Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ3393

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
04-05-2011
Datum publicatie
04-05-2011
Zaaknummer
197679 / HA ZA 08-2127
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

DJ Tiesto werd ervan beschuldigd met het nummer "Elements of life" inbreuk op het auteursrecht van een andere DJ op het muziekstuk "Swiwal" te hebben gemaakt. De rechtbank heeft geoordeeld dat het werk "Swiwal" geen werk in de zin van artikel 1 van de Auteurswet is en de vorderingen jegens Tiesto afgewezen. De rechtbank heeft daartoe het volgende overwogen.

Om als auteursrechtelijk beschermd werk te kunnen worden aangemerkt is vereist dat het onderdeel van “Swiwal”, bestaande uit 8 maten (waar "Elements of life" en "Swiwal" een overeenstemmend tonenschema hebben), een eigen, oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijk stempel van de maker draagt. De rechtbank stelt vast dat “Swiwal” en “Sarabande” van Händel in de 8 betreffende maten voor wat betreft het tonenschema overeenstemmen. Niet relevant is of De Jong zich hiervan bewust is geweest toen hij “Swiwal” maakte. Aangezien het tonenschema van 8 maten van “Sarabande” tot het publieke domein behoort kan eiser zich met betrekking tot dat tonenschema niet beroepen op auteursrechtelijke bescherming.

Aan de orde is dan of eiser het betreffende tonenschema van 8 maten zodanig heeft bewerkt dat geoordeeld kan worden dat het stuk als gevolg van die bewerking een eigen oorspronkelijk karakter heeft verkregen en het persoonlijk stempel van de maker is gaan dragen. Voor zover die bewerking heeft bestaan uit het toevoegen van elementen die kenmerkend zijn voor een bepaalde stijl van Dance-muziek, merkt de rechtbank vooraf op dat een stijl, mode of trend, niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt. Derhalve moet worden onderzocht of - mede gelet op mode, trend of stijl op het onderhavige terrein van Dance-muziek - voldoende afstand van het tonenschema van Sarabande is genomen en op een voldoende eigen wijze uiting is gegeven aan de vigerende mode, trend of stijl op het gebied van Dance-muziek.

Het tonenschema van de 8 maten uit “Swiwal” is reeds vóór eind 2003 meermalen gebruikt in openbaar gemaakte muziekstukken waarbij de makers door “Sarabande” van Händel zijn geïnspireerd (filmmuziek van Barry Lyndon, Tomb Raider Legend, Pride&Prejudice, Levi's-reclame). In het bijzonder geldt dat ook voor de Dance-uitvoering “Sarabande/Classical Trance” die Huinink heeft gecomponeerd en medio 2003, en derhalve eerder dan "Swiwal", heeft uitgebracht. De rechtbank stelt vast dat “Sarabande” en “Sarabande/Classical Trance” in de 8 betreffende maten voor wat betreft het tonenschema overeenstemmen. Eiser heeft het tonenschema in de 8 maten naar het oordeel van de rechtbank niet zodanig bewerkt dat aan de eis is voldaan dat dat stuk als gevolg van die bewerking een eigen oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijk stempel van de maker draagt. De drumbeat van basedrum en snare die eiser heeft gebruikt heeft gedaagde 3 reeds vóór hem gebruikt zodat oorspronkelijk karakter ontbreekt. Bovendien is deze drumbeat aan te merken als een stijlkenmerk van Dance-muziek. Deze beat maakt dat het betreffende nummer het 4/4 tempo en ritme dat in de Dance-muziek wordt gebruikt krijgt. Deze beat komt dan ook veelvuldig in dance-nummers voor. De synthesizer strings die eiser in “Swiwal” op de achtergrond in dezelfde toonsoort als de dominante synthesizerpartij heeft gebruikt, komen ook al in het muziekstuk van gedaagde 3. Dit gebruik van strings kan dan evenmin een oorspronkelijk karakter aan de 8 maten in “Swiwal” geven. Het op voormelde wijze toevoegen van synthesizer strings op de achtergrond komt bovendien in veel Dancenummers voor. Dit gebruik kan dan naar het oordeel van de rechtbank eveneens worden aangemerkt als een stijlkenmerk. Wat betreft de dominante synthesizerpartij geldt tot slot dat gedaagde 3 de tonen in de melodielijn aldus heeft bewerkt dat tonen in de 8 maten staccato worden herhaald. Eiser heeft de tonen in de melodielijn bewerkt met een “Swing Waltz” modus c.q. arpeggiator (een elektronicatechniek in een synthesizer) waardoor eveneens noten in de 8 maten staccato worden herhaald. Het onderscheid met de bewerking van gedaagde 3 is gering terwijl het resultaat behalve door de invoer in de synthesizer van het niet beschermde tonenschema wordt bepaald door de techniek van de synthesizer. Op deze wijze kan het desbetreffende deel van 8 maten geen oorspronkelijk karakter verkrijgen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK BREDA

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 197679 / HA ZA 08-2127

Vonnis van 4 mei 2011

in de zaak van

[eiser],

wonende te Landgraaf,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. Y. Moszkowicz,

tegen

1. [DJ Tiësto],

wonende te Miami (Verenigde Staten van Amerika),

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

2. [gedaagde 2],

wonende te Rotterdam,

3. [gedaagde 3],

wonende te Amsterdam,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MAGIK MUZIK BV,

gevestigd te Breda,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BLACK HOLE RECORDINGS BV,

gevestigd te Breda,

6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TALPA MUSIC B.V.,

gevestigd te Laren,

gedaagden in conventie,

advocaat mr. M.T.M. Koedooder.

Partijen zullen hierna ook [eiser] (eiser in conventie, tevens verweerder in reconventie), [DJ Tiësto] (gedaagde in conventie sub 1, tevens eiser in reconventie) en [DJ Tiësto c.s.] (gedaagden in conventie gezamenlijk) genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding, met producties,

- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie, met producties,

- de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie, met producties,

- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie, met producties,

- de conclusie van dupliek in reconventie, met producties,

- de akte van [DJ Tiësto c.s.] van 15 maart 2011, met producties,

- de akte van [DJ Tiësto c.s.] van 17 maart 2011, met één productie,

- het extract uit het audiëntieblad van de zitting van 18 maart 2011, waaruit blijkt dat partijen hun zaak hebben bepleit, onder overlegging van stukken en pleitnota’s.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Het geschil

in conventie

2.1. [eiser] vordert, na intrekking van de vorderingen jegens Magik Muzik B.V., - samengevat - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. voor recht te verklaren dat [DJ Tiësto c.s.] met het vervaardigen, verveelvoudigen en openbaar maken van het werk “Elements of Life” inbreuk hebben gemaakt op de auteursrechten van [eiser] op zijn werk “Swiwal”;

2. voor recht te verklaren dat [DJ Tiësto c.s.] hoofdelijk gehouden zijn tot winstafdracht aan [eiser], vermeerderd met wettelijke rente;

3. voor recht te verklaren dat [DJ Tiësto c.s.] hoofdelijk gehouden zijn tot betaling aan [eiser] van de opbrengsten van de voordracht, de op- of uitvoering en/of voorstelling van “Elements of Life”;

4. voor recht te verklaren dat [DJ Tiësto c.s.] hoofdelijk gehouden zijn tot betaling van schadevergoeding aan [eiser];

5. voor recht te verklaren dat [DJ Tiësto c.s.] met het vervaardigen, verveelvoudigen en openbaar maken van het werk “Elements of Life” inbreuk hebben gemaakt op de persoonlijkheidsrechten van [eiser], met nevenvorderingen waaronder een gebod tot rectificatie;

6. [DJ Tiësto c.s.] hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten.

2.2. [DJ Tiësto c.s.] hebben de vorderingen weersproken en gevorderd [eiser], uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten op de voet van artikel 1019h Rv, althans op de voet van de indicatietarieven in I.E.-zaken, althans op de voet van het toepasselijke liquidatietarief, te veroordelen.

in reconventie

2.3. [DJ Tiësto] vordert - samengevat - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

- te verklaren voor recht dat [eiser] onrechtmatig heeft gehandeld jegens [DJ Tiësto] doordat hij de eer en goede naam van [DJ Tiësto] heeft aangetast en daardoor schadeplichtig is jegens [DJ Tiësto];

- [eiser] te veroordelen tot het betalen van schadevergoeding, nader op te maken bij staat;

- [eiser] te verbieden de eer en goede naam van [DJ Tiësto] verder aan te tasten en aan dat verbod een dwangsom te verbinden;

- [eiser] te veroordelen in de proceskosten op de voet van artikel 1019h Rv, althans op de voet van de indicatietarieven in I.E.-zaken, althans op de voet van het toepasselijke liquidatietarief.

2.4. [eiser] heeft de vorderingen weersproken, en verzocht de proceskosten te matigen indien de vorderingen worden toegewezen.

3. De beoordeling

in conventie en in reconventie

3.1. Voor de rechtbank staan in deze procedure tussen partijen de volgende feiten vast. a. [eiser] is Disc Jockey (DJ), tevens componist en producer van elektronische dansmuziek.

b. [DJ Tiësto] is componist en producent van dance-muziek, meer speciaal in de stijl “trance”. [DJ Tiësto] treedt op onder de naam DJ Tiësto. Hij wordt beschouwd als één van de beste internationale DJ’s en is verscheidene malen verkozen tot beste DJ ter wereld.

c. [DJ Tiësto] werkt onder meer samen met [gedaagde 2], een zelfstandig werkzame producer van Dance-muziek, en met [gedaagde 3], een zelfstandig werkzame componist met een meer klassiek geschoolde achtergrond.

d. Georg Friedrich Händel (1685-1759) heeft rond 1708 een muziekstuk gecomponeerd. Het heeft de titel “Sarabande in D mineur” (hierna: “Sarabande”) en maakt onderdeel uit van het werk “Suite Nr 11 for Harpsichord”. Dit werk behoort tot het publieke domein en is om die reden niet auteursrechtelijk beschermd.

e. In de periode tot medio 2003 zijn muziekstukken openbaar gemaakt waarin het dominante tonenschema van “Sarabande” voorkomt. Het gaat om filmmuziek uit 1975 van Barry Lyndon, de trailer van de film Tomb Raider Legend, de trailer van de film Pride & Prejudice, de muziek bij een Levi’s commercial uit 2002 en het Dance-nummer “Sarabande/Classical Trance” van [gedaagde 3] van medio 2003.

f. [eiser] heeft eind 2003 een muziekstuk genaamd “Swiwal” gecomponeerd. Eind 2004/begin 2005 heeft [eiser] (een versie van) “Swiwal” op de website www.2combined.com geplaatst. [eiser] heeft (een versie van) “Swiwal” opgestuurd naar Black Hole Recordings. Bij e-mailbericht van 7 maart 2005 heeft [medewerker] namens Black Hole Recordings aan [eiser] medegedeeld dat zijn nummer niet is geselecteerd om te worden uitgebracht.

g. [DJ Tiësto] heeft met [gedaagde 2] en [gedaagde 3] een muziekstuk genaamd “Elements of Life” (hierna: “EOL”) gecomponeerd. In 2007 is “EOL” openbaar gemaakt.

h. In “Swiwal” en in “EOL” komt (een deel van) het dominante tonenschema van “Sarabande” voor.

i. [eiser] heeft vanaf april 2008 contact gezocht met Black Hole Recordings en de vraag aan de orde gesteld of “EOL” aan “Swiwal” is ontleend. Black Hole Recordings heeft ontkend dat van ontlening sprak is. Vervolgens heeft [eiser] de publiciteit gezocht. Door kranten, op het internet en op televisie is melding gemaakt van de beschuldiging door [eiser] dat [DJ Tiësto] plagiaat zou hebben gepleegd.

in conventie voorts

3.2. [eiser] heeft aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat [DJ Tiësto c.s.] inbreuk maken op zijn auteursrecht en persoonlijkheidsrecht op het werk “Swiwal”. [eiser] stelt dat “EOL” is ontleend aan “Swiwal”.

3.3. [DJ Tiësto c.s.] hebben bij gelegenheid van het pleidooi het verweer gevoerd dat [eiser] niet bevoegd is zelfstandig een inbreukprocedure te voeren. Volgens [DJ Tiësto c.s.] volgt uit het exploitatiecontract dat [eiser] met Buma/Stemra heeft gesloten dat [eiser] niet zelfstandig auteursrechten kan handhaven. De rechtbank is met [eiser] van oordeel dat dit verweer tardief is gevoerd. [DJ Tiësto c.s.] hebben hun stelling, dat tussen de Jong en Buma/Stemra een overeenkomst is gesloten met de door hen gestelde inhoud, ontleend aan het feit dat [eiser] “Swiwal” heeft aangemeld bij Buma/Stemra. [eiser] heeft [DJ Tiësto c.s.] met productie 53 van de conclusie van antwoord in conventie alsmede conclusie van antwoord in reconventie al in kennis gesteld van de aanmelding van “Swiwal” bij Buma/Stemra. Gelet daarop hadden [DJ Tiësto c.s.] voormeld verweer reeds in hun conclusie van dupliek in conventie kunnen en moeten voeren. Het pas bij gelegenheid van het pleidooi voeren van dit verweer oordeelt de rechtbank in strijd met een goede procesorde. Inhoudelijke beoordeling ervan blijft dan ook achterwege.

3.4. Tussen partijen is in geschil of [DJ Tiësto c.s.] met het muziekstuk “EOL” inbreuk hebben gemaakt op auteursrecht van [eiser] op (elementen van) het muziekstuk “Swiwal”. Gelet op de inhoud van de door [eiser] gevorderde rectificatie gaat het hem om het overnemen van de melodielijn van “Swiwal” in “EOL”.

3.5. Het auteursrecht is het uitsluitend recht van de maker van een werk om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen. Verveelvoudiging in de zin van artikel 13 Auteurswet (hierna: Aw) veronderstelt ontlening. Van verboden verveelvoudiging kan alleen sprake zijn indien auteursrechtelijk beschermde elementen van “Swiwal” zijn overgenomen in “EOL” en voorts aan overige in de jurisprudentie ontwikkelde eisen is voldaan. De rechtbank stelt vast dat [eiser] zich zowel in de dagvaarding en conclusie, als bij gelegenheid van het pleidooi, heeft geconcentreerd op zijn stelling dat met “EOL” sprake is van ontlening van een repeterend onderdeel van 16, althans in ieder geval 8 maten van “Swiwal”. [eiser] heeft niet, althans nauwelijks gemotiveerd gesteld dat het muziekstuk “Swiwal” auteursrechtelijk beschermde elementen bevat en in zoverre als een “werk” in de zin van artikel 1 Aw is aan te merken. [DJ Tiësto c.s.] hebben op dit punt wel gemotiveerd verweer gevoerd.

3.6. De rechtbank zal eerst ambtshalve beoordelen of “Swiwal” auteursrechtelijk beschermde elementen bevat. Deze vraag betreft immers een rechtsvraag die niet door partijen, maar door de rechtbank behoort te worden beantwoord. De rechtbank laat de verweren van [DJ Tiësto c.s.] over het makerschap, de openbaarmaking en het tijdstip daarvan en het bestaan van meerdere versies van “Swiwal” vooralsnog onbesproken. De rechtbank heeft bij haar beoordeling van de aanwezigheid van auteursrechtelijk beschermde elementen in “Swiwal” in het bijzonder de volgende stukken in aanmerking genomen. Allereerst is in de beoordeling betrokken het nummer, getiteld “Swiwal (Original Mix)” op de cd van [eiser], die als productie 9 bij de dagvaarding is gevoegd. [eiser] beroept zich op deze versie. Voorts zijn in de beoordeling betrokken de nummers “Sarabande” van Händel, “Sarabande/Classical Trance” van [gedaagde 3] en “EOL” van [DJ Tiësto c.s.] op de cd van [DJ Tiësto c.s.] die achter productie 7 bij de conclusie van antwoord in conventie tevens houdende eis in reconventie is gevoegd. Voor het tonenschema van de 16 maten waar partijen over debatteren van de nummers “Sarabande” van Händel, “Swiwal (Original Mix)” van [eiser], “Sarabande/Classical Trance” van [gedaagde 3] en “EOL” van [DJ Tiësto c.s.] heeft de rechtbank voormelde productie 7, pagina’s 6, 7, 8 en 11, in aanmerking genomen. De rechtbank oordeelt deze productie het best bruikbaar voor de beoordeling vanwege de overzichtelijke wijze waarop de tonen van de diverse nummers onder elkaar zijn weergegeven. [eiser] heeft niet betwist dat op de genoemde pagina’s onjuiste muzikale gegevens van “Swiwal”, “EOL” of “Sarabande” zijn vermeld.

3.7. De rechtbank is op grond van de onder 3.6. vermelde stukken van oordeel dat de beoordeling of “Swiwal” auteursrechtelijk beschermde elementen bevat beperkt kan blijven tot de eerste 8 maten van het repeterende onderdeel, zoals die zijn weergegeven op de pagina’s 7 en 11 van genoemde productie 7. Alle door partijen geraadpleegde deskundigen maken melding van gelijkenis tussen “Swiwal” en “EOL” in tonenschema in die eerste 8 maten. De maten 9 t/m 16 van “Swiwal” en “EOL” kennen slechts één gelijke toon. De door [eiser] en [DJ Tiësto c.s.] gebruikte digitale technieken geven naast dat onderscheid een andere “sound” aan de maten 9 t/m 16. Van ontlening door [DJ Tiësto c.s.], als het gaat om de maten 9 t/m 16, is dan geen sprake.

3.8. Om als auteursrechtelijk beschermd werk te kunnen worden aangemerkt is vereist dat het onderdeel van “Swiwal”, bestaande uit voormelde 8 maten, een eigen, oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijk stempel van de maker draagt. De rechtbank stelt op grond van productie 7, pagina’s 7 en 11 vast dat “Swiwal” en “Sarabande” van Händel in de 8 betreffende maten voor wat betreft het tonenschema overeenstemmen. Niet relevant is of [eiser] zich hiervan bewust is geweest toen hij “Swiwal” maakte. Aangezien het tonenschema van 8 maten van “Sarabande” tot het publieke domein behoort kan [eiser] zich met betrekking tot dat tonenschema niet beroepen op auteursrechtelijke bescherming.

3.9. Aan de orde is dan of [eiser] het betreffende tonenschema van 8 maten, met inachtneming van het in 3.8. overwogene, zodanig heeft bewerkt dat geoordeeld kan worden dat het stuk als gevolg van die bewerking een eigen oorspronkelijk karakter heeft verkregen en het persoonlijk stempel van de maker is gaan dragen. Voor zover die bewerking heeft bestaan uit het toevoegen van elementen die kenmerkend zijn voor een bepaalde stijl van Dance-muziek, merkt de rechtbank vooraf op dat een stijl, mode of trend, niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt. Derhalve moet worden onderzocht of - mede gelet op mode, trend of stijl op het onderhavige terrein van Dance-muziek – voldoende afstand van het tonenschema van Sarabande is genomen en op een voldoende eigen wijze uiting is gegeven aan de vigerende mode, trend of stijl op het gebied van Dance-muziek (HR 29 december 1995, Decaux/Mediamax; Stadsmeubilair).

3.10. Het tonenschema van de 8 maten uit “Swiwal” is reeds vóór eind 2003 meermalen gebruikt in openbaar gemaakte muziekstukken waarbij de makers door “Sarabande” van Händel zijn geïnspireerd. Verwezen wordt naar de onder 3.1. sub e genoemde muziekstukken. In het bijzonder geldt dat ook voor de Dance-uitvoering “Sarabande/Classical Trance” die [gedaagde 3] heeft gecomponeerd en medio 2003 heeft uitgebracht. De rechtbank stelt op grond van productie 7, pagina 6, vast dat “Sarabande” en “Sarabande/Classical Trance” in de 8 betreffende maten voor wat betreft het tonenschema overeenstemmen. [eiser] heeft het tonenschema in de 8 maten naar het oordeel van de rechtbank niet zodanig bewerkt dat aan de eis is voldaan dat dat stuk als gevolg van die bewerking een eigen oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijk stempel van de maker draagt. De drumbeat van basedrum en snare die [eiser] heeft gebruikt heeft [gedaagde 3] reeds vóór hem gebruikt zodat oorspronkelijk karakter ontbreekt. Bovendien is deze drumbeat aan te merken als een stijlkenmerk van Dance-muziek. Deze beat maakt dat het betreffende nummer het 4/4 tempo en ritme dat in de Dance-muziek wordt gebruikt krijgt. Deze beat komt dan ook veelvuldig in dance-nummers voor. De synthesizer strings die [eiser] in “Swiwal” op de achtergrond in dezelfde toonsoort als de dominante synthesizerpartij heeft gebruikt, komen ook al in het muziekstuk van [gedaagde 3] voor. Dit gebruik van strings kan dan evenmin een oorspronkelijk karakter aan de 8 maten in “Swiwal” geven. Het op voormelde wijze toevoegen van synthesizer strings op de achtergrond komt bovendien in veel Dancenummers voor. Dit gebruik kan dan naar het oordeel van de rechtbank eveneens worden aangemerkt als een stijlkenmerk. Wat betreft de dominante synthesizerpartij geldt tot slot dat [gedaagde 3] de tonen in de melodielijn aldus heeft bewerkt dat tonen in de 8 maten staccato worden herhaald. [eiser] heeft de tonen in de melodielijn bewerkt met een “Swing Waltz” modus c.q. arpeggiator (een elektronicatechniek in een synthesizer) waardoor eveneens noten in de 8 maten staccato worden herhaald. Het onderscheid met de bewerking van [gedaagde 3] is gering terwijl het resultaat behalve door de invoer in de synthesizer van het niet beschermde tonenschema wordt bepaald door de techniek van de synthesizer. Op deze wijze kan het desbetreffende deel van 8 maten geen oorspronkelijk karakter verkrijgen.

3.11. Uit het vorenstaande volgt dat waar het betreffende onderdeel van 8 maten uit “Swiwal” geen “werk” is in de zin van artikel 1 Aw en om die reden geen bescherming toekomt, van inbreuk door [DJ Tiësto c.s.] geen sprake kan zijn. Reeds hierom worden de vorderingen van [eiser] afgewezen. Bij gebreke van auteursrecht wordt ook de vordering die betrekking heeft op persoonlijkheidsrechten afgewezen. Alle overige weren van [DJ Tiësto c.s.] kunnen onbesproken blijven.

3.12. [DJ Tiësto c.s.] hebben primair gevorderd [eiser] te veroordelen in de proceskosten op de voet van artikel 1019h Rv, althans op de voet van de indicatietarieven in I.E.-zaken. De specificatie van de kosten van mr. Koedooder sluit op ruim [Euro] 70.000,00. [eiser] heeft bezwaar gemaakt tegen de hoogte van deze kosten. De rechtbank stelt voorop dat deze zaak volgens mr. Koedooder in de kern niet erg ingewikkeld is. Het gaat om de vraag of sprake is van auteursrecht en zo ja, of sprake is van ontlening. De rechtbank stelt vast dat mr. Koedooder in haar conclusies, mogelijk getriggerd door de wederpartij, op vele punten uitvoerig ingaat, zonder dat die punten de zojuist vermelde vraag betreffen en derhalve in dit geding voor de rechtbank niet relevant zijn. Het opstellen van stukken en de daaraan voorafgaande studie en onderzoek hebben om die reden tot hoge kosten geleid. De rechtbank stelt voorts vast dat de specificatie enorm veel correspondentie en telefoongesprekken vermeldt waarvan de rechtbank zonder nadere toelichting, die ontbreekt, het verband met (uitsluitend) dit geding niet kan vaststellen.

3.13. Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de door mr. Koedooder opgevoerde kosten uitstijgen boven hetgeen als redelijk en evenredig kan worden aangemerkt. De rechtbank zoekt bij de beoordeling naar de hoogte van redelijke en evenredige kosten aansluiting bij de indicatietarieven in I.E.-zaken. Zoals namens [eiser] ook is aangevoerd kennen die tarieven een maximumbedrag van Euro 25.000,00. De rechtbank is van oordeel dat de kosten van [DJ Tiësto c.s.] in dit geding tot een bedrag van Euro 25.000,00 als redelijk en evenredig zijn aan te merken. [eiser] zal tot betaling van dit bedrag worden veroordeeld.

in reconventie voorts

3.14. [DJ Tiësto] heeft aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat [eiser] de reputatie, de eer en de goede naam van [DJ Tiësto] willens en wetens doelbewust opzettelijk heeft willen beschadigen door voortdurend ongefundeerde beschuldigingen van plagiaat te uiten in de media.

3.15. De rechtbank stelt vast dat de door [DJ Tiësto] achter productie 14 bij conclusie van antwoord in conventie tevens houdende eis in reconventie gevoegde uitingen in de media van medio 2008 geen door [eiser] gepubliceerde berichten betreft. Het betreft gelijkluidende journalistieke berichtgeving waarin [eiser] wordt geciteerd. [eiser] heeft de juistheid van het citaat: “Het kan toch niet dat er een dj is die toevallig een nummer maakt dat zestien maten lang exact hetzelfde is als mijn nummer” en “Volgens mij is het gewoon mijn nummer” niet betwist. Evenmin heeft hij betwist dat hij toestemming voor de betreffende publicatie(s) heeft gegeven. Het ter beschikking van media stellen van deze citaten is dan ook als feitelijk handelen van [eiser] bij de beoordeling van de vordering van [DJ Tiësto] in aanmerking te nemen. Voor het overige komen deze mediaberichten voor rekening van de opsteller en uitgever ervan. Voor de achter productie 41 en 42 bij conclusie van dupliek in conventie alsmede van repliek in reconventie gevoegde uitingen op het internet geldt dat deze uitingen voor rekening komen van de personen die deze op het internet hebben geplaatst. Er is geen grond hun handelen aan [eiser] toe te rekenen.

3.16. Uit productie 39 bij conclusie van dupliek in conventie alsmede van repliek in reconventie blijkt de rechtbank niet anders dan dat mr. Moszkowicz strafrechtelijke aangifte tegen [DJ Tiësto] heeft gedaan. Namens de officier van justitie wordt immers aan mr. Moszkowicz medegedeeld: “Hierbij deel ik u mede dat ik uw aangifte, waarin u mij verzoekt (…)”. [DJ Tiësto] heeft geen feiten gesteld die tot het oordeel kunnen leiden dat [eiser] deze aangifte heeft geïnitieerd. Wat betreft het ingezonden persbericht over de aangifte van plagiaat, dat achter productie 40 bij de zojuist genoemde conclusie is gevoegd, geldt dat evenmin feiten voorhanden zijn die tot het oordeel kunnen leiden dat [eiser] hiervan een feitelijk handelen kan worden verweten. In een bericht van 30 oktober 2008 uit de Volkskrant, dat ook achter productie 41 is gevoegd, wordt vermeld: “Dj Michiel de Jong heeft woensdag aangifte gedaan tegen dj Tiësto vanwege plagiaat”. Uit dat bericht blijkt echter dat de journalist van de Volkskrant mr. Moszkowicz heeft geïnterviewd en niet [eiser]. Dat [eiser] zelf aangifte heeft gedaan is de rechtbank, zoals gezegd, niet kunnen blijken.

3.17. [eiser] heeft op 18 juli 2008 op Youtube een filmpje geplaatst waarbij hij “EOL” in door hem bewerkte vorm naast “Swiwal” heeft geplaatst. Velen hebben op Youtube een reactie gegeven. Het filmpje is op 21 juli 2008 op last van Black Hole Recordings verwijderd, maar op www.dumpert.nl nog te bekijken. Het plaatsen van een filmpje met een boodschap waarin een verwijt van plagiaat besloten ligt is aan [eiser] toe te rekenen feitelijk handelen dat bij de beoordeling van de vordering van [DJ Tiësto] wordt betrokken. Tot slot geldt dat [eiser] kort na 21 juli 2008 contact heeft opgenomen met televisiezender SBS, die een onderwerp aan [eiser]s claim jegens [DJ Tiësto] heeft gewijd. Welke uitlatingen de Jong heeft gedaan heeft [DJ Tiësto] niet gesteld. Er kan dan geen feitelijk handelen van [eiser] worden vastgesteld dat bij de beoordeling in aanmerking kan worden genomen.

3.18. Uit het vorenstaande volgt dat slechts een beperkt aantal feitelijke handelingen van [eiser] bij de beoordeling van de vordering van [DJ Tiësto] in aanmerking kan worden genomen. Voor het grootste deel maakt [DJ Tiësto] zijn verwijten over berichtgeving aan het verkeerde adres. Het beperkt aantal feitelijke handelingen van [eiser] kan geen grond bieden voor het oordeel dat [eiser] [DJ Tiësto] willens en wetens doelbewust opzettelijk heeft willen beschadigen door voortdurend ongefundeerde beschuldigingen van plagiaat te uiten in de media, zoals [eiser] heeft gesteld. Beoordeeld moet worden of desondanks het beperkte aantal feitelijke handelingen van [eiser] het oordeel rechtvaardigen dat hij onrechtmatig jegens [DJ Tiësto] heeft gehandeld.

3.19. Indien de op onrechtmatige daad gebaseerde vorderingen van [DJ Tiësto] zouden worden toegewezen, zou dit een beperking inhouden van het in artikel 10 lid 1 EVRM neergelegde grondrecht van [eiser] op vrijheid van meningsuiting. Dit recht kan slechts worden beperkt indien dit bij de wet is voorzien en dit in een democratische samenleving noodzakelijk is, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam of rechten van anderen (artikel 10 lid 2 EVRM). Van een beperking die bij de wet is voorzien is sprake wanneer geoordeeld moet worden dat de betreffende uitlatingen onrechtmatig zijn in de zin van artikel 6:162 BW. Voor het antwoord op de vraag of aan de gestelde voorwaarden voor rechterlijk ingrijpen is voldaan, moeten tevens de wederzijdse belangen worden afgewogen. Het belang van [DJ Tiësto] is erin gelegen dat hij niet lichtvaardig wordt blootgesteld aan negatieve publiciteit die hem in zijn goede naam aantast en/of schade berokkent. Het belang van [eiser] is dat hij zich in het openbaar moet kunnen uitlaten over zijn standpunt ten opzichte van de handelwijze van [DJ Tiësto]. Welke van deze belangen de doorslag behoort te geven, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Bij de beoordeling daarvan komt het onder meer aan op de aard en de inhoud van de mededelingen, de mate waarin deze op feiten zijn gebaseerd, de toonzetting van de mededelingen en de mogelijkheden tot schadebeperking voor [DJ Tiësto].

3.20. De rechtbank stelt vast dat [eiser] in zijn uitingen geen beledigingen heeft geuit of grove bewoordingen heeft gebruikt. De toonzetting van de uitingen is mild. [eiser] ventileert zijn standpunt over de naar zijn mening bestaande grote gelijkenis tussen “Swiwal” en “EOL” en over de naar zijn mening aanwezige ontlening van “EOL” aan “Swiwal” door [DJ Tiësto]. In het vervolgens in november 2008 door of namens [DJ Tiësto] uitgebrachte persbericht is vermeld dat [DJ Tiësto] en de medecomponisten (rechtbank: het bericht spreekt over “wij”) zich bij het componeren van “EOL” hebben laten inspireren door “Sarabande”. Voorts is vermeld dat [eiser] en zijn muziekstukken bij [DJ Tiësto] niet bekend zijn. Aldus heeft [DJ Tiësto] zich in de media verweerd en gemotiveerd weersproken dat van plagiaat sprake is. [DJ Tiësto] heeft vervolgens niet concreet toegelicht op welke wijze hij daadwerkelijk negatieve gevolgen van de uitingen van [eiser] heeft ondervonden. Vaststaat dat [DJ Tiësto] ook na medio 2008 grote bekendheid als dj heeft, vele optredens heeft en met meerdere artiesten samenwerkte. Zonder nadere gemotiveerde toelichting, die ontbreekt, is niet aannemelijk dat [DJ Tiësto] negatieve gevolgen van de door de rechtbank vastgestelde feitelijke handelingen van [eiser] heeft ondervonden. Gelet op de beoordeling in conventie is het door [eiser] geuite standpunt juridisch ongegrond. Daar staat echter tegenover dat de toonzetting in de berichten mild is, [DJ Tiësto] gemotiveerd zijn visie openbaar heeft kunnen maken en schade aan zijn zijde niet aannemelijk is geworden. Deze weging van feiten en omstandigheden leidt de rechtbank tot het oordeel dat geen sprake is van onrechtmatig handelen door [eiser].

3.21. Uit het vorenstaande volgt dat de vordering in reconventie wordt afgewezen. [DJ Tiësto] wordt in de proceskosten van [eiser] veroordeeld. [eiser] heeft in reconventie geen veroordeling in de werkelijke kosten gevorderd. Bovendien betreft het geding in reconventie geen zaak van intellectuele eigendom. De kosten worden dan ook berekend naar het gebruikelijke liquidatietarief.

4. De beslissing

De rechtbank

in conventie

wijst de vorderingen af;

veroordeelt [eiser] in de proceskosten van [DJ Tiësto c.s.], tot op heden begroot op Euro 25.254,00. waarin begrepen Euro 25.000,00 aan kosten advocaat;

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

in reconventie

wijst de vorderingen af;

veroordeelt [DJ Tiësto] in de proceskosten van [eiser], tot op heden begroot op Euro 904,00 aan salaris advocaat;

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van Geloven, mr. Hermans en mr. Scheffers en in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2011.