Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ6673

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
25-05-2011
Datum publicatie
31-05-2011
Zaaknummer
215338 FA RK 10-726
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2012:BW7890, Overig
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2013:3962, Overig
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2013:5821
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Afwijzen nevenvoorzieningen bij echtscheiding: partijen zijn niet ter terechtzitting verschenen nadat hun verzoek tot uitstel van de mondelinge behandeling door de rechtbank niet was geaccepteerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Team familierecht

Enkelvoudige Kamer

Zaaknummer: 215338 FA RK 10-726

Beschikking betreffende echtscheiding,

in de zaak van

(naam),

wonende te (plaatsnaam),

hierna te noemen de vrouw,

advocaat mr. C.F.M.L. van Beukering-Michielsen,

en

(naam),

wonende te (plaatsnaam), feitelijk verblijvende te (plaatsnaam),

hierna te noemen de man,

advocaat mr. W.C.G.M. van Hoof.

1. Het verloop van het geding

Dit blijkt uit de volgende stukken:

- het op 15 februari 2010 ontvangen verzoekschrift met bijlagen;

- het op 11 mei 2010 ontvangen verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek met bijlagen;

- de op 28 maart 2011 en 6 april 2011 ontvangen brief van de advocaat van de vrouw met bijlagen;

- de op 28 maart 2011 en 5 april 2011 ontvangen brieven van de advocaat van de man met bijlagen;

- de op 6 april 2011 ontvangen brief van de advocaat van de vrouw mede ondertekend door de advocaat van de man;

- de beschikking voorlopige voorzieningen van 26 januari 2010;

- het proces-verbaal van de terechtzitting van 7 april 2011.

2. De verzoeken

De vrouw heeft, naar de rechtbank begrijpt, samengevat verzocht,

- echtscheiding;

- vaststelling van een door de man aan haar te betalen onderhoudsbijdrage van € 6.390,= per maand;

- bepaling dat zij bevoegd is de bewoning van de echtelijke woning voort te zetten;

- vaststelling van de wijze van verdeling van de gemeenschappelijke goederen en afwikkeling overeenkomstig de huwelijkse voorwaarden, zoals door haar beschreven.

De man heeft, naar de rechtbank begrijpt, samengevat verzocht,

- bepaling dat de vrouw bevoegd is de bewoning van de echtelijke woning voort te zetten, onder de voorwaarde dat zij aan hem een vergoeding van € 1.000,= per maand dient te voldoen, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen maandelijkse vergoeding;

- bepaling dat de door hem aan de vrouw te betalen onderhoudsbijdrage verschuldigd is voor een termijn van vier jaar na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking;

- vaststelling van de wijze van verdeling van de gemeenschappelijke goederen en afwikkeling overeenkomstig de huwelijkse voorwaarden, zoals door hem beschreven.

3. De beoordeling

3.1 Tussen partijen staat blijkens de stellingen en overgelegde stukken vast

- dat zij op 29 oktober 1990 in de gemeente (plaatsnaam) met elkaar zijn gehuwd op huwelijkse voorwaarden;

- dat zij uit dit huwelijk geen minderjarige kinderen hebben;

- dat zij de Nederlandse nationaliteit bezitten;

- dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht.

3.2 Het verzoek tot echtscheiding ligt als op de wet gegrond en niet weersproken voor toewijzing gereed.

3.3 Partijen hebben de rechtbank op 5 april 2011 verzocht om uitstel van de behandeling ter zitting van 7 april 2011, omdat zij in onderling overleg waren om de vermogensrechtelijke afwikkeling (verdeling en verrekening) en alimentatie in der minne te regelen. De rechtbank heeft dit uitstelverzoek afgewezen. Vervolgens hebben partijen de rechtbank bij brief van 6 april 2011, ondertekend door beide advocaten, bericht dat zij niet ter zitting zouden verschijnen maar dat zij het minnelijk overleg op de dag van de zitting zouden voortzetten. Bij het doorgaan van de mondelinge behandeling zouden de advocaten namens partijen enkel komen vertellen dat partijen samen met hun raadslieden en adviseurs het (eerder die week opgestarte) gesprek wilden voortzetten en geen behoefte hadden aan een mondelinge behandeling op dat moment. Zij wilden trachten zonder het benoemen van deskundigen tot overeenstemming te komen. Dat gesprek wilden zij voeren op basis van belangen en niet op basis van standpunten, hetgeen alleen mogelijk is als er niet geprocedeerd wordt, aldus partijen. Zij hebben verzocht de behandeling met een maand aan te houden. Na het verstrijken hiervan of zoveel eerder als er volledige overeenstemming is bereikt, zouden partijen laten weten of zij nog behoefte hebben aan een mondelinge behandeling of de rechtbank verzoeken de inhoud van een overeenkomst in een beschikking op te nemen.

3.4 Ingevolge artikel 7.6 van het Procesreglement Scheiding dienen uitstelverzoeken, ook indien partijen hier beiden mee instemmen, uiterlijk vijf werkdagen voor de zitting te worden gedaan. Het verzoek van partijen is twee dagen voor de zitting ingediend. Ofschoon het verzoek is afgewezen, zijn partijen niet ter zitting verschenen. De beslissing of de behandeling doorgang moet vinden ligt niet bij partijen. Naar het oordeel van de rechtbank had de reeds gereserveerde zittingscapaciteit moeten en kunnen worden benut, wellicht voor het maken van verdere (regie-)afspraken.

Doordat partijen niet ter zitting zijn verschenen ontbreekt een nadere toelichting op hun nevenverzoeken. Er is nadien geen overeenkomst ontvangen met het verzoek deze aan te hechten aan de te geven beschikking, terwijl partijen hiertoe wel de gelegenheid hebben gehad. Sinds de niet gehouden zitting is een periode van ruim zes weken verstreken; van partijen is echter niets meer vernomen. Onduidelijk is of er nog geschilpunten tussen partijen bestaan. De rechtbank beschikt derhalve over onvoldoende informatie om een beslissing te kunnen geven op de nevenverzoeken, welke omstandigheid door het niet verschijnen ter zitting voor risico voor partijen komt.

De rechtbank zal de overige door partijen over en weer gedane verzoeken dan ook afwijzen.

3.5 Omdat tussen partijen sprake is van een relatie als bedoeld in de tweede zin van lid 1 van artikel 237 Rechtsvordering zal de rechtbank de proceskosten tussen hen compenseren.

4. De beslissing

De rechtbank

spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, op 29 oktober 1990 in de gemeente (plaatsnaam) met elkaar gehuwd;

compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. Warnaar, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van

in tegenwoordigheid van de griffier.

cvdv

Mededeling van de griffier:

Tegen deze beschikking kan voor zover het een eindbeschikking betreft hoger beroep worden ingesteld:

a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te

's-Hertogenbosch.

verzonden op: