Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2011:BT8844

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
20-10-2011
Datum publicatie
21-10-2011
Zaaknummer
993063-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft samen met een ander valse facturen van zijn bedrijven opgemaakt die vervolgens gebruikt zijn het aanvragen van het faillissement van die ander.

Gelet op de aannemelijkheid van het oogmerk van geldelijk gewin, legt de rechtbank een geldboete van € 4.000,= waarvan € 2.000,= voorwaardelijk, op. Hierbij is rekening gehouden met een "undue delay" van 4 1/2 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

parketnummer: 993063-07

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 20 oktober 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [datum en plaats]

wonende te [adres]

raadsman mr. F. Stoffels, advocaat te Zevenbergen

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 6 oktober 2011, waarbij de officier van justitie, mr. Mulder, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

1. facturen van zijn bedrijven heeft vervalst;

2. betalingen van facturen heeft aangenomen van het failliete bedrijf Caravancentrum De Baronie BV (hierna: De Baronie), wetende dat hij daardoor de schuldeisers van dit failliete bedrijf zou benadelen.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte beide tenlastegelegde feiten heeft begaan.

Zij baseert zich ten aanzien van feit 1 op de omstandigheid dat gebleken is dat de 2 taxatiefacturen pas zijn opgemaakt in september 2003, terwijl de te factureren goederen ten tijde van het gestelde taxeren (december 2002 / januari 2003) al verkocht waren en niet meer in het bezit waren van [naam medeverdachte], in wiens opdracht verdachte zegt te hebben getaxeerd. Met betrekking tot de 3 huurfacturen gericht aan De Baronie is de officier van justitie van mening dat deze facturen vlak voor het faillissement van De Baronie zijn opgemaakt en dat gebleken is dat De Baronie feitelijk nooit huurder is geweest van het pand.

Met betrekking tot feit 2 stelt de officier van justitie dat verdachte een waarborgsom onder zich had ten aanzien van de verhuur van het pand aan Astra Trucks BV en dat deze waarborgsom volgens de eigen verklaring van verdachte bij de nieuwe overeenkomst met De Baronie is overgegaan op De Baronie. Nu verdachte deze waarborgsom onder zich heeft gehouden ten tijde van het faillissement van De Baronie, heeft hij zich schuldig gemaakt aan het aannemen van een betaling van een niet opeisbare schuld ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers van De Baronie.

Verdachte dient volgens de officier van justitie van het overige onder feit 2 ten laste gelegde te worden vrijgesproken.

Voor zover de feiten onder 1 en 2 zijn begaan door Nassaupoort Expertisebureau BV, is de officier van justitie van mening dat uit de verklaringen van getuigen en van verdachte zelf plus uit het uittreksel uit de Kamer van Koophandel afgeleid kan worden dat verdachte als leidinggevende van Nassaupoort Expertisebureau BV heeft gehandeld.

4.2 Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft van het begin af aan ontkend valse facturen te hebben opgemaakt.

De raadsman heeft opgemerkt dat verdachte, hoewel hij alle schijn tegen zich heeft, blijft volharden bij zijn ontkenning de feiten zoals die op de dagvaarding staan, te hebben gepleegd. De raadsman mist in het dossier een belang dat verdachte zou hebben gehad om deze strafbare feiten te plegen en om De Baronie failliet te laten gaan.

Gelet op de stellige ontkennende verklaring van verdachte en het ontbreken van enig belang om voornoemde feiten te plegen, heeft de raadsman verzocht verdachte vrij te spreken van de tenlastegelegde feiten.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Feit 1

Op 10 september 2003 heeft verdachte het faillissement aangevraagd van De Baronie op basis van een aantal facturen (D/123 t/m D/127), afkomstig van zijn vennootschap [naam van het bedrijf van verdachte] Expertisebureau BV en zijn eenmanszaak Expertise-taxatiebureau [n[naam verdachte]] Het faillissement van De Baronie is gevolgd op 7 oktober 2003.

Medeverdachte [naam medeverdachte] (hierna: [naam medeverdachte]) is vanaf 10 oktober 2002 enig bestuurder en aandeelhouder van De Baronie, welk bedrijf is gevestigd aan de [adres]

De taxatiefacturen D/126 en D/127

De bescheiden D/126 en D/127 zijn kopieën van facturen van Expertise-taxatiebureau [naam verdachte], gevestigd in Poppel (België), d.d. respectievelijk 6 januari 2003 en 8 januari 2003, gericht aan De Baronie, gevestigd in Oudenbosch. Zij hebben betrekking op de taxatie van goederen. Deze kopieën van facturen zijn aangetroffen in de administratie van De Baronie.

Verdachte heeft over deze facturen verklaard dat hij deze taxaties heeft uitgevoerd in opdracht van [naam medeverdachte] namens De Baronie. [naam medeverdachte] stond er volgens verdachte op dat hij dat met zijn Belgische bedrijf deed. Volgens verdachte zijn die taxaties ergens rond de jaarwisseling van 2002 naar 2003 gedaan en heeft hij de goederen die getaxeerd moesten worden toen gezien in Oudenbosch aan de Bosschendijk.

De rechtbank acht deze verklaring op grond van de volgende feiten en omstandigheden volstrekt ongeloofwaardig:

Verdachte is door de FIOD-ECD ermee geconfronteerd dat in de administratie van De Baronie een verkoopfactuur van de volgens verdachte getaxeerde oplegger van factuur D/126 is aangetroffen, waaruit zou blijken dat deze oplegger op 14 oktober 2002 is verkocht aan [naam koper] te Zoeterwoude. [naam inkoper], inkoper voor [naam koper] BV heeft verklaard dat de oplegger in oktober 2002 door hen is meegenomen en sindsdien in gebruik was bij [naam koper]. Hij weet niets af van een taxatie van de oplegger. De prijs die De Baronie vroeg was volgens [naam inkoper] scherp en bovendien was het niet gebruikelijk om te taxeren. De oplegger is volgens [naam inkoper] niet meer teruggeweest.

Voorts heeft de FIOD-ECD verdachte ermee geconfronteerd dat in de administratie van De Baronie een verkoopfactuur is aangetroffen, waaruit zou blijken dat een deel van de volgens verdachte getaxeerde goeden op factuur D/127 op 2 december 2002 is verkocht aan [naam transportbedrijf] Transport in Strijbeek. Directeur [naam transportbedrijf] van dit bedrijf heeft op 12 april 2005 verklaard dat de van De Baronie gekochte materialen door hen zelf worden gebruikt en nog aanwezig zijn in zijn bedrijf. De materialen zijn op de factuurdatum afgeleverd en [naam transportbedrijf] weet niets van een taxatie van de goederen.

De rechtbank acht de verklaringen van de getuigen [naam inkoper] en [naam transportbedrijf] betrouwbaar. Zij hebben immers geen enkel belang om te liegen over de aankoop van die goederen en de aanwezigheid daarvan op hun bedrijf.

Verdachte heeft verklaard dat hij deze facturen door een van zijn secretaresses van [naam van het bedrijf van verdachte] heeft laten uitschrijven en dat alle facturen, zowel voor Expertise-taxatiebureau [naam verdachte] als [naam van het bedrijf van verdachte] Expertisebureau BV, op de computer in het bedrijfspand aan de [adres] worden gemaakt .

Secretaresse [naam secretaresse] heeft verklaard dat facturen via een sjabloon worden opgemaakt en dat op 1 september 2003 een sjabloon is aangemaakt voor Expertise-taxatiebureau [n[naam verdachte]] Dit sjabloon is op 3 september gevuld met factuurgegevens. Haar verklaring wordt gesteund door het onderzoek van de FIOD-ECD. De bevindingen van de FIOD-ECD zijn namelijk dat factuur D/126 op de computer is vervaardigd en afgedrukt op 3 september 2003.

De rechtbank acht op grond van dit alles wettig en overtuigend bewezen dat de goederen die op de facturen D/126 en D/127 zijn vermeld niet door verdachte zijn getaxeerd en dat deze facturen valselijk door verdachte zijn opgemaakt op 3 september 2003 in Baarle-Nassau.

De huurfacturen D/123 tot en met D/125

De bescheiden D/123 t/m D/125 zijn kopieën van facturen van [naam van het bedrijf van verdachte] Expertisebureau BV, gevestigd in Baarle-Nassau, gericht aan De Baronie met als adres een postbusnummer in Baarle-Nassau. De facturen zijn gedateerd op 30 juni 2003, 24 juli 2003 en 21 augustus 2003. Het betreft de huur van kantoorruimte aan de [adres] voor respectievelijk de maanden juli 2003, augustus 2003 en september 2003. Deze kopieën van facturen zijn aangetroffen in de administratie van De Baronie.

In het dossier bevindt zich een huurovereenkomst tussen [naam van het bedrijf van verdachte] Expertisebureau BV en Astra Trucks BV met betrekking tot de huur van kantoorruimte in het pand [adres].

Verdachte heeft op zitting verklaard dat Astra Trucks, met [naam medeverdachte] als contactpersoon, al geruime tijd deze ruimte bij hem huurde en dat [naam medeverdachte] hem op een gegeven moment gevraagd heeft de huur om te zetten van Astra Trucks naar De Baronie. Dat moet volgens hem in juni 2003 zijn geweest. Bij de FIOD heeft verdachte verklaard dat die afspraak met [naam medeverdachte] is gemaakt op 11 juni 2003. Verdachte heeft toen facturen op naam van De Baronie uitgestuurd met ingang van juli 2003. Hij heeft zijn secretaresse [naam secretaresse] de opdracht gegeven om die facturen over te zetten op De Baronie.

[naam secretaresse] heeft verklaard dat verdachte haar op een gegeven moment gezegd heeft dat de naam op de facturen veranderd moest worden. Zij ontkent de facturen vooruitgemaakt te hebben. Zij heeft toen ook verklaard dat zij de facturen D/123 t/m D/125 heeft gemaakt met als oorspronkelijke geadresseerde Astra Trucks op de data die er opstaan en dat ze die later, in elk geval na 21 augustus 2003, in opdracht van verdachte heeft vervangen.

De verklaring van verdachte dat de huurovereenkomst is overgezet van Astra Trucks naar De Baronie vindt nergens ondersteuning. [naam medeverdachte] verklaart hier niet over en ook is geen schriftelijke huurovereenkomst met De Baronie in de administratie van verdachte aangetroffen, terwijl de verklaring van [naam secretaresse] op het tegendeel duidt.

Dat de verklaring van verdachte niet juist kan zijn, blijkt ook uit een brief van Nassau Poort Expertisebureau van 30 juni 2003, gericht aan Astra Trucks, waarin verdachte aan [naam medeverdachte] meedeelt dat alle openstaande huurnota’s tot en met juni 2003 per kas zijn voldaan en dat de huurnota voor juli 2003 wordt bijgevoegd. Deze brief is verdachte op zitting getoond en hij heeft geconstateerd dat onder de brief een paraaf staat van secretaresse [naam secretaresse]. Dit duidt erop dat [naam secretaresse] deze brief op 30 juni 2003, dus ruim nadat volgens verdachte de afspraak zou zijn gemaakt om de huur over te zetten naar De Baronie, heeft opgemaakt en dat zij toen niets van die afspraak wist.

Mede gelet op hetgeen is overwogen voor de facturen D/126 en D/127, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opdracht heeft gegeven aan [naam secretaresse] als secretaresse van Nassau Poort Expertisebureau BV de huurfacturen D/123 t/m D/125 na 23 augustus 2003 en vóór 10 september 2003, zijnde de datum van de aanvraag van het faillissement van De Baronie, op te maken in Baarle-Nassau. Die facturen zijn mitsdien valselijk opgemaakt. De rechtbank concludeert voorts, mede gelet op de heersende jurisprudentie op dit punt, dat Nassau Poort Expertisebureau BV als rechtspersoon aangemerkt kan worden als dader van deze strafbare feiten, nu deze feiten redelijkerwijs aan de BV kunnen worden toegerekend en dat verdachte opdracht heeft gegeven tot het plegen van die feiten.

Opvallend en een extra aanwijzing voor de valsheid van genoemde facturen D/123 t/m D/127 is de omstandigheid dat de originele facturen zich bevinden in het faillissements-dossier dat verdachte heeft opgemaakt om het faillissement van De Baronie aan te vragen, terwijl de kopiefacturen zich bevinden in de administratie van De Baronie. Deze gang van zaken is zeer ongebruikelijk omdat het in het handelsverkeer gebruikelijk is dat de originele factuur wordt toegezonden aan degene voor wie de factuur bestemd is. Verdachte heeft, toen hij daarmee op zitting geconfronteerd werd, verklaard dat dit kopieën betreft die werden uitgedraaid uit de computer en dat die gelijk zijn aan de originele facturen. Deze verklaring is aantoonbaar onjuist nu de facturen die in de administratie van De Baronie zijn aangetroffen wel zwart-wit kopieën betreffen, terwijl daar geen originele facturen zijn aangetroffen.

Taxatie- en huurfacuren D/123 t/m D/127

Voorts acht de rechtbank bewezen dat verdachte al deze facturen (D/123 t/m D/127) tezamen en in vereniging met medeverdachte [naam medeverdachte] valselijk heeft opgemaakt.

[naam medeverdachte] heeft immers tegenover de FIOD-ECD verklaard dat hij aan verdachte opdracht heeft gegeven tot het taxeren van de oplegger en dat hij bij die taxatie in Oudenbosch aanwezig was. De rechtbank acht deze verklaring, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen over de taxatiefacturen, ongeloofwaardig. De rechtbank leidt uit deze verklaring af dat [naam medeverdachte] wetenschap had van het bestaan van de valse facturen D/126 en D/127. Voorts leidt de rechtbank deze wetenschap van en tevens de betrokkenheid van [naam medeverdachte] bij alle valse facturen af uit de omstandigheid dat [naam medeverdachte], toen hij op 8 september 2003 werd aangemaand voormelde 5 facturen dezelfde dag nog te betalen, op 9 september 2003 een fax naar verdachte stuurde - met als bijlage de aanmaning waarin de facturen waarom het draait specifiek zijn aangegeven - waarin hij vermeldde dat hij niks meer zou betalen . Hij heeft toen niet bericht dat hij niets afwist van deze facturen en heeeft daarmee impliciet het bestaan van deze facturen geaccepteerd.

Het staat onder die omstandigheden voor de rechtbank vast dat verdachte samen met [naam medeverdachte] heeft gepland om deze facturen valselijk op te maken.

Dat ligt ook in de rede nu [naam medeverdachte] belang had bij het gebruik van deze facturen. Ze zijn eind augustus / begin september 2003 opgemaakt en op 10 september 2003 door verdachte gebruikt om het faillissement van het bedrijf De Baronie te bewerkstelligen op het moment dat de Belastingdienst [naam medeverdachte] steeds meer onder druk zette om de openstaande omzetbelastingschuld van De Baronie te betalen.

Hoewel aan de raadsman van verdachte toegegeven moet worden dat uit het dossier niet direct duidelijk wordt wat het belang van verdachte is om deze valse facturen samen met [naam medeverdachte] op te maken en met behulp van deze facturen het faillissement van De Baronie aan te vragen, staat deze constatering niet aan een bewezenverklaring van feit 1 in de weg.

Dat uit het dossier geen belang blijkt, wil niet zeggen dat zo’n belang er niet is. De rechtbank kan zich bijvoorbeeld voorstellen dat het belang van verdachte is gelegen in geldelijk gewin, wellicht doordat [naam medeverdachte] hem een (groot) geldbedrag in het vooruitzicht heeft gesteld wanneer hij op deze manier aan het faillissement van De Baronie zou meewerken.

Feit 2

Onder dit feit wordt verdachte - kort gezegd - het verwijt gemaakt dat hij betalingen heeft aangenomen van de onder feit 1 genoemde valse facturen, gericht aan De Baronie, wetende dat De Baronie (bijna) failliet was, waardoor hij de rechten van de schuldeisers van De Baronie heeft benadeeld.

De rechtbank stelt vast dat niet is gebleken dat verdachte dan wel zijn bedrijf [naam van het bedrijf van verdachte] Expertisebureau B.V. enige betaling heeft ontvangen van voornoemde valse facturen. Verdachte heeft immers het faillissement van De Baronie aangevraagd omdat De Baronie dan wel [naam medeverdachte] als directeur van De Baronie deze facturen niet betaalde.

De door de officier van justitie genoemde waarborgsom van fl. 1350,= die [naam medeverdachte] als directeur van Astra trucks BV aan [naam van het bedrijf van verdachte] Expertisebureau B.V. in het kader van het huurcontract (D/439) zou hebben betaald, valt naar het oordeel van de rechtbank niet te rangschikken onder een betaling die [naam van het bedrijf van verdachte] zou hebben ontvangen van De Baronie, ook al zou verdachte verklaard hebben dat deze waarborgsom in het kader van de nieuwe overeenkomst met De Baronie zou zijn overgegaan van Astra Trucks BV op De Baronie. De rechtbank stelt immers mét de officier van justitie vast dat de huurovereenkomst tussen De Baronie en [naam van het bedrijf van verdachte] Expertisebureau B.V. niet bestaan heeft en gefingeerd is, zodat laatstgenoemde verklaring van verdachte als ongeloofwaardig moet worden bestempeld.

Nu niet gebleken is dat verdachte dan wel [naam van het bedrijf van verdachte] Expertisebureau B.V. enige betaling heeft aangenomen ten tijde van het faillissement van De Baronie, dan wel in het vooruitzicht van dit faillissement, kan hetgeen onder feit 2 ten laste is gelegd niet bewezen worden geacht en dient verdachte van dit feit te worden vrijgesproken.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

h.o.d.n. Expertise-taxatiebureau [naam verdachte] in

de periode van 01 januari 2003 tot 01 oktober 2003 te Baarle-Nassau, tezamen en in vereniging met een ander facturen inzake taxatie van een oplegger en andere goederen (D/126,

D/127), - elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig

feit te dienen -valselijk heeft opgemaakt , immers hebben

hij, verdachte, en zijn mededader valselijk die

facturen uitgeschreven terwijl er in werkelijkheid geen taxaties

hebben plaatsgevonden), zulks met het oogmerk om die

geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen

gebruiken;

en

Nassaupoort Expertisebureau BV in de periode van 01 juli 2003 tot

01 oktober 2003 te Baarle Nassau, tezamen en in

vereniging met een ander , facturen inzake verhuur (D/123 t/m

D/125)- elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit

te dienen - valselijk heeft opgemaakt, immers hebben die

Nassaupoort BV en haar mededader valselijk op die

facturen aangegeven dat er sprake was van verhuur van kantoorruimte aan

Caravancentrum De Baronie BV terwijl in werkelijkheid geen sprake was van

verhuur aan Caravancentrum De Baronie BV, maar aan Astra Trucks BV, zulks

met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te

gebruiken of door anderen te doen gebruiken, tot het plegen van welk

bovenomschreven feit hij, verdachte, opdracht heeft gegeven;

De rechtbank heeft hierbij kennelijke misslagen verbeterd, waardoor de verdachte niet in zijn belangen is geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een werkstraf van 80 uren waarvan 40 uren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Zij is van mening dat, uitgaande van de richtlijnen bij faillissementsfraude, een gevangenisstraf op zijn plaats zou zijn. Zij eist echter, gelet op de ouderdom van de feiten, een deels voorwaardelijke werkstraf.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht - in het geval dat de rechtbank tot een veroordeling van verdachte mocht komen - verdachte een voorwaardelijke werkstraf op te leggen, mede gelet op de ouderdom van de feiten.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft samen met [naam medeverdachte] een vijftal valse facturen opgemaakt. Deze facturen zijn gebruikt om het faillissement van De Baronie, zijnde een bedrijf van [naam medeverdachte], te bewerk¬stelligen. Met het maken van valse facturen wordt het vertrouwen in het handelsverkeer beschadigd. Bovendien vormt het vaak een basis voor belastingfraude.

De rechtbank acht dit dan ook een ernstig feit.

Gelet op het feit dat aannemelijk is dat geldelijk gewin een rol heeft gespeeld bij verdachte om aan deze strafbare feiten mee te werken, acht de rechtbank, mede omdat de faillissementsfraude niet bewezen wordt geacht, anders dan de officier van justitie een geldboete op zijn plaats.

Gelet op de straffen die doorgaans voor soortgelijke feiten worden opgelegd, acht de rechtbank een geldboete van € 4.000,= in beginsel passend.

De rechtbank overweegt met betrekking tot de door de officier van justitie en de raadsman genoemde overschrijding van de redelijke termijn het volgende. Bij de vraag of er sprake is van overschrijding van de redelijke termijn dient eerst te worden vastgesteld op welk moment sprake was van een eerste daad van vervolging. Dit is het moment dat vanwege de staat jegens verdachte een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat het openbaar ministerie een strafvervolging tegen hem zal instellen.

In het onderhavige is dit de datum waarop verdachte voor de eerste maal in het kader van onderhavig onderzoek werd gehoord, namelijk 12 april 2005. Uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad blijkt dat een strafzaak in eerste aanleg in de regel op zitting moet worden berecht binnen twee jaar nadat de termijn is aangevangen, behalve als er sprake is van bijzondere omstandigheden. Van dergelijke bijzondere omstandigheden is in dit geval geen sprake. De rechtbank is van oordeel dat er, gelet op het voorgaande, in dit geval sprake is van overschrijding van de redelijke termijn van ongeveer 4 ½ jaar. De rechtbank zal met deze overschrijding van de redelijke termijn bij de bepaling van de strafmaat rekening houden in die zin dat zij van de op te leggen geldboete van € 4.000,= de helft (€ 2.000,=) voorwaardelijk zal opleggen. Deze voorwaardelijke straf dient er tevens toe verdachte te weerhouden van het opnieuw plegen van strafbare feiten.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 51, 57, 63 en 225 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder 2 tenlastegelegde feiten;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Feit 1:

Medeplegen van valsheid in geschrift, en

Medeplegen van valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij tot het feit opdracht heeft gegeven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot betaling van een geldboete van € 4.000,=, waarvan € 2.000,=, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- beveelt dat bij niet betaling van de geldboete, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 30 dagen voor het onvoorwaardelijke deel en 30 dagen voor het voorwaardelijke deel;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van deze geldboete niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. Kooijman, voorzitter, mr. Peeters en mr. Beukers, rechters, in tegenwoordigheid van De Roos, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 20 oktober 2011.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1.

Hij, verdachte, h.o.d.n. Expertise-taxatiebureau [naam verdachte] in of omstreeks

de periode van 01 januari 2003 tot 01 oktober 2003 te Baarle-Nassau, althans

elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans hij, verdachte, meermalen, althans eenmaal, (telkens) (een)

fatuur/facturen inzake taxatie van een oplegger en/of andere goederen (D/126,

d/127), - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig

feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft/hebben

hij, verdachte, en/of zijn medeverdachte(n) (telkens) valselijk die

factu(u)r(en) uitgeschreven (terwijl er in werkelijkheid geen taxatie(s)

heeft/hebben plaatsgevonden), zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat

geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen

gebruiken (BAMDpv, p. 57 e.v.);

en/of

Nassaupoort Expertisebureau BV in of omstreeks de periode van 01 juli 2003 tot

01 oktober 2003 te Baarle Nassau, althans elders in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans die Nassaupoort BV, meermalen,

althans eenmaal, (telkens) (een) factu(u)r(en) inzake verhuur (D/123 t/m

d/125)- (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit

te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft/hebben die

Nassaupoort BV en/of haar medeverdachte(n) (telkens) valselijk op die

factu(u)r(en)en aangegeven dat er sprake was van verhuur van kantoorruimte aan

Caravancentrum De Baronie BV (terwijl in werkelijkheid geen sprake was van

verhuur aan Caravancentrum De Baronie BV, maar aan Astra Trucks BV), zulks

(telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te

gebruiken of door anderen te doen gebruiken, tot het plegen van welk(e)

bovenomschreven feit(en) hij, verdachte, (telkens) opdracht heeft gegeven, dan

wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) hij, verdachte, (telkens)

feitelijk leiding heeft gegeven (BAMDpv, p. 52 e.v.);

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

Hij, verdachte, h.o.d.n. Expertise-taxatiebureau [naam verdachte], in of

omstreeks de periode van 01 januari 2003 tot en met 31 december 2003 te Baarle

Nassau, althans elders in Nederland, in geval van faillissement, of in het

vooruitzicht daarvan, van Caravancentrum de Baronie BV, terwijl het

faillissement is gevolgd, doordat Caravancentrum De Baronie BV op 07 oktober

2003 in staat van faillissement is verklaard bij vonnis van de rechtbank te

Breda, ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers, (een)

betaling(en) heeft aangenomen van (een) niet opeisbare schuld(en), te weten

betalingen van facturen terzake in werkelijkheid niet uitgevoerde taxaties,

en/of van (een )niet bestaande schuldvordering(en) terzake niet uitgevoerde

taxaties (D/427, D/428, D/429) (BAMDpv, p. 62 e.v.);

(art 344 ahf sub 1 Sr)

en/of

Nassaupoort Expertisebureau BV in of omstreeks de periode van 01 juli 2003

tot 01 oktober 2003 te Baarle-Nassau, althans elders in Nederland, in geval

van faillissement, of in het vooruitzicht daarvan, van Caravancentrum De

Baronie BV, terwijl het faillissement is gevolgd, doordat Caravancentrum De

Baronie BV op 07 oktober 2003 in staat van faillissement was verklaard bij

vonnis van de rechtbank te Breda, ter bedrieglijke verkorting van de rechten

der schuldeisers, (een) betaling(en) heeft aangenomen van (een) niet opeisbare

schuld(en), te weten (een) betaling(en) van (een) factu(u)r(en) terzake in

werkelijkheid niet bestaande verhuur van kantoorruimte aan die Caravancentrum

De Baronie BV, en/of van (een) niet bestaande schuldvordering(en) te weten

terzake niet bestaande verhuur van kantoorruimte aan die Caravancentrum De

Baronie BV, tot het plegen van welk(e) bovenomschreven feit(en) hij,

verdachte, opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden

gedraging(en) hij, verdachte, feitelijk leiding heeft gegeven (D/427, D/430,

D/431, D/432)) (BAMDpv, p. 56 e.v.);

art 343 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht