Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2011:BU7543

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
11-11-2011
Datum publicatie
12-12-2011
Zaaknummer
800558-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte brengt met zwaaiende beweging het slachtoffer met een mes een verwonding toe. Geen bewijs voor poging doodslag. De toegebrachte wond is evenmin als zwaar lichamelijk letsel te kwalificeren. Veroordeling voor poging toebrengen zwaar lichamelijk letsel. Positieve proceshouding verdachte en psychologische rapportage betrokken bij strafmaat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

parketnummer: 800558-11

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 25 november 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [datum en [adres]

wonende te [adres]

thans gedetineerd in het huis van bewaring De Boschpoort te Breda,

raadsman mr. H. van Asselt, advocaat te Roosendaal.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 11 november 2011, waarbij de officier van justitie, mr. K.P.C.M. Gimbrère, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

primair: samen met anderen dan wel alleen heeft geprobeerd om – al dan niet met voorbedachten rade – [slachtoffer] te doden.

subsidiair: samen met anderen dan wel alleen [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht.

meer subsidiair: samen met anderen dan wel alleen heeft geprobeerd [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vordert vrijspraak van het primair tenlastegelegde, aangezien het dossier onvoldoende feiten en omstandigheden bevat waaruit kan worden afgeleid dat door de steekwond de dood zou kunnen zijn ingetreden. Van het subsidiair tenlastegelegde vordert de officier van justitie eveneens vrijspraak, nu het letsel van het slachtoffer geen letsel betreft van blijvende aard of met een hele lange genezingsduur.

De officier van justitie acht wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan. De officier van justitie baseert zich daarbij op de bekennende verklaring van verdachte bij de politie, de verklaringen van de getuigen [getuige 1], [getuige 2], [getuige 3] en [getuige 4] en de medische informatie ten aanzien van het letsel van het slachtoffer. De officier van justitie heeft daarbij gesteld dat zij vasthoudt aan de verklaring die verdachte heeft afgelegd bij de politie dat hij het mesje al in zijn broekzak open heeft geklapt.

Voor het schoppen van het slachtoffer en voor het in vereniging plegen van het feit vordert de officier van justitie vrijspraak, nu op grond van de getuigenverklaringen onvoldoende vaststaat wie er nu precies betrokken zijn geweest bij het schoppen van het slachtoffer.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is met de officier van justitie van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het primair tenlastegelegde, van het handelen in vereniging en het schoppen, zodat van deze onderdelen van de tenlastelegging vrijspraak wordt verzocht.

Ten aanzien van het subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde voert de verdediging – kort samengevat – het volgende aan.

Er zijn veel tegenstrijdigheden in het dossier. Ik denk dat het grote alcoholgebruik een belangrijke rol speelt. De aanleiding moet gevonden worden in het feit dat [slachtoffer] terminaal ziek was en dat de anderen dachten dat hij door [slachtoffer] geslagen was.

De verklaring van verdachte dat hij heeft gezwaaid met het mes en per ongeluk het slachtoffer heeft geraakt, is niet onaannemelijk. Verdachte heeft bij de politie al verklaard dat hij het niet opzettelijk had gedaan. De vraag is of het reëel is om een zwakbegaafde man als verdachte, die ook nog eens 15 flesjes bier gedronken heeft, te houden aan zijn verklaring bij de politie, nu hij ter zitting verklaart dat hij het mes pas open heeft geklapt nadat hij het uit zijn zak had gehaald. De verklaring die verdachte aflegt bij de reclassering is ook net iets anders dan bij de politie. Niemand heeft gezien dat verdachte aangever heeft gestoken. De vader van aangever heeft twee verklaringen afgelegd. In zijn eerste verklaring zegt hij dat hij zag dat verdachte een voorwerp in zijn hand hield en dat hij hoorde dat het een mes was. Hij heeft dus in eerste instantie geen mes gezien. In het tweede verhoor verklaart hij dat hij zag dat verdachte een mes in zijn hand hield en dat hij daarmee zwaaiende bewegingen maakte in de richting van zijn vrouw en zoon. Ik verzoek u dan ook geen acht te slaan op de tweede verklaring.

De moeder van aangever heeft verklaard dat zij heeft gezien dat verdachte een zwaaiende beweging maakt, maar ze heeft niet gezien of hij toen een mes in zijn hand hield.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het primair tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden, nu niet is gebleken dat de wond van het slachtoffer van een zodanige omvang was en op een zodanige plaats is toegebracht dat hierdoor de dood zou kunnen zijn ingetreden.

Evenmin acht de rechtbank het subsidiair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Het letsel van het slachtoffer kan niet als zwaar lichamelijk letsel worden gekwalificeerd gelet op de aard van het letsel en nu uit de geneeskundige verklaring blijkt dat de geschatte genezingsduur van het letsel van het slachtoffer slechts één tot twee weken betrof.

De rechtbank zal daarom verdachte van het primair en subsidiair tenlastegelegde vrijspreken.

Voorts is de rechtbank met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat er zich in het dossier geen bewijs bevindt voor de deelname van verdachte aan het schoppen van het slachtoffer. Derhalve resteert het snijden met het mes. De rechtbank acht dan ook het meer subsidiaire feit wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank baseert haar oordeel op de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter zitting, de aangifte en de geneeskundige verklaring inzake het letsel van het slachtoffer. De vraag of verdachte het zakmes al in zijn broekzak heeft geopend dan wel pas nadat hij het uit zijn broekzak heeft gehaald, acht de rechtbank daarbij niet relevant. Nu verdachte zowel bij de politie als ter zitting heeft bekend met het mes een zwaaiende beweging van links naar rechts in de richting van het slachtoffer te hebben gemaakt, staat het voorwaardelijk opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel naar het oordeel van de rechtbank vast. Verdachte heeft immers bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat het slachtoffer door het zwaaien met het mes geraakt zou worden en dat daardoor zwaar lichamelijk letsel zou kunnen ontstaan. Dat het slechts bij een poging is gebleven en het slachtoffer geen zwaardere verwondingen heeft opgelopen, hangt meer van het toeval af dan van het handelen van verdachte.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 22 mei 2011 te Sprundel, gemeente Rucphen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet eenmaal met een mes, een zwaaiende bewegingen in de richting van het lichaam van die [slachtoffer] heeft gemaakt en

die [slachtoffer] met een mes, in zijn zij, heeft gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

De rechtbank heeft het woord “een” ingevoegd voor het woord “zwaaiende”. De rechtbank is van oordeel dat de verdachte door deze wijziging redelijkerwijs niet in zijn belang is geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen 9 maanden gevangenisstraf waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, met de bijzondere voorwaarden dat verdachte de aanwijzingen van de reclassering moet opvolgen, dat verdachte een agressieregulatietraining moet volgen en zich moet laten behandelen bij de zorgafdeling van Novadic-Kentron.

De officier van justitie heeft daarbij rekening gehouden met de conclusie van de psycholoog [naam deskundige] dat verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar is en de inschatting van de reclassering van het recidiverisico als erg hoog als verdachte niet behandeld wordt.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging kan zich vinden in de eis van de officier van justitie.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft, in een impulsieve handeling, het zakmes dat hij altijd in zijn broekzak draagt tevoorschijn gehaald en met het geopende mes een zwaaiende beweging van links naar rechts gemaakt in de richting van het slachtoffer, die dichtbij hem stond. Verdachte heeft daardoor met het mes aan het slachtoffer een wond in zijn zij toegebracht. De wond moest worden gehecht en gedurende een week moest het slachtoffer deze dagelijks laten spoelen. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij een mes heeft getrokken en daarmee is gaan zwaaien, terwijl hij de kans op de koop toe nam dat hij iemand ernstig zou verwonden. Daarbij komt dat verdachte kennelijk zoveel bier had gedronken dat hij in eerste instantie niet eens heeft gemerkt dat hij iemand met zijn mes had geraakt.

Ook weegt de rechtbank in haar oordeel mee dat verdachte een eerder geweldsmisdrijf op zijn strafblad heeft staan.

Gezien verdachtes proceshouding waarin hij openheid van zaken heeft gegeven, heeft de rechtbank de indruk dat er bij verdachte sprake is van oprecht berouw. De rechtbank vindt het positief dat verdachte een brief heeft geschreven naar het slachtoffer, waarin hij zijn excuses heeft aangeboden en dat verdachte deze excuses ter zitting nogmaals heeft uitgesproken naar het slachtoffer.

Daarnaast betrekt de rechtbank in haar overwegingen de conclusies van de reclassering en de rapportage Pro Justitia. De rechtbank is het eens met deze conclusies en neemt deze over.

De reclassering adviseert in haar rapport d.d. 13 september 2011 een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarden het meldingsgebod, deelname aan de gedragsinterventie Alcohol en Geweld en behandelverplichting binnen de zorgafdeling Novadic-Kentron. De reclassering concludeert dat verdachte een impulsieve persoonlijkheid heeft. De risicofactoren zijn vooral gerelateerd aan het gebruik van alcohol en zijn beperkte probleemhantering. Het algemene recidiverisico wordt ingeschat als hoog gemiddeld. Op korte termijn is deze kans laag gemiddeld, gelet op de indruk die de huidige strafzaak op verdachte heeft gemaakt. Wanneer verdachte echter geen behandeling krijgt, neemt de kans op recidive toe.

De psycholoog De [naam deskundige] concludeert in het rapport d.d. 12 september 2011 dat er bij verdachte sprake is van een verminderde toerekeningsvatbaarheid. Verdachte heeft ernstige ontwikkelingsproblemen en functioneert op een zwakbegaafd niveau, zowel cognitief als sociaal-emotioneel en moreel. Er is sprake van een onrijpe, onvolwassen persoonlijkheid met afhankelijke en antisociale trekken, die te verklaren zijn door de totale ontwikkelingsachterstand c.q. de gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Verdachte handelt impulsief. De leerbaarheid van verdachte wordt als laag en de kans op recidive daardoor als hoog ingeschat, met name zonder adequate en voortdurende controle en bijsturing. De factoren alcohol- en drugsmisbruik en de beperkte leefwereld van verdachte versterken en beïnvloeden elkaar. De psycholoog kan zich vinden in de door de reclassering voorgestelde interventies.

Alles afwegend komt de rechtbank tot het oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 275 dagen, onder aftrek van de tijd die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht, recht doet aan de ernst van het feit en de persoon van de verdachte. De rechtbank ziet geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie. Wel ziet de rechtbank aanleiding een deel daarvan, te weten 90 dagen, voorwaardelijk op te leggen. Deze voorwaardelijke straf maakt een verplichte begeleiding door de reclassering en behandeling bij Novadic-Kentron mogelijk.

7 De benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 1.170,55, bestaande uit € 170,55 aan materiële schade en € 1.000,-- aan immateriële schade.

De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezenverklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade. Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt, zodat de vordering zal worden toegewezen.

Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade zal de rechtbank een bedrag toewijzen van € 750,--, nu zij dit bedrag een rechtstreeks gevolg acht van het bewezenverklaarde feit en verdachte voor die schade aansprakelijk acht. Gelet op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde feit heeft plaatsgevonden, acht de rechtbank een bedrag van € 1.000,-- te hoog. Het resterende deel van het gevorderde bedrag aan immateriële schade wordt dan ook afgewezen.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij voor een bedrag van € 920,55 zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

8 Het beslag

8.1 De teruggave aan verdachte

De rechtbank zal de teruggave gelasten van het dolkmes aan verdachte, aangezien dit mes niet vatbaar is voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag is genomen.

8.2 De onttrekking aan het verkeer

Het onder verdachte in beslag genomen zakmes is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, nu gebleken is dat het feit is begaan met behulp van dit zakmes.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 36b, 36c, 36f, 45 en 302 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de primair en subsidiair tenlastegelegde feiten;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

poging tot zware mishandeling;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 275 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de reclassering, ook als dat inhoudt dat verdachte de gedragsinterventie Alcohol en Geweld moet volgen of als verdachte zich moet laten behandelen op de zorgafdeling van Novadic-Kentron;

* dat verdachte zich binnen vijf werkdagen nadat dit vonnis onherroepelijk is geworden en hij in vrijheid is gesteld, zal melden bij deze reclasseringsinstelling;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- gelast de teruggave aan verdachte van het in beslag genomen dolkmes;

- verklaart onttrokken aan het verkeer het in beslag genomen zakmes;

Benadeelde partij

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer], [adres] van € 920,55 waarvan € 170,55 ter zake van materiële schade en € 750,-- ter zake van immateriële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf

22 mei 2011 tot aan de dag der algehele voldoening;

- bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij voor het overige wordt afgewezen;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil; (BP.06)

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer] € 920,55 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 18 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 22 mei 2011 tot aan de dag der algehele voldoening;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd; (BP.04)

Dit vonnis is gewezen door mr. Peeters, voorzitter, mr. Kooijman en mr. Dekker, rechters, in tegenwoordigheid van mr.drs. Riemens, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 25 november 2011.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

hij op of omstreeks 22 mei 2011 te Sprundel, gemeente Rucphen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk (en met voorbedachten rade) [slachtoffer] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet (en na kalm beraad en rustig overleg),

die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal tegen het hoofd en/of het lichaam heeft/hebben geschopt en/of

meermalen, althans eenmaal met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp, zwaaiende en/of stekende bewegingen in de richting van het lichaam van die [slachtoffer] heeft gemaakt en/of

die [slachtoffer] met een mes, althans een scherp en puntig voorwerp in zijn zij, althans het lichaam heeft gestoken en/of gesneden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 22 mei 2011 te Sprundel, gemeente Rucphen, tezamen en in vereniging althans alleen aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een steekverwonding in de zij, althans het lichaam), heeft/hebben toegebracht, door opzettelijk meermalen, althans eenmaal [slachtoffer] voornoemd met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in de zij, althans in het lichaam te steken en/of te snijden;

tweede subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 22 mei 2011 te Sprundel, gemeente Rucphen, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal tegen het hoofd en/of het lichaam heeft/hebben geschopt en/of

meermalen, althans eenmaal met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp, zwaaiende en/of stekende bewegingen in de richting van het lichaam van die [slachtoffer] heeft gemaakt en/of

die [slachtoffer] met een mes, althans een scherp en puntig voorwerp in zijn zij, althans het lichaam heeft gestoken en/of gesneden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;