Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2011:BR0299

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
05-07-2011
Datum publicatie
05-07-2011
Zaaknummer
811848-10 [P]
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2011:BX6020, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een overval op het Kruidvat in Dongen, waarbij hij met geweld ruim 11000 euro heeft afgeperst. Vervolgens heeft hij een deel van dat geld witgewassen. De rechtbank komt tot dit oordeel aangezien er sprake is geweest van voorkennis bij de dader en de vriendin van verdachte werkzaam was bij het betreffende filiaal. Ook het aangetroffen schoenspoor in de sneeuw en telecomonderzoek leidden naar verdachte. Verder hebben verdachte en zijn vriendin leugenachtig en wisselend verklaard en een uitgavenpatroon na de overval laten zien dat niet past bij hun inkomsten. De rechtbank veroordeelt verdachte tot 30 maanden gevangenisstraf waarvan 10 voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

parketnummer: 811848-10 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 5 juli 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [datum en plaats]

wonende te [adres]

thans gedetineerd in het huis van bewaring De Boschpoort te Breda

raadsman mr. Buntsma, advocaat te Breda

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 21 juni 2011, waarbij de officier van justitie, mr. Gimbrère, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1:

samen met een ander (onder bedreiging) met geweld werkneemster(s) van het Kruidvat heeft gedwongen tot de afgifte van geld, dan wel (onder bedreiging) met geweld geld heeft weggenomen;

Feit 2:

een geldbedrag heeft witgewassen

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met medeverdachte [mededader 1] heeft schuldig gemaakt aan afpersing en geld heeft witgewassen. Zij baseert zich daarbij op het feit dat er sprake is geweest van voorkennis bij verdachte omtrent de aanwezigheid van en plaats van het geld in de bovenste kluis en het openen van de achterdeur, het bij de winkel aangetroffen schoenspoor, de historische telefoongegevens van verdachte en de medeverdachte, de door hen afgelegde leugenachtige en wisselende verklaringen en het uitgavenpatroon van verdachte(n) na de overval.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen aangezien er geen concreet bewijs is dat verdachte de dader is. De vooronderstelling dat de dader heeft gehandeld met voorkennis, is onterecht. De conclusies die worden getrokken uit de verklaringen van verdachte, het telecomverkeer en het aantreffen van een schoenspoor, zijn eveneens onjuist. Ook het uitgavenpatroon van verdachte en zijn vriendin zijn verklaarbaar door andere, legale bronnen van inkomsten, waardoor feit 2 evenmin bewezen kan worden.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

De overval

Op 3 december 2010 vóór openingstijd zijn medewerksters [slachtoffer 1] en [mededader 1] van het Kruidvat in Dongen in het magazijn aan het werk. Op het moment dat [mededader 1] de magazijndeur aan de achterkant van de winkel opent om naar de buiten gelegen fotokast te gaan, komt een man met een donkere bivakmuts binnen . Deze pakt [mededader 1] vast en duwt haar mee terug naar binnen. De man zegt tegen [slachtoffer 1] en [mededader 1] dat hij geld wil, waarna [slachtoffer 1] naar de kluis loopt en [mededader 1], die over de sleutels van de kluis beschikt, de bovenste van de twee aanwezige kluizen opent . In deze kluis ligt een sealbag met een geldbedrag in coupures van €11.820,- van ’t Kruidvat, klaar om opgehaald te worden door het geldtransportbedrijf Brinks, evenals wisselgeld . De man heeft een op een wapen gelijkend voorwerp in zijn hand, dat lijkt op een (balletjes)pistool. Hij dwingt [slachtoffer 1] op haar knieën voor de kluis te gaan zitten, schopt met zijn voet tegen haar rug en slaat met iets op haar hoofd . Hij slaat ook meermalen, onder andere met een voorwerp, tegen het hoofd van [mededader 1] en houdt dit voorwerp tegen haar hoofd terwijl zij het geld uit de kluis moet pakken. Als de dader het geld uit de kluis van [mededader 1] heeft gekregen, gaat hij er door de achterdeur weer vandoor .

Opmerkelijk gedrag [mededader 1]

De politie komt na de melding van de overval ter plaatse en spreekt met de medewerksters en hun leidinggevende, aangever [aangever] . Hij verklaart dat collega’s spreken over vreemd gedrag bij [mededader 1] voorafgaand aan de overval. Zij was normaliter ongemotiveerd, maar had zich nu gemeld om deze dag te komen werken, terwijl zij volgens het rooster vrij was. Verder was [mededader 1] de afgelopen dagen erop gebrand om de foto’s vóór openingstijd uit de fotokast te halen, terwijl dat niet de afgesproken werkwijze was. Ook verklaren de collega’s dat [mededader 1] de laatste tijd een ‘fout’ vriendje heeft, die haar commandeert, onder druk zet en haar erg beïnvloedt. Als de agenten met [mededader 1] spreken, is zij rustig tot het moment dat er gevraagd wordt naar het telefoonnummer van de vriend die haar die ochtend heeft afgezet . Dan veranderen haar toon en houding. Zij verklaart dat zij die ochtend is afgezet door ene [n[naam chauffeur]] Tijdens het verhoor komt op de telefoon van [mededader 1] een sms binnen van ene [voornaam verdachte]. [mededader 1] verklaart desgevraagd dat zij geen relatie heeft op dat moment. Uit de sms’jes die [voornaam verdachte] naar [mededader 1] heeft gestuurd, krijgen de agenten echter de indruk dat er sprake is van meer dan vriendschap tussen hen. [mededader 1] verklaart dat zij het nummer van [voornaam verdachte] liever niet geeft. Uiteindelijk geeft ze als nummer van hem op: [gsm nummer]. Het valt de agenten op dat dit nummer niet overeenkomt met het nummer van het inkomende sms-bericht, te weten [g[gsm nummer 3]]

Handelen met voorkennis

De politie vermoedt, gelet op de werkwijze van de dader, dat deze heeft gehandeld met voorkennis over wat hij kon aantreffen in het magazijn van het Kruidvat op die dag. Er zijn op dat moment slechts twee medewerkers aanwezig. Op vrijdag wordt altijd de opbrengst van meerdere dagen opgehaald door het geldtransportbedrijf. Er bevinden zich twee kluizen in het magazijn. In afwijking van de officiële procedure bewaarden de medewerkers van het Kruidvat voorafgaand aan de komst van het geldtransportbedrijf, het op te halen geldbedrag in een zak in de bovenste van de twee kluizen, waar geen 10 minuten tijdslot op zit . De dader heeft er genoegen mee genomen dat slechts één van de aanwezige kluizen werd geopend. Ook werd de achterdeur van het magazijn geopend vóór openingstijd waardoor de dader naar binnen kon komen. De dader heeft zich vermoedelijk enige tijd schuil gehouden in de kou buiten het magazijn totdat de deur openging toen [mededader 1] de foto’s uit de fotokast ging halen.

Gelet op het voorgaande en het opmerkelijke gedrag van [mededader 1] tijdens het verhoor, wordt een onderzoek opgestart naar [mededader 1].

[mededader 1] wordt na het eerste verhoor opgehaald door iemand in een BMW 1 serie, zij stapt in de auto en geeft de bestuurder een kus . Deze auto blijkt op 3 december 2010 om 10.00 uur in Roosendaal te zijn gehuurd door verdachte . Bij het huren van de auto heeft verdachte 400 euro contant betaald en als telefoonnummer [gsm nummer 3] opgegeven, welk nummer correspondeert met het nummer van de [voornaam verdachte] die [mededader 1] een smsbericht had gestuurd. De verhuurder heeft bij het leeghalen van de huurauto gezien dat verdachte onder andere twee handen vol muntgeld uit de auto haalde.

Leugenachtige verklaringen [mededader 1]

De verklaring van [mededader 1] dat zij op op 3 december 2010 is afgezet door [naam chauffeur] op haar werk, blijkt niet te kloppen . Zij erkent later dat zij door verdachte is afgezet en dat hij de avond ervoor bij haar is blijven slapen .

[mededader 1] verklaart eerst dat zij met haar zwarte Nokia telefoon met nummer [gsm nummer] niet enkele minuten voorafgaand aan de overval een sms heeft gestuurd aan verdachte . Later verklaart [mededader 1] dat zij hem altijd een sms stuurde tijdens het werken . [mededader 1] verklaart verder dat zij deze zwarte Nokia telefoon kwijt is geraakt. De telefoon wordt teruggevonden in de auto van verdachte .

Het door [mededader 1] opgegeven telefoonnummer van [naam chauffeur] blijkt het nummer te zijn van haar moeder [getuige 1] . Ook het door [mededader 1] opgegeven nummer van [voornaam verdachte] blijkt op naam te staan van [getuige 1] .

Telecomonderzoek

Er wordt een onderzoek gestart naar het telecomverkeer van de bij verdachte en [mededader 1] bekende telefoonnummers . Het telefoonnummer [gsm nummer], is volgens een CIOT bevraging en volgens haarzelf, het nummer van [mededader 1]. Het nummer [gsm nummer] is het nummer van [mededader 1] zoals dit bekend is bij het Kruidvat. Het telefoonnummer [gsm nummer 3] is het nummer van verdachte, zoals geconstateerd bij de aan [mededader 1] verstuurde sms. Ook heeft verdachte dit telefoonnummer opgegeven bij het verhuurbedrijf . Uit het onderzoek blijkt dat op 1 december 2010, twee dagen voor de overval, een gesprek heeft plaatsgevonden tussen [mededader 1] (met nummer [gsm nummer]) en verdachtes gsm van 02:36 uur tot 03:36 uur . Het telefoonnummer van [mededader 1] straalt gedurende het hele gesprek een zendmast aan in ’s-Gravenmoer, terwijl het telefoonnummer van verdachte in het begin van het gesprek een zendmast in Waspik aanstraalt en eindigt bij de zendmast Deken Batenburgstraat 2 te Dongen. Daarnaast heeft de telefoon met nummer [gsm nummer] van [mededader 1] op 3 december 2010 om omstreeks 08:25 uur, circa vijf minuten voordat de overval zou plaatsvinden, een sms-bericht gestuurd naar de mobiele telefoon van verdachte . Beide telefoons stralen dan dezelfde mast, te weten de zendmast in de Deken Batenburgstraat 2 te Dongen aan. Telefoonverkeer vanaf de locatie het Kruidvat, Hoge Ham 155, straalt doorgaans de mast op de Deken Batenburgstraat 2 te Dongen aan.

De rechtbank gaat er gelet op het voorgaande vanuit dat verdachte op 1 december 2010 ’s nachts in Dongen is geweest. Verdachte heeft voor het aanstralen van zijn telefoon op de zendmast in Dongen geen verklaring gegeven.

Hetzelfde geldt voor de ochtend van 3 december 2010. De rechtbank stelt vast dat op die dag om 08:25 uur, [mededader 1] een sms-bericht naar verdachte heeft verstuurd, vlak voordat de overval plaatsvond en vlak voordat de achterdeur van het magazijn geopend werd.

Het verweer van de verdediging dat het mogelijk is dat verdachtes telefoon die ochtend aanstraalde op de zendmast in de Deken Batenburgstraat 2 te Dongen terwijl hij zich niet in de nabijheid van het Kruidvat in de Hoge Ham bevond, acht de rechtbank onvoldoende onderbouwd en niet geloofwaardig. Verdachte geeft zelf geen enkele verklaring waarom zijn telefoon op dat moment in Dongen aanstraalde. Daarbij stelt de rechtbank vast dat zowel de telefoon van verdachte als die van [mededader 1] op dat moment aanstraalden op dezelfde zendmast. De stelling van de verdediging dat er mogelijk sprake is van een zogenaamde “retarded” sms acht de rechtbank niet aannemelijk gemaakt, temeer nu de verdere aanstraling van verdachtes gsm die dag op zendmasten wel correspondeert met de plaatsen waar verdachte stelt te zijn geweest op 3 december 2010.

Leugenachtige verklaringen verdachte

Verdachte ontkent aanvankelijk dat hij op 3 december 2010 [mededader 1] op haar werk heeft afgezet . Later verklaart hij dat dit wel mogelijk is . Verdachte verklaart dat hij die dag om acht uur moest beginnen bij UPC in Tilburg, waar hij werkte . Verdachte komt op deze verklaring terug en verklaart vervolgens dat hij nog bezig was met de sollicitatieprocedure bij UPC . Verdachte ontkent voorts op 3 december 2010 om 10.00 uur een BMW te hebben gehuurd in Roosendaal , in weerwil van de verklaring van verhuurder [naam] .Ook straalt het telefoonnummer van verdachte op 3 december 2010 tussen 10.17 uur en 10.30 uur aan in Roosendaal . Verdachte verklaart nadat hij hiermee wordt geconfronteerd, dat hij in Roosendaal is afgezet door een vriend, genaamd [naam vriend] . Dit blijkt evenmin juist te zijn .

Schoensporen

Na de melding van de overval doet de politie onderzoek op de plaats delict. Agenten treffen nabij de buitendeur van het magazijn aan de achterzijde van het pand in de sneeuw schoenindruksporen aan. Na eliminatie van schoensporen van getuigen zijn de indruksporen fotografisch vastgelegd. Tevens is een komend- en gaand gangspoor in de sneeuw op de achterplaats in de richting van de winkelstraat, achter een pand links van de winkel aangetroffen. De indruksporen nabij dit pand zijn gefotografeerd. De schoensporen bleken te zijn geplaatst met schoenen van het merk Moschino . Aangeefster [slachtoffer 1] verklaart dat de dader een nette sportschoen van een Italiaans merk droeg, waarin de kleuren van Italië waren verwerkt . De moeder van [mededader 1], getuige [getuige 1], verklaart dat verdachte schoenen heeft van het merk Moschino . Zij heeft deze schoenen in de nacht van 1 op 2 december 2010 om 2.00 uur in de hal zien staan, waarna zij verdachte heeft weggestuurd. [getuige 1]’ zoon [naam zoon getuige 1] verklaart tijdens dit verhoor dat het schoenen betrof waarop een Italiaans printje/kleuren van de Italiaanse vlag staan.

De verdediging voert aan dat [slachtoffer 1] een ander merk schoenen heeft genoemd en voorts niet kan worden uitgesloten dat een ander dan de dader de schoenafdruksporen in de sneeuw heeft veroorzaakt. De rechtbank stelt vast dat de beschrijving van de schoenen door [slachtoffer 1] overeenstemt met de beschrijving van de schoenen van verdachte door getuige [getuige 1] en haar zoon, terwijl voorts uit het proces-verbaal van bevindingen is komen vast te staan dat op de plaats delict, nabij de achterdeur waardoor de dader naar binnen is gekomen in de sneeuw schoenafdruksporen van het merk Moschino zijn veilig gesteld, zulks na eliminatie van de schoensporen van getuigen . Uit het verhoor van getuige [getuige 1] blijkt voorts dat zij spontaan opmerkt dat verdachte schoenen van het merk Moschino bezit, terwijl getuige [slachtoffer 1] na onderzoek op internet slechts “meent” dat het om het merk Italia d’Or gaat. Het verweer van de verdediging wordt dan ook verworpen.

Uitgavenpatroon

Vast staat verder dat verdachte in de periode van 3 december 2010 tot en met 4 januari 2011 voor een bedrag van ten minste 5.356 euro aan contant geld heeft uitgegeven . Blijkens de bij verdachte en [mededader 1] aangetroffen kassabonnen betreft het zeventien contante aankopen van onder andere kleding, schoenen, accessoires en huishoudelijke artikelen in en buiten het arrondissement Breda. Ook heeft verdachte in de ten laste gelegde periode een auto gehuurd en een andere auto gekocht.

De rechtbank acht, de hiervoor genoemde bewijsmiddelen in onderling verband en onderlinge samenhang beziend, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder feit 1 primair ten laste gelegde afpersing van een geldbedrag van 11.820,- euro heeft gepleegd en dat hij in de periode van 3 december 2010 tot en met 4 januari 2011 een (groot) geldbedrag heeft witgewassen, zoals onder feit 2 is ten laste gelegd.

Het opvallende gedrag van verdachtes vriendin [mededader 1],werkzaam bij het betreffende Kruidvatfiliaal voorafgaand aan de overval en haar aanvankelijke weigering om (juiste) gegevens te verstrekken over verdachte, hun relatie en hun gsmverkeer en -gebruik, de omstandigheid dat de dader van de overval blijkens zijn werkwijze over voorkennis beschikte, ondermeer over de plaats waar het geld lag en het opengaan van de achterdeur van het magazijn, de aldaar aangetroffen schoensporen van het merk Moschino, het telecomonderzoek waaruit blijkt dat verdachtes telefoon enkele minuten vóór de overval aanstraalde op de zendmast in Dongen, terwijl hij voor zijn aanwezigheid in Dongen op dat tijdstip geen verklaring heeft, het aanstralen van zijn telefoon op de zendmast in Dongen in de nacht van 1 december 2010, waarvoor verdachte evenmin een verklaring geeft, de leugenachtige verklaringen van verdachte omtrent het afzetten van zijn vriendin op haar werk op de ochtend van de overval, evenals omtrent zijn werk en inkomsten, alsmede uitgavenpatroon van verdachte kort na de overval, leiden de rechtbank tot deze conclusie. De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende duidelijk is vast komen te staan welke rol [mededader 1] heeft gehad in de overval, zodat niet kan worden bewezen dat de afpersing tezamen en in vereniging is gepleegd.

Ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde witwassen overweegt de rechtbank voorts dat, in aanmerking genomen de hoogte van zijn uitgaven kort na de overval, het feit dat deze uitgaven contant zijn gedaan en de onaannemelijke en wisselende verklaringen die verdachte over zijn inkomsten heeft afgelegd, deze geldbedragen afkomstig waren uit de overval en verdachte dat ook wist. De verdediging heeft door middel van het overleggen van bankafschriften van verdachte willen aantonen dat verdachte beschikte over andere bronnen van inkomsten dan werk. De rechtbank concludeert echter uit deze bankafschriften dat het banksaldo van verdachte op 3 december 2010 al negatief was en dat van andere substantiële inkomsten na 3 december 2010 niet is gebleken, zodat de vele contante uitgaven van verdachte op en na 3 december 2010 hiermee niet kunnen worden verklaard. De rechtbank kan niet anders concluderen dan dat het geld dat verdachte in de bewezen verklaarde periode voorhanden heeft gehad en heeft omgezet, van de overval afkomstig was.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op 03 december 2010 te Dongen met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld Y. [mededader 1] en [slachtoffer 1] heeft

gedwongen tot de afgifte van 11.820,- euro, toebehorende aan 't Kruidvat (Hoge

Ham), welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat

deze [mededader 1] en [slachtoffer 1] een wapen is voorgehouden en hen (daarbij) dreigend de woorden is toegevoegd "geld, geld", althans woorden van gelijke aard of strekking en zij zijn geslagen en(daarbij) werden gedwongen de kluis te openen en onder deze

omstandigheden werden gedwongen het geldbedrag af te geven;

2.

hij in de periode van 03 december 2010 tot en met 4 januari 2011, in Nederland, een voorwerp, te weten een (groot) geldbedrag voorhanden heeft gehad en omgezet, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 44 maanden, met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft gezeten. De officier van justitie weegt daarbij strafverhogend mee dat het onder 1 primair ten laste gelegde feit in vereniging is gepleegd en er sprake was van bedreiging met een vuurwapen.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van oordeel dat vrijspraak dient te volgen en heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft op 3 december 2010 een overval gepleegd op het Kruidvat te Dongen, alwaar zijn vriendin [mededader 1] werkzaam was. Verdachte heeft de aldaar aanwezige medewerksters, waaronder [mededader 1], met geweld en onder bedreiging met geweld gedwongen tot de afgifte van een grote som geld, toebehorende aan het Kruidvat. Een dergelijke overval is bijzonder beangstigend voor slachtoffers om mee te maken. Daarnaast brengen overvallen een algemeen gevoel van onveiligheid met zich mee. Verdachte heeft zich hiervan kennelijk geen rekenschap gegeven en heeft slechts gehandeld uit financieel gewin. Verdachte heeft het bij de overval buitgemaakte geld kort hierna goeddeels uitgegeven aan luxeartikelen en zich aldus schuldig gemaakt aan witwassen. De doortraptheid van verdachte om voor de overval gebruik te maken van (de kennis van) zijn vriendin, weegt de rechtbank bij de strafoplegging ten nadele van verdachte mee. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met het relatief beperkte strafblad van verdachte en diens jeugdige leeftijd.

Uit het reclasseringsadvies van 9 maart 2011 blijkt dat verdachte een aantal leefgebieden niet op orde heeft, maar hiervoor geen hulp nodig denkt te hebben. Verdachte staat niet open voor interventies. Er is niet gebleken van psychische problematiek.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden noodzakelijk is. Een gedeelte van deze straf, te weten 10 maanden, zal zij voorwaardelijk opleggen om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank komt tot een lagere straf dan de officier van justitie heeft geëist omdat zij niet bewezen acht dat er sprake is geweest van een afpersing in vereniging en voorts niet is gebleken dat het wapen waarmee is gedreigd, een vuurwapen betreft.

7 Het beslag

De teruggave aan verdachte

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen aan verdachte, aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag zijn

genomen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 57, 317 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten opleveren:

Feit 1 primair: Afpersing;

Feit 2: Witwassen

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 10 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf.

Beslag

- gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

Voorwerpen

- 438628 1.00 STK Personenauto [ - - ], FIAT stilo 1.9 2001 Kl:Rood

- 439153 1.00 STK Kassabon, d.d. 3 december 2010,bonnr.121541,D&G

- 439160 1.00 STK Kassabon, d.d. 6-12-2010, prepaid Nokia 2690

- 439171 1.00 STK Mobiele telefoon, NOKIA 1208, Imeinr. 357991033368605

- 442915 1.00 STK Kassabon, aankoopbon heren kleding twv 196,-

- 442919 1.00 STK Panty Kl:zwart

- 42922 1.00 STK Kassabon, aankoopbon Guesstas twv 150,- by hearts

- 454344 1.00 STK Telefoonkaart, BEN TELECOM simkaart 893162111600025321, uit auto van verd.

- 455959 1.00 STK Kassabon, MEN AT WORK, 6/12/2010, 84,98 euro

- 455962 1.00 STK Kassabon, Kelly's Irish pub, 3/1/2011, 6,90 euro

Dit vonnis is gewezen door mr. Alferink, voorzitter, mr. Schotanus en mr. Peeters, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Joosen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op

5 juli 2011.

Mr. Alferink is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

1.

hij op of omstreeks 03 december 2010 te Dongen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld Y. [mededader 1] (in haar rol als medepleger) en/of [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van 11.820,- euro, althans een geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan 't Kruidvat (Hoge Ham), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat deze [mededader 1] en/of Helvoirt een vuurwapen is voorgehouden en/of hen/haar (daarbij) dreigend de woorden zijn toegevoegd "geld, geld", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of zij één of meer keer is/zijn geslagen en (daarbij) werd(en) gedwongen de kluis te openen en/of onder deze omstandigheden werd(en) gedwongen enig geldbedrag af te geven;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 03 december 2010 te Dongen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 11.820,-, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan 't Kruidvat (Hoge Ham), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen Y. [mededader 1] (in haar rol als medepleger) en/of [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te

bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat deze [mededader 1] en/of Helvoirt een vuurwapen is voorgehouden en/of hen/haar (daarbij) dreigend de woorden zijn toegevoegd "geld, geld", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of zij één of meer keer is/zijn geslagen en (daarbij) werd(en) gedwongen de kluis te openen;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in de periode van 03 december 2010 tot en met 4 januari 2011, te

arrondissement Breda, althans in Nederland, een voorwerp, te weten 6326 euro,

althans een (groot) geldbedrag heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft

overgedragen en/of omgezet, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp -

onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht