Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ1706

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
14-04-2011
Datum publicatie
19-04-2011
Zaaknummer
806068-10 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Tijdens de voetbalwedstrijd tussen NAC en Go Ahead Eagles op 27 januari 2010 hebben er rellen plaatsgevonden. Enkele NAC-supporters hebben de supporters van Go Ahead opgezocht waarna er vechtpartijen zijn ontstaan.

Een scout van NAC is daarbij mishandeld. Deze scout is, nadat hij een klap op zijn hoofd had gekregen, over twee rijen stoelen naar beneden gevallen, waarna hij, terwijl hij op de grond lag, tegen zijn lichaam geschopt.

Na afloop van de wedstrijd hebben NAC-supporters zich verzettegen de ME en andere politieagenten.

Voor aanvang van de wedstrijd hadden er buiten het stadion ook al rellen plaatsgevonden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

parketnummer: 806068-10 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 14 april 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [datum en plaats]

wonende aan het [adres]

raadsvrouw mr. V.C. Andeweg, advocaat te Roosendaal

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 31 maart 2011, waarbij de officier van justitie, mr. Hendriks, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1

- samen met een ander of anderen heeft geprobeerd [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen dan wel dat hij samen met een ander of anderen [slachtoffer 1] heeft mishandeld;

Feit 2

- openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel en aan het plegen van openlijk geweld en baseert zich daarbij op de verklaring van aangever [slachtoffer 1], de camerabeelden en de bekennende verklaring van verdachte voorzover het feit 1 betreft.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de onder 1 primair ten laste gelegde poging tot zwaar lichamelijk letsel. Zij vindt de tenlastelegging te zwaar aangezet, gelet op de feitelijke gebeurtenissen. Het slachtoffer stond enigszins voorover gebogen en stond daardoor onvast ter been. Verdachte wilde het slachtoffer een klap geven en kon niet voorzien dat het slachtoffer door die klap naar beneden zou vallen. Aldus had verdachte niet de opzet om zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.

De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot het onder 1 subsidiair ten laste gelegde.

Met betrekking tot feit 2 bepleit de verdediging vrijspraak en wijst daarbij op het volgende.

Verdachte wist niet dat voorafgaande aan de wedstrijd er al rellen waren geweest. Verdachte is vervolgens wel meegelopen met de groep, maar het deel uitmaken van een groep is niet voldoende om verantwoordelijk te zijn voor de daden van die groep. Bovendien blijkt uit

de beelden duidelijk dat verdachte achter de groep aanliep.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Op 27 januari 2010 omstreeks 19.45 uur was F.J. [slachtoffer 1] als scout bij NAC in het stadion in Breda aanwezig . Op een gegeven moment zag hij over de hoofdtribune vanuit de B-side een groep jongens aan komen lopen. Het waren er een stuk of 10. Het was voor hem duidelijk dat het NAC-supporters waren. Hij zag dat de groep NAC-supporters naar de groep Go Ahead Eagles (GAE)-supporters liep die voor hem in het vak zaten. Hij zag dat de NAC-supporters de GAE-supporters aanvielen. Hij zag dat één van de NAC-supporters bovenlangs liep en de rest onderlangs. De jongen die bovenlangs liep heeft hij beet gepakt. Hij heeft hem tegen een stoeltje gedrukt. Hij heeft hem ongeveer 30 seconden vastgehouden. Daarna heeft hij hem op een stoel geduwd. Hij zag gelijktijdig dat er volop gevochten werd. Hij liet de jongen los maar hij bleef hem wel goed in de gaten houden. [slachtoffer 1] stond met zijn gezicht richting veld. Rechts van hem werd er gevochten. Op dat moment voelde hij een harde klap van achteren tegen zijn achterhoofd. Door de harde klap viel hij voorover. Een vriend van [slachtoffer 1] heeft hem verteld dat [slachtoffer 1] even op de grond heeft gelegen. Ook heeft die vriend aan [slachtoffer 1] verteld dat, terwijl [slachtoffer 1] op de grond lag, hij nog een trap tegen zijn lijf heeft gekregen. In zijn aangifte geeft [slachtoffer 1] aan dat zijn hoofd nu nog zeer doet. Zijn nekspieren doen nog steeds pijn. Verder heeft hij een gekneusde rechterhand. Ook heeft hij een schaafplek op zijn rechterscheenbeen. Het laatste gedeelte van deze wedstrijd is [slachtoffer 1] helemaal kwijt. Hij was versuft.

Verdachte heeft verklaard dat hij zag dat er werd gevochten op de eretribune. Hij is toen gaan kijken wat er aan de hand was. Hij zag dat een grote groep NAC-supporters in de gracht stond. Er waren ook GAE-supporters. Hij zag dat de grote groep NAC-supporters wegliep in de richting van de B-side. Hij is toen achter ze aan gelopen. Hij zag dat er veel jongens uit de groep de tribune opliepen en dat er gevochten werd. Hij herkent zichzelf op de getoonde beelden en ook op de foto’s 1 tot en met 8. Hij zegt ook de jongens te herkennen die samen met hem op de foto’s staan. Hij weet dat die jongens vaak betrokken zijn bij rellen en ruzies. Hij ziet op de beelden dat hij samen met de andere jongens door de gracht loopt en dat zij ter hoogte van het midden van de hoofdtribune blijven staan. Hij geeft toe dat hij op de tribune een man een klap heeft gegeven. Hij was daartoe de tribune opgelopen. Hij is over de stoeltjes naar boven gelopen. Hij is omhoog gerend en hij wist dat daar een rij met GAE-supporters zat. Hij is vervolgens twee rijen omhoog gegaan. Daar is toen de klap gevallen. Iedereen was op dat moment aan het vechten. Hij heeft waarschijnlijk ook nog iemand geduwd toen hij omhoog liep.

Ter zitting zijn de camerabeelden getoond en verdachte is bij zijn eerdere verklaring gebleven

De rechtbank acht, op basis van de camerabeelden, de foto’s, de aangifte en de verklaring van verdachte, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan poging tot zware mishandeling en openlijk geweld.

De rechtbank heeft overwogen dat op de camerabeelden te zien is dat verdachte het slachtoffer een klap tegen het hoofd geeft. Op deze beelden is ook te zien dat het slachtoffer over twee rijen stoelen heen voorover naar beneden valt. De rechtbank is van oordeel dat verdachte had kunnen voorzien dat het slachtoffer, staande op een steile tribune richting de diepte zwaar lichamelijk letsel zou kunnen oplopen als hij voorover naar beneden zou vallen, temeer daar het slachtoffer al voorover gebogen stond. Verdachte heeft het slachtoffer desondanks hard tegen het achterhoofd geslagen.

De rechtbank is daarom van oordeel dat er sprake is van opzettelijk handelen.

De rechtbank is voorts van oordeel dat er sprake is van samenhang tussen de klap die verdachte [slachtoffer 1] heeft toegediend, waardoor [slachtoffer 1] twee rijen naar beneden is gevallen en het optreden van een ander die meteen bovenop [slachtoffer 1] duikt en [slachtoffer 1], terwijl deze op de grond ligt, tegen diens lichaam begint te schoppen. Ten aanzien van de mishandeling van [slachtoffer 1] is daarmee sprake van nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en die ander.

De rechtbank is verder van oordeel dat verdachte deel heeft uitgemaakt van de groep NAC-supporters, die geweld hebben gepleegd. Immers, verdachte heeft zelf verklaard dat hij de groep NAC-supporters achterna is gelopen, terwijl hij zag dat zij aan het vechten waren. Hij had niets te zoeken in het vak waar de GAE-supporters zich bevonden. Vervolgens heeft hij deelgenomen aan geweldsdelicten.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op 27 januari 2010 te Breda ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk F.J.[slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel toe

te brengen, met dat opzet die [slachtoffer 1] met kracht tegen het hoofd heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

op 27 januari 2010 te Breda met anderen, op een voor het publiek toegankelijke plaats, te weten het NAC-Stadion, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen onbekend gebleven bezoekers van de voetbalwedstrijd NAC-Go Ahead Eagles, welk geweld bestond

uit het meermalen, slaan en stompen en stoten en duwen en schoppen/trappen naar/tegen/op/van die bezoekers en het opjagen van die bezoekers en het achterna lopen/rennen van die bezoekers en trekken aan die bezoekers en het insluiten van en

opdringen tegen die bezoeker;

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een werkstraf van 200 uur subsidiair 100 dagen hechtenis met aftrek.

Daarnaast vordert de officier van justitie een gevangenisstraf van 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar met als bijzondere voorwaarde dat het verdachte niet is toegestaan gedurende de proeftijd enig voetbalstadion of speelveld te betreden waar een voetbalwedstrijd wordt gespeeld door een betaalde voetbalorganisatie (BVO) in het kader van enige door de KNVB, door de internationale voetbalbond of door derden georganiseerde competitie of wedstrijd. Daarbij is het verdachte niet toegestaan om zich gedurende de proeftijd in de periode tussen twee uur voor aanvang en twee uur na afloop van in het voetbalstadion van NAC te spelen wedstrijden, op te houden op het grondgebied in en rondom dat stadion, begrensd door de Rat Verleghstraat, Veldsteen (tot aan de Backer en Ruebweg), Lunetstraat, Zoete inval, Valveeken, Spinveld (tot aan bouwmarkt Gamma), Backer en Ruebweg.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit matiging van de straf en het afwijzen van een stadionverbod en omgevingsverbod.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een ernstig feit. Nadat GAE een doelpunt had gemaakt, is hij met een groep NAC-supporters naar het vak gelopen waar de GAE-supporters zaten en is op deze supporters afgegaan en vervolgens zijn er klappen uitgedeeld aan deze supporters. Verdachte heeft vervolgens [slachtoffer 1] een klap gegeven, waardoor deze over twee rijen stoelen naar beneden is gevallen.

Het gedrag van de supporters heeft een grote impact gehad. Er is veel schade geleden, zowel materieel als immaterieel. Slachtoffers van het geweld kunnen de gevolgen nog jaren met zich meedragen. De verdachte en zijn mededaders hebben door hun gewelddadige optreden inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers en hebben voorts gevoelens van onveiligheid opgewekt bij het publiek dat hier ongewild getuige van is geweest. Dergelijk gewelddadig optreden is zeer bedreigend en versterkt de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. Verdachte heeft een aanzienlijke bijdrage aan dit geweld geleverd.

De rechtbank rekent verdachte deze feiten zeer zwaar aan. Verdachte heeft een opmars gemaakt van zijn eigen vak naar het vak waar de GAE-supporters zaten alwaar het geweld heeft plaatsgevonden. De confrontatie is bewust opgezocht. De camerabeelden van de mishandeling van [slachtoffer 1] zijn zeer indringend,. [slachtoffer 1] had ernstig letsel kunnen oplopen en heeft geluk gehad dat de fysieke schade meeviel.

Alles overwegende, met name gezien de ernst van feit 1, is de rechtbank van oordeel, dat niet kan worden volstaan met een werkstraf, zoals door de officier van justitie gevorderd.

Ondanks het feit dat verdachte een blanco strafblad heeft, acht de rechtbank het opleggen van een gevangenisstraf van 4 maanden noodzakelijk.

In het voordeel van verdachte laat de rechtbank meewegen de positieve houding van verdachte ter zitting. Een gedeelte van deze straf, te weten 2 maanden, zal zij daarom voorwaardelijk opleggen om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

De rechtbank verbindt hieraan niet de bijzondere voorwaarde zoals gevorderd door de officier van justitie. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het feit dat hij al een civielrechtelijk stadionverbod opgelegd heeft gekregen, acht zij een dergelijke voorwaarde niet noodzakelijk.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 45, 57, 141 en 302 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 primair: Poging tot zware mishandeling;

feit 2: Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen, terwijl het

door hem gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. Bakx, voorzitter, mr. Van Bergen en mr. Zuurmond, rechters, in tegenwoordigheid van Van Hamme, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 14 april 2011.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1.

hij op of omstreeks 27 januari 2010 te Breda ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, opzettelijk F.J.[slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel toe

te brengen, met dat opzet die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, met

kracht/gewelddadig (met geschoeide voet) in/tegen/op het gezicht en/of hoofd

en/of (boven)lichaam heeft/hebben geschopt en/of getrapt en/of geslagen en/of

gestompt en/of gestoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf

niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 27 januari 2010 te Breda tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te

weten F.J.[slachtoffer 1]) meermalen, althans eenmaal, (met geschoeide voet)

in/tegen/op het gezicht en/of het hoofd en/of het (boven)lichaam heeft hebben

geschopt en/of getrapt en/of heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of

gestoten, waardoor voornoemde [slachtoffer 1] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft

ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 27 januari 2010 te Breda met een ander of anderen, op een

voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke

ruimte, te weten het NAC-Stadion, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd

tegen meerdere, althans een, onbekend gebleven bezoeker(s) van de

voetbalwedstrijd NAC-Go Ahead Eagles, welk geweld bestond

uit het meermalen, althans eenmaal, slaan en/of stompen en/of stoten en/of

duwen en/of schoppen/trappen naar/tegen/op/van die bezoeker(s) en/of het

opjagen van die bezoeker(s) en/of het achterna lopen/rennen van die

bezoeker(s) en/of trekken aan die bezoeker(s) en/of het insluiten van en/of

opdringen tegen die bezoeker(s);

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht