Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ8244

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
08-06-2011
Datum publicatie
16-06-2011
Zaaknummer
235670 HA RK 11-105
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Het verzoek tot wraking is niet-ontvankelijk verklaard omdat dit is gedaan nadat de kantonrechter einduitspraak heeft gedaan. Voor zover het wrakingsverzoek ziet op alle toekomstige door de kantonrechter te behandelen zaken waarbij verzoeker als partij is betrokken, is dit prematuur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Wrakingskamer

Procedurenummer: 235670 HA RK 11-105

Uitspraakdatum: 8 juni 2011

Beslissing op het verzoek van wraking van:

[naam bedrijf] B.V.,

gevestigd te Teteringen,

verder te noemen verzoeker,

strekkende tot wraking van:

[gewraakte rechter],

kantonrechter in deze rechtbank,

verweerder.

1. Procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt onder meer uit:

- het verzoekschrift van 24 april 2011;

- de schriftelijke reactie van verweerder op het verzoekschrift van 9 mei 2011;

- de behandeling van het wrakingsverzoek door de wrakingskamer ter zitting van 30 mei 2011. Bij deze behandeling was verzoeker aanwezig.

2. Motivering

Feiten

2.1. [naam bedrijf] B.V. te Best heeft verzoeker gedagvaard inzake een gedeeltelijk onbetaald gebleven rekening.

2.2. Bij vonnis van verweerder van 9 maart 2011 is de in 2.1 bedoelde vordering van [naam bedrijf] B.V. toegewezen.

Wrakingsgronden

2.3. Verzoeker stelt dat verweerder een tweetal brieven niet in de beoordeling van de zaak heeft betrokken. Voorts zou uit het in 2.2 bedoelde vonnis blijken dat verweerder het dossier niet gelezen heeft en de zaak niet begrijpt. Het vonnis zou geen analyse van feiten, argumenten en verwijzingen naar de wet bevatten. Voorts zou verweerder niet onpartijdig zijn ten opzichte van verzoeker nu deze, bij brief van 24 april 2011, bij de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad heeft gevraagd om het ontslag van verweerder.

Overwegingen

2.4. Het wrakingsverzoek is gedaan nadat verweerder einduitspraak heeft gedaan. De wetgever heeft niet in de mogelijkheid voorzien een rechter te wraken, wanneer deze de behandeling van de zaak heeft beëindigd door het wijzen van een einduitspraak. Met die einduitspraak heeft iedere bemoeienis van die rechter met de zaak opgehouden. Het verzoek dient dan ook niet-ontvankelijk te worden verklaard.

2.5. Voor zover het wrakingsverzoek ziet op alle toekomstige door verweerder te behandelen zaken waarbij verzoeker als partij betrokken is, dient dit, als prematuur, eveneens niet-ontvankelijk te worden verklaard.

3. Beslissing

De rechtbank verklaart het verzoek tot wraking niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 8 juni 2011 door mr. G.J.E. Poerink, voorzitter, mr. L.A.J. Nuijten en mr. A.D. Scheffers, rechters, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. I. van Wijk, griffier.

De griffier, De voorzitter,

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.