Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2011:BT8862

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
21-10-2011
Datum publicatie
21-10-2011
Zaaknummer
02/996002-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Ondanks het fysiek ontbreken van twee machtigingen tot verlenging van telefoontaps is voor het beschikbaar stellen van een loods en het ompakken van grote ladingen illegale sigaretten (totaal ruim 11,3 miljoen) een gevangenisstraf van 15 maanden op zijn plaats. Nu het OM de vervolgingstermijn heeft overschreden beperkt de rechtbank de straf tot 12 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

parketnummer: 02/996002-08

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 21 oktober 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [datum en plaats]

wonende te [adres]

raadsman mr. U. Santi, advocaat te Waalwijk.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 7 oktober 2011, waarbij de officier van justitie, mr. Huisman, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte met anderen diverse partijen illegale sigaretten in zijn bezit heeft gehad.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte alle hem verweten feiten heeft begaan en baseert zich daarbij op de door de diverse douanes en door de Fiod-ECD aangetroffen partijen sigaretten, de bevindingen van de verbalisanten, de verklaringen van getuigen, de getapte telefoongesprekken en sms-berichten, alsmede aangetroffen aantekeningen van verdachte en zijn deels bekennende verklaringen.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank slechts tot een bewezenverklaring kan komen van de op 22 februari 2008 en op 8 juli 2008 aangetroffen partijen sigaretten, nu verdachte het bezit van deze partijen erkent.

Ten aanzien van de overige partijen wijst de raadsman er allereerst op dat in het dossier twee machtigingen van de rechter-commissaris (hierna: RC) tot verlenging van gelegde telefoontaps ontbreken.

Daarom dienen de uitkomsten van de gelegde telefoontaps van het bewijs te worden buitengesloten.

Ten aanzien van de op 18 maart 2008 in een loods in Kruisland aangetroffen partij sigaretten is de enige rol van verdachte geweest het huren van een vrachtwagen. Nergens blijkt verder van enige betrokkenheid van verdachte, zodat voor dit feit vrijspraak dient te volgen.

Datzelfde geldt voor de lading sigaretten, welke op 22 april 2008 door de douane in Calais werd aangetroffen. Het staat niet vast dat de lading, welke die dag in de loods van verdachte werd geladen, sigaretten betrof. De vrachtwagenchauffeur sprak immers over 4 mensen in de loods, allen gekleed in een shirt met opschrift Expresse Toys.

Tot slot dient ook voor de op 18 juni 2008 in een loods in De Lier aangetroffen partij sigaretten een vrijspraak te volgen, nu getuigen niet spreken over sigaretten als lading en er ook geen sigaretten van die partij in de loods van verdachte zijn aangetroffen, aldus de raadsman.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank volgt het beroep van de raadsman op bewijsuitsluiting niet. De raadsman wijst er terecht op dat in het dossier twee fysieke machtigingen van de RC in verband met de verlenging van de taps over de periodes 25 februari 2008 tot 10 maart 2008 respectievelijk 14 mei 2008 tot 11 juni 2008 ontbreken. Dit betreffen formele gebreken, maar uit het dossier blijkt genoegzaam dat die machtigingen wel zijn afgegeven. Niet alleen blijkt zulks uit het computersysteem, bovendien zijn de machtigingen voor de periodes vóór en na de hiervoor genoemde periodes wel in het dossier aanwezig en is het onaannemelijk dat voor de tussenliggende periodes geen machtiging zou zijn verleend. Naar het oordeel van de rechtbank staat daarmee voldoende vast dat de politie niet zonder machtigingsverlenging heeft getapt. De in die periodes opgenomen en uitgeluisterde gesprekken behoeven daarom niet van het bewijs te worden uitgesloten.

De rechtbank zal aan de hand van de gedachtestreepjes per lading nagaan of de betrokkenheid van verdachte hem kan worden verweten.

m.b.t. gedachtestreepje 1 (gepleegd op 22 februari 2008):

Zollbetriebsinspektor [naam inspecteur] heeft meegedeeld dat Duitse douanebeambten op 22 februari 2008 in een vrachtwagen met Litouws kenteken 8.195.200 sigaretten van het merk Jin Ling werden aangetroffen, voorzien van Russische banderollen.

Verdachte heeft op de zitting erkend dat deze partij sigaretten op 22 februari 2008 in zijn loods aan de [adres] aanwezig was en ingeladen is in een vrachtwagen met Litouws kenteken.

De rechtbank acht op grond daarvan dit feit wettig en overtuigend bewezen.

m.b.t. gedachtestreepje 2 (gepleegd op 18 maart 2008):

Uit een getapt telefoongesprek is gebleken dat verdachte op 4 maart 2008 een vrachtwagen heeft gehuurd. De FIOD/ECD heeft deze vrachtwagen voorzien van een peilbaken en vervolgens gezien dat de vrachtwagen via België naar Kruisland wordt gereden.

Bij de firma [naam firma en adres], lossen twee Engels sprekende personen vanuit deze vrachtwagen 8 pallets. De douane constateert dat op de pallets 1.679.00 sigaretten, merk Jin Ling, zijn geladen.

Niet gebleken is, dat deze partij illegale sigaretten zich in de loods van verdachte heeft bevonden. De betrokkenheid van verdachte bij dit feit bestaat slechts uit het huren van een vrachtwagen, maar uit de getapte gesprekken dienaangaande is niet op te maken dat verdachte wist waarvoor deze vrachtwagen zou worden gebruikt.

Wel staat vast dat verdachte op het moment van de levering zich op luchthaven Schiphol bevond en daar heeft gesproken over een lading sigaretten met twee onbekende mannen. Daarmee staat echter niet vast dat dit gesprek deze bewuste lading betrof.

De rechtbank acht daarom dit feit niet wettig en overtuigend bewezen en zal verdachte van de betrokkenheid bij de partij van 18 maart 2008 vrijspreken.

m.b.t. gedachtestreepje 3 (gepleegd op 22 april 2008):

Via de Franse Ambassade kreeg de FIOD/ECD informatie dat op dinsdag 22 april 2008 bij de Calais Ferry Terminal ongeveer 25.000.000 sigaretten van de merken Palace, Super Grand en Yes in beslag zijn genomen, welke zich bevonden in een vrachtwagen met het (Engelse) kenteken [ - - ].

Verbalisant Q541 zag op 22 april 2008 om 17.59 uur een vrachtwagen met het kenteken

[ - - ] uit de richting van de [adres] komen rijden.

De chauffeur van deze vrachtwagen, [naam chauffeur] heeft verklaard dat hij deze lading heeft opgehaald bij een loods bij Doeveren met op de zijkant het opschrift Import Export en de lading heeft ontvangen van een man die zich [roepnaam verdachte] noemde. De loods lag niet ver van de afslag 38 op de A59, het vierde gebouw na een Toyota-garage.

Verdachte heeft op de zitting verklaard dat zijn roepnaam [roepnaam verdachte] is.

Verbalisante [naam verbalisant] heeft aan de hand van die routebeschrijving vastgesteld dat het een loods aan de [adres] betreft. Tevens heeft zij gezien dat aan de voorzijde van de loods een bord was geplaatst met de tekst “Trading Import Export”.

Verbalisante [naam verbalisant] heeft op camerabeelden van een camera, gericht op de loods van verdachte, gezien dat op 22 april 2008 omstreeks 18.00 uur een trekker met oplegger met Engels opschrift voor de loods stond geparkeerd. Om 18.04 uur zag verbalisante dat verdachte voor de loods stond, samen met [med[voornaam medeverdachte]a[achternaam ]]

In een getapt telefoongesprek tussen Steven en verdachte op 18 april 2008 bevestigt verdachte dat hij van [voornaam medeverdachte] 5.000 pond heeft gekregen.

In een getapt telefoongesprek tussen [voornaam medeverdachte] en verdachte op 19 april 2008 bevestigt verdachte dat alles ok is voor dinsdag.

Op grond hiervan acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, met anderen, op 22 april 2008 deze partij illegale sigaretten voorhanden heeft gehad. Gelet op de verklaring van de chauffeur kan het niet anders dan dat de partij sigaretten, welke door de douane in beslag genomen werd, dezelfde partij was welke die dag in de loods van verdachte in de vrachtwagen was geladen.

Dat verdachte wist dat de lading sigaretten betrof, leidt de rechtbank niet alleen af uit de omstandigheid dat hij ook op 22 februari 2008 betrokken is geweest bij het aanwezig hebben van illegale sigaretten, maar ook uit een getapt telefoongesprek tussen [voornaam medeverdachte] [achternaam ], [mededader 2] en verdachte op 15 april 2008 , waarin verdachte de telefoon overneemt van [voornaam medeverdachte] [achternaam ] en met [mededader 2] bespreekt of en wanneer “ze” “Regal” (zijnde een merk sigaretten) hebben.

De rechtbank is voorts van oordeel dat in casu, net als in eerdere en latere gevallen, sprake moet zijn geweest van illegale sigaretten. De partij van 22 februari 2008 bestond immers uit sigaretten met een Russische banderol. Van de partij sigaretten, welke op 18 juni 2008 (het hierna volgende gedachtestreepje) in beslag werd genomen, zijn monsters naar de fabrikant gestuurd. De fabrikant heeft in dat geval vastgesteld dat het namaaksigaretten betroffen. Die partij sigaretten bestond uit dezelfde drie merken sigaretten als waaruit de partij welke op 22 april 2008 werd onderschept bestond.

m.b.t. gedachtestreepje 4 (gepleegd op 18 juni 2008):

Verbalisanten [naam verbalisant 2] en [naam verbalisant 3] hebben de in een bedrijfsloods van CCG te De Lier op 18 juni 2008 in beslag genomen partij sigaretten geteld.

Zij telden 448.000 sigaretten, merk Yes, 70.00 sigaretten merk Grand en 30.000 sigaretten merk Palace.

De lading was voorzien van stickers met de vermelding: Consignor: ZGB Holding B.V. te Kampen, en Consignee: Colour Active LTD te Middlesex (Engeland).

Verbalisanten [naam verbalisant] en [verbalisant 4] hebben gemeld dat de merken Yes en Grand niet waren voorzien van een accijnszegel en het merk Palace banderollen hadden van de Kanarische Eilanden.

In een getapt telefoongesprek tussen verdachte en een onbekende op 27 mei 2008 vraagt de onbekende aan verdachte welk merk hij in de loods heeft. Verdachte zegt hierop dat hij meestal Yes heeft, en ook 500 Grand en 300 Park.

Verdachte heeft op de zitting bevestigd dat hij op 27 mei 2008 al sigaretten in zijn loods had en dat hij met 500 Grand en 300 Park bedoelde sloffen sigaretten.

Verbalisant [verbalisant 4] heeft bericht gekregen van Japan Tobacco International Germany GmbH dat de monsters van de pakjes sigaretten van het merk Palace, welke op 18 juni 2008 in beslag genomen zijn, onderzocht zijn en dat geconstateerd is dat het namaaksigaretten betrof.

In een getapt telefoongesprek tussen Steven en verdachte op 12 juni 2008 vraagt Steven verdachte de goederen in de dozen te doen, de dozen in de folie te doen en deze op pallets te plaatsen.

[naam medewerker] van de firma CCG te De Lier heeft verklaard dat de pallets professioneel waren ingeseald.

Bij de doorzoeking van de loods van verdachte wordt een delivery note aangetroffen waarop dezelfde Consignor en Consignee staan vermeld als hierboven en als Agent staat daarop de naam van de firma CCG te De Lier.

De rechtbank acht op grond daarvan wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze partij sigaretten op 18 juni 2008 met anderen voorhanden heeft gehad.

m.b.t. gedachtestreepje 5 (gepleegd op 8 juli 2008):

Verbalisant [verbalisant 4] heeft de in de loods van verdachte aan de [adres] op

8 juli 2008 in beslag genomen sigaretten geteld. Het betroffen 25.800 stuks Palace, 29.800 stuks Super Grand en 8.000 stuks Yes.

Verdachte heeft op de zitting erkend dat hij deze illegale sigaretten op 8 juli 2008 in zijn loods aanwezig had.

De rechtbank acht op grond daarvan ook dit feit wettig en overtuigend bewezen.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

in de periode van 1 september 2007 tot en met 8 juli 2008 te Sprang-Capelle, gemeente Waalwijk, meermalen tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk accijnsgoederen, te weten hoeveelheden sigaretten, voorhanden heeft/hebben gehad, te weten:

- op of omstreeks 22 februari 2008 in totaal 8.195.200 stuks sigaretten,

- op of omstreeks 22 april 2008 in totaal 2.500.000 stuks sigaretten,

- op of omstreeks 18 juni 2008 in totaal 548.000 stuks sigaretten,

- op of omstreeks 8 juli 2008 in totaal 63.600 stuks sigaretten,

- zijnde accijnsgoederen als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de accijns, zonder dat die accijnsgoederen overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de accijns in de heffing waren betrokken.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, wijzend op de gedateerdheid van de feiten, de gezondheid van verdachte en diens financiële problemen, bepleit de zaak af te doen met een werkstraf, eventueel aangevuld met een voorwaardelijke gevangenisstraf.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk voorhanden hebben van grote hoeveelheden sigaretten (ruim 11,3 miljoen) waarover geen accijns was betaald. De handel in illegale sigaretten verstoort de reguliere markt voor sigaretten en werkt bovendien ontwrichtend op het systeem van een gemeenschappelijke economische ordening die in Europees verband wordt nagestreefd. Door deze feiten wordt voor hoge bedragen aan accijns ontdoken. Bovendien wordt aan bonafide bedrijven, die wel aan de accijnsrechtelijke verplichtingen voldoen, oneerlijke concurrentie aangedaan. Ook wordt het in Nederland en in andere Europese landen gevoerde beleid om door hoge prijzen het gebruik van sigaretten te ontmoedigen ter beperking van de schadelijke gevolgen daarvan voor de volksgezondheid doorkruist. Door het niet betalen van de accijns op bedoelde sigaretten is de Nederlandse staat benadeeld voor een bedrag van ruim 1,6 miljoen euro.

Verdachte was in de organisatie degene die de loods huurde waar de sigaretten opgeslagen en omgepakt werden. Dat ompakken was de specifieke taak van verdachte en hij was behulpzaam bij het lossen en laden van de sigaretten uit of in de vrachtwagens. Uit het dossier komt verder naar voren dat hij transportmiddelen en andere opslagruimte huurde ten behoeve van de organisatie.

Verdachte zou forse bedragen, variërend van € 10.000,-- tot € 15.000,--, ontvangen per lading.

De rechtbank gaat er vanuit dat verdachte, zo niet meteen dan toch al heel snel, wist dat het om de opslag van illegale sigaretten ging, maar dat hij er niets aan heeft gedaan om te verhinderen dat er nieuwe ladingen naar zijn loods werden gebracht.

De feiten, met name de grootte van de partijen gesmokkelde sigaretten, zijn te ernstig om de modaliteit van de straf te zoeken in een werkstraf zoals de verdediging voorstelt.

Gelet op de rol die verdachte in het geheel speelde en rekening houdende met straffen die in soortgelijke zaken door de rechtbank zijn opgelegd, acht de rechtbank in beginsel een gevangenisstraf van 15 maanden op zijn plaats.

De feiten dateren van ruim drie jaar geleden. De zaak was eerder aan de rechter voorgelegd in mei 2010, maar is toen door het Openbaar Ministerie ingetrokken.

Naar het oordeel van de rechtbank is thans sprake van een overschrijding van de redelijke termijn voor vervolging, welke overschrijding niet aan de verdediging kan worden verweten.

De rechtbank acht daarom strafvermindering op zijn plaats. Zij zal een gevangenisstraf opleggen van 12 maanden.

De rechtbank zal daarvan een deel van 3 maanden voorwaardelijk opleggen om te voorkomen dat verdachte, die om financiële redenen zich met sigarettensmokkel ging bezig houden en inmiddels financieel in zwaar weer verkeert, in de verleiding komt om in herhaling te vallen.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 47, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5, 97 en 104 van de Wet op de accijns zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

medeplegen van opzettelijk een in artikel 5 van de Wet op de accijns opgenomen verbod overtreden, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. Kooijman, voorzitter, mr. Kok en mr. Kneepkens, rechters, in tegenwoordigheid van Mertens, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 21 oktober 2011. Mrs. Kok en Kneepkens zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

hij op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 1 september 2007 tot en met 8 juli 2008 te Sprang-Capelle, althans gemeente Waalwijk, in elk geval (elders) in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk (een) accijnsgoed(eren), te weten (een) hoeveelhe(i)d(en) sigaretten, voorhanden heeft/hebben gehad, te weten:

- op of omstreeks 22 februari 2008 in totaal 8.195.200 stuks, in elke geval een hoeveelheid, sigaretten,

- op of omstreeks 18 maart 2008 in totaal 1.679.000 stuks, in elk geval een hoeveelheid, sigaretten,

- op of omstreeks 22 april 2008 in totaal 2.500.000 stuks, in elk geval een hoeveelheid, sigaretten,

- op of omstreeks 18 juni 2008 in totaal 548.000 stuks, in elk geval een hoeveelheid, sigaretten,

- op of omstreeks 8 juli 2008 in totaal 63.600 stuks, in elk geval een hoeveelheid, sigaretten,

- zijnde (een) accijnsgoed(eren) als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de accijns, in elk geval een (grote) hoeveelheid sigaretten, zonder dat/die accijnsgoed(eren) overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de accijns in de heffing was/waren betrokken.