Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2011:BR4900

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
20-07-2011
Datum publicatie
12-08-2011
Zaaknummer
235602 KGZA 11-291
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Handelsnaamwet: geen sprake van een onderneming. Onrechtmatige daad, reflexwerking: aanduiding Verkeersslachtoffer(s) algemeen gebruikelijk en louter beschrijvend

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK BREDA

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 235602 / KG ZA 11-291

Vonnis in kort geding van 20 juli 2011

in de zaak van

de vereniging

VERENIGING VERKEERSSLACHTOFFERS,

gevestigd te Terneuzen,

eiseres,

advocaat mr. H.L. Thiescheffer,

tegen

de stichting

STICHTING VOOR VERKEERS SLACHTOFFERS,

gevestigd te Tilburg,

gedaagde,

advocaat mr. A. Schellart.

Partijen zullen hierna ‘de vereniging’ en ‘de stichting’ genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van de vereniging en de door haar in het geding gebrachte producties

- de pleitnota van de stichting en de door haar in het geding gebrachte producties.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Het geschil

2.1. De vereniging vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de stichting te veroordelen:

1. om binnen 24 uur na het betekenen van het ten deze te wijzen vonnis het woord Verkeers Slachtoffer, op welke wijze dan ook geschreven, uit haar handelsnaam te verwijderen;

2. om binnen 24 uur na het betekenen van het ten deze te wijzen vonnis haar huidige website van het internet te verwijderen en verwijderd te houden;

3. tot het betalen van een dwangsom van Euro 2.000,00 per dag of dagdeel dat zij met de gevorderde veroordelingen als vermeld onder sub 1. en 2. voornoemd in gebreke is gebleven;

4. tot het betalen van de proceskosten waaronder salaris gemachtigde.

2.2. De stichting voert verweer.

2.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3. De beoordeling

3.1. Tussen partijen staat het volgende vast:

a. De vereniging vertegenwoordigt sedert 3 juli 1995 de belangen van verkeersslachtoffers in Nederland. In de notarieel verleden oprichtingsakte en in het handelsregister staat als naam van de vereniging vermeld “Vereniging Verkeersslachtoffers”.

b. Eind 2009, begin 2010, zijn conflicten ontstaan binnen de vereniging. Er ontstonden groeiende verschillen van inzicht met betrekking tot het te voeren beleid, welk verschil van inzicht zich onder meer toespitste op de vraag of lotgenoten¬contact dan wel collectieve belangbehartiging de belangrijkste doelstelling vormde en de meeste inspanning rechtvaardigde.

c. Op 10 juni 2010 hebben bestuurs¬leden van de vereniging de stichting opgericht.

d. In de vergadering van 30 oktober 2010 is het lidmaatschap van deze bestuursleden van de vereniging beëindigd.

e. De stichting behartigt eveneens de belangen van verkeersslachtoffers. In het handelsregister staat als naam van de stichting vermeld “Stichting Voor Verkeers Slachtoffers”.

3.2. De vereniging legt aan vordering sub 1. ten grondslag dat de stichting door in haar handelsnaam het woord “Verkeers Slachtoffer” op te nemen in strijd handelt met art. 5 Hnw dan wel onrechtmatig handelt.

De vereniging legt aan vordering sub 2. ten grondslag dat zij auteursrechthebbende is ten aanzien van de website van de stichting en dat de stichting door gebruik te maken van deze website inbreuk maakt op haar auteursrechten, althans onrechtmatig jegens haar handelt.

Vordering sub 1.

3.3. Vooropgesteld wordt het volgende. De vereniging vordert om de stichting te veroordelen het woord “Verkeers Slachtoffer”, op welke wijze dan ook geschreven, uit haar handelsnaam te verwijderen. De vraag of de stichting door het gebruik van haar volledige naam in strijd handelt met de Hnw of onrechtmatig handelt, ligt dus niet ter beoordeling voor.

De voorzieningenrechter constateert dat de stichting de woorden “Verkeers Slachtoffers” (onderstreping voorzieningenrechter) in haar naam gebruikt in plaats van het taalkundig wel correct geschreven “Verkeersslachtoffers”. Desgevraagd heeft de stichting medegedeeld dat de foutieve schrijfwijze onbewust is geschied, zodat hieraan geen speciale betekenis toekomt.

3.4. Op grond van art. 1 Hnw wordt onder een handelsnaam verstaan de naam waaronder een onderneming wordt gedreven. Van een onderneming is sprake indien in georganiseerd verband het oogmerk om materieel voordeel te behalen bestaat.

Zowel de vereniging als de stichting handelen met het doel: “het in samenwerking met andere organisaties behartigen van de belangen van verkeersslachtoffers, in overleg met de europese, landelijke en provinciale overheden”. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld of gebleken op grond waarvan blijkt dat de vereniging en de stichting handelen met het oogmerk van materieel voordeel. De vereniging en de stichting zijn dan ook geen ondernemingen in de zin van art. 1 Hnw, zodat geen sprake is van een handelsnaam, noch bij de vereniging, noch bij de stichting.

3.5. Aan namen die geen handelsnaam zijn, kan evenwel bescherming toekomen op grond van de (aanvullende werking van) art. 6:162 BW, waarbij de maatstaf van art. 5 Hnw analoog wordt gehanteerd.

3.6. De voorzieningenrechter is met de stichting van oordeel dat de aanduiding Verkeersslachtoffer(s) algemeen gebruikelijk en louter beschrijvend is voor organisaties die actief zijn ten behoeve van verkeersslachtoffers. Het gebruik van deze aanduiding is zodanig essentieel voor het beschrijven van de door partijen beoogde belangenbehartiging dat deze niet door één partij kan worden geclaimd. Een alternatieve keuze in de vorm van een gangbaar synoniem is ook niet gesteld. Als zodanig kan in elk geval niet dienen “mobiliteitsslachtoffer(s)”, als door de vereniging wel aangedragen. Deze term roept niet dezelfde evidente associatie op als de naam in het geding.

De term verkeersslachtoffer(s) mag in principe dus ook door de stichting in haar naam gebruikt worden. Dit zou slechts anders zijn indien de stichting met het voeren van die naam geen ander doel heeft dan de vereniging schade toe te brengen. Daarvan is geen sprake. Vast staat dat de stichting (ten minste mede) ten doel heeft de belangen van verkeersslachtoffers te behartigen, hetgeen reeds besloten ligt in de stelling van de vereniging dat de stichting is opgericht omdat de oprichters in de belangenbehartiging een andere koers wensten te varen dan de (meerderheid van de leden van) de vereniging.

Het woord Verkeersslachtoffer(s) kan dan ook slechts worden opgevat als een aanduiding van diegenen wier belangen de stichting wenst te behartigen. De stichting handelt dan ook niet onrechtmatig jegens de vereniging. Het sub 1. gevorderde zal worden afgewezen.

Vordering sub 2.

3.7. De vereniging stelt dat zij auteursrechthebbende is op de website van de stichting. Ter onderbouwing stelt de vereniging dat zij de website door Seneca BV heeft laten bouwen en dat zij Seneca BV hiervoor heeft betaald. De kosten van het bouwen van de website zijn opgenomen in het door haar aan Seneca BV betaalde bedrag van [Euro] 2.680,00 exclusief BTW, aldus de vereniging.

3.8. De stichting betwist dat de vereniging auteursrechthebbende is op de website van de stichting. De stichting voert aan dat zowel de vereniging als de stichting een licentie voor de bouw van een website van Seneca BV hebben gekregen. Ter onderbouwing van haar verweer heeft de stichting een brief d.d. 4 juli 2011 van Seneca BV overgelegd waarin Seneca BV mededeelt dat zij aan de vereniging om niet een Smartsite iXperion licentie heeft gegeven en dat deze aanbieding tevens omvatte de benodigde webhosting tegen een gematigd tarief van [Euro] 2.680,00 per jaar. Voorts deelt Seneca BV mede dat zij aan de stichting een gelijkluidend aanbod met gelijke condities heeft gedaan.

3.9. In het licht van het gemotiveerde verweer van de stichting had het op de weg van de vereniging gelegen haar stelling nader te onderbouwen. Dit heeft zij heeft nagelaten. Voorshands wordt dan ook geoordeeld dat de stelling van de vereniging dat zij auteursrechthebbende is op de website van de stichting, onvoldoende onderbouwd is in het licht van de stukken waarin zij is aangeduid als licentiehouder hetgeen toch impliceert dat het auteursrecht niet bij haar berust.

Feiten of omstandigheden op grond waarvan sprake is van onrechtmatig handelen aan de zijde van de stichting, zijn evenmin gesteld of gebleken. De vordering sub 2. zal dan ook worden afgewezen.

3.10. Uit het vorenstaande volgt dat nevenvordering sub 3. eveneens zal worden afgewezen.

3.11. De vereniging zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de stichting worden begroot op:

- griffierecht Euro 568,00

- salaris advocaat Euro 816,00

Totaal Euro 1.384,00

4. De beslissing

De voorzieningenrechter

4.1. wijst de vorderingen af,

4.2. veroordeelt de vereniging in de proceskosten, aan de zijde van de stichting tot op heden begroot op Euro 1.384,00,

4.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van der Weide en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2011 in tegenwoordigheid van de griffier mr. Te Kloese.