Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ2928

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
14-04-2011
Datum publicatie
28-04-2011
Zaaknummer
984838-08 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bestellingen van grote hoeveelheden laboratoriumbenodigdheden, de Tensor, filterpapier, de goederen van Overtoom en de levering van zoutzuur van Chemproha, gecombineerd met de uiteenlopende en soms onjuiste verklaringen van verdachte en zijn ondoorzichtige wijze van boekhouden geven een vermoeden van betrokkenheid bij synthetische drugs. Voornoemde goederen kennen echter ook een legale toepassing en kunnen in beginsel legaal worden verhandeld. Voorts is niet gebleken uit het dossier dat voornoemde goederen daadwerkelijk zijn aangetroffen danwel zijn gebruikt ten behoeve van drugsgerelateerde feiten.

Medeverdachten verklaren over verdachte dat hij geen enkele bemoeienis had met de loods in Breda na de overdracht van het gebruik daarvan. Van enige betrokkenheid bij de loods te Ooltgensplaat is evenmin gebleken.

Gelet op het overwogene met betrekking tot de gedane bestellingen, leveringen en betalingen alsmede gelet op het ontbreken van voldoende bewijs met betrekking tot betrokkenheid bij het aangetroffen laboratorium acht de rechtbank onvoldoende bewijs voorhanden om te kunnen concluderen dat verdachte opzettelijk de tenlastegelegde handelingen heeft verricht met het oogmerk om drugsgerelateerde feiten te bevorderen of voor te bereiden. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van dit feit.

Het hiervoor overwogene met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij de loods leidt tevens tot de conclusie dat niet vastgesteld kan worden dat verdachte de stoffen BMK en BMK bisulfiet adduct die in de loods zijn aangetroffen in zijn bezit heeft gehad zodat de rechtbank hem ook voor deze feiten zal vrijspreken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

parketnummer: 984838-08 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 14 april 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [datum en plaats]

wonende te [adres]

raadsvrouw mr. I.N. Weski, advocaat te Rotterdam

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 28, 29 en 31 maart 2011, waarbij de officier van justitie, mr. Janssen, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: als marktdeelnemer samen met anderen, in strijd met de Wet voorkoming misbruik chemicaliën, een hoeveelheid 1-fenyl-2-propanon (hierna te noemen: BMK) zonder vergunning in het bezit heeft gehad dan wel in de handel heeft gebracht;

Feit 2: als marktdeelnemer samen met anderen, in strijd met de Wet voorkoming misbruik chemicaliën, de stof BMK bisulfiet adduct zonder vergunning in het bezit heeft gehad dan wel in de handel heeft gebracht;

Feit 3: samen met anderen voorbereidingshandelingen heeft verricht voor de productie van synthetische harddrugs en/of de verwerking van cocaïne.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de tenlastegelegde feiten 1, 2 en 3 wettig en overtuigend bewezen. Zij baseert zich daarbij op volgende feiten en omstandigheden:

- de in de locaties [lokatie 1] en [lokatie 2] aangetroffen chemicaliën, apparatuur, amfetaminesporen, MDMA-sporen en cocaïnesporen;

- de conclusie van het LFO en het NFI dat in de loods [l[lokatie 1] op grote schaal BMK bisulfiet adduct werd omgezet naar BMK;

- het gegeven dat Solvo B.V., het bedrijf van verdachte, de loods aan de [lokatie 1] gehuurd heeft;

- de ongeloofwaardigheid van de verklaring van verdachte dat hij dit pand heeft onderverhuurd aan medeverdachte [med[mededader 1]]

- de verklaring van verdachte dat hij Solvo en Robuco is;

- de relatie tussen verdachte en het pand aan de [lokatie 2], in die zin dat het pand door medeverdachte [mededader 2] op naam van Robuco is gehuurd;

- het gegeven dat de Tensor 27 door Solvo B.V. is gekocht;

- de goederen die al dan niet via het bedrijf van medeverdachte [mededader 2] besteld zijn voor het bedrijf Solvo B.V.;

- de herkenning van getuige [getuige 1] van verdachte in verband met de aankoop van filterpapier van het bedrijf Ecotax;

- de vingerafdrukken van verdachte op bescheiden van Ecotax aangetroffen in de loods aan de [lokatie 2];

- de verklaringen van een aantal medeverdachten;

- de betrokkenheid van verdachte bij de grootschalige inkoop van allerlei drugsgerelateerde goederen, waaronder een grote hoeveelheid laboratoriumbenodigdheden, een Tensor 27, zoutzuur, filterpapier, een pomp, een stijgbuis en dekselvaten;

zoals deze blijken uit de verschillende zaaksdossiers.

Hieruit leidt de officier van justitie af dat verdachte zich vanaf 2005 heeft beziggehouden met voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet, waarbij zijn rol te omschrijven is als die van directeur. Nu verdachte BMK en BMK bisulfiet adduct in bezit heeft gehad zonder de daarvoor vereiste vergunning, heeft hij zich tevens schuldig gemaakt aan overtreding van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten kan komen. De verdediging heeft hiertoe - kort samengevat - het volgende aangevoerd:

Ten aanzien van [lokatie 1]:

Solvo B.V. was huurder van de loods [lokatie 1]. Met ingang van 1 september 2008 heeft verdachte de loods onderverhuurd aan [mededader 1]. Dit blijkt uit verschillende documenten uit die periode die zijn aangetroffen tijdens de doorzoekingen.

Noch uit de aangetroffen goederen of documenten noch uit enige verklaring kan wetenschap of betrokkenheid van verdachte bij dit pand voor wat betreft een illegaal productieproces worden aangetoond.

Verdachte heeft geen bemoeienis gehad met bestellingen van zoutzuur bij het bedrijf Chemproha. In de boekhouding van Solvo B.V. is dit dan ook niet terug te vinden.

Datgene wat bij de bedrijven Fisher en Overtoom is besteld, betreft legale en zeker niet specifiek voor illegale doeleinden gekochte goederen. Deze goederen zijn doorverkocht en dus ook niet aangetroffen op enig adres in het dossier Mosselbank. Onduidelijk is of het aangetroffen glaswerk van het bedrijf Fisher is.

Ten aanzien van het bedrijf Ecotax wordt opgemerkt dat het mogelijk is dat verdachte daar één keer een bestelling heeft opgehaald namens [mededader 2] en daar een pakbon heeft vastgehouden. Dat getuige [getuige 1] verdachte als [mededader 2] heeft herkend berust dan ook naar alle waarschijnlijkheid op een misverstand.

De Tensor 27 is door verdachte in 2005 aangekocht met het oog op vitaminehandel en later sportvoedingssupplementen. Uit het dossier blijkt dat het apparaat in 2008 aan medeverdachte [mededader 2] is overgedragen.

Op de locatie Veldsteen zijn geen sporen van verdachte aangetroffen.

Ten aanzien van [lokatie 2]:

Medeverdachte [mededader 2] was huurder van dit pand. Hij heeft verklaard dat hij de naam Robuco gebruikte, maar dat verdachte met de huur verder niets te maken heeft gehad.

De verhuurder Van der Cingel heeft weliswaar een signalement gegeven, maar dat komt niet overeen met verdachte.

Uit niets blijkt dat verdachte enige band of wetenschap heeft ten aanzien van de locatie Dorpsweg 16.

Gelet op het gebrek aan direct redengevend en genoegzaam bewijs, verzoekt de verdediging verdachte vrij te spreken van de feiten 1 tot en met 3.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte is oprichter van Solvo B.V. en Solvo Trade Company B.V. Deze laatste was gevestigd aan de [lokatie 1]. Solvo B.V. was de huurder van de loods [lokatie 1] waar op 18 oktober 2008 brand is uitgebroken. Verdachte was als enige bevoegd tot het verrichten van betalingen.

Uit het dossier is gebleken dat door en namens Solvo B.V. of Solvo Trade Company B.V. in de periode van 2005 tot en met 2008 een aantal goederen en chemicaliën is besteld en/of ontvangen en betaald die mogelijk gebruikt kunnen worden bij de vervaardiging van synthetische drugs. Het gaat hierbij om een Tensor 27 met bijbehorende bibliotheken (Bruker Optics) in 2005 en 2008, diverse laboratoriumbenodigdheden (Fisher Emergo) in 2005, 2006 en 2008, filterpapier (Ecotax) in 2006 en 2007, een explosievrije vloeistofpomp, een stijgbuis en 30 waterdichte dekselvaten (Overtoom) in 2006 en zoutzuur (Chemproha) in 2005, 2006 en 2007.

Verdachte heeft ten aanzien van deze goederen en grondstoffen uiteenlopende en soms aantoonbaar onjuiste verklaringen afgegeven. Zo heeft verdachte ten aanzien van de bestemming van de bestellingen bij Fisher Emergo alsmede ten aanzien van de rol van Jeroen bij deze bestellingen in eerste instantie verklaard dat het zou het gaan om doorverkoop van laboratoriumbenodigdheden. Later heeft hij echter verklaard dat de goederen deels waren bestemd voor eigen gebruik ten behoeve van de vitamineproductie door Jeroen en een derde.

Ook in zijn verklaring over de aankoop van de Tensor bij Bruker Optics verklaart verdachte over de aanwezigheid van deze Jeroen zonder daarbij in detail te willen treden over diens rol bij deze aankoop.

Ten aanzien van de bestellingen van filterpapier bij Ecotax heeft verdachte tegenstrijdige en aantoonbaar onjuiste verklaringen afgegeven. De rechtbank leidt dit af uit de verklaringen van de getuigen Wilts en Schipper waaruit blijkt dat verdachte minimaal twee maal op het bedrijf van Ecotax is geweest en waar hij is herkend als de persoon die heeft geïnformeerd naar de werking van het filterpapier en vervolgens een aankoop heeft gedaan. Hierbij zou verdachte zich hebben uitgegeven voor medeverdachte [mededader 2].

Ook ten aanzien van de boekhouding van verdachte heeft de rechtbank de nodige vragen. Ondanks zijn pogingen om zijn boekhouding sluitend op papier te krijgen en zijn verklaringen met betrekking tot gedane bestellingen en betalingen aan voornoemde bedrijven te onderbouwen, blijven er naar het oordeel van de rechtbank onduidelijkheden bestaan. Hierbij wijst de rechtbank op de betalingen gedaan door een NN-persoon waarbij niet is vast te stellen op welke bestellingen de betalingen betrekking hebben, met welk doel deze betalingen zijn gedaan en waarbij de hoogte van de betalingen niet overeenkomt met de bestellingen waar ze volgens verdachte betrekking op hebben.

Voornoemde bestellingen van grote hoeveelheden laboratoriumbenodigdheden, de Tensor, filterpapier, de goederen van Overtoom en de levering van zoutzuur van Chemproha, gecombineerd met de uiteenlopende en soms onjuiste verklaringen van verdachte en zijn ondoorzichtige wijze van boekhouden geven een vermoeden van betrokkenheid bij synthetische drugs. Echter, voornoemde goederen kennen ook een legale toepassing en kunnen in beginsel legaal worden verhandeld. Voorts is niet gebleken uit het dossier dat voornoemde goederen daadwerkelijk zijn aangetroffen danwel zijn gebruikt ten behoeve van drugsgerelateerde feiten.

Nu geen ander bewijs in het dossier is aangetroffen dan de hierboven vermelde bestellingen, leveringen, betalingen en verklaringen van verdachte zijn deze op zich onvoldoende om te kunnen concluderen dat verdachte opzettelijk de hierop betrekking hebbende tenlastegelegde handelingen heeft verricht met het oogmerk om drugsgerelateerde feiten te bevorderen of voor te bereiden.

Daarnaast is verdachte echter tevens huurder van de loods aan de [lokatie 1] geweest. De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

Vaststaat dat verdachte middels zijn bedrijf Solvo B.V. huurder was van de loods ten tijde van de brand en het aantreffen van het laboratorium. Zowel verdachte als medeverdachte [mededader 1] hebben verklaard dat [mededader 1] de loods met ingang van 1 september 2008 heeft ondergehuurd. Zij hebben hiertoe een huurovereenkomst opgemaakt en voorts zou [mededader 1] € 10.000 hebben betaald ter overname van de inventaris. Daarnaast maakte [mededader 1] gebruik van de Ssang Yong Rexton, een auto die door Solvo B.V. werd geleased en waarvan het leasebedrag deel uitmaakte van de overeenkomst tussen verdachte en [mededader 1].

Door de officier van justitie is gesteld dat zij de overtuiging heeft dat de onderhuur een dekmantel was voor het laboratorium. Zij wijst hierbij op het gegeven dat verdachte er financieel bij in zou schieten gelet op de hoogte van de door hem te betalen huur, de nutsvoorzieningen en het leasebedrag van de Ssang Yong Rexton, afgezet tegen het door [mededader 1] te betalen huurbedrag. Daarnaast wijst zij op het gegeven dat verdachte pas na de brand de huur, de nutsvoorzieningen en de lease van de auto zou hebben opgezegd.

Hoewel bovenstaande feiten en omstandigheden wederom een verdenking vormen ten aanzien van verdachte zijn zij naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om hieruit zijn betrokkenheid bij en wetenschap van het laboratorium te kunnen afleiden. De verklaring van verdachte dat hij de huur van de loods zou hebben overgedragen aan [mededader 1] met ingang van 1 september 2008 vindt ondersteuning in de verklaringen van de medeverdachten [mededader 1] en [mededader 2]. Beide medeverdachten verklaren over verdachte dat hij geen enkele bemoeienis had met de loods na de overdracht. Voorts acht de rechtbank in dit verband van belang dat er geen sporen of goederen zijn aangetroffen van verdachte in de loods, hetgeen de verklaring van verdachte dat hij het gebruik van de loods geheel heeft overgedragen aan [mededader 1] bevestigt.

Voorts is geen bewijs voorhanden waaruit zou blijken dat in de periode voorafgaand aan de overname van de huur door medeverdachte [mededader 1] op 1 september 2008 reeds drugsgerelateerde handelingen in de loods zouden hebben plaatsgevonden waarvan verdachte enige wetenschap had behoren te hebben.

Van enige betrokkenheid bij de loods aan de [lokatie 2] is evenmin gebleken.

Gelet op het reeds hierboven overwogene met betrekking tot de gedane bestellingen, leveringen en betalingen alsmede gelet op het ontbreken van voldoende bewijs met betrekking tot betrokkenheid bij het aangetroffen laboratorium acht de rechtbank onvoldoende bewijs voorhanden om te kunnen concluderen dat verdachte opzettelijk de tenlastegelegde handelingen heeft verricht met het oogmerk om drugsgerelateerde feiten te bevorderen of voor te bereiden. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van feit 3.

Het hiervoor overwogene met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij de loods leidt tevens tot de conclusie dat niet vastgesteld kan worden dat verdachte de stoffen BMK en BMK bisulfiet adduct die in de loods zijn aangetroffen in zijn bezit heeft gehad zodat de rechtbank hem ook voor de feiten 1 en 2 zal vrijspreken.

5 De overwegingen omtrent het beslag.

5.1 De teruggave aan verdachte

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen aan verdachte, aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag zijn genomen.

5.2 De onttrekking aan het verkeer

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. De voorwerpen zijn aangetroffen bij gelegenheid van het onderzoek naar het feit, kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke feiten en zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

6 De toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing ten aanzien van het beslag berust op de artikelen 36b en 36d van het Wetboek van Strafrecht.

7 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder 1 tot en met 3 tenlastegelegde feiten;

Beslag

teruggave

- gelast de teruggave aan verdachte van de voorwerpen die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst zijn genummerd 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17;

onttrekking aan het verkeer

- verklaart onttrokken aan het verkeer de op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst genoemde inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd: 10.

Voorlopige hechtenis

- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. Tempelaar, voorzitter, mr. Combee en mr. Ebben, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Tafazzul, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 14 april 2011.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1.

hij, als marktdeelnemer, op meerdere, althans een, tijdstip(pen) gelegen in of

omstreeks de periode van 01 januari 2008 tot en met 9 juni 2009 te Breda,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk, een geregistreerde stof van categorie 1 van bijlage 1 van de

Verordening nummer 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad, te weten

1-Fenyl-2-propanon (BMK)(een hoeveelheid van circa 250 liter en/of circa 600

liter), zonder een door de bevoegde instanties afgegeven vergunning, in zijn

bezit heeft gehad en/of in de handel heeft gebracht.

2.

hij, als marktdeelnemer, op of omstreeks 18 oktober 2008 te Breda, tezamen en

in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk, een

geregistreerde stof van categorie 1 van bijlage 1 van de Verordening nummer

273/2004 van het Europees Parlement en de Raad, te weten een stof (BMK

bisulfiet adduct) die gemakkelijk met eenvoudige en/of economisch rendabele

middelen te extraheren en/of te gebruiken is uit 1-Fenyl-2-propanon (BMK),

zonder een door de bevoegde instanties afgegeven vergunning, in zijn bezit

heeft gehad en/of in de handel heeft gebracht.

3.

hij op meerdere, althans een, tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode

van 01 januari 2005 tot en met 30 juni 2006 te Breda en/of Ooltgensplaat,

gemeente Oostflakkee en/of Rotterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in

het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het

opzettelijk bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of

afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of vervaardigen en/of binnen

en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (een) hoeveelhe(i)d(en)

van een materiaal bevattende amfetamine en/of

3,4-Methyleendioxymethylamfetamine (MDMA) en/of cocaïne, (telkens) zijnde

amfetamine en/of 3,4-Methyleendioxymethylamfetamine (MDMA) en/of cocaïne (een)

middel(en) als bedoeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te

bereiden en/of te bevorderen (telkens)

- een ander tracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen,

mede te plegen of uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn of om

daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen en/of

- zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot

- (een) voorwerp(en) en/of (een) stof(fen) en/of (een) vervoermiddel(en) en/of

geld(en) en/of (een) ander(e) betaalmiddel(en) voorhanden heeft gehad, waarvan

verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s) (telkens) wist(en)

of ernstige reden had(den) om te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot

het plegen van dat/die feit(en)

hebbende verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s) (telkens)

opzettelijk daartoe meermalen, althans eenmaal,

-(op zijn (bedrijfs)naam en/of op de (bedrijfs)naam van zijn, verdachtes,

mededader(s)) meerdere, althans een, pand(en) en/of meerdere, althans een,

loods(en) gehuurd en/of verhuurd en/of ter beschikking gehad en/of ter

beschikking gesteld,

-(een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) chemicaliën/grondstoffen voorhanden gehad

en/of

-meerdere, althans een, onderde(e)l(en) van een productieopstelling voorhanden

gehad en/of

-(een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) (laboratorium)benodigdheden besteld en/of

gekocht en/of voorhanden gehad en/of bemiddeld in de (ver)koop

en/of

hij op meerdere, althans een, tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode

van 01 juli 2006 tot en met 9 juni 2009 te Breda en/of Ooltgensplaat, gemeente

Oostflakkee en/of Rotterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in

het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het

opzettelijk bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of

afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of vervaardigen en/of binnen

en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (een) hoeveelhe(i)d(en)

van een materiaal bevattende amfetamine en/of

3,4-Methyleendioxymethylamfetamine (MDMA) en/of cocaïne, (telkens) zijnde

amfetamine en/of 3,4-Methyleendioxymethylamfetamine (MDMA) en/of cocaïne (een)

middel(en) als bedoeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te

bereiden en/of te bevorderen (telkens)

- een ander tracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen,

mede te plegen of uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn of om

daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen en/of

- zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot

het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of

- (een) voorwerp(en) en/of (een) stof(fen) en/of (een) vervoermiddel(en) en/of

geld(en) en/of (een) ander(e) betaalmiddel(en) voorhanden heeft gehad, waarvan

verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s) (telkens) wist(en)

of ernstige reden had(den) om te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot

het plegen van dat/die feit(en)

hebbende verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s) (telkens)

opzettelijk daartoe meermalen, althans eenmaal,

-(op zijn (bedrijfs)naam en/of op de (bedrijfs)naam van zijn, verdachtes,

mededader(s)) meerdere, althans een, pand(en) en/of meerdere, althans een,

loods(en) gehuurd en/of verhuurd en/of ter beschikking gehad en/of ter

beschikking gesteld,

-(een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) chemicaliën/grondstoffen voorhanden gehad

en/of

-meerdere, althans een, onderde(e)l(en) van een productieopstelling voorhanden

gehad en/of

-(een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) (laboratorium)benodigdheden besteld en/of

gekocht en/of voorhanden gehad en/of bemiddeld in de (ver)koop