Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2011:BU5717

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
23-11-2011
Datum publicatie
24-11-2011
Zaaknummer
241748 / KG ZA 11-597
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

CZ wordt bevolen declaraties van Addictioncare, een zorgaanbieder van verslavingszorg op de gebruikelijke wijze te blijven vergoeden. Aanwezig restitutierisico vanwege bijzondere omstandigheden aanvaardbaar.

Wetsverwijzingen
Zorgverzekeringswet
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GJ 2012/13
RZA 2012/40

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK BREDA

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 241748 / KG ZA 11-597

Vonnis in kort geding van 23 november 2011

in de zaak van

de rechtspersoonlijkheid bezittende stichting

STICHTING ADDICTIONCARE,

gevestigd te Veldhoven,

eiseres,

advocaat mr. K. Mous te Nijmegen,

tegen

de rechtspersoonlijkheid bezittende onderlinge waarborg maatschappij

ONDERLINGE WAARBORGMAATSCHAPPIJ CENTRALE ZORGVERZEKERAARS GROEP, ZORGVERZEKERAAR U.A.,

gevestigd te Tilburg,

gedaagde,

advocaat mr. A.J.H.W.M. Versteeg te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Addictioncare en CZ genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties,

- de memorie van toelichting van CZ met producties;

- de mondelinge behandeling,

- de pleitnota van Addictioncare,

- de pleitnota van CZ.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Het geschil

2.1. Addictioncare vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

1. CZ gebiedt om aan Addictioncare dan wel CZ-verzekerden die behandeld worden door Addictioncare 100% (in geval van restitutiepolissen) of 75% (in geval van natura¬polissen) te vergoeden van alle declaraties van Addictioncare voor de behandeling van CZ-verzekerden die gebaseerd zijn op de NZa-tarieven die in de betreffende tariefbeschikking zijn vermeld, op straffe van een dwangsom van EURO 10.000,-- voor iedere dag of gedeelte van een dag dat CZ in gebreke is of zal blijven om aan dit vonnis te voldoen;

2. CZ gebiedt om binnen vijf werkdagen na betekening van dit vonnis aan Addictioncare dan wel CZ-verzekerden die behandeld worden door Addictioncare alle declaraties te betalen die tot dusverre gedeeltelijk onbetaald zijn gelaten, in die zin dat CZ aan Addictioncare dan wel de betreffende CZ-verzekerde het verschil betaalt tussen het bedrag dat zij op deze declaraties al betaald heeft en het bedrag dat gelijk is aan 100% (in geval van restitutiepolissen) of 75 % (in geval van naturapolissen) voor de behandeling van CZ-verzekerden die gebaseerd zijn op de NZa-tarieven die in de betreffende tariefbeschikking zijn vermeld, op straffe van een dwangsom van EURO 10.000,-- voor iedere dag of gedeelte van een dag dat CZ in gebreke zal blijven om aan dit vonnis te voldoen;

3. CZ veroordeelt in de kosten van dit kort geding en voor het geval voldoening niet binnen 14 dagen na dagtekening van dit vonnis plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskostenveroordeling vanaf veertien dagen na dagtekening van het vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening en met veroordeling van CZ in de nakosten van EURO 131,-- dan wel indien betekening plaatsvindt, van EURO 199,-- te vermeerderen met de eventuele verdere executiekosten.

2.2. CZ voert verweer.

2.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3. De feiten

3.1. Op grond van de niet of onvoldoende weersproken stellingen en de overgelegde producties wordt uitgegaan van de navolgende feiten:

a. Addictioncare exploiteert een instelling voor medisch specialistische (verslavings) zorg op basis van een toelating die zij ingevolge de Wet Toelating Zorginstellingen (WTZi) op 24 maart 2010 van de overheid heeft verkregen.

b. Addictioncare biedt een intensief behandeltraject van gemiddeld 45 dagen aan om patiënten van hun verslaving af te helpen. De behandeling zelf vindt plaats in Zuid-Afrika, waarna in Nederland uitsluitend nog een nazorgtraject plaats vindt.

c. Verslavingszorg behoort tot het zogenaamde basispakket, zodat iedereen met een (verplichte) basisverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet recht heeft op vergoeding van verslavingszorg.

d. Addictioncare brengt haar behandelingen in rekening bij de zorgverzekeraars van haar cliënten. Daartoe cederen cliënten in het algemeen hun vordering op de zorgverzekeraar aan Addictioncare en komt het ook voor dat cliënten een verklaring afgeven op basis waarvan zorgverzekeraars bevrijdend kunnen betalen aan Addictioncare.

e. Addictioncare geldt voor CZ-verzekerden als een niet-gecontracteerde zorgaanbieder als bedoeld in artikel 13 van de Zorgverzekeringswet.

f. De Nederlandse Zorgautoriteit heeft bij beschikking met nummer TB/CU-5041-01 van 1 januari 2011 op basis van de beleidsregel DBC-tarifering behandeling en verblijf in de curatieve geestelijke gezondheidszorg, kenmerk BR/CU-5041 maximumtarieven vastgesteld, waaronder:

Voor aan alcohol gebonden stoornissen:

179: Alcohol - vanaf 12.000 tot en met 17.999 minuten EURO 24.942,81

Aan overige middelen gebonden stoornissen:

182: overige aan een middel - vanaf 12.000 tot en met 17.999 minuten EURO 25.458,51.

g. Addictioncare declareert voor haar zorgverlening aan CZ grotendeels op basis van deze productgroepen 179 en 182.Tot voor kort heeft CZ aan Addictioncare gedeclareerde facturen met betrekking tot de beide genoemde productgroepen 100% vergoed in geval van een restitutiepolis, dan wel voor 75% in geval van een naturapolis.

h. In oktober 2011 heeft CZ in enkele gevallen een door Addictioncare gedeclareerde factuur met betrekking tot de productgroepen 179 en/of 182 nog slechts voor 1/5 deel vergoed.

i. Op vragen van Addictioncare over deze wijziging verwees CZ naar een brief die zij op 17 maart 2011 aan Addictioncare heeft gestuurd en waarin is medegedeeld:

“CZ heeft met u geen overeenkomst gesloten voor geneeskundige geestelijke gezondheidszorg. Zoals u bekend, koopt CZ zorg in voor de eigen verzekerden alsmede voor Delta Lloyd en OHRA-verzekerden. Wanneer onze verzekerden naar een aanbieder gaan met wie wij geen overeenkomst hebben gesloten, is de vergoeding conform de polisvoorwaarden beperkt en gelden onderstaande voorwaarden.

Bij een restitutiepolis, zoals de CZ Zorgkeuzepolis, bedraagt de vergoeding maximaal het marktconforme tarief. Dat zijn de tarieven die CZ gemiddeld voor verslavingszorg heeft gecontracteerd. CZ heeft op grond hiervan de vergoeding vastgesteld op maximaal EURO 5.000,-- per verzekerde bij een ambulante behandeling, dat wil zeggen: voor een behandeltraject zonder verblijf, en maximaal EURO 24.000,-- per verzekerde voor een klinische behandeling, dat wil zeggen: een behandeling met één of meer overnachtingen.

Bij een naturapolis, zoals de CZ Zorg-op-maatpolis, worden de kosten vergoed tot een maximum van 75 procent van de genoemde bedragen.

De vergoedingen hebben betrekking op zorg verzekerd op grond van de Zorgverzekeringswet. Extra (verblijf)kosten die te maken hebben met faciliteiten, service of dienstverlening die geen onderdeel uitmaken van de genoemde zorg, komen niet voor vergoeding in aanmerking.

Wij brengen onze verzekerden hiervan op de hoogte via de site www.cz.nl/verslavingszorg. Wij zien het daarnaast als uw taak om onze verzekerden hierop te wijzen voordat zij een behandelovereenkomst met u aangaan, zodat zij een weloverwogen keuze met betrekking tot uw zorgaanbod en dienstverlening kunnen maken. In dit kader informeren wij u nu actief over onze polisvoorwaarden.

Wanneer onze verzekerden naar aanleiding hiervan vragen hebben, kunt u hen doorverwijzen naar de afdeling klantenservice van CZ, telefoonnummer (0900) 0949.”

4. De beoordeling

4.1. De door CZ opgeworpen ontvankelijkheidperikelen behoeven vooralsnog geen bespreking aangezien CZ niet betwist dat Addictioncare ontvankelijk is in haar vorderingen voor zover zij daaraan schending van de zorgvuldigheid in het maatschappelijk verkeer (artikel 6:162 BW) ten grondslag heeft gelegd.

De voorzieningenrechter zal allereerst deze grondslag van de vorderingen bespreken.

4.2. Addictioncare grondt haar vorderingen ondermeer op de stelling dat CZ onrechtmatig jegens haar handelt door vanaf oktober 2011 zonder voorafgaande bekendmaking nog slechts een vijfde deel te vergoeden van door Addictioncare ingediende declaraties voor verleende verslavingszorg in Zuid-Afrika.

Addictioncare licht toe dat zij sinds haar oprichting zonder enig probleem bij alle zorgverzekeraars in Nederland haar verrichtingen declareert. Ook CZ heeft steeds, nadat cliënten hun vordering aan CZ cedeerden of een verklaring afgaven op basis waarvan CZ bevrijdend kon betalen, aan Addictioncare 75% in geval van een naturaverzekering of 100% in geval van een restitutieverzekering van de facturen van Addictioncare vergoed.

Addictioncare stelt dat zij de gedeclareerde gelden steeds tijdig ontving en geen reden had om te vermoeden dat daar verandering in zou komen.

Totdat bleek dat CZ in oktober 2011 twee facturen die door Addictioncare op dezelfde datum waren ingediend voor behandelingen van gemiddeld 45 dagen niet alle twee op de gebruikelijke wijze had vergoed: van de ene factuur was 75% van het gehele bedrag van circa EURO 25.000,-- vergoed, terwijl van de andere factuur slechts 75% van EURO 5.000,-- werd vergoed. Navraag door Addictioncare wees uit dat sprake was van nieuw beleid dat voortaan door CZ, mogelijk zelfs met terugwerkende kracht- toegepast zou worden in alle gevallen. CZ stelde voorts dat zij dit nieuwe beleid bij brief van

17 maart 2011 zou hebben aangekondigd. Addictioncare stelt dat zij die brief echter niet kan terugvinden en overvallen is door het gewijzigde beleid dat CZ thans volgt. De gevolgen van dat gewijzigde beleid waren haar niet eerder gebleken omdat CZ na die brief van 17 maart 2011 gewoon is doorgegaan met volledige betaling (75 of 100%) van de door Addictioncare ingediende facturen.

4.3. Het tarief van EURO 5.000,-- dat CZ thans hanteert kan volgens Addictioncare alleen tot stand zijn gekomen door de gecontracteerde tarieven van alle productgroepen, dus kortdurende en langdurende bij elkaar op te tellen en daarvan het gemiddelde te nemen. zonder daarbij rekening te houden met de evidente verschillen die er bestaan tussen de verschillende productgroepen en subcategorieën. Het betekent in ieder geval niet dat het tarief voor de specifieke behandeling waarom het nu gaat, die Addictioncare biedt, van 12.000 tot 17.999 minuten zorgverlening gemiddeld genomen EURO 5.000,-- bedraagt.

Indien CZ haar beleid wil veranderen en wil gaan werken met gemiddelde tarieven dan dient CZ te berekenen welk bedrag gecontracteerde zorgverleners gemiddeld declareren voor exact dezelfde productgroep en dus dezelfde zorg met dezelfde omvang. Het is volgens Addictioncare onmogelijk om voor EURO 5.000,-- een behandeling van 45 dagen te verzorgen.

Omdat Addictioncare uitsluitend langdurige behandelingen aanbiedt, heeft zij geen mogelijkheid om minnen te compenseren met plussen. Het beleid dat CZ thans wenst te gaan voeren komt erop neer dat de hoogte van de door CZ toegepaste korting op de vergoedingen aan Addictioncare een absolute hinderpaal zal worden voor het inroepen van zorg bij Addictioncare. Het gevolg zal zijn dat Addictioncare als niet-gecontracteerde zorgaanbieder door CZ van de markt wordt verstoten.

4.4. Addictioncare stelt dat zij tegen ambulante tarieven een klinische behandeling kan aanbieden. Dit is mogelijk omdat de kosten in Zuid-Afrika veel lager zijn dan in Nederland. De behandeling van 4 tot 5 uur per dag is mogelijk omdat de patiënten 24 uur aanwezig zijn, overigens zou die behandeling ook kunnen worden gegeven indien de patiënt thuis verblijft. In Zuid-Afrika biedt Addictioncare de patiënten een bed en eten aan, maar Addictioncare declareert de kosten van het bed niet bij CZ en de kosten van het eten ook niet. Dat kan omdat de algehele kosten in Zuid-Afrika veel lager zijn dan in Nederland.

Volgens Addictioncare is het onredelijk dat CZ op dit moment stelt dat zij sowieso betaling gaat opschorten omdat CZ twijfels heeft over de facturen. CZ heeft nooit eerder gevraagd om uitleg over het gedeclareerde bedrag, dit blijkt ook uit de 100 facturen die zij in 2011 hebben gedeclareerd en die allemaal door CZ voor 75% of 100% van het gedeclareerde bedrag van circa EURO 25.000,-- zijn uitgekeerd. Nu ineens stopt CZ , terwijl pas vorige week aan Addictioncare is gezegd dat CZ een materiële controle wenst. Addictioncare stelt dat CZ welkom is in Zuid-Afrika om te komen controleren.

Addictioncare stelt dat zij voor haar voortbestaan volledig afhankelijk is van de betalingen door CZ, aangezien ruim 1/3 deel van de klanten van Addictioncare bestaat uit CZ-verzekerden. Indien CZ voortaan slecht 1/5 deel van de door Addictioncare verleende zorg zal vergoeden dan zal Addictioncare binnen één maand in liquiditeitsproblemen komen te verkeren. Indien CZ werkelijk, zoals aangekondigd, reeds betaalde bedragen zou gaan terugvorderen dan wordt Addictioncare zelfs acuut in haar voortbestaan bedreigd. CZ is zo groot en heeft zoveel marktmacht dat zij zorgaanbieders kan maken of breken. Dit brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee, ook ten opzichte van niet-gecontracteerde zorgaanbieders.

4.5. CZ voert als verweer dat zij de wijziging in de hoogte van de vergoeding waarop verzekerden aanspraak hebben indien zij zich voor verslavingszorg wenden tot een niet gecontracteerde zorgaanbieder, bekend heeft gemaakt bij brief van

17 maart 2011en dat Addictioncare op die brief niet heeft gereageerd. CZ stelt dat zij naar aanleiding van een email van

18 oktober 2011 Addictioncare nog een keer in kennis heeft gesteld van het beleid dat zij sedert het begin van dit jaar voert. Het ontgaat CZ welk spoedeisend belang Addictioncare heeft als zij bijna acht maanden laat verstrijken alvorens stelling te nemen tegen de toepassing die CZ geeft aan de regeling die zij in de modelovereenkomst heeft opgenomen.

CZ betwist bij gebrek aan overtuigend bewijs dat sprake is van liquiditeitsnood zoals Addictioncare stelt. Indien de financiële noodsituatie van Addictioncare al een voldoende spoedeisend belang zou opleveren dan wijst CZ op de keerzijde van die nood bij de weging van de opportuniteit van de gevraagde voorzieningen, aangezien met die nood immers ook een restitutierisico is gegeven. CZ wil uitdrukkelijk aandacht vragen voor dat risico nu zij, mede gelet op de bepalingen van de Wet Marktordening gezondheidszorg, de taak heeft zorg te dragen voor een doelmatige uitvoering van de Zorgverzekeringswet en voorkomen dient te worden dat de premiegelden van verzekerden niet doelmatig besteed worden.

Tenslotte stelt CZ dat bedacht dient te worden dat de door de NZa vastgestelde tarieven maximumtarieven zijn en dat er dus geen wettelijke basis, noch een aan redelijkheid, billijkheid of zorgvuldigheid te ontlenen norm is dat de restitutievergoeding op basis van het maximumtarief dient te worden vastgesteld. Addictioncare ziet er aan voorbij dat ook voor een niet gecontracteerde aanbieder geldt dat hij een “case mix” heeft en dus rekening dient te houden met de effecten van de toepassing van artikel 13 van de Zorgverzekeringswet voor zijn eigen inkomsten. Het ontgaat CZ waarom normen van redelijkheid, billijkheid of zorgvuldigheid noodzakelijk meebrengen dat een vergoeding alleen bepaald mag worden op basis van een tarief voor “dezelfde zorg en dezelfde omvang”. Volgens de parlementaire geschiedenis dient het restitutietarief voor alle verzekerden gelijk te zijn en mag een zorgverzekeraar geen onderscheid maken op verzekerden kenmerken, maar nergens blijkt dat een zorgverzekeraar de vergoeding niet zou mogen maximeren op basis van door hem overeengekomen tarieven voor alle typen zorg die deel zijn van verslavingszorg.

CZ stelt dat zij met verschillende aanbieders van specialistische geestelijke gezondheidszorg overeenkomsten heeft gesloten waarin een gemiddeld tarief per behandeling en per verzekerde is overeengekomen. Deze contracten kennen bepalingen die voor verslavingszorg het maximale tarief voor ambulante behandelingen bepalen op EURO 5.000,--

en voor klinische behandelingen op EURO 24.000,--. Ten aanzien van de in 2011 uitgekeerde vergoedingen op basis van de door de NZa vastgestelde tarieven stelt CZ dat het ook mogelijk is dat die vergoedingen nog bepaald dienden te worden aan de hand van de verzekeringsvoorwaarden 2010 omdat in dat jaar met de behandeling is begonnen.

4.6. CZ stelt dat de schoen voor Addictioncare ergens anders wringt, omdat Addictioncare in Zuid-Afrika zorg verleent die zij verantwoordt als ambulante zorg. Uitgaande van de bandbreedte in de tariefbeschikking van de NZa voor de productgroepen 179 en 182 –in beide gevallen behandeling vanaf 12000 tot en met 17999 minuten- en rekening houdend met de 45 dagen die een behandeling volgens Addictioncare duurt, betekent dit minimaal 267 en maximaal 400 minuten zorg per dag ofwel iedere dag tenminste ruim 4,5 uur en ten hoogste 6,75 uur behandeling. CZ is er niet van overtuigd dat dit mogelijk is en mede om die reden heeft zij aangekondigd Addictioncare te zullen vragen nadere informatie over de declaraties te verschaffen omdat het er op lijkt dat meer kosten dan alleen die van de behandeling in Zuid-Afrika in de rekening zijn begrepen.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt:

4.7. Vast staat dat Addictioncare per verzekerde veel uren verslavingszorg verleent. Haar stelling dat een behandeling gemiddeld bestaat uit 45 dagen en gemiddeld 5,5 uur per dag omvat is door CZ niet, althans onvoldoende gemotiveerd betwist. Vast staat ook dat de NZa voor zorg aan alcohol verbonden stoornissen en aan overige middelen verbonden stoornissen tarieven heeft vastgesteld, waaronder voor een behandeling van 12.000 tot 18.000 minuten een bedrag van circa EURO 25.000,--. Daaruit volgt dat voor verslavingszorg in deze gevallen een behandeling van een dergelijke omvang, zoals het traject van 45 dagen met gemiddeld 4,5 uur behandeling per dag, door de NZa is toegestaan en voor vergoeding in aanmerking komt. Van belang is voorts dat verslavingszorg behoort tot de (verplichte) basisverzekering.

CZ heeft vanaf de oprichting van Addictioncare in 2010 tot oktober 2011 de door Addictioncare ingediende declaraties ten bedrage van ongeveer EURO 25.000,-- geaccordeerd en aan Addictioncare 100% dan wel 75% van die bedragen vergoed, afhankelijk van het soort verzekering. In dit verband heeft Addictioncare gesteld, onbestreden, dat in 2011 tot de maand oktober reeds tientallen declaraties door CZ op deze wijze aan haar zijn vergoed.

4.8. CZ beroept zich erop dat zij bij brief van 17 maart 2011 heeft aangekondigd dat zij voor vergoedingen aan ambulante verslavingszorg maximaal een bedrag van EURO 5.000,-- per verzekerde zal vergoeden en voor klinische zorg een bedrag van EURO 24.000,--. In die brief wordt niet vermeld dat sprake is van een wijziging van de polisvoorwaarden. De brief biedt bovendien geen enkel aanknopingspunt vanaf welk moment die nieuwe tarieven in werking zouden moeten treden. Vast staat dat de effectuering van die nieuwe tarieven ten aanzien van Addictioncare voor het eerst in oktober 2011 heeft plaats gevonden en dan slechts in enkele gevallen. Onvoldoende helder is dat CZ dit zo mag doen. De stelling van CZ dat de in 2011 aan Addictioncare uitgekeerde vergoedingen op basis van de NZa-tarieven mogelijk betrekking hadden op behandelingen die in 2010 zijn aangevangen is niet aannemelijk, aangezien een behandeling 45 dagen duurt en niet te verwachten is dat pas vele maanden jaar later door Addictioncare wordt gedeclareerd.

4.9. De voorzieningenrechter oordeelt dat CZ op grond van eerder constant gevoerd beleid vanaf de oprichting van Addictioncare de indruk heeft gewekt dat CZ aan Addictioncare 75 % of 100% van een bedrag van circa EURO 25.000 per behandeling kon, mocht en zou blijven vergoeden. Door dit beleid tot oktober 2011 te voeren heeft CZ gerechtvaardigde verwachtingen bij Addictioncare gewekt. Dat Addictioncare eveneens de elementen hotel en eten bij CZ declareert is door Addictioncare uitdrukkelijk betwist en niet op voorhand aannemelijk. Gesteld noch gebleken is verder dat er voor CZ enige aanleiding is geweest om ineens, na ontstaan van het meningsverschil, te gaan betwijfelen of Addictioncare de gedeclareerde zorg daadwerkelijk heeft verleend. CZ is al lang in de gelegenheid geweest om nader te controleren, maar heeft daar kennelijk geen aanleiding toe gezien. Overigens is CZ daartoe ook thans door Addictioncare in de gelegenheid gesteld.

4.10. Tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders bestaat een bijzondere relatie, ook indien zij geen overeenkomst hebben gesloten, omdat zij aan elkaar zijn overgeleverd en de een niet zonder de ander kan. Voor beide partijen brengt dit bijzondere verplichtingen en verantwoordelijkheden met zich mee. De voorzieningenrechter oordeelt dat CZ, door zonder direct overtuigende deugdelijke reden niet langer over te gaan tot volledige betaling (75-100%) zoals tot nu toe gebruikelijk was, zich niet gedraagt overeenkomstig deze verantwoordelijkheid en onrechtmatig handelt.

4.11. Het spoedeisend belang bij de gevraagde voorzieningen is aanwezig nu voldoende aannemelijk is dat een rendabele exploitatie van Addictioncare in gevaar komt en een onmiddellijke voorziening noodzakelijk is. Het door CZ gestelde restitutierisico is inderdaad aanwezig, maar in dit geval dient te worden betwijfeld of dit een beletsel is voor toewijzing van de vorderingen. Het betreft immers niet een gewone geldvordering, maar een geldvordering met een bijzonder karakter. Voldoende duidelijk is dat het door CZ te vergoeden geld door Addictioncare op een goede wijze wordt besteed aan verslavingszorg: basiszorg die onder de Zorgverzekeringswet valt. De voorzieningenrechter oordeelt dat in de afweging van de belangen dit laatste dan de doorslag mag geven en het aanwezige restitutierisico door CZ behoort te worden geaccepteerd. De vordering zal aldus worden toegewezen dat CZ zal worden bevolen om de door Addictioncare reeds ingediende evenals de nog in te dienen declaraties ter zake verleende zorg op de tot voor kort gebruikelijke voet aan Addictioncare te vergoeden.

4.12. CZ heeft toegezegd dat zij aan een eventuele veroordeling zal voldoen, zodat het niet nodig is om daaraan een dwangsom te verbinden. Gelet op deze toezegging gaat de voorzieningenrechter er vanuit dat CZ binnen de kortst mogelijke termijn gevolg zal geven aan de uit te spreken bevelen en is de oplegging van een dwangsom of het verbinden van een termijn aan uit te spreken bevelen niet nodig.

5. De kostenveroordeling

5.1. CZ zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Addictioncare worden begroot op:

- dagvaarding EURO 76,31

- vast recht 560,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal EURO 1.452,31

6. De beslissing

De voorzieningenrechter

6.1. beveelt CZ om de door Addictioncare reeds ingediende evenals de nog in te dienen declaraties ter zake verleende ambulante zorg op de tot voor kort gebruikelijke voet aan Addictioncare te vergoeden;

6.2. veroordeelt CZ in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Addictioncare begroot op een bedrag van EURO 1,452,31;

6.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.4. weigert het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. Leijten en in het openbaar uitgesproken op 23 november 2011 in aanwezigheid van de griffier mr. Van de Kreeke-Schütz.