Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2011:BU7829

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
13-12-2011
Datum publicatie
14-12-2011
Zaaknummer
11/5470
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

De gedragingen van deze ambtenaar met betrekking tot het computergebruik, de geldterugactie en de aanschaf van foto-apparatuur moeten aangemerkt worden als een ernstige integriteitsschending. Deze gedragingen heeft verweerder terecht als ernstig plichtsverzuim kunnen kwalificeren. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan het strafontslag naar verwachting dan ook in stand blijven.

Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 11/5470 AW VV

AWB 11/5471 AW VV

AWB 11/5472 AW VV

uitspraak van de voorzieningenrechter van 13 december 2011 in de zaken tussen

[verzoeker], te Werkendam, verzoeker,

gemachtigde: mr. J.R. van Manen

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Werkendam, verweerder,

Procesverloop

Bij besluit van 24 december 2010 (primair besluit I) heeft verweerder verzoeker geschorst per 1 januari 2011 tot uiterlijk 31 maart 2011.

Bij besluit van 7 april 2011 (bestreden besluit I) heeft verweerder de bezwaren tegen primair besluit I ongegrond verklaard.

Bij besluit van 30 maart 2011 (primair besluit II) heeft verweerder de schorsing verlengd voor onbepaalde tijd.

Bij besluit van 30 augustus 2011(bestreden besluit II) heeft verweerder de bezwaren tegen primair besluit II ongegrond verklaard.

Verzoeker heeft beroep aangetekend tegen de bestreden besluiten I en II. Deze beroepen zijn bij de rechtbank bekend onder nummers 11/2518 AW respectievelijk 11/5244 AW.

Bij besluit van 27 september 2011 (bestreden besluit III) heeft verweerder aan verzoeker de disciplinaire straf van ontslag opgelegd wegens ernstig plichtsverzuim. Subsidiair wordt ontslag verleend op grond van ongeschiktheid anders dan op grond van ziekten of gebreken. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.

Op 25 oktober 2011 heeft verzoeker gevraagd een voorlopige voorziening te treffen inzake het bestreden besluit III. Tevens heeft verzoeker verzocht een voorlopige voorziening te treffen inzake de bestreden besluiten I en II.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 november 2011.

Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde.

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [woordvoerder verweerder], [woordvoerder verweerder] en [woordvoerder verweerder].

Ter zitting is als getuige gehoord [zoon verzoeker].

Overwegingen

1. Verzoeker is met ingang van 1 september 2002 aangesteld als wijkcoördinator in de gemeente Werkendam en sedert 1 september 2004 heeft hij een vaste aanstelling.

Naast zijn werkzaamheden bij verweerder had verzoeker ook nog een eigen autobedrijf.

Op 17 november 2009 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen verzoeker, zijn leidinggevende [naam leidinggevende] en de gemeentesecretaris [naam gemeentesecretaris]. Volgens het verslag van dit gesprek d.d. 26 november 2009 is verzoeker erop gewezen dat hij op een aantal punten niet voldeed aan de gestelde eisen, in die zin dat hij zich volgens verweerder niet gedroeg zoals van een ambtenaar wordt verwacht en dat hij leiding moet accepteren. Ook is daarbij aangegeven dat het gesprek moet worden gezien als een ernstige waarschuwing en dat als verzoeker zich niet houdt aan de kaders dit ernstige gevolgen kan hebben.

Op 20 januari 2010 heeft verweerder een disciplinair onderzoek gestart. In het kader van dit onderzoek is opdracht gegeven aan [naam bedrijfsrecherche] om nader onderzoek te doen.

Op 11 mei 2010 heeft verzoeker zijn laptop moeten inleveren. Diezelfde avond was hij met zijn zoon in het gemeentehuis en is met verzoekers nieuwe laptop (ook van de gemeente) de server van de gemeente benaderd.

Bij besluit van 18 mei 2010 is aan verzoeker de toegang tot het gemeentehuis ontzegd. Bij besluit van 6 oktober 2010 heeft verweerder het bezwaar van verzoeker hiertegen ongegrond verklaard. Daarbij is aangegeven dat de ontzegging tot uiterlijk 31 december 2010 zal duren.

Het eerste onderzoek van [naam bedrijfsrecherche] is op 13 juli 2010 afgerond. Na een aantal feitelijke correcties is op 19 augustus 2010 een herziene versie uitgebracht. Op 28 september 2010 heeft een verantwoordingsgesprek plaatsgevonden.

Vervolgens is er nog een aanvullend onderzoek gestart.

Verzoeker is met ingang van 1 januari 2011 geschorst.

Het aanvullend onderzoek van [naam bedrijfsrecherche] is afgerond op 11 mei 2011.

Op 22 juni 2011 heeft een tweede verantwoordingsgesprek plaatsgevonden.

Bij brief van 30 augustus 2011 heeft verweerder zijn voornemen tot het geven van strafontslag bekend gemaakt aan verzoeker. Nadat verzoeker zijn zienswijze naar voren heeft gebracht heeft verweerder bij besluit van 27 september 2011 de disciplinaire straf van ontslag opgelegd. Subsidiair is ontslag verleend op grond van ongeschiktheid anders dan op grond van ziekten of gebreken.

Verweerder heeft aan het strafontslag - kort samengevat - de volgende gedragingen ten grondslag gelegd, die volgens verweerder ernstig plichtsverzuim opleveren:

- Computergebruik

- Aanschaf en gebruik gemeentecamera

- Congresbezoek op 26 en 27 november 2008

- Evaluatie wijkavonden

- Samenstelling en gebruik budget

- Aanzetten van collega’s tot het afleggen van verklaringen

- Vermenging privézaken en gemeentezaken

- Benaderen collegeleden

- Naar buiten brengen van gedeelten van het [naam bedrijfsrecherche]-rapport.

2. Verzoeker heeft naar voren gebracht dat de gebeurtenissen rond de unitdag van 1 juni 2009 aanleiding zijn geweest om hem ‘aan te pakken’. Verzoeker heeft aangegeven altijd integer gehandeld te hebben. Omdat hij niets hoorde van het college heeft hij individuele collegeleden benaderd. Vanwege de beschuldiging van malversaties heeft verzoeker in de administratie gecontroleerd of de door hem ingediende facturen ondertekend waren. Verzoeker heeft slechts geprobeerd zich te verweren. Hij is van mening dat uitsluitend uitgegaan dient te worden van de beschuldigingen welke zijn opgenomen in de brief van 20 januari 2010.

Uit het onderzoek van [naam bedrijfsrecherche] dat in juli/augustus 2010 is afgerond blijkt niet dat verzoeker zich schuldig heeft gemaakt aan fraude met facturen. Verder stelt verzoeker dat hij toestemming had om naar het congres te gaan. De overnachtingen maken deel uit van het arrangement. Ook heeft hij de facturen op dezelfde manier geboekt als het voorgaande jaar. [medewerkster (1) gemeente] heeft dit indertijd geaccordeerd.

Met betrekking tot het computergebruik heeft verzoeker aangevoerd dat zijn zoon getracht heeft de nieuwe laptop gebruiksklaar te maken nu de laptop van verzoeker was ingenomen. Uit het onderzoek van [naam bedrijfsrecherche] is niet gebleken dat verzoeker vertrouwelijke informatie heeft benaderd. Het aanwezigheidssysteem Nova Time is voor iedereen toegankelijk, zodat hierbij geen onrechtmatigheid heeft plaatsgevonden. Verzoeker heeft ontkend dat hij tussen 27 januari 2010 en 11 mei 2010 onbevoegd heeft ingelogd. Verder heeft hij betwist bestanden gewist te hebben. Hij heeft onder toezicht van [medewerkster (2) gemeente] ongeveer 140 privé-bestanden overgebracht naar een USB-stick.

Met betrekking tot de fotocamera heeft verzoeker gesteld dat de nota op verzoek van [medewerkster (1) gemeente] zo is opgesteld. De nota van 22 april 2009 is door hem uit eigen middelen voldaan. Verzoeker geeft verder aan dat hij een bedrag van € 50,- heeft verrekend met eerder door hem uitgegeven bedragen voor onder andere paraplu’s. Hij heeft hiervoor nimmer een declaratie ingediend. Inzake 18 november 2011 heeft verzoeker aangegeven dat hij met de bodes had afgesproken, in verband met zijn vakantie, dat zij de camera bij hem thuis zouden halen. De (vijf) privé-foto’s zijn gemaakt kort voordat hij foto’s voor het werk had gemaakt. Inzake de evaluatie wijkavonden heeft verzoeker opgemerkt dat hij altijd gemeend heeft correct te hebben gehandeld. Ook inzake het budget had verzoeker geen redenen te twijfelen of hij afweek van de procedures.

Met betrekking tot de vermenging van privézaken met gemeentezaken heeft verzoeker opgemerkt dat hij hiervoor toestemming had van de afdeling financiën. Ter onderbouwing heeft hij verwezen naar een verklaring van [medewerker (3) gemeente]. Ook uit het [naam bedrijfsrecherche]rapport blijkt niet dat verzoekers handelswijze niet correct is. Het protocol internet verbiedt het emailgebruik zoals verzoeker dat heeft gedaan niet.

3. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat bij het nemen van een beslissing op een verzoek om voorlopige voorziening een voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van het bestreden besluit een belangrijke rol speelt. Verder dient deze beslissing het resultaat te zijn van een belangenafweging, waarbij moet worden bezien of uitvoering van het bestreden besluit voor verzoeker een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering van dat besluit te dienen belang.

Voor zover de beoordeling van dit verzoek meebrengt dat het geschil in de bodemprocedure wordt beoordeeld, heeft het oordeel van de voorzieningenrechter een voorlopig karakter en is dat niet bindend voor de beslissing in die procedure.

4. Op verzoekers aanstelling zijn de bepalingen van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling / Uitwerkingsovereenkomst (CAR-UWO) van toepassing.

In artikel 16:1:1, eerste lid, van de CAR/UWO is bepaald dat de ambtenaar die de hem opgelegde verplichtingen niet nakomt of zich overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt dan wel bij herhaling aanleiding geeft tot toepassing te zijnen aanzien van maatregelen van inhouding, beslag of korting, als bedoeld in de tweede titel van de Ambtenarenwet, deswege disciplinair kan worden gestraft.

In het tweede lid is bepaald dat plichtsverzuim zowel omvat het overtreden van enig voorschrift als het doen of nalaten van iets dat een goed ambtenaar in gelijke omstandigheden behoort na te laten of te doen.

Ingevolge artikel 8:13 van de CAR/UWO kan als disciplinaire straf aan de ambtenaar ongevraagd ontslag worden verleend.

5. De gemachtigde van verzoeker heeft ter zitting gesteld dat het hele ontslagbesluit vernietigd moet worden, omdat in het besluit bij de subsidiaire grond niet vermeld staat dat het ontslag eervol is. De voorzieningenrechter volgt verzoeker niet in deze stelling. Het enkele gegeven dat in de subsidiaire ontslaggrond niet het woord ‘eervol’ is opgenomen, betekent niet dat de primaire grondslag van het besluit voor onjuist moet worden gehouden. De verwijzing van verzoeker naar een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 10 juni 2004 (TAR 2004,12) maakt dit niet anders. Nu die uitspraak niet over een strafontslag of ongeschiktheidsontslag gaat, gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat verzoeker bedoeld heeft te verwijzen naar een uitspraak van 30 oktober 2003 (TAR 2004, 164). In die uitspraak ging het niet om een primair en subsidiair standpunt dat was ingenomen, zodat deze niet van overeenkomstige toepassing is op bestreden besluit III.

Overigens wijst de voorzieningenrechter erop dat verweerder dit gebrek in de beslissing op bezwaar kan herstellen.

6. De voorzieningenrechter stelt voorop dat volgens vaste rechtspraak van de CRvB in het ambtenarenrecht niet de strikte bewijsregels gelden die in het strafrecht van toepassing zijn. Voor de constatering van plichtsverzuim dat tot disciplinaire straffen aanleiding kan geven, is het echter wel noodzakelijk dat op basis van de beschikbare deugdelijk vastgestelde gegevens de overtuiging is verkregen dat de betrokken ambtenaar zich aan de hem verweten gedraging schuldig heeft gemaakt (uitspraak van 14 december 2006, LJN AZ5283).

7. Anders dan verzoeker heeft gesteld is de voorzieningenrechter van oordeel dat verweerder bij zijn beoordeling of strafontslag gerechtvaardigd is, zich niet hoeft te beperken tot de beschuldigingen die zijn opgenomen in de brief van 20 januari 2010. Hoewel deze beschuldigingen wel de aanleiding voor het ingestelde onderzoek zijn geweest, betekent dit niet dat als er tijdens het onderzoek andere zaken naar voren komen deze niet meegenomen zouden mogen worden. Bij de beoordeling van het verzoek om een voorlopige voorziening zal de voorzieningenrechter dan ook alle gemaakte verwijten betrekken.

Daarbij merkt de voorzieningenrechter op dat hij niet alle verwijten apart zal bespreken, maar zal volstaan met een bespreking van de meest relevante.

8. Computergebruik

Inzake het computergebruik heeft verweerder - kort samengevat gesteld dat verzoeker tegen de afspraken in bestanden heeft gewist van zijn laptop en dat verzoeker diverse malen onbevoegd heeft ingelogd op de gemeenteservers.

8.1 Wissen bestanden

Uit het aanvullend rapport van [naam bedrijfsrecherche] blijkt dat er in ieder geval 140 bestanden zijn gewist van de laptop van verzoeker en dat dit de bestanden zijn die verzoeker naar de USB-stick heeft gekopieerd. De stelling van verzoeker ter zitting dat hij alleen maar zaken naar de USB-stick heeft overgebracht en dat deze misschien gewist zijn omdat hij de bestanden heeft geknipt in plaats van gekopieerd komt de voorzieningenrechter niet geloofwaardig voor. Uit het onderzoek blijkt immers dat de MFT-entry is aangepast en dit vindt, volgens het rapport, alleen plaats als er bestanden uit de Windows prullenbak worden verwijderd. Hiervoor is dus een actieve handeling nodig en het volstaat niet dat er bestanden worden geknipt. De voorzieningenrechter neemt dan ook als vaststaand aan dat verzoeker meer bestanden heeft gewist dan alleen de bestanden met de verklaringen van diverse collega’s.

Partijen verschillen verder van mening of verzoeker deze bestanden met toestemming van verweerder heeft gewist.

Gelet op de aard van het onderzoek dat was gestart komt het de voorzieningenrechter niet aannemelijk voor dat verweerder expliciet toestemming heeft gegeven om (onbeperkt) bestanden te wissen. Daar staat tegenover dat het wissen van bestanden is gebeurd onder toezicht van een medewerker van verweerder, [medewerkster (2) gemeente]. Ter zitting is namens verweerder aangegeven dat niet bij [medewerkster (2) gemeente] is nagegaan welke bestanden zijn verwijderd en hoe dit wissen in zijn werk is gegaan. Nu [medewerkster (2) gemeente] toezicht moest houden op het wissen van bestanden lijkt het de voorzieningenrechter niet uitgesloten dat de bestanden met medeweten van [medewerkster (2) gemeente] gewist zijn. Verweerder had dan ook navraag moeten doen bij [medewerkster (2) gemeente]. Nu verweerder dit heeft nagelaten, kan het enkele feit dat er bestanden zijn gewist vooralsnog niet worden aangemerkt als plichtsverzuim.

8.2 Onbevoegd inloggen

Met betrekking tot het onbevoegd inloggen overweegt de voorzieningenrechter het volgende. Uit het aanvullende rapport van [naam bedrijfsrecherche] blijkt dat vanaf de oude laptop diverse malen remote-desktop sessies (rdp-sessies) hebben plaatsgevonden met gemeentelijke servers waartoe verzoeker niet bevoegd was.

Verder is gebleken dat zich in de oude laptop schermafdrukken bevinden van Novatime, die gemaakt lijken te zijn met behulp van de administrator account. Ter zitting is namens verweerder gesteld dat de schermafdrukken van Novatime gemaakt moeten zijn met behulp van de administrator account omdat deze een andere kleur hebben.

Ook is de onderzoekers van [naam bedrijfsrecherche] gebleken dat er diverse malen korte tijd voor- of nadat verzoeker met zijn eigen account was afgemeld, ingelogd werd met de administrator account. Ook op 11 mei 2010 in de avond is er ingelogd met deze account. De voorzieningenrechter heeft geen aanleiding om te twijfelen aan de bevindingen van [naam bedrijfsrecherche].

De systeembeheerders hebben verklaard dat zij op 11 mei 2010 na 18.00 uur niet hebben ingelogd. Verder hebben zij verklaard dat normaal gesproken niet ingelogd wordt met behulp van de administrator account. Tevens heeft de zoon van verzoeker ter zitting verklaard dat hij soms de administrator account nodig had om dingen te kunnen testen.

Gelet op al deze verklaringen heeft de voorzieningenrechter de overtuiging gekregen dat er zowel op 11 mei 2010 's avonds via de nieuwe laptop van verzoeker als eerder diverse malen via zijn oude laptop is ingelogd met de administrator account. Niet ter discussie staat dat verzoeker niet gerechtigd was om deze account, die wordt gebruikt door systeembeheerders, te gebruiken.

Verzoeker ontkent dat hij zelf heeft ingelogd met deze account. Hij heeft wel verklaard dat zijn zoon hem behulpzaam is geweest met zijn laptop. Vast staat dat de zoon van verzoeker het wachtwoord van de administrator account kent, dat hij eerder had verkregen tijdens zijn dienstverband met verweerder. Het moge duidelijk zijn dat na uitdiensttreding geen gebruik meer mag worden gemaakt van dit wachtwoord, simpelweg omdat dit wachtwoord alleen verstrekt was ten behoeve van werkzaamheden voor verweerder. Nu de zoon niet meer werkzaam was voor verweerder had hij de administrator account, zonder expliciete toestemming van verweerder, niet meer mogen gebruiken. Uit de dossierstukken is de voorzieningenrechter niet gebleken dat de zoon expliciete toestemming daarvoor van verweerder heeft gekregen. Ter zitting heeft de zoon verklaard dat hij niet wist of ICT ervan op de hoogte was dat hij het wachtwoord nog gebruikte. Het staat voor de voorzieningenrechter dan ook vast dat verweerder geen toestemming heeft gegeven om de administrator account te gebruiken. Voor zover de zoon met medeweten van ICT zijn vader ook na de uitdiensttreding nog behulpzaam was met zijn computer, had dit uitsluitend mogen gebeuren met de account van verzoeker.

De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat alleen verzoeker en zijn zoon gebruik hebben gemaakt van de laptop van verzoeker. Op basis van het dossier en de verklaringen ter zitting valt echter niet vast te stellen wie heeft ingelogd met de administrator account: verzoeker, zijn zoon of beiden. Voor zover verzoeker zelf zou hebben ingelogd via deze account, is duidelijk dat dat niet geoorloofd was. Voor zover het alleen de zoon van verzoeker is geweest die heeft ingelogd met de administrator account, acht de voorzieningenrechter het niet geloofwaardig dat hij dit geheel op eigen initiatief heeft gedaan. Dit geldt temeer nu verzoeker heeft erkend dat zijn zoon op zijn verzoek afdrukken uit Novatime heeft gemaakt. Uit het verantwoordingsgesprek van 28 september 2010 blijkt dat verzoeker wist dat zijn zoon het wachtwoord van de administrator account nog had en dat hij vond dat zijn zoon daar ook gebruik van mocht maken. Verzoeker is verantwoordelijk voor het gebruik van zijn laptop, ook als dat op zijn verzoek of met zijn instemming door zijn zoon gebeurt. Dit geldt zeker voor 11 mei 2010, nu vast staat dat verzoeker toen zijn zoon heeft verzocht naar het gemeentehuis te komen en gevraagd heeft bestanden op zijn laptop te zetten. Verzoeker had zich er in ieder geval van moeten vergewissen op welke wijze zijn zoon toegang tot de bestanden zocht. Dit klemt te meer nu verzoeker wist dat hij voorwerp van onderzoek was.

Verder is uit het aanvullend onderzoek van [naam bedrijfsrecherche] gebleken dat er op de nieuwe laptop van verzoeker verwijzingen zijn aangetroffen naar mappen en netwerklocaties waar verzoeker geen toegang toe heeft. De voorzieningenrechter acht het dan ook aannemelijk dat verzoeker en/of zijn zoon vertrouwelijke informatie, of in ieder geval informatie die niet voor hem bedoeld was, heeft gezocht dan wel heeft ingezien.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder verzoeker terecht verantwoordelijk geacht voor het onbevoegd computergebruik en heeft verweerder dit terecht aangemerkt als plichtsverzuim.

9. Fotocamera

Met betrekking tot de gemeentecamera heeft verweerder een aantal incidenten ten grondslag gelegd aan het besluit. De voorzieningenrechter zal hier volstaan met de bespreking van de geldterugactie en de aanschaf van fotoapparatuur.

9.1. Geldterugactie

Met betrekking tot de geldterugactie van de gemeentelijke camera staat vast dat verzoeker het bedrag van € 50,- op zijn eigen rekening heeft laten overmaken. Verzoeker heeft gesteld dat hij dit bedrag heeft verrekend met nog openstaande bedragen die verweerder aan hem verschuldigd was. De voorzieningenrechter stelt echter vast dat uit de gedingstukken niet blijkt dat verzoeker nog iets van verweerder te vorderen had. Indien en voor zover dit wel zo zou zijn geweest, dan had het op de weg van verzoeker gelegen om daarvoor toestemming te vragen aan zijn leidinggevende. Verzoeker heeft ter zitting gesteld hierover overleg te hebben gehad met de administratie. Los van het gegeven dat dit overleg niet vast is komen te staan, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het niet volstaat om hierover overleg met de administratie te hebben.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is op dit punt dan ook sprake van plichtsverzuim.

9.2. Aanschaf fotoapparatuur

Niet in geschil is dat verzoeker een factuur voor fotoapparatuur op 2008 heeft laten zetten, terwijl de levering pas in 2009 heeft plaatsgevonden. Voor de voorzieningenrechter staat vast dat verzoeker dit heeft gedaan zonder toestemming van zijn leidinggevende. Weliswaar heeft verzoeker in de beroepsprocedure gesteld dat hij wel toestemming had, maar hij heeft in het verantwoordingsgesprek van 28 september 2010 aangegeven dat hij nooit met [medewerkster (1) gemeente] besproken heeft dat zij voor een tegoedbon tekende en niet voor een product dat werd afgeleverd. Verzoeker heeft dit verslag van correcties voorzien maar heeft deze zin ongewijzigd laten staan, zodat het ervoor gehouden moet worden dat verzoeker over de levering en facturering niet expliciet heeft overlegd met [medewerkster (1) gemeente]. Overigens heeft [medewerkster (1) gemeente] ook ontkend dat dit met haar besproken zou zijn.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder deze wijze van handelen terecht aangemerkt als plichtsverzuim.

10. Lekken rapport

Inzake het lekken van het rapport van [naam bedrijfsrecherche] stelt de voorzieningenrechter vast dat in de mail van 9 september 2011 citaten uit dit rapport voorkomen. Het staat dan ook vast dat iemand gegevens uit dit (op dat moment nog vertrouwelijke) rapport aan derden heeft verstrekt.

De gemachtigde van verzoeker heeft uitdrukkelijk ontkend gelekt te hebben. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding hieraan te twijfelen. Verzoeker heeft tijdens de zitting gezegd dat hij aantekeningen heeft gemaakt van het rapport, maar hij heeft in het midden gelaten of de citaten uit het rapport via hem zijn verstrekt.

Nu alleen verweerder, de gemachtigde van verzoeker en verzoeker zelf op de hoogte waren van het rapport van [naam bedrijfsrecherche] acht de voorzieningenrechter het zeer aannemelijk dat verzoeker stukken uit het rapport naar buiten heeft gebracht, met name nu hij ter zitting nadrukkelijk heeft aangegeven dat de aantekeningen die hij heeft gemaakt van hem zijn. De voorzieningenrechter gaat er dan ook van uit dat de citaten in de mail van 9 september 2011 afkomstig zijn van verzoeker

De voorzieningenrechter stelt vast dat verweerder het rapport destijds alleen ter inzage heeft gegeven onder de uitdrukkelijke voorwaarde niets uit het rapport met derden te communiceren. De voorzieningenrechter constateert dan ook dat verzoeker in strijd met de gestelde voorwaarde stukken uit het rapport openbaar heeft gemaakt. Het enkele gegeven dat die voorwaarde eenzijdig is opgelegd maakt dit niet anders. De voorzieningenrechter hecht er nog aan te benadrukken dat verzoeker niet in zijn verdediging is geschaad door deze voorwaarde, nu hij zijn kennis over het rapport wel in de bezwaar- en beroepsprocedures naar voren kan brengen.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is op dit punt sprake van plichtsverzuim.

11. Congres

Verweerder heeft verzoeker nog verweten dat hij geen expliciete toestemming heeft gevraagd om overnachtingen te boeken bij het congres in november 2009 en dat hij zijn leidinggevende niet heeft gemeld dat hij naar dat congres ging.

Vast staat dat verzoeker voor het bijwonen van het congres toestemming had van zijn vorige leidinggevende. Nu onweersproken is gebleven dat verzoeker de vorige jaren naar hetzelfde congres is geweest en er toen ook overnachtingen zijn geboekt, is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoeker niet expliciet had hoeven te vragen of hij ook overnachtingen mocht boeken. Verder had verzoeker met zijn vorige leidinggevende afgesproken dat hij naar het congres kon gaan en had hij de afspraak ook in zijn agenda, die voor derden te raadplegen was, gezet. De voorzieningenrechter kan dan ook niet inzien waarom verzoeker nog expliciet aan zijn nieuwe leidinggevende had moeten melden dat hij naar het congres ging.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is op dit onderdeel dan ook geen sprake van plichtsverzuim en kan dit dus niet aan het strafontslag ten grondslag worden gelegd.

12. Met betrekking tot de overige verwijten merkt de voorzieningenrechter op dat hem niet gebleken is dat er sprake was van kwade wil of opzet aan de kant van verzoeker. Van een aantal zaken kan gezegd worden dat verzoeker niet erg handig heeft gehandeld. Maar naar het oordeel van de voorzieningenrechter zijn deze gedragingen - indien en voor zover zij als plichtsverzuim zouden kunnen worden aangemerkt - niet dermate ernstig dat deze aan een strafontslag ten grondslag kunnen worden gelegd.

13. Concluderend is de voorzieningenrechter van oordeel dat de gedragingen van verzoeker zoals die zijn weergegeven onder 8.2, 9.1, 9.2 en 10 aangemerkt moeten worden als ernstige integriteitsschendingen. Deze gedragingen heeft verweerder terecht als ernstig plichtsverzuim kunnen kwalificeren dat een strafontslag rechtvaardigt. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan het strafontslag naar verwachting dan ook in rechte stand houden. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening inzake bestreden besluit III (het strafontslag) zal dan ook worden afgewezen.

14. Nu het strafontslag naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter stand kan houden, heeft verzoeker geen spoedeisend belang bij zijn verzoeken een voorlopige voorziening te treffen inzake de bestreden schorsingsbesluiten I en II. Deze verzoeken zullen ook worden afgewezen.

15. Nu de verzoeken worden afgewezen, bestaat voor een proceskostenveroordeling geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 december 2011.

mr. A.J.M. van Hees, griffier mr. M. Breeman, voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op: 14 december 2011

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.