Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2011:BU2972

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
31-10-2011
Datum publicatie
01-11-2011
Zaaknummer
681048 vv 11-107
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

"Vordering in kort geding van leerkracht om, na klachten van leerlingen over ongewenst (seksueel getint) gedrag, weer tot school te worden toegelaten afgewezen. Besluit tot schorsing rechtmatig en voldoende gemotiveerd. School heeft haar belang bij het bieden van een veilige schoolomgeving aan haar minderjarige leerlingen, gelet op de conclusies van de onderzoekscommissie, mogen laten prevaleren boven het belang van haar docent. Niet aannemelijk gemaakt, dat het oordeel van de Commissie van Beroep -zo daar al om wordt gevraagd- niet (beter) kan worden afgewacht."

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2011-0898
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

team kanton Bergen op Zoom

zaak/rolnr.: 681048 VV 11-107

vonnis in kort geding d.d. 31 oktober 2011

inzake

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

gemachtigde: mr. J.A.A. van de Westelaken, advocaat te Breda,

tegen

de stichting MARKLAND COLLEGE,

gevestigd te Halderberge en kantoorhoudende te Oudenbosch,

gedaagde,

gemachtigde: mr. J. Slager, advocaat te Rotterdam.

Partijen worden hierna aangeduid als respectievelijk “[eiser]” en “Markland College”.

1. Het verloop van het geding

1.1 De procesgang blijkt uit de volgende stukken:

a. de dagvaarding in kort geding van 26 september 2011 met producties;

b. het schrijven van mr. Slager van 13 oktober 2011 met producties;

c. het schrijven van mr. Van de Westelaken van 14 oktober 2011 met producties;

d. het schrijven van mr. Slager van 14 oktober 2011 met productie.

1.2 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op maandag 17 oktober 2011. Ter zitting waren aanwezig [eiser], bijgestaan door mr. Van de Westelaken voornoemd, alsmede [X] (hoofd personeelszaken) en de heren [Y] (directeur), [Z] (teamleider) en [A] (voorzitter college van bestuur) namens Markland College, bijgestaan door mr. Slager voornoemd. De gemachtigden van partijen hebben ter gelegenheid van de zitting hun pleitaantekeningen overgelegd. Van het verhandelde ter zitting zijn aantekeningen gemaakt.

2. Het geschil

2.1 [eiser] vordert -samengevat- hem, op straffe van een dwangsom, weer toe te laten tot zijn eigen werkzaamheden als docent in andere klassen dan klassen met LWOO geïndiceerde leerlingen en hem daartoe ongehinderde toegang te verschaffen tot de school en tot al haar -voor werknemers gebruikelijke- automatiseringssystemen, alsmede (door)betaling van zijn salaris tot aan de dag, dat aan de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig een einde zal zijn gekomen, met veroordeling van Markland College in de kosten van dit geding.

2.2 Markland College voert verweer en concludeert tot afwijzing van de gevorderde voorzieningen, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten.

3. De beoordeling

3.1 Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende weersproken, dan wel blijkens de niet betwiste inhoud van producties, staat in rechte het volgende vast -voor zover hier relevant-:

• De thans 62-jarige [eiser] is per [datum] als leraar in dienst getreden van (een rechtsvoorgangster van) Markland College.

• Door de jaren heen heeft [eiser] les gegeven in verschillende vakken; in het schooljaar 2010-2011 heeft hij uitsluitend lessen lichamelijke opvoeding gegeven, onder meer aan brugklas 1E, een vmbo-klas met meerdere zorgleerlingen.

• Zorgleerlingen, ofwel leerlingen met een LWOO (leerwegondersteunend onderwijs)-indicatie hebben in zijn algemeenheid voldoende capaciteiten om een vmbo-diploma te halen, maar kampen met leerachterstanden en/of sociaal emotionele problematiek.

• In januari 2011 is Markland College geconfronteerd met een groot aantal klachten van leerlingen uit brugklas 1E over [eiser].

• Naar aanleiding van die klachten hebben met de leerlingen gesprekken plaatsgevonden. Van deze gesprekken zijn verslagen gemaakt. De -geanonimiseerde- gespreksverslagen maken deel uit van het procesdossier.

• Tijdens gesprekken op 26 januari, 27 januari en 3 en 7 februari 2011 is [eiser] met de klachten van de leerlingen geconfronteerd.

• In een brief van Markland College van 8 februari 2011 aan [eiser] met als aanhef “schriftelijke waarschuwing” is schriftelijk ingegaan op de klachten van de leerlingen, de gesprekken daarover met [eiser] en de vervolgacties.

• Volgens die brief betreffen de klachten “seksueel getint gedrag, seksueel getinte opmerkingen, grof taalgebruik”, waarbij als voorbeelden zijn genoemd:

- Vloeken en schelden tijdens de les

- Vaak de meisjeskleedkamer in lopen zonder te kloppen

- Tegen meisjes aanstaan

- Geen rekening houden met leerlingen die pijn hebben

- Kijkt in broekjes van meisjes in plaats van bij bijvoorbeeld de brug op de handen te letten

- 2 uur strafwerk schrijven in een afgesloten ruimte

- Bij een leerling met astma-aanval geen actie ondernomen”.

• De brief eindigt met een uitdrukkelijke waarschuwing aan [eiser] en de afspraak dat [eiser] vanaf 14 februari 2011 de lessen zal hervatten, waarbij het contact (weer) zal plaatsvinden via teamleider Van [Z], maar hem een andere klas (brugklas 1D, ktr.) zal worden toegewezen.

• Op 2 maart 2011 verhaalt [eiser] per e-mail aan Van [Z] over de gymles, die hij op vrijdag 25 februari 2011 heeft gegeven aan brugklas 1D.

• Daags nadien, bij brief van 3 maart 2011, is [eiser] uitgenodigd voor een gesprek met Markland College op 15 maart 2011. Volgens die brief zou op 25 februari 2011 in brugklas 1D wederom een ernstig voorval hebben plaatsgevonden, nu [eiser] volgens de waarneming van leerlingen tijdens deze les een erectie zou hebben gehad. Ook met de leerlingen uit brugklas 1D is gesproken en van die gesprekken zijn eveneens -geanonimiseerde- verslagen gemaakt, die deel uitmaken van het procesdossier.

• Op 4 maart 2011 heeft [eiser] bij de politie aangifte gedaan van smaad en laster.

• Op 15 maart 2011 heeft vervolgens het aangekondigde gesprek met [eiser] plaatsgevonden. Tijdens dat gesprek heeft [eiser] de beschuldigingen aan zijn adres betwist.

• Na dit gesprek heeft Markland College, na ruggespraak daarover met de vertrouwensinspectie, onderzoeksbureau Bezemer & Kuiper (nader “Bezemer & Kuiper”) aangewezen om onderzoek te verrichten naar hetgeen in januari 2011 en op 25 februari 2011 is voorgevallen.

• Op 4 juli 2011 heeft de onderzoekscommissie van genoemd bureau rapportage en advies uitgebracht inzake haar onderzoek naar signalen over ongewenst gedrag. [eiser] heeft dit rapport op 12 juli 2011 ontvangen. Een afschrift daarvan is door Markland College in het geding gebracht.

• Nadat [eiser] op enig moment nadien kennis had genomen van het voorlopig rooster voor het schooljaar 2011-2012, waarbij hij voor 10 uur was ingeroosterd voor het geven van lessen lichamelijke opvoeding aan klassen zonder LWOO geïndiceerde leerlingen, heeft hij Markland College op 29 juli 2011 schriftelijk verzocht om hem voor nog 8 aanvullende lesuren in te roosteren.

• Bij brief van 23 augustus 2011 heeft Markland College [eiser] vervolgens bericht, dat zij voornemens is over te gaan tot een beëindiging van het dienstverband.

• Op 12 september 2011 heeft [eiser], althans zijn gemachtigde, aan Markland College zijn zienswijze met betrekking tot de voorgenomen beëindiging van het dienstverband gegeven, waarna op 26 september 2011 een ontslagbesluit is gevolgd.

• Bij dit ontslagbesluit van 26 september 2011, tevens houdende een (voornemen tot) schorsing, heeft Markland College het dienstverband met [eiser] opgezegd per 1 januari 2012.

• Als op de cao voor het Voortgezet Onderwijs (VO) gebaseerde opzeggingsgronden zijn daarbij genoemd: plichtsverzuim, onbekwaamheid of ongeschiktheid van [eiser] voor de door hem laatstelijk uitgeoefende functie en andere gewichtige omstandigheden die redelijkerwijs geacht moeten worden met het oog op de belangen van het Markland College en van het onderwijs de mogelijkheid van een dienstverband uit te sluiten.

• Bij brief van 7 oktober 2011 heeft [eiser], in een reactie op het ontslagbesluit, aan Markland College kenbaar gemaakt “het in alle facetten van uw brief (bedoeld wordt het ontslagbesluit, ktr.) oneens te zijn”. [eiser] heeft zijn bezwaren in die brief -die volgens zijn nadere toelichting ook zijn gericht tegen de (voorgenomen) schorsing- uitvoerig toegelicht.

• Op 14 oktober 2011 heeft Markland College -formeel- besloten [eiser] te schorsen voor zijn werk als docent bij het Markland College. In haar besluit van die datum heeft Markland College -kort gezegd- aangegeven, dat de, op artikel 9.a.6. lid 2 sub f cao VO gebaseerde, schorsing naar haar oordeel gerechtvaardigd is, gezien het grensoverschrijdende gedrag, waaraan [eiser] zich schuldig heeft gemaakt.

• De schorsing volgt op een periode, waarin [eiser] aanvankelijk ziek is geweest en, na de melding van zijn -medisch- herstel, per 22 maart 2011 is vrijgesteld van het verrichten van werkzaamheden met behoud van salaris.

3.2 [eiser] maakt aanspraak op tewerkstelling in de eigen functie van docent in andere klassen dan klassen met LWOO geïndiceerde leerlingen. Hij stelt daartoe in essentie, dat het onderzoek van Bezemer & Kuiper, waartoe Markland College -uiteindelijk- heeft besloten en waar hij aan heeft meegewerkt, inmiddels ruimschoots is afgewikkeld, dat de aantijgingen van de leerlingen onjuist zijn gebleken en dat de onderzoekscommissie heeft geadviseerd hem weer aan de slag te laten gaan, maar dat Markland College niet bereid is (gebleken) hem toe te laten tot zijn eigen werkzaamheden als docent, zoals zij hem reeds bij brief van 23 augustus 2011 kenbaar heeft gemaakt en hetgeen een schorsing impliceert. De vordering van [eiser] richt zich tegen de “schorsing”, die volgens hem niet alleen in strijd is met de (formele) eisen die de cao aan een schorsing stelt, maar ook overigens niet wordt gerechtvaardigd door de ongefundeerde, niet op waarheid berustende klachten van leerlingen uit brugklas 1E, die in zijn beleving nadien de leerlingen uit klas 1D hebben opgeruid. Hoewel [eiser] zich door Markland College in de steek gelaten voelt, nu zij hem, in strijd met haar plicht daartoe, niet heeft vertrouwd en beschermd en geen deugdelijk onderzoek heeft gedaan naar (ongefundeerde) uitingen van de leerlingen, acht hij zich in staat en bevoegd tot aan zijn 67-jarige leeftijd docent te blijven op het Markland College, waar hij vanaf [datum] zijn ziel en zaligheid in het onderwijs heeft gelegd.

3.3 Markland College concludeert tot afwijzing van de vordering tot tewerkstelling. In haar visie is er sprake van een rechtsgeldige schorsing. Zij acht de voorvallen in januari 2011 en op 25 februari 2011 dermate ernstig, dat een terugkeer van [eiser] binnen haar College, meer specifiek in de functie van docent lichamelijke opvoeding, onwenselijk is. Markland College wijst er op, dat zij het dienstverband inmiddels -om die reden- heeft opgezegd per 1 januari 2012 en dat niet te verwachten valt, dat de Commissie van Beroep -in het geval [eiser] in beroep gaat tegen het ontslagbesluit van 26 september 2011- zal beslissen dat het gegeven ontslag niet rechtsgeldig is. Daarenboven merkt Markland College op, dat, nu in alle vmbo-klassen leerlingen zitten met LWOO-indicatie, de vordering van [eiser] er feitelijk op is gericht les te geven op de havo en het vwo, maar dat hij daartoe niet bevoegd is.

3.4 Vooropgesteld wordt, dat er geen wettelijke basis bestaat voor de maatregelen schorsing en op non-actiefstelling. De rechtmatigheid ervan wordt getoetst aan hetgeen partijen bij (collectieve) arbeidsovereenkomst zijn overeengekomen en voorts aan de beginselen van goed werkgeverschap (artikel 7:611 BW). Het -formele- besluit tot schorsing van [eiser] dateert van 14 oktober 2011 en is -volgens de tekst van dat besluit- gebaseerd op artikel 9.a.6., lid 2 sub f cao VO, dat samengevat bepaalt, dat de werkgever de werknemer voor de duur van 3 maanden (met een éénmalige mogelijkheid tot verlenging) kan schorsen in gevallen waarin het belang van de instelling dit vordert. Vast staat, dat Markland College [eiser], voorafgaand aan het schorsingsbesluit (namelijk bij brief/ ontslag-besluit van 26 september 2011), in kennis heeft gesteld van haar voornemen tot schorsing en dat [eiser] daarop zijn zienswijze heeft kunnen geven. Vooralsnog kan dan ook niet anders worden geconcludeerd dan dat de schorsing is verleend overeenkomstig de cao-voorschriften en procedureel correct is verlopen. Dat de schorsing volgt op een -langere- periode van non-activiteit doet aan die conclusie niet af, nu niet is gesteld of gebleken, dat de cao die mogelijkheid uitsluit en [eiser] heeft erkend, dat hij met de eerdere vrijstelling van werkzaamheden akkoord is gegaan, althans voor de duur van het onderzoek. Dat dat onderzoek reeds in juli 2011 is afgerond, terwijl het -formele- voornemen tot schorsing pas eind september 2011 is gevolgd, wordt vooralsnog afdoende verklaard door de tussen-liggende (zomer)vakantieperiode en het feit, dat na de brief van Markland College van 23 augustus 2011 (houdende het voornemen tot een beëindiging van het dienstverband) eerst -procedureel correct- is gewacht op de zienswijze van [eiser]. De afgifte aan [eiser] van spullen uit zijn kluisje eind augustus 2011 maakt het vorenstaande niet anders, reeds niet, nu partijen verdeeld zijn over de onderliggende reden van de opschoning van het kluisje.

3.5 Een gegeven is, dat Markland College het dienstverband met [eiser] heeft opgezegd per 1 januari 2012, zodat de schorsing, die is gegeven voor de duur van 3 maanden, in beginsel tot die datum effectief is. Het Markland College heeft bij haar beslissing tot schorsing, mede gegeven de cao-grond waarop deze beslissing is gebaseerd, het belang van haar instelling vooropgesteld. Waar [eiser] meent dat Markland College zich -mede- daardoor jegens hem niet als goed werkgever heeft gedragen, kan hij daarin niet worden gevolgd, waartoe als volgt wordt overwogen.

3.6 In de eerste plaats dient te worden geconstateerd, dat partijen met betrekking tot een groot aantal relevante feiten, waaronder hun onderscheiden lezingen van hetgeen is voorgevallen in januari 2011 en op 25 februari 2011, lijnrecht tegenover elkaar staan. [eiser] heeft voorts de juistheid van de door de leerlingen op 26 januari 2011 en 3 maart 2011 afgelegde verklaringen uitdrukkelijk betwist. Van belang is dan dat in het kader van een kort geding geen plaats is voor een diepgaand feitenonderzoek (bijvoorbeeld door middel van het horen van getuigen), zodat reeds daarom thans niet met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld wat tijdens de gymlessen van [eiser] aan de brugklassen 1E en 1D exact is voorgevallen. Wel ligt echter -onweersproken- vast de inhoud van het rapport van onderzoeksbureau Bezemer & Kuiper van 4 juli 2011. Hoewel [eiser] -zoals hij stelt- niet bij de keuze voor dit bureau is betrokken, lijkt hij (de inhoud van) het rapport te dragen, nu hij daar ook zelf uit citeert en hij het daarin gegeven advies aangrijpt als grondslag voor zijn vordering tot (weder) tewerkstelling. In ieder geval heeft [eiser] niet betwist, dat hij op enig moment door Markland College is geïnformeerd over de inschakeling van Bezemer & Kuiper en dat hij daartegen op zich geen bezwaar heeft gemaakt anders dan door tot uitdrukking te brengen de voorkeur te geven aan een onderzoek door de politie.

3.7 In haar rapport concludeert de onderzoekscommissie van Bezemer & Kuiper, afgaand op de subjectieve beleving van de leerlingen als in de verklaringen ten overstaan van de commissie door hen in alle openheid en eerlijkheid/oprechtheid verwoord en op grond van alle feiten en omstandigheden op zich en in onderling verband bezien, “dat de aan de heer [eiser] toegeschreven grensoverschrijdende gedragingen niet -als door verweerder (lees: [eiser], ktr.) gesteld of gesuggereerd- louter naar het geruchtencircuit kunnen worden verwezen of worden toegeschreven aan groepsroddel of een groepshetze”. “Waar” -zo vervolgt de commissie haar conclusie- “een docent van een niveau als de heer [eiser] aan een professionele en pedagogische standaard dient te beantwoorden in vooral de omgang met vrouwelijke minderjarige leerlingen, van onbesproken gedrag hoort te zijn en zelfs heeft te voorkomen dat ook maar de schijn van seksueel getint of seksueel gericht wordt gewekt, is het naar de mening van de commissie aannemelijk, dat de gebeurtenissen tot een aantasting van (het gevoel van) veiligheid van de leerlingen hebben geleid. Echter niet kan aan het woordgebruik en het handelen van de heer [eiser] naar het oordeel van de commissie die intentie worden toegeschreven.(…)”.

3.8 Gegeven deze conclusie van de onderzoekscommissie kan Markland College niet in redelijkheid worden verweten, dat zij haar belang bij het bieden van een veilige schoolomgeving aan haar minderjarige leerlingen heeft laten prevaleren boven het belang van haar docent [eiser] om -gedurende de opzegtermijn- weer te worden toegelaten tot de werkplek. Hoewel het belang van [eiser] evident is en hij mogelijk steeds met de beste bedoelingen op de door hem geschetste wijze invulling heeft gegeven aan zijn werk, kan niet worden voorbijgegaan aan de beleving en gevoelens van onveiligheid, die het gedrag van [eiser] -volgens de onderzoekscommissie- bij de leerlingen uit de brugklassen 1E en 1D heeft opgeroepen. Met [eiser] kan worden meegevoeld, dat het feit, dat zorgleerlingen inmiddels een niet meer weg te denken deel van iedere schoolpopulatie vormen, hoge(re) eisen stelt aan een leerkracht in het voortgezet onderwijs en dat deze daardoor soms voor onverwachte en niet vermoede uitdagingen komt te staan. Toegegeven kan worden, dat de school daarvoor oog dient te hebben en dat ook de leerkracht recht heeft op bescherming tegen ongewenste omgangsvormen. De onderzoekscommissie is zich -zoals zij in haar rapport heeft aangegeven- bewust geweest van dit spanningsveld, maar zij heeft niettemin geoordeeld, dat de betreffende leerlingen (in hun beleving) hinder en sommigen zelfs zware hinder hebben ondervonden van de handelingen van [eiser]. Hoewel [eiser] mogelijk niet de intentie heeft gehad (het gevoel van) veiligheid van de leerlingen aan te tasten is dat -naar vooralsnog voldoende aannemelijk is gemaakt- wel gebeurd. Op die grond heeft Markland College redelijkerwijs kunnen besluiten [eiser] (voorlopig) niet (meer) toe te laten tot de werkplek. Dit betekent ook, dat het besluit voldoende is gemotiveerd.

3.9 Verder is in het kader van deze procedure -in weerwil van hetgeen [eiser] daaromtrent heeft gesteld- afdoende gebleken, dat Markland College bij haar besluitvorming voldoende zorgvuldig te werk is gegaan: niet alleen heeft zij, na de aantijgingen van de leerlingen, daarover meerdere malen met [eiser] gesproken, maar ook heeft zij bij haar besluitvorming -onweersproken- de vertrouwensinspectie betrokken en een deskundig onderzoeksbureau ingeschakeld. Dat [eiser] aanvankelijk nog is ingeroosterd voor het schooljaar 2011-2012 maakt dat niet anders. Hoewel dit niet de schoonheidsprijs verdient, is ter zitting afdoende toegelicht, dat degenen die de roosters maken niet bekend waren met de rondom [eiser] ontstane situatie. [eiser] heeft daarenboven vooralsnog te weinig gesteld op basis waarvan kan worden vastgesteld, dat slechts op grond van politieonderzoek de juistheid van de klachten van de leerlingen met voldoende objectiviteit kan worden vastgesteld. Het door Markland College aangewezen onderzoeksbureau Bezemer & Kuiper is een -naar onweersproken is gesteld- gerenommeerd bureau, dat (ook) [eiser] heeft gehoord.

3.10 Of de gedragingen, die [eiser] worden verweten echter van dien aard zijn, dat een beëindiging van het dienstverband op één van de daaraan ten grondslag gelegde, op de cao gebaseerde, gronden gerechtvaardigd is, is een vraag die -voor het geval door [eiser] beroep wordt ingesteld tegen het ontslagbesluit van 26 september 2011- door de Commissie van Beroep zal moeten worden beantwoord. In het onderhavige kort geding zal op dit oordeel niet worden geanticipeerd. De daarvoor vereiste redelijke mate van waarschijnlijkheid, dat het gegeven ontslag niet in stand zal worden gelaten, ontbreekt. Bovendien heeft [eiser] in het kader van de afweging van de belangen van partijen niet aannemelijk gemaakt, dat het oordeel van de Commissie van Beroep -zo daar al om wordt gevraagd- niet (beter) kan worden afgewacht.

Niet alleen weegt het belang van (het gevoel van) veiligheid van de leerlingen zwaar(der), maar ook het belang van [eiser] lijkt niet gediend bij een terugkeer op de werkplek gedurende de (nog relatief korte duur van de) opzegtermijn, dan wel in afwachting van een eventueel andersluidend oordeel van de Commissie van Beroep. Zijn kwetsbare positie als leerkracht is immers verzwakt door de (aard van de) verwijten, die hem worden gemaakt, waarmee zijn positie momenteel moeilijk, zo niet onhoudbaar moet worden geoordeeld. Hoewel de onderzoekscommissie van Bezemer & Kuiper in haar -kennelijk ongevraagde- advies een terugkeer van [eiser] op de werkplek niet heeft uitgesloten, heeft ook zij aan die terugkeer voorwaarden verbonden, waaronder het door [eiser] volgen van een coachingstraject. Daaraan kan en mag niet worden voorbij gegaan, temeer niet, nu ook [eiser] zelf heeft aangegeven dat een dergelijk traject geïndiceerd is.

3.11 Al het voorgaande staat reeds aan de gevorderde (weder) tewerkstelling in de weg. De vordering tot (weder) tewerkstelling zal dan ook worden afgewezen. Dit betekent, dat de discussie, die partijen hebben gevoerd over de (on)bevoegdheid van [eiser] om les te geven in de onderbouw van de havo en het vwo hier geen nadere beoordeling en beslissing behoeft. Dat die discussie ook overigens van ondergeschikte betekenis wordt geacht, laat onverlet, dat begrijpelijk is, dat de stellingen van Markland College in dit verband, voor [eiser], die zich jarenlang met hart en ziel voor Markland College heeft ingezet en gedurende die jaren kennelijk naar volle tevredenheid verschillende vakken heeft gedoceerd, voelt als een “dolk in zijn rug”. De impact, die het geheel heeft (gehad) op [eiser] als persoon en zijn naaste familie, heeft [eiser] ter zitting treffend verwoord. Hoewel daar oog voor is en [eiser] kan worden gevolgd in zijn gevoel van machteloosheid, te meer indien toch mocht blijken, dat de aantijgingen van de leerlingen louter het gevolg zijn van een groephetze, kan dat in het kader van deze procedure -juridisch gezien- geen rol van betekenis spelen.

3.12 Voor zover [eiser] loon(door)betaling heeft gevorderd, wordt deze vordering afgewezen bij gebrek aan (spoedeisend) belang, nu Markland College onweersproken heeft gesteld, dat het loon is en zal worden (door)betaald tot 1 januari 2012, de datum waartegen de arbeidsovereenkomst met [eiser] is opgezegd. Tegen het ontslagbesluit is (nog) geen beroep ingesteld.

3.13 [eiser] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

4. De beslissing in kort geding

De kantonrechter:

wijst de vorderingen af;

veroordeelt [eiser] in de kosten van dit geding aan de zijde van Markland College gevallen en tot deze uitspraak begroot op

€ 200,-- aan gemachtigdensalaris.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.C.M. Koch, en in het openbaar uitgesproken op maandag 31 oktober 2011, in tegenwoordigheid van de griffier.