Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2011:BR0641

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
05-07-2011
Datum publicatie
07-07-2011
Zaaknummer
235272 / KG ZA 11-279
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2011:BV0766, Overig
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Wijziging begunstiging levensverzekering die strekt tot oudedagsvoorziening. In de omstandigheden van het geval (een groot bedrag is in het casino besteed) geen onredelijke benadeling in de zin van artikel 479p Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PJ 2012/69 met annotatie van W.M.A. Kalkman, P. Zijdenbos
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK BREDA

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 235272 / KG ZA 11-279

Vonnis in kort geding van 5 juli 2011

in de zaak van

[eiseres],

wonende te Tilburg,

eiseres,

advocaat mr. M.C.A.M. van der Meer te Tilburg,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

DE GEMEENTE TILBURG,

zetelend te Tilburg,

gedaagde,

advocaat mr. J.A. van Wijmen te Tilburg.

Partijen zullen hierna [eiseres] en Gemeente Tilburg genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 23 mei 2011 met producties 1 tot en met 5,

- de brief van 17 juni 2011 van [eiseres] met producties 6 tot en met 8,

- de brief van 20 juni 2011 van [eiseres] met producties 9 en 10,

- de brief van 20 juni 2011 van Gemeente Tilburg met producties 1 tot en met 8,

- de mondelinge behandeling,

- de pleitnota van [eiseres],

- de pleitnota van Gemeente Tilburg.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Het geschil

2.1. [eiseres] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

- primair de opheffing van het op 18 april 2011 door Gemeente Tilburg gelegde executoriaal beslag op de lijfrenteverzekering van [eiseres];

- subsidiair de Gemeente Tilburg te verbieden de begunstiging van de levensverzekering van [eiseres] te wijzigen;

- Gemeente Tilburg te veroordelen in de proceskosten.

2.2. Gemeente Tilburg voert verweer.

2.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3. De beoordeling

3.1. Op grond van de niet of onvoldoende weersproken stellingen en de producties wordt uitgegaan van de navolgende feiten:

- [eiseres] exploiteerde sinds 1 augustus 2001 cafetaria ‘[de zaak]’ te Tilburg (hierna te noemen: de zaak).

- [eiseres] heeft een ‘ABN AMRO Koopsom Beleggings Polis (Gerichte lijfrenteverzekering)’ afgesloten met polisnummer 4.656.012.2. in het jaar 2005. Uitkering van de lijfrente gaat in per 3 januari 2018. De ABN AMRO Bank heeft bij schrijven van 2 mei 2011 bericht dat de verzekering een belegd vermogen heeft van Euro 63.856,--.

- Bij besluit van 5 september 2005 is [eiseres] (onder opschortende voorwaarden) krediet verleend door Gemeente Tilburg voor een bedrag van Euro 54.800,-- op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (hierna te noemen: het Bbz). De vervolgens gesloten overeenkomst van geldlening van 7 september 2005 is vervangen door een nieuwe overeenkomst van 13 oktober 2005.

- [eiseres] heeft in april 2010 de zaak verkocht. Per 12 juli 2010 heeft [eiseres] zich uit laten schrijven bij de Kamer van Koophandel.

- Na het beëindigen van haar werkzaamheden als zelfstandige heeft [eiseres] een aanvraag ingediend om in aanmerking te komen voor uitkering op grond van de Ioaz (Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen). Deze aanvraag is afgewezen omdat uit een door Gemeente Tilburg ingesteld onderzoek is gebleken dat [eiseres] niet woonachtig was op het door haar opgegeven adres. In het rapport SZe van 25 november 2010 (productie 1 van de zijde van Gemeente Tilburg) staat onder meer:

‘De accountant gaf aan dat mevrouw niet meer op het bij ons bekende adres woonachtig was. (…) Kort daarna belde cliënte mij op en vertelde woonachtig te zijn aan het adres [adres] te Tilburg. (…)

Enige tijd later belde cliënte mij op. Toen ik haar vroeg waar ze woonachtig is gaf zij het adres [adres] in ’s-Gravenmoer op. (…) Om dit verder door te spreken heb ik haar uitgenodigd voor een gesprek op de Dienst op 5 oktober 2010. Hierna heb ik met collega [collega] besproken dat hij bij het gesprek aanwezig zal zijn en dat aansluitend op het gesprek een huisbezoek zal worden uitgevoerd.

Dit huisbezoek heeft niet plaatsgevonden daar mevrouw niet op de afspraak is verschenen. Ook heeft zij niets van zich laten horen. Enkel haar accountant heb ik daarna nog kort gesproken. Deze had van zijn cliënte de opdracht gekregen aan ons door te geven dat ze het geld dat ze aan de verkoop had overgehouden zo’n Euro 40.000,-- bestemd voor de schuldeisers waaronder de gemeente, er op één avond in het casino had doorgedraaid. Desgevraagd gaf de accountant aan niet te weten waar zijn cliënte woonachtig is.’

- Bij beschikking van 30 november 2010 is de lening teruggevorderd, voor zover deze niet door [eiseres] was afgelost. Deze beschikking is inmiddels onherroepelijk, er is geen bezwaar of beroep tegen ingediend.

- Op 16 maart 2011 is door Gemeente Tilburg een dwangbevel uitgevaardigd dat op 28 maart 2011 aan [eiseres] is betekend. In het dwangbevel staat dat [eiseres] een bedrag van Euo 32.387,06 moet terugbetalen. Tegen het dwangbevel is geen verzetdagvaarding uitgebracht.

- Op 18 april 2011 is door Gemeente Tilburg executoriaal derdenbeslag gelegd ten laste van [eiseres] onder ABN AMRO Levensverzekering voor een bedrag van Euro 38.642,39.

- Op 9 mei 2011 is [eiseres] bij exploot van de deurwaarder aangezegd dat Gemeente Tilburg voornemens is gebruik te maken van haar recht tot het wijzigen van de begunstiging van de levensverzekering met polisnummer 4.656.012.2 die thans op naam van [eiseres] staat.

3.2. [eiseres] legt aan haar primaire vordering tot opheffing van het executoriaal beslag ten grondslag dat executoriaal beslag is gelegd voor een bedrag van Euro 38.168,15 in hoofdsom terwijl een dwangbevel is uitgevaardigd voor een bedrag van Euro 32.387,06. Het verschil tussen beide bedragen van Euro 5.781,09 kan [eiseres] niet plaatsen en zij vordert opheffing voor dit deel van het gelegde beslag.

[eiseres] legt aan de subsidiaire vordering ten grondslag dat zij door een wijziging van de begunstiging van de levensverzekering onredelijk wordt benadeeld in de zin van artikel 479p Rv omdat de betreffende lijfrenteverzekering evident een verzorgingskarakter heeft.

3.3. Gemeente Tilburg betwist dat het beslag kan worden opgeheven en stelt dat zowel de beschikking van 30 november 2010 als het dwangbevel dat is uitgevaardigd op 16 maart 2011 inmiddels onherroepelijk zijn. Gemeente Tilburg stelt dat zij de lening ineens kan opeisen omdat één van de voorwaarden als genoemd in de overeenkomst in vervulling ging, namelijk die inzake de bedrijfsbeëindiging en dat dit geschiedde zonder de benodigde overeenstemming met Gemeente Tilburg. Dat en waarom de bedragen waarvoor beslag is gelegd hoger zijn, staat volgens Gemeente Tilburg in de onherroepelijke beschikking en de daaraan ten grondslag liggende rapportage.

Gemeente Tilburg stelt dat op dit moment nog niets gebeurd is met de Koopsompolis maar dat Gemeente Tilburg volkomen terecht de begunstiging van die polis wil wijzigen zodat zij het daaruit op 1 maart 2018, of zoveel eerder als mevrouw [eiseres] komt te overlijden, vrijvallende bedrag van Euro 63.856,00 kan aanwenden voor de voldoening van de schuld waarvoor het executoriale beslag is gelegd. Iedere andere benadering zou in de optiek van Gemeente Tilburg een premie zijn op het door [eiseres] gepleegde misbruik van de voorliggende regelgeving, op grond waarvan haar destijds Bbz-krediet onder voorwaarden is verleend.

3.4. Vaststaat dat zowel tegen de terugvorderingsbeschikking als tegen het dwangbevel geen rechtsmiddelen meer open staan, deze zijn onherroepelijk dan wel rechtens perfect.

Dat het bedrag genoemd in het dwangbevel afwijkt van het bedrag waarvoor executoriaal beslag is gelegd, is het gevolg van hetgeen hieromtrent in de beschikking van 30 november 2010 staat. In de beschikking staat duidelijk dat en met welke bedragen de vordering van Gemeente Tilburg wordt verhoogd:

‘Indien u niet binnen de aangegeven termijn van 6 weken het totale bedrag van de vordering betaalt, zal Sociale Zaken overgaan tot verdergaande maatregelen. De vordering zal worden verhoogd met de kosten voor invordering, zijnde 15% van het openstaande saldo (artikel 58 lid 4 Wet Werk en Bijstand)’.en ‘Wanneer een deurwaarder ingeschakeld moet worden, zullen ook deze kosten aan u worden doorberekend’.

Het voorgaande betekent dat de primaire vordering tot het deels opheffen van het beslag wordt afgewezen.

3.5. Kern van het geschil vormt de vraag of [eiseres] zich erop kan beroepen dat zij onredelijk wordt benadeeld in de zin van artikel 479p Rv indien een wijziging van de begunstiging van de Koopsompolis plaatsvindt.

3.6. Vooropgesteld wordt dat het criterium van onredelijke benadeling toelaat dat levensverzekeringen die niet of niet geheel nodig zijn ter verzorging van de oude dag of nabestaanden geheel of gedeeltelijk uitwinbaar zijn. Indien het echter gaat om de levensverzekering met verzorgingskarakter staat primair het belang van de begunstigde, in dit geval [eiseres], voorop. Van belang daarbij is of een dergelijke voorziening noodzakelijk is naast eventueel reeds elders bestaande aanspraken zoals bijvoorbeeld die ingevolge de Algemene Ouderdomswet of al dan niet verplichte pensioenregelingen, lijfrenten en dergelijke.

3.7. [eiseres] heeft weliswaar voldoende aannemelijk gemaakt dat zij de ‘ABN AMRO Koopsom Beleggings Polis (Gerichte lijfrenteverzekering)’ heeft afgesloten als voorziening voor haar oude dag. Uitkering van de lijfrente gaat in per 3 januari 2018 en [eiseres] is thans 59 jaar. Onbetwist is dat deze verzekering naast een eventueel recht op een AOW-uitkering haar enige oudedagvoorziening is. Onbetwist is tevens dat [eiseres] thans gedeeltelijk arbeidsongeschikt is. Op grond van artikel 479p Rv zou dus in beginsel primair het belang van [eiseres] voorop dienen te staan bij de beoordeling of een verbod op de wijziging van de begunstiging in de rede ligt.

Ter zitting heeft [eiseres] echter bevestigd - hetgeen ook in essentie uit de door Gemeente Tilburg overgelegde producties blijkt - dat zij het geld dat zij in april 2010 aan de verkoop van de zaak heeft overgehouden voor een groot gedeelte, in ieder geval voor een bedrag van ruim Euro 30.000,--, van de zakelijke rekening heeft opgenomen en in één avond heeft vergokt in het casino. Dit terwijl zij op de hoogte was van het feit dat sprake was van meerdere schuldeisers waaronder Gemeente Tilburg. Onder deze omstandigheden kan niet worden geconcludeerd dat [eiseres] onredelijk wordt benadeeld door een wijziging van de begunstiging van de polis. Haar vorderingen moeten worden afgewezen.

3.8. [eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Gemeente Tilburg worden begroot op:

- vast recht EUR 568,00

- overige kosten 0,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal EUR 1.384,00

4. De beslissing

De voorzieningenrechter

4.1. wijst de vorderingen af,

4.2. veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van Gemeente Tilburg tot op heden begroot op EUR 1.384,00,

4.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Römers in tegenwoordigheid van de griffier mr. Nijhof en in het openbaar uitgesproken op 5 juli 2011.