Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2011:BU8399

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
16-12-2011
Datum publicatie
16-12-2011
Zaaknummer
800100-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

kinderporno aanwezig heeft gehad, heeft verspreid en zich daartoe de toegang heeft verschaft en daar ook een gewoonte van heeft gemaakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

parketnummer: 800100-11

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 16 december 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [datum en plaats]

wonende te [adres]

raadsman mr. Yap, advocaat te Bergen op Zoom

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 2 december 2011, waarbij de officier van justitie, mr. Snoeks, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

kinderporno aanwezig heeft gehad, heeft verspreid en zich daartoe de toegang heeft verschaft en daar ook een gewoonte van heeft gemaakt.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen en baseert zich daarbij op de onderzoeksgegevens van de bij verdachte in beslag genomen computers en de verklaring van verdachte, afgelegd bij de politie en tijdens het onderzoek ter terechtzitting.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat de bij verdachte aangetroffen kinderporno op de eerste computer onrechtmatig is verkregen. Door het onderzoeksteam werd, nadat verdachte zijn computer vrijwillig had afgestaan in verband met zijn aangifte van afpersing,

doorgerechercheerd, hetgeen volgens de verdediging in strijd is met het recht van verdachte op privacy als bedoeld in artikel 8 EVRM. Daarnaast stelt de verdediging dat de daarop verkregen informatie middels verhoren en de onderzoeken aan de overige twee computers eveneens uitgesloten moeten worden voor het bewijs omdat zij het rechtstreekse gevolg zijn van de bevindingen met betrekking tot de eerste computer.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

(On)rechtmatig verkregen bewijs

Alvorens de rechtbank overgaat tot de bespreking van de bewijsmiddelen, zal zij eerst haar oordeel geven over het verweer van de verdediging met betrekking tot de vraag of de verkregen bewijsmiddelen uit de computer van verdachte onrechtmatig zijn verkregen en zo ja, of daarmee het overig bewijsmateriaal besmet is en daardoor onbruikbaar is voor het bewijs.

De rechtbank stelt vast dat verdachte op 27 oktober 2009 zijn computer vrijwillig voor onderzoek ter beschikking heeft gesteld aan de politie te Bergen op Zoom en dat in het kader van de door verdachte gedane aangifte van afpersing. De rechtbank merkt daarbij op dat de aangifte van verdachte inhield dat hij werd afgeperst/gechanteerd en dat men had gedreigd zijn seksuele geaardheid c.q. pedofiele neigingen bekend te maken. In de context van deze aangifte vond het onderzoek van de computer van verdachte plaats en bij dat onderzoek is het onderzoeksteam gestuit op kinderporno . Nader onderzoek van de aangetroffen gegevens heeft uitgewezen dat op de computer 22 foto’s/afbeeldingen stonden die als kinderpornografisch werden beoordeeld, welke foto’s/afbeeldingen de in de tenlastelegging opgenomen strafbare elementen bevatten.

Naar het oordeel van de rechtbank is, nu verdachte zijn computer vrijwillig ter beschikking heeft gesteld voor onderzoek in de hiervoor geschetste context, van onrechtmatige schending van de privacy van verdachte geen sprake geweest. Dat met voorbijgaan aan de inhoud van de aangifte gericht en uitsluitend zou zijn gezocht naar kinderporno is uit de stukken niet gebleken en ook anderszins niet aannemelijk geworden. Daar komt naar het oordeel van de rechtbank nog bij dat het niet zo kan zijn en ook niet zo mag zijn, dat een opsporingsinstantie de ogen sluit wanneer men bij een onderzoek op dergelijk materiaal stuit. Van onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal is naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen sprake en niets staat het gebruik van de in het dossier aanwezig onderzoeksresultaten als bewijsmiddel in de weg.

Op 26 april 2010 heeft bij verdachte opnieuw een onderzoek in zijn woning aan de [adres] plaatsgevonden en werd onder verdachte opnieuw een computer in beslag genomen . Ook de harde schijf van deze computer werd onderzocht

en daarbij werden 14 foto’s/afbeeldingen aangetroffen die als kinderpornografisch werden beoordeeld en ook deze foto’s/afbeeldingen bevatten de in de tenlastelegging opgenomen strafbare elementen.

Met betrekking tot de bij hem aangetroffen computers en kinderporno heeft verdachte verklaard dat de in beslag genomen computers van hem zijn en alleen door hem werden gebruikt. Voorts heeft hij verklaard dat hij voor het eerst met kinderporno in aanraking kwam toen hij in 2008 op [..../nl] ging en dat hij in een privémap seksueel getinte foto’s heeft staan die hij via [..../nl] van anderen toegestuurd kreeg. Ook heeft verdachte verklaard dat hij vraagt naar pijpfoto’s van jongens tussen 16 ben 22 jaar en dat hij foto’s die hij gevraagd of ongevraagd toegestuurd kreeg, ook wel eens heeft doorgestuurd naar een ander. Als hij wist dat de persoon met wie hij chatte van jong hield stuurde hij foto’s terug waarop een jongen van misschien 13 à 14 jaar aan het pijpen was.

De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat het onder 1 ten laste gelegde bezit en verspreiden van kinderporno wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Op 23 januari 2011 vond opnieuw een onderzoek plaats in de woning van verdachte te (plaatsnaam) en werd bij hem voor de derde keer een computer in beslag genomen. Bij het onderzoek van de harde schijf van die computer werden in de temporary internetfiles 517 afbeeldingen aangetroffen, welke afbeeldingen als kinderpornografisch werden beoordeeld en de in de tenlastelegging opgenomen strafbare elementen bevatten. Met betrekking tot de bij verdachte aangetroffen computer heeft verdachte verklaard dat hij de eigenaar en ook enige gebruiker was van die computer. Op de vraag hoe men wist dat verdachte kinderporno wilde, heeft hij verklaard dat dat komt omdat bij hem staat: leuke jongen voor pijpdate gevraagd. Je krijgt dan volgens verdachte reactie van mensen die daar ook van houden en die vervolgens gevraagd en ongevraagd kinderporno sturen. Over de computer die bij verdachte op 23 januari 2011 in beslag werd genomen heeft verdachte nog verklaard dat hij op die computer geen kinderporno heeft opgeslagen, maar dat hij afbeeldingen gelijk weggooide als er kinderporno via een chatprogramma werd gestuurd. Verdachte heeft daar nog aan toegevoegd dat hij de foto’s één of twee dagen op zijn computer liet staan, afhankelijk van hoe vaak hij er naar keek. Daarna gooide hij ze weg.

De rechtbank is van oordeel dat uit het vorenstaande wettig en overtuigend bewezen kan worden dat op de op 23 januari 2011 bij verdachte in beslag genomen computer in de temporary internetfiles 517 kinderpornografische afbeeldingen/foto’s stonden.

Is er sprake van ‘bezit’?

Aan de orde is thans de vraag of daarmee ook het ‘bezit’ van die 517 afbeeldingen bewezen kan worden verklaard.

In de jurisprudentie (HR 28-2-2006, LJN AU9104) is met betrekking tot het begrip ‘bezit’ vastgesteld dat het in het bezit hebben van afbeeldingen of gegevensdragers als in artikel 240b Sr. bedoeld, slechts strafbaar is, indien er sprake is van opzet. De rechtbank leidt

hieruit af dat vereist is dat de dader feitelijk over de computer kan beschikken en dat de dader zijn computer ook in die zin in zijn macht heeft. Dat betekent dat hij in staat moet zijn om het in de vorm van bestanden opgeslagen kinderpornografisch materiaal zichtbaar te maken. Als het gaat om verborgen bestanden die alleen door deskundigen met behulp van speciale programma’s weer tevoorschijn kunnen worden gehaald, is van ‘bezit’ van kinderpornografie geen sprake, tenzij de verdachte over de vereiste speciale deskundigheid beschikt. Voorts zal degene die verstand heeft van computers, eerder dan de gemiddelde computergebruiker, weten dat er automatisch mappen worden aangemaakt waarin ongevraagd en onbedoelde gegevens worden vastgelegd.

Opzet op de aanwezigheid van kinderpornografisch materiaal in automatisch aangemaakte mappen (temporary internetfiles) zal daarom bij de doorsnee computergebruiker niet zo maar worden verondersteld.

In het onderhavige geval heeft verdachte ter zitting verklaard dat hij wist dat een bestand automatisch op de computer komt te staan, zodra je een bericht opent. Verdachte heeft echter ook aangegeven dat hij dat tijdens het strafrechtelijk onderzoek naar aanleiding van de tegen hem gerezen verdenking terzake van de onderhavige ten laste gelegde strafbare feiten, te horen heeft gekregen en dat hij dat daarvoor nog niet wist. Nu uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat verdachte die wetenschap reeds had ten tijde van het openen van bestanden en er geen aanleiding is om verdachte te kwalificeren als een deskundige op computergebied, is de rechtbank van oordeel dat het onder 2 ten laste gelegde bezit van kinderporno niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. Zij zal verdachte dan ook van dat onderdeel van de tenlastelegging vrijspreken.

Heeft verdachte zich toegang verschaft tot kinderporno door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst?

Bij de aanscherping van de strafbaarstelling van kinderporno is aan artikel 240b Sr. een nieuwe gedraging toegevoegd, namelijk het zich door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst toegang verschaffen tot kinderporno. Uit de wetsgeschiedenis (MvT, TK 2008-2009, 31 810 nr. 3) met betrekking tot deze toegevoegde gedraging, blijkt dat het “zich toegang verschaffen tot” meer vereist dan uitsluitend het bekijken van kinderpornografie. Het “zich toegang verschaffen tot” impliceert een actieve handeling die op het verkrijgen van toegang is gericht, waarbij opzet een vereiste is voor strafbaarheid.

De rechtbank stelt vast dat bij verdachte, zoals hiervoor reeds overwogen, vóór de inbeslagname van zijn computer op 23 januari 2011, reeds twee keer eerder een computer in beslag is genomen, op welke computers telkens kinderporno werd aangetroffen. Verdachte heeft verklaard dat die kinderporno hem gevraagd en ongevraagd werd toegestuurd vanaf het moment dat hij in 2008 op [...../nl] ging. Verdachte wist dus, althans behoorde te weten, dat dit zou gebeuren zodra hij op [..../nl] zou gaan. Dit heeft hem er echter niet van weerhouden om ook nadat voor de tweede keer een computer bij hem in beslag was genomen en hij vanwege het voorhanden hebben van kinderporno reeds was gehoord door de politie, door te blijven gaan met het bezoeken van [..../nl] en dit heeft er ook daadwerkelijk toe geleid dat hij kinderporno kreeg toegestuurd.

Het vorenstaande kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangemerkt als een actieve handeling van verdachte met als doel het toegestuurd krijgen van onder meer kinderporno. Daar komt nog bij dat verdachte heeft verklaard dat hij de hem toegestuurde kinderporno eerst bekeek en deze pas daarna door hem werd gewist.

De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat het onder 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden, in die zin dat verdachte zich toegang heeft verschaft tot kinderporno door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst.

Heeft verdachte een gewoonte gemaakt van het in het bezit hebben en verspreiden van kinderporno en van het zich verschaffen van toegang tot kinderporno?

Met betrekking tot het onder feit 1 ten laste gelegde, het bezit en het verspreiden van kinderporno, stelt de rechtbank vast dat op de twee onder verdachte in beslag genomen computers in totaal 36 kinderpornografische afbeeldingen werden aangetroffen. De rechtbank is van oordeel dat deze hoeveelheid onvoldoende is om te kunnen spreken van het maken van een gewoonte en zij zal verdachte hiervan vrijspreken.

Hetzelfde geldt ook voor het onder feit 2 ten laste gelegde, het zich verschaffen tot toegang tot kinderporno. Mede omdat het hier gaat om op 25 december 2010 tussen 19.51 uur en 20.00 uur bekeken bestanden die zijn aangetroffen in de temporary internetfiles kan ook in dit geval niet bewezen worden dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het zich toegang verschaffen tot kinderporno.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

in de periode van 1 juli 2009 tot en met 26 april 2010 te (plaatsnaam), in totaal 36 afbeeldingen/foto's, heeft verspreid en in bezit heeft gehad,

terwijl op voornoemde afbeeldingen/foto's seksuele gedragingen

zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon, die kennelijk de leeftijd

van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was

betrokken, welke voornoemde afbeeldingen/foto's telkens betreffen:

* afbeeldingen waarop een volwassen man zijn penis en/of tong en/of

een vinger en/of een voorwerp oraal en/of anaal inbrengt

bij een persoon (jongen), kennelijk jonger dan achttien jaar, en

* afbeeldingen waarop een volwassen man het geslachtsdeel van

die persoon, kennelijk jonger dan achttien jaar, betast en in de mond neemt

en/of likt en/of zijn eigen penis door die persoon, kennelijk jonger dan

achttien jaar, laat betasten en/of likken en

* afbeeldingen waarop een of meer personen, kennelijk jonger dan

achttien jaar, een of meer van voornoemde handelingen bij elkaar en/of

zichzelf verrichten en

* afbeeldingen waarop een of meer personen, kennelijk jonger dan

achttien jaar, geheel of gedeeltelijk ontkleed poses aannemen

gericht op sexuele prikkeling en/of waarbij het geslachtsdeel en/of

de anus van die personen nadrukkelijk in beeld zijn gebracht en

* afbeeldingen van detailopnames van een of meer van

voornoemde handelingen en/of poses;

2.

in de periode van 27 april 2010 tot en met 24 januari 2011 te (plaatsnaam), zich tot in totaal 517 afbeeldingen/foto's de toegang heeft verschaft door middel van een

geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst,

terwijl op voornoemde afbeeldingen/foto's seksuele gedragingen

zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon, die kennelijk de leeftijd

van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was

betrokken, welke voornoemde afbeeldingen/foto's telkens betreffen:

* afbeeldingen waarop een volwassen man zijn penis en/of tong oraal en/of anaal inbrengt

bij een persoon jongen, kennelijk jonger dan achttien jaar, en

* afbeeldingen waarop een volwassen man het geslachtsdeel van

die persoon, kennelijk jonger dan achttien jaar, betast en in de mond neemt

en/of likt en zijn eigen penis door die persoon, kennelijk jonger dan

achttien jaar, laat betasten en/of likken en

* afbeeldingen waarop een of meer personen, kennelijk jonger dan

achttien jaar, een of meer van voornoemde handelingen bij elkaar verrichten en

* afbeeldingen waarop een of meer personen, kennelijk jonger dan

achttien jaar, geheel of gedeeltelijk ontkleed poses aannemen

gericht op sexuele prikkeling en/of waarbij het geslachtsdeel en/of

de anus van die personen nadrukkelijk in beeld zijn gebracht

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met als bijzondere voorwaarden deelname aan de gespreksgroep zedendelicten en het meldingsgebod.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om bij de strafbepaling rekening te houden met het gegeven dat verdachte zijn werk zal verliezen, zodra hij wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf. De verdediging meent dat kan worden volstaan met een geheel voorwaardelijke straf

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in bezit hebben, het verspreiden en het zich toegang verschaffen tot kinderporno. Kinderporno is bijzonder ongewenst, met name omdat bij de vervaardiging ervan kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. Verdachte moet mede verantwoordelijk worden gehouden voor genoemd seksueel misbruik van kinderen, omdat hij, door kinderporno te verzamelen en te verspreiden, heeft bijgedragen aan de instandhouding van de vraag ernaar. Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is het noodzakelijk om niet alleen degenen strafrechtelijk aan te pakken die kinderporno vervaardigen, maar zeker ook degenen die kinderporno verzamelen en verspreiden.

Bij de bepaling van de strafmaat heeft de rechtbank ook acht geslagen op het aantal foto’s/afbeeldingen die verdachte in zijn bezit heeft gehad, het feit dat verdachte ook foto’s/afbeeldingen heeft verspreid en de omstandigheid dat in een periode van 15 maanden driemaal een computer van verdachte in beslag is genomen waarmee verdachte zich bezit danwel toegang heeft verschaft tot kinderporno.

De officier van justitie stelt terecht dat in de LOVS-oriëntatiepunten op het verspreiden van kinderporno een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van één jaar als uitgangspunt wordt genoemd.

Bij verdachte spelen naar het oordeel van de rechtbank echter factoren een rol die aanleiding geven om de aan verdachte op te leggen straf te matigen. Zo heeft het verspreiden van afbeeldingen door verdachte slechts op beperkte schaal plaatsgevonden en is verdachte, zo blijkt uit zijn strafblad, niet eerder voor soortgelijke feiten met politie en justitie in aanraking geweest. Daar komt nog bij dat verdachte inmiddels heeft ingezien dat hij een probleem heeft en hij op eigen initiatief is gestart met deelname aan een gespreksgroep voor zedendelinquenten.

Bij dit alles komt nog dat verdachte door zijn werkgever is geschorst en dat hij bij een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf zijn baan kan verliezen.

Alles afwegend komt de rechtbank tot het oordeel dat aan verdachte in dit specifieke geval geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf moet worden opgelegd. Wel zal de rechtbank aan verdachte een werkstraf opleggen van 240 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals die door de reclassering worden geadviseerd. Met het opleggen aan verdachte van die voorwaardelijke straf hoopt de rechtbank verdachte ervan te weerhouden om opnieuw soortgelijke feiten te

plegen. Het opleggen van alleen een voorwaardelijke straf, zoals dat door de verdediging is verzocht, staat naar het oordeel van de rechtbank in geen verhouding tot de ernst van de feiten.

Ook is het naar het oordeel van de rechtbank niet nodig om een proeftijd van 3 jaren op te leggen en kan worden volstaan met een tweejarige proeftijd. Enerzijds omdat de rechtbank ter zitting de indruk heeft gekregen dat verdachte doordrongen is van het kwalijke van zijn handelen en dat dat ook de reden voor hem is geweest om deel te nemen aan de gespreksgroep voor zedendelinquenten en anderzijds ook omdat de Reclassering omtrent de noodzaak van zo’n lange proeftijd in haar advies niets heeft gerapporteerd.

7 Het beslag

7.1 De verbeurdverklaring

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring.

Gebleken is dat die voorwerpen aan verdachte toebehoren en de feiten zijn begaan met behulp van die voorwerpen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 27, 33, 33a, 57 en 240b van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: Een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, verspreiden en in bezit hebben, meermalen gepleegd;

feit 2: Door middel van een geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst zich toegang verschaffen tot een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 240 uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen;

- bepaalt dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de uitvoering van de werkstraf naar rato van twee uur per dag;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat de voorwaardelijke straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland;

* dat verdachte de deelname aan de gespreksgroep voor zedendelinquenten door GGZ WNB te Bergen op Zoom voort zal zetten zolang de Reclassering dit nodig acht;

* dat verdachte zich binnen drie dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis zal melden bij deze reclasseringsinstelling;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

Beslag

- verklaart verbeurd de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

* een computer , kleur wit, 1A200321032489,

* een computer kleur beige, Siya,

* een computer kleur beige, merkloos;

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op;

Dit vonnis is gewezen door mr. Bakx, voorzitter, mr. Van Gessel en mr. Van Roij, rechters, in tegenwoordigheid van Nouws, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 16 december 2011.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2009

tot en met 26 april 2010 te Bergen op Zoom, in elk geval in Nederland,

(telkens) een (groot) aantal (in totaal ongeveer 36) afbeeldingen/foto's en/of

(een) gegevensdrager(s), te weten (een) computer(s), bevattende een (groot)

aantal afbeeldingen/foto's, heeft verspreid en/of in bezit heeft gehad,

terwijl op voornoemde afbeeldingen/foto's (een) seksuele gedraging(en)

zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon, die kennelijk de leeftijd

van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was

betrokken, welke voornoemde afbeeldingen/foto's telkens betreffen:

* (een) afbeelding(en) waarop een volwassen man zijn penis en/of tong en/of

(een) vinger(s) en/of een voorwerp oraal en/of vaginaal en/of anaal inbrengt

en/of ingebracht houdt bij een persoon (jongen en/of meisje), kennelijk jonger

dan achttien jaar, en/of

* (een) afbeelding(en) waarop een volwassen man de/het geslachtsde(e)l(en) van

die persoon, kennelijk jonger dan achttien jaar, betast en/of in de mond neemt

en/of likt en/of zijn eigen penis door die persoon, kennelijk jonger dan

achttien jaar, laat betasten en/of likken en/of

* (een) afbeelding(en) waarop een of meer perso(o)nen, kennelijk jonger dan

achttien jaar, een of meer van voornoemde handelingen bij elkaar en/of

zichzelf verricht(en) en/of

* (een) afbeelding(en) waarop een of meer perso(o)n(en), kennelijk jonger dan

achttien jaar, geheel of gedeeltelijk ontkleed (een) pose(s) aanneemt/aannemen

gericht op sexuele prikkeling en/of waarbij de/het geslachtsde(e)l(en) en/of

de anus van die perso(o)n(en) nadrukkelijk in beeld is/zijn gebracht en/of

* (een) afbeelding(en) van (een) detailopname(s) van een of meer van

voornoemde handeling(en) en/of pose(s),

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 240b lid 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 27 april 2010

tot en met 24 januari 2011 te Bergen op Zoom, in elk geval in Nederland,

(telkens) een (groot) aantal (in totaal ongeveer 517) afbeeldingen/foto's

en/of (een) gegevensdrager(s), te weten (een) computer(s), bevattende een

(groot) aantal afbeeldingen/foto's, in bezit heeft gehad en/of heeft verworven

en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft door middel van een

geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst,

terwijl op voornoemde afbeeldingen/foto's (een) seksuele gedraging(en)

zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon, die kennelijk de leeftijd

van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was

betrokken, welke voornoemde afbeeldingen/foto's telkens betreffen:

* (een) afbeelding(en) waarop een volwassen man zijn penis en/of tong en/of

(een) vinger(s) en/of een voorwerp oraal en/of vaginaal en/of anaal inbrengt

en/of ingebracht houdt bij een persoon (jongen en/of meisje), kennelijk jonger

dan achttien jaar, en/of

* (een) afbeelding(en) waarop een volwassen man de/het geslachtsde(e)l(en) van

die persoon, kennelijk jonger dan achttien jaar, betast en/of in de mond neemt

en/of likt en/of zijn eigen penis door die persoon, kennelijk jonger dan

achttien jaar, laat betasten en/of likken en/of

* (een) afbeelding(en) waarop een of meer perso(o)nen, kennelijk jonger dan

achttien jaar, een of meer van voornoemde handelingen bij elkaar en/of

zichzelf verricht(en) en/of

* (een) afbeelding(en) waarop een of meer perso(o)n(en), kennelijk jonger dan

achttien jaar, geheel of gedeeltelijk ontkleed (een) pose(s) aanneemt/aannemen

gericht op sexuele prikkeling en/of waarbij de/het geslachtsde(e)l(en) en/of

de anus van die perso(o)n(en) nadrukkelijk in beeld is/zijn gebracht en/of

* (een) afbeelding(en) van (een) detailopname(s) van een of meer van

voornoemde handeling(en) en/of pose(s),

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

MEDEDELING:

De officier van justitie deelt mede dat de hierboven omschreven afbeeldingen

ter voorkoming van strafbare feiten en verdere verspreiding van bovengenoemd

materiaal, niet in het dossier zijn gevoegd en ook niet in afschrift zullen

worden verstrekt. De officier van justitie zal voorbeelden van genoemde

afbeeldingen op de terechtzitting aanwezig hebben en desgewenst aan de

rechtbank overleggen. Voorafgaand aan de terechtzitting kan inzage in genoemd

materiaal verleend worden op afspraak met de officier van justitie.

art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 240b lid 2 Wetboek van Strafrecht