Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2011:BR1386

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
12-07-2011
Datum publicatie
13-07-2011
Zaaknummer
801126-10 + 665762-11 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Seksueel binnendringen bij meisje tussen 12 en 16 jaar na webcontact en poging tot verleiden van jonge meisjes van 13/14 jaar tot het plegen van ontucht via websites en msn. Sprake van pedofilie bij verdachte. Oplegging van 24 maanden gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

parketnummer: 801126-10 + 665762-11 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 12 juli 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [datum en plaats]

wonende te [adres]

thans gedetineerd in het PPC te Vught

raadsman mr. Vermeulen, advocaat te Tilburg

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 28 juni 2011, waarbij de officier van justitie, mr. Koning, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Ter zitting zijn overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

- heeft geprobeerd meerdere minderjarige meisjes te verleiden tot het plegen van ontuchtige handelingen en/of het dulden van zodanige handelingen van verdachte (parketnummer 801126-10);

- dat hij seks, waaronder seksuele gemeenschap, heeft gehad met [slachtoffer 1] een meisje van tussen de 12 en 16 jaar.

3 De voorvragen

- De geldigheid van de dagvaarding.

De rechtbank constateert met betrekking tot de dagvaarding onder parketnummer 665762-11 dat ten laste is gelegd dat het feit is gepleegd in de periode van 2006 tot en met 2008.

De rechtbank is ambtshalve van oordeel dat deze dagvaarding partieel nietig dient te worden verklaard voor zover de tenlastegelegde periode ziet op de tijd na 10 maart 2008. [slachtoffer 1], geboren op 11 maart 1992, was vanaf 11 maart 2008 immers 16 jaar, zodat de tenlastelegging met betrekking tot de periode vanaf laatstgenoemde datum innerlijk tegenstrijdig is met het in de tenlastelegging opgenomen bestanddeel “die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt”.

De dagvaarding is voor het overige geldig.

- De rechtbank is bevoegd.

- De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

- Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht met betrekking tot de dagvaarding onder parketnummer

801126-10 wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de aldaar ten laste gelegde feiten ten opzichte van [slachtoffer 2] [slachtoffer 3], [slachtoffer 4] en meerdere onbekend gebleven minderjarige meisjes heeft gepleegd. Hij baseert zich daarbij op de verklaringen van of namens voornoemde slachtoffers, de verklaring van verdachte en de processen-verbaal van bevindingen met betrekking tot de herkomst en de inhoud van msn-gesprekken en mailberichten.

Ten aanzien van hetgeen onder parketnummer 665762-11 ten laste is gelegd, overweegt de officier van justitie dat de intentie van verdachte bij het zoeken naar meisjes van rond de 13 jaar duidelijk was. Verdachte heeft immers op de zitting verklaard dat hij zó ver wilde gaan als die meisjes zelf wilden. Over [slachtoffer 1] heeft hij verklaard dat zij ontmaagd wilde worden. Verdachte heeft eerst terughoudend verklaard over het met zijn vingers gaan in de vagina van [slachtoffer 1], maar heeft later verklaard dat het mogelijk wel is gebeurd. Over het met zijn penis gaan in haar vagina was verdachte nog terughoudender. De officier van justitie stelt vast dat verdachte steeds heeft gezwegen over seksuele feiten, waar het mogelijk was. Hij acht op grond van de persoon van verdachte zeer aannemelijk dat hij niet toe heeft willen geven dat hij met zijn penis in haar vagina is geweest. Hij acht, mede gelet op het proces-verbaal bevindingen waarin [slachtoffer 1] verklaart dat verdachte haar heeft geneukt, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met zijn vingers en in elk geval voor een deel met zijn penis in de vagina van [slachtoffer 1] is geweest.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft met betrekking tot hetgeen onder parketnummer 801126-10 is ten laste gelegd verklaard dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier zit voor een bewezenverklaring van dit feitencomplex, mede gelet op de bekennende verklaring van verdachte.

De raadsman is met betrekking tot de dagvaarding onder parketnummer 665762-11 van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en wijst er daarbij op dat het vermeende slachtoffer [slachtoffer 1] geen aangifte heeft gedaan. Het opgemaakte proces-verbaal van bevindingen over het horen van [slachtoffer 1] acht de raadsman onvoldoende om dit feit te kunnen bewijzen.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

parketnummer 801126-10

De rechtbank acht het onder dit parketnummer ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 28 juni 2011 ;

- de aangifte van [slachtoffer 3] ;

- de aangifte van [slachtoffer 5] namens [slachtoffer 2] ;

- het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] met betrekking tot [slachtoffer 4] .

parketnummer 665762-11

Verdachte heeft tegenover de politie verklaard dat hij via het chatten een meisje uit Rijen heeft leren kennen. Hij heeft in de zomervakantie in 2006 met haar afgesproken bij haar in de straat en hij is toen met de auto met haar naar het bos bij Breda gereden. Hij heeft haar toen gevingerd. Rond de herfstvakantie heeft hij weer met haar afgesproken. Ze zijn toen weer naar dezelfde plek gereden. Zij wilde toen seksuele gemeenschap met hem. Hij heeft toen een condoom omgedaan. Voorts heeft verdachte verklaard dat zij lag en dat hij toen boven haar is gaan hangen. Het meisje was ongeveer 13 jaar. Dat had ze tegen hem verteld . In een latere verklaring heeft verdachte over deze tweede ontmoeting gezegd dat hij misschien wel met zijn vinger en misschien een klein stukje, een centimeter, met zijn penis in haar vagina is geweest.

Verbalisanten zijn met verdachte gaan zoeken naar de woning van het meisje waar hij in zijn verklaring over sprak. Verdachte heeft toen een huis aangewezen aan de [adres], waar zij volgens hem zou wonen.

Uit gegevens van de gemeentelijke basisadministratie bleek op dat adres [slachtoffer 1], geboren op 11 maart 1992, ingeschreven te staan.

De politie heeft op 3 maart 2011 met deze [slachtoffer 1] gesproken. Toen de verbalisant haar meedeelde dat er een onderzoek liep naar iemand die verklaard heeft dat hij contact heeft gehad met haar en haar zei dat het ging om [verdachte], zei [slachtoffer 1] “die uit Hilvarenbeek”. Ze vertelde dat ze met hem contact had gehad via de chatsite en dat ze daarna een paar keer met hem heeft afgesproken. Ze was toen 13 of 14 jaar oud. Dat had ze ook tegen hem verteld. [slachtoffer 1] vertelde dat hij haar had geneukt.

De rechtbank acht, met name op basis van de verklaringen van [slachtoffer 1] en verdachte zelf, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in 2006, toen [slachtoffer 1] 14 jaar oud was, met zijn penis en een vinger in haar vagina is geweest. Verdachte heeft dat, weliswaar schoorvoetend, ook zo verklaard. Hij heeft immers verklaard dat hij haar gevingerd heeft en dat hij een klein stukje, een centimeter, met zijn penis in haar vagina is geweest. Ook een centimeter is voldoende om te kunnen spreken van het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 1].

De verklaring van verdachte op zitting dat hij niet met zijn penis in haar vagina is geweest, acht de rechtbank niet geloofwaardig. De rechtbank heeft op zitting de indruk gekregen dat verdachte daadwerkelijk gepleegde seksuele handelingen bij jonge meisjes probeert te verdringen, terwijl aan de andere kant de rechtbank niet aannemelijk acht dat [slachtoffer 1] gelogen heeft wanneer zij zegt dat verdachte haar geneukt heeft.

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat het proces-verbaal van bevindingen over het verhoor van [slachtoffer 1], naast de verklaring van verdachte, voldoende wettig en overtuigend bewijs oplevert voor het ten laste gelegde.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

parketnummer 801126-10

op tijdstippen in de periode van 1 september 2009 tot en met 1 maart 2010 te Hilvarenbeek en Zaandijk of Koog aan de Zaan of Tilburg, ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om door (een) belofte(n) van geld,

personen genaamd [slachtoffer 2] geboren 15 oktober 1997, en [slachtoffer 3], geboren 17 juni 1997 en/of [slachtoffer 4], geboren op 17 januari

1998 en meerdere tot dusver onbekend gebleven minderjarigen, waarvan

verdachte telkens wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij de leeftijd

van achttien jaren nog niet hadden bereikt,

opzettelijk te bewegen tot het plegen van ontuchtige handelingen en/of

zodanige handelingen van verdachte te dulden,

- via de website webpet en/of de website netlog en/of

- via vervolgens MSN en/of telefonisch heeft gecommuniceerd met voornoemde

personen

- en/of daarbij aan voornoemde personen heeft gevraagd om elkaar te ontmoeten

- en/of seksuele voorstellen heeft gedaan, te weten onder meer of hij hen dan bloot mocht zien en/of hij dan 'in hen mocht' en/of hij hun lichaam mocht zien en/of hen mocht vingeren en/of

- voor deze ontmoeting en/of handelingen enig geldbedrag, heeft aangeboden aan voornoemde personen

- zich deels heeft ontkleed en/of zijn

geslachtsdelen heeft getoond voor de webcam,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

parketnummer 665762-11

in 2006 in Nederland, met [slachtoffer 1] (geboren op 11 maart 1992), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende verdachte zijn, verdachtes, penis en vinger in de vagina van die [slachtoffer 1] gebracht.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek van voorarrest en de maatregel van terbeschikkingstelling (hierna: TBS) met dwangverpleging.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman is van mening dat TBS met dwangverpleging een te vergaande maatregel is. Hij pleit voor een TBS met voorwaarden.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft een aantal malen geprobeerd jonge meisjes rond de 13/14 jaar te verleiden tot het plegen van ontuchtige handelen. Hij leerde die meisjes kennen via websites die gericht waren op jeugdigen. Veelal nodigde hij die meisjes daarna uit om via msn contact met hem te hebben. Als hij dan eenmaal dat msn contact had deed hij hen seksuele voorstellen en vroeg hij hen om elkaar te ontmoeten, waarbij hij hen geld aanbood. De meisjes gingen echter niet op zijn voorstel en uitnodiging in, waardoor het pogingen zijn gebleven.

De verdachte heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan schending van een fundamenteel beginsel van onze samenleving, namelijk dat een kind op grond van zijn lichamelijke en geestelijke onrijpheid bijzondere bescherming en zorg nodig heeft. De rechtbank rekent de verdachte, zelf vader, zwaar aan dat hij om zijn eigen lustgevoelens te kunnen botvieren bewust is blijven aansturen op seksueel contact met minderjarige meisjes. De verdachte heeft zich daarbij geen enkele rekenschap gegeven van de schade die hij deze meisjes kon berokkenen.

Bij in elk geval één meisje van 14 jaar heeft het contact via een chatsite daadwerkelijk geleid tot twee ontmoetingen waarbij verdachte met een vinger en met zijn penis in de vagina van dat meisje is binnengedrongen. Verdachte heeft door zijn handelen ernstig inbreuk gemaakt op zowel de lichamelijke als de geestelijke integriteit van dit jonge meisje dat in een extra kwetsbare positie verkeerde omdat haar vader pas was overleden en zij een soort vaderfiguur zocht.

De ernst en hoeveelheid van de gepleegde feiten rechtvaardigt in principe een gevangenis-straf van substantiële duur.

De rechtbank constateert voorts dat verdachte in 1992 en in 1995 ook al is veroordeeld voor ontucht met jeugdigen onder de leeftijd van 16 jaar.

De rechtbank heeft ook kennis genomen van de rapporten die over verdachte zijn opgemaakt door de psycholoog [naam deskundige] (d.d. 9 juni 2011) en de psychiater drs. [naam deskundige] (d.d. 10 juni 2011). Hieruit komt als rode draad naar voren dat bij verdachte sprake is van een pervasieve ontwikkelingsstoornis en van pedofilie. Voorts is hij zwakbegaafd. Door dit alles heeft hij geen vrije keus in handelen. Verdachte wordt als verminderd toerekeningsvatbaar beschouwd. De recidivekans wordt als hoog ingeschat, gelet op het feit dat verdachte pedofiel is, eerder is veroordeeld voor seksuele delicten met betrekking tot minderjarigen en zijn geringe leervermogen. Door de psycholoog en psychiater wordt geadviseerd een TBS met dwangverpleging op te leggen, nu een langdurige gedwongen behandeling noodzakelijk geacht wordt.

De rechtbank kan zich vinden in de onderzoeksresultaten en het advies van de psychiater en de psycholoog.

Gelet op de inhoud van de rapporten, de ernst van de feiten en het strafblad van verdachte is de rechtbank van oordeel dat een TBS met dwangverpleging noodzakelijk is.

Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat voldaan wordt aan de eisen die de wet daaraan stelt, te weten:

- bij verdachte bestond ten tijde van het plegen van de feiten een gebrekkige ontwikkeling dan wel een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens;

- op de gepleegde misdrijven is een gevangenisstraf van vier jaren of meer gesteld;

- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist die maatregel.

De rechtbank acht, gelet op de ernst van de problematiek en het gevaar dat verdachte voor anderen oplevert, dwangverpleging noodzakelijk.

De rechtbank overweegt voorts dat de maatregel van terbeschikkingstelling zal worden opgelegd terzake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De totale duur van de maatregel kan daarom een periode van vier jaar te boven gaan.

Voor een tbs met voorwaarden, zoals door de raadsman bepleit, ziet de rechtbank geen ruimte, omdat een eerdere polikinische behandeling met het gebruik van medicijnen verdachte er niet van heeft kunnen weerhouden opnieuw in de fout te gaan.

Daarnaast acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest, zoals door de officier van justitie is geëist, noodzakelijk. Bij de bepaling van de duur van die straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de mate waarin de feiten aan verdachte kunnen worden toegerekend enerzijds en de impact die dergelijke feiten op de samenleving hebben anderzijds.

7 Het beslag

7.1 De teruggave aan verdachte

De rechtbank zal de teruggave gelasten van het hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerp aan verdachte, aangezien dit voorwerp niet vatbaar is voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag is genomen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 27, 37a, 37b, 45, 57, 245 en 248a van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Voorvragen

- verklaart de dagvaarding onder parketnummer 665762-11 nietig voor zover deze betrekking heeft op de periode na 10 maart 2008;

- verklaart de dagvaarding onder parketnummer 665762-11 voor het overige geldig;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Parketnummer 801126-10: poging tot een persoon waarvan hij wist of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, door beloften van geld opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen of zodanige handelingen van hem te dulden, meermalen gepleegd;

Parketnummer 665762-11: met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet

die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- gelast de terbeschikkingstelling van verdachte, met verpleging van overheidswege;

Beslag

- gelast de teruggave aan verdachte van het inbeslaggenomen voorwerp, te weten:

een krantenartikel.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van Gessel, voorzitter, mr. Bakx en mr. Combee, rechters, in tegenwoordigheid van De Roos, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 12 juli 2011.

Mr. Bakx is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Parketnummer 801126-10

hij op één of meer tijdstippen in of omschreeks de periode van 1 september

2009 tot en met 1 maart 2010 te Hilvarenbeek en/of Zaandijk en/of Koog aan de

Zaan en/of Tilburg, althans op één of meerdere plekken in Nederland,

ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om een of

meermalen door (een) gift(en) of (een) belofte(n) van geld en/of goed(eren)

en/of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of

door misleiding,

(een) perso(o)n(en) genaamd [slachtoffer 2] geboren 15 oktober 1997, en/of [slachtoffer 3], geboren 17 juni 1997 en/of [slachtoffer 4], geboren op 17 januari

1998 en/of één of meerdere tot dusver onbekend gebleven minderjarigen, waarvan

verdachte telkens wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij de leeftijd

van achttien jaren nog niet had(den) bereikt,

opzettelijk te bewegen tot het plegen van ontuchtige handelingen en/of

zodanige handelingen van verdachte te dulden,

- via de website webpet en/of de website netlog en/of

- via (vervolgens) MSN en/of telefonisch heeft gecommuniceerd met voornoemde

perso(o)n(en)

- en/of (daarbij) aan voornoemde perso(o)n(en) heeft gevraagd om elkaar te

ontmoeten

- en/of (gelijktijdig) seksuele voorstellen heeft gedaan, te weten onder meer

of hij haar/hen dan bloot mocht zien en/of hij dan 'in haar/hen mocht' en/of

haar/hun lichaam mocht zien en/of haar/hen mocht vingeren en/of

- voor deze ontmoeting en/of handelingen een of meerdere keren 50/60/70/100

euro, althans enig geldbedrag, heeft aangeboden aan voornoemde perso(o)n(en)

- zich (gelijktijdig/vervolgens) deels heeft ontkleed en/of zijn

geslachtsdelen heeft getoond voor de webcam,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 248a Wetboek van Strafrecht

Parketnummer 665762-11

hij in of of omstreeks de periode van 2006 tot en met 2008 te Breda en/of

Tilburg en/of Dorst, gemeente Oosterhout, in ieder geval in Nederland, met

[slachtoffer 1] (geboren op 11 maart 1992), die de leeftijd van

twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een

of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede

bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1],

hebbende verdachte zijn, verdachtes, penis en/of vinger(s) in de vagina van

die [slachtoffer 1] geduwd/gebracht;

art 245 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks 2006 tot en met 2008 te Breda en/of Tilburg en/of Dorst,

gemeente Oosterhout, in ieder geval in Nederland, met [slachtoffer 1]

(geboren 11 maart 1992), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had

bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd,

bestaande uit

* het een of meer keren strijken met de vinger(s) over en/of in de vagina van

deze [slachtoffer 1] en/of

* het een of meer keren klaarkomen op het lichaam van deze [slachtoffer 1] en/of

* het aanraken van de borsten en of andere intieme plaatsen van deze [slachtoffer 1];

art 247 Wetboek van Strafrecht