vastgesteld dat er bij die ander(en) sprake is geweest van wetenschap en beschikkingsmacht met betrekking tot de op 8 mei 2008 in verdachtes garage aangetroffen stoffen, voorwerpen en verdovende middelen.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op 08 mei 2008 te Sint Willebrord, gemeente Rucphen, opzettelijk aanwezig heeft gehad,

- ongeveer 16 kilogram, van een materiaal bevattende MDMA en

- een hoeveelheid (in vloeibare vorm) van een materiaal bevattende MDMA,

zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2.

op 08 mei 2008 te Sint Willebrord, gemeente Rucphen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet,

te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren,

verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland

brengen van MDMA, zijnde MDMA een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I,voor te bereiden en/of te bevorderen,

- voorwerpen en stoffen voorhanden heeft gehad waarvan hij,

verdachte, wist dat zij bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en),

hebbende verdachte

de volgende goederen voor de productie van (synthetische) drugs (MDMA)

voorhanden gehad, te weten

- chemicaliën 6 gasdrukhouders/gasflessen (inhoudende

(mono)methylamine) en gasdrukhouders/gasflessen

(inhoudende waterstof(gas) en een hoeveelheid platina) en

- apparatuur (2) drukreactieketels en een destillatieketel

en (laboratorium)glaswerk) en

- een hoeveelheid piperonylmethylketon (PMK).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 2 jaar.

6.2 Het standpunt van de verdediging

Indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, is de raadsman van mening dat de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf van 2 jaar niet passend is. Hij verzoekt de rechtbank een voorwaardelijke straf dan wel een werkstraf op te leggen, gelet op de ondergeschikte rol die verdachte naar zijn mening heeft gespeeld. Bovendien verzoekt de raadsman bij het bepalen van de strafmaat rekening te houden met het tijdsverloop in deze zaak en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft 3,5 jaar in onzekerheid verkeerd over de afloop van deze zaak. Indien aan hem een gevangenisstraf zou worden opgelegd, zouden zijn vrouw en dochtertje terug naar de Oekraïne moeten. Tevens is hij naar aanleiding van deze strafzaak zijn baan kwijtgeraakt.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft op 8 mei 2008 een grote hoeveelheid MDMA voorhanden gehad. Ook heeft hij die dag chemicaliën en voorwerpen voorhanden gehad ter voorbereiding van de productie van en/of handel in MDMA. MDMA wordt gebruikt voor de vervaardiging van XTC. De rechtbank acht de bewezen verklaarde feiten ernstig. Verdachte heeft zich kennelijk ingelaten met deze criminele activiteiten om extra inkomsten te verwerven, zonder daarbij rekening te houden met de mogelijk negatieve gevolgen voor anderen. Algemeen bekend is dat synthetische drugs zoals XTC, grote gezondheidsrisico’s meebrengen voor de gebruikers, waaronder de mogelijkheid van blijvende schade aan het centrale zenuwstelsel en psychiatrische stoornissen. Verder brengt de productie van XTC schade aan het milieu toe, veroorzaakt door dumpingen van de bij de productie vrijkomende chemische afvalstoffen in het riool of elders. Ook is er sprake van gevaar voor brand, ontploffing en het vrijkomen van giftige stoffen. Dit gevaar doet zich in het bijzonder gelden bij laboratoria in een woonwijk, zoals ook hier het geval is. De productie van synthetische drugs moet dan ook krachtig worden bestreden.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Tevens heeft de rechtbank acht geslagen op de uitgangspunten voor de straftoemeting in dit soort zaken. De behandeling van de zaak heeft een behoorlijke tijd in beslag genomen omdat deze onderdeel was van een megazaak. Van schending van de redelijke termijn van berechting is echter geen sprake nu deze termijn eerst een aanvang heeft genomen op 26 januari 2010, de dag van betekening van de dagvaarding.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een geheel voorwaardelijke straf of een werkstraf zoals door de raadsman is bepleit.

Gelet op de hoeveelheid synthetische drugs die verdachte voorhanden heeft gehad en zijn rol bij de voorbereiding van de productie daarvan, doet de eis van het openbaar ministerie onvoldoende recht aan de ernst van de feiten. De rechtbank zal dan ook een hogere straf opleggen dan door de officier van justitie is geëist.

De rechtbank komt tot de slotsom dat een gevangenisstraf van 36 maanden een passende sanctie is.

7 Het beslag

7.1 De onttrekking aan het verkeer

De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen voorwerpen, te weten 16 kg MDMA, gasflessen, PMK en laboratoriumgoederen, te onttrekken aan het verkeer.

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer.

Gebleken is dat de feiten zijn begaan met betrekking tot deze voorwerpen.

Verder zijn deze voorwerpen van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 36b, 36c, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10, 10a, 13 en 14 van de Opiumwet zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, aanhef en onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

feit 2: een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen door voorwerpen en stoffen voorhanden te hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 36 maanden;

Beslag

- verklaart onttrokken aan het verkeer de in beslag genomen voorwerpen, te weten:

- 16 kilogram MDMA;

- diverse gasflessen;

- PMK;

- hardware laboratoriumgoederen.

Dit vonnis is gewezen door mr. Schotanus, voorzitter, mr. Van Kralingen en mr. Prenger, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Graumans en Vermaat, griffiers, en is uitgesproken ter openbare zitting op 15 december 2011.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1.

zaaksdossier 34

hij

op of omstreeks 08 mei 2008 te Sint Willebrord, gemeente Rucphen,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,

- ongeveer 16 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende MDMA en/of

- een hoeveelheid (in vloeibare vorm) van een materiaal bevattende MDMA,

zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,

dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

art 2 ahf/ond B Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 10 lid 4 Opiumwet

2.

zaaksdossier 34

hij op of omstreeks 08 mei 2008 te Sint Willebrord, gemeente Rucphen,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de

Opiumwet,

te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren,

verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland

brengen van MDMA,

in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA

een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I,

voor te bereiden en/of te bevorderen,

- een of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen,

te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te

zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te

verschaffen en/of

- zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot

het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of

- (een) voorwerp(en) en/of (een) stof(fen) en/of (een) vervoermiddel(en) en/of

geld(en) en/of andere betaalmiddel(en) voorhanden heeft gehad waarvan hij,

verdachte, wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd

was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),

hebbende verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s),

de volgende goederen voor de productie van (synthetische) drugs (MDMA)

voorhanden gehad, te weten

- chemicalien (een of meer (6) gasdrukhouders/gasflessen (inhoudende

(mono)methylamine) en/of een of meer (20) gasdrukhouders/gasflessen

(inhoudende waterstof(gas) en/of een hoeveelheid platina) en/of

- apparatuur (een of meer (2) drukreactieketel(s) en/of een destillatieketel

en/of (laboratorium)glaswerk) en/of

- een hoeveelheid piperonylmethylketon (PMK);

art 10a lid 1 ahf/sub 1 alinea Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 10 lid 4 Opiumwet

art 10 lid 5 Opiumwet