Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ8066

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
11-05-2011
Datum publicatie
15-06-2011
Zaaknummer
231504 HAZA 11-367
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Niet ontvankelijk

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK BREDA

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 231504 / HA ZA 11-367

Vonnis in verzet van 11 mei 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HENGSTENHOUDERIJ [eiseres] BV,

gevestigd te [vestingsplaats],

eiseres,

gedaagde in het verzet,

advocaat mr. L.M. Schelstraete te Tilburg

tegen

1. [gedaagde 1],

wonende te Nispen,

2. de maatschap

MAATSCHAP [gedaagde 2] en [gedaagde 2],

gevestigd te Nispen,

3. [gedaagde 3],

wonende te Nispen,

4. [gedaagde 4],

wonende te Nispen,

gedaagden,

eisers in het verzet,

advocaat mr. M.B. Esseling te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Hengstenhouderij [eiseres] BV en [gedaagden] c.s. genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 16 maart 2011,

- het proces-verbaal van comparitie van 20 april 2011, alsmede de door Hengstenhouderij [eiseres] BV in het geding gebrachte drie foto’s en de producties genummerd 16 tot en met 26, de akte van Hengstenhouderij [eiseres] BV houdende voorwaardelijke eisverandering en de door [gedaagden] c.s. in het geding gebrachte twee producties.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Het geschil

2.1. [gedaagden] c.s. vordert dat het tussen partijen gewezen vonnis van 12 januari 2011 wordt vernietigd en dat de vorderingen van Hengstenhouderij [eiseres] BV alsnog worden afgewezen; tevens vordert [gedaagden] c.s., dat Hengstenhouderij [eiseres] BV in de kosten wordt veroordeeld.

Hengstenhouderij [eiseres] BV concludeert dat [gedaagden] c.s. niet-ontvankelijk in het verzet moet worden verklaard; ter comparitie heeft Hengstenhouderij [eiseres] BV tevens haar eis voorwaardelijk gewijzigd in die zin, dat de vordering komt te luiden: de verklaring voor recht dat gedaagde sub 1 en/of gedaagde sub 2 en/of gedaagde sub 3 en/of gedaagde sub 4 jegens eiseres op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk is/zijn, op gronden als in het lichaam van de dagvaarding omschreven, met hoofdelijke veroordeling van gedaagden tot vergoeding van de daardoor door eiseres geleden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, voorts met hoofdelijke veroordeling van gedaagden tot betaling aan eiseres van een bedrag van [Euro] 395.489,= te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 december 2010 tot aan de dag der betaling, een en ander bij wijze van voorschot op de uiteindelijk vast te stellen schadevergoeding, alles met veroordeling van gedaagden in de kosten van het geding.

3. De beoordeling

3.1. Uit het proces verloop blijkt, dat Hengstenhouderij [eiseres] BV [gedaagden] c.s. heeft gedagvaard voor deze rechtbank, dat [gedaagden] c.s. aanvankelijk verstek heeft laten gaan, vervolgens dit verstek gezuiverd heeft en dat op 12 januari 2011 een toewijzend verstekvonnis is gewezen.

Van dit verstekvonnis is [gedaagden] c.s. in verzet gekomen.

Bij de ter comparitie genomen akte wijst Hengstenhouderij [eiseres] BV er op, dat dit rechtsmiddel van verzet onjuist is aangewend, immers [gedaagden] c.s. had niet in verzet moeten komen, maar gebruik moeten maken van het rechtsmiddel van hoger beroep. Volgens Hengstenhouderij [eiseres] BV is [gedaagden] c.s. om die reden niet-ontvankelijk in het verzet. Hengstenhouderij [eiseres] BV verwijst naar de uitspraak van de Hoge Raad van 15 oktober 1993 NJ 1994,7, waarin in een soortgelijk geval uitgemaakt is dat geen verzet maar hoger beroep het juiste rechtsmiddel is.

De rechtbank deelt deze opvatting van Hengstenhouderij [eiseres] BV.

Vaststaat dat ten tijde van het wijzen van het vonnis van 12 januari 2011 de procedure tussen partijen er één op tegenspraak was. Van een vonnis op tegenspraak is geen verzet mogelijk; slechts het rechtsmiddel van hoger beroep kan worden aangewend.

Het feit dat het vonnis van 12 januari 2011 geënt is op de foutieve vaststelling dat [gedaagden] c.s. niet verschenen is maakt dit niet anders.

De slotsom hiervan is dat [gedaagden] c.s. niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn verzet.

3.2. De kosten van de verzet-procedure, voor zover gerezen aan de zijde van Hengstenhouderij [eiseres] BV, dienen in de relatie tussen partijen voor rekening van [gedaagden] c.s. te komen. Deze kosten zijn te stellen op Euro 2000,= aan advocaatkosten.

4. De beslissing

De rechtbank

4.1. verklaart [gedaagden] c.s. niet-ontvankelijk in het verzet.

4.2. veroordeelt [gedaagden] c.s. in de kosten van dit verzet deze voor zover aan de zijde van Hengstenhouderij [eiseres] BV tot op heden begroot op Euro 2000 aan advocaatkosten.

Dit vonnis is gewezen door mr. Poerink en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 11 mei 2011.