Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ1347

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
23-02-2011
Datum publicatie
15-04-2011
Zaaknummer
227944 KGZA 10-715
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Inbreuk op auteursrecht meubelen?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK BREDA

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 227944 / KG ZA 10-715

Vonnis in kort geding van 23 februari 2011

in de zaak van

1. [eiser 1],

wonende te Erp,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser 2] MEUBELEN BV, h.o.d.n.

[eiser 2] WONEN & SLAPEN BV,

gevestigd te Erp,

eisers,

advocaat mr. P.A.J.M. Lodestijn te Plasmolen, gemeente Mook en Middelaar,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PRONTO WONEN NEDERLAND BV,

gevestigd te Etten-Leur,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PROFIJTMEUBEL GRONINGEN BV

tevens HODN PRONTO WONEN GRONINGEN,

gevestigd te Groningen,

gedaagden,

advocaat mr. S. Ibrahim te Venlo.

Partijen zullen hierna [eiser 1 en 2]. en Pronto c.s. genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de mondelinge behandeling;

- de pleitnota van [eiser 1 en 2]. met producties;

- de pleitnota van Pronto c.s. met producties.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Het geschil

2.1. [eiser 1 en 2]. vorderen, na vermindering van eis in die zin dat zij de vordering beperken tot de dressoirs van de Quint serie, dat de voorzieningenrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Pronto c.s. hoofdelijk veroordeelt om:

A. met onmiddellijke ingang te staken en gestaakt te (doen) houden producten identiek aan of in overwegende mate gelijkend op de dressoirs Quint van Goossens openbaar te (doen) maken en/of te (doen) verveelvoudigen, te (doen) fabriceren en/of aan te (doen) bieden in brochures en/of (digitale) advertenties en/of op een website dan wel op een andere wijze aan te (doen) bieden en/of tentoon te (doen) stellen en/of in voorraad te (doen) hebben en/of te (doen) verkopen en/of te (doen) leveren en/of te (doen) importeren en/of te (doen) exporteren en/of te (doen) verhuren en/of uit te (doen) lenen op welke titel dan ook in Nederland te (doen) verhandelen en/of in het verkeer te (doen) brengen, zulks op straffe van een direct opeisbare dwangsom van Euro 10.000,-- voor elke overtreding en voor iedere dag dat deze overtreding voortduurt;

B. binnen veertien dagen na dit vonnis aan mr. P.A.J.M. Lodestijn, Jacques van Mourikpad 1, 6586 AK, Plasmolen, onder overlegging van kopieën van offertes en/of facturen en/of bankafschriften en/of andere relevante documenten of bescheiden een schriftelijke, door een registeraccountant gecontroleerde en gewaarmerkte opgave te verstrekken van:

a. het aantal gefabriceerde en/of ingekochte en/of in voorraad zijnde inbreukmakende producten;

b. de kostprijs, de inkoopprijs en de verkoopprijs van de inbreukmakende producten, alsmede de door Pronto met de verkoop en/of commerciële exploitatie van de inbreukmakende producten gemaakte bruto en netto winst;

c. de namen, adressen, telefoon- en faxnummers, web- en e-mailadressen van de afnemers, niet zijnde particulieren, van de inbreukmakende producten;

d. de namen, adressen, telefoon- en faxnummers, web- en e-mailadressen van de fabrikant(en), (mede)importeur(s), tussenperso(o)n(en), agent(en) en leverancier(s) van de inbreukmakende producten;

e. alle media waarin en/of drager(s) waarop de inbreukmakende producten aangeboden worden en/of waarin afbeeldingen van de inbreukmakende producten zijn opgenomen en/of afgedrukt en/of afgebeeld, gespecificeerd naar soort media en/of drager(s), oplage en/of datum;

f. de bestaande voorraad inbreukmakende producten van Pronto, met inbegrip van de aanwezige voorraad bij hun en/of haar afnemers, niet zijnde particulieren, op het moment van de dagvaarding, vonnis en dag der algehele voldoening;

g. de voorraad brochures en/of ander promotiemateriaal van Pronto waarmee de inbreukmakende producten aangeboden worden en/of waarin afbeeldingen van de inbreukmakende producten zijn opgenomen;

C. binnen veertien dagen na dit vonnis alle inbreukmakende producten terug te (doen) halen bij haar afnemers, niet zijnde particulieren, en deze binnen dezelfde termijn aan Goossens af te staan, zulks ter vernietiging op kosten van Pronto, zonder dat Goossens daarvoor een vergoeding verschuldigd is;

D. binnen veertien dagen na dit vonnis afgifte te doen van de brochures en/of ander promotiemateriaal waarmee de inbreukmakende producten worden aangeboden en/of waarin afbeeldingen van de inbreukmakende producten zijn opgenomen en daarvan afgifte te doen ter vernietiging op kosten van Pronto, zonder dat Goossens daarvoor een vergoeding verschuldigd is;

het gevorderde onder B, C en D op straffe van een direct opeisbare dwangsom van Euro 25.000,-- voor elke overtreding en voor iedere dag dat deze voortduurt;

E. de kosten van deze procedure, meer in het bijzonder de volledige feitelijke door eisers gemaakte kosten, op grond van artikel 1019 Rv, te vergoeden.

Pronto c.s. voeren verweer.

2.2. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3. De feiten

3.1. Op grond van de niet of onvoldoende weersproken stellingen en de overgelegde producties wordt uitgegaan van de navolgende feiten:

a. [eiser 1 en 2]. brengen het dressoir Quint en het TV-dressoir Quint op de markt.

b. Pronto Wonen Nederland is de franchisegever van de winkelformule Pronto Wonen.

De bij haar aangesloten franchisenemers brengen via die winkelformule het dressoir Hannover en het TV-dressoir Hannover op de markt.

c. Hieronder volgen afbeeldingen van het dressoir Quint van [eiser 1 en 2]. en van het dressoir Hannover van Pronto c.s.

dressoir Quint

dressoir Quint

dressoir Hannover

dressoir Hannover

d. Hieronder volgen afbeeldingen van het TV-dressoir Quint van [eiser 1 en 2]. en het TV-dressoir Hannover van Pronto c.s.

TV-dressoir Quint

TV-dressoir Quint

TV-dressoir Hannover

TV-dressoir Hannover

4. De beoordeling

4.1. De voorzieningenrechter stelt met toepassing van artikel 4.6 van het BVIE (Beneluxverdrag inzake de intellectuele eigendom) vast dat zijn bevoegdheid om kennis te nemen van de vorderingen gebaseerd op de gestelde inbreuk op modelrechten voort vloeit uit het feit dat gedaagde sub 1 gevestigd is te Etten-Leur.

4.2. Het spoedeisend belang bij de vorderingen is gegeven omdat de gestelde inbreuk op auteurs- en modelrechten een voortdurend karakter heeft.

4.3. [eiser 1 en 2]. hebben ter zitting hun vorderingen beperkt tot het dressoir en het TV-dressoir uit de Quint serie. Zij stellen dat deze Quint dressoirs zowel modelrechtelijk als auteursrechtelijk beschermd zijn, dat de dressoirs een schepping zijn van de geest in die zin dat het gaat om een eigen intellectuele schepping van de auteur ervan, in dit geval mevrouw Margareth Goossens, die in loondienst is van Goossens Wonen & Slapen BV. Ter zitting is door [eiser 1 en 2]. gesteld dat de Quint-dressoirs door haar in het najaar 2004 zijn ontworpen, dat de concrete vrucht in de toonzaal aanwezig was per december 2004 en dat op 1 maart 2005 de eerste verkooporder is genoteerd.

4.4. Pronto c.s. betwisten dat de Quint dressoirs in aanmerking komen voor auteursrechtelijke dan wel modelrechtelijke bescherming en voeren als subsidiair verweer dat geen sprake is van inbreuk op de gestelde rechten en evenmin van slaafse nabootsing.

De stellingen van Pronto worden hierna in de beoordeling besproken.

Modelrecht

4.5. Pronto c.s. voeren als exceptief verweer dat zij op grond van artikel 3.23 lid 1 sub b BVIE de nietigheid inroepen van de modelrechten van [eiser 1 en 2]. omdat de gedeponeerde modellen ten tijde van het depot niet nieuw waren en dus niet voldoen aan de voorwaarden gesteld in artikel 3.1 BVIE, van welk artikel lid 1 bepaalt dat een tekening of model wordt beschermd voor zover de tekening of het model nieuw is en een eigen karakter heeft.

4.6. De modellen van het dressoir Quint en het TV-dressoir Quint zijn door [eiser 1 en 2]. op 27 november 2006 bij het BVIE als model gedeponeerd. Volgens de eigen stellingen van [eiser 1 en 2]. waren de dressoirs waarvan zij thans de modelrechtelijke bescherming inroepen, als “concrete vrucht” in de toonzaal aanwezig per december 2004 en is op 1 maart 2005 de eerste verkooporder genoteerd. Beide dressoirs staan afgebeeld in de brochure van Goossens wonen en slapen 05/06. Uit het voorgaande volgt dat de modellen van de Quint dressoirs geruime tijd vóór de datum waarop zij werden gedeponeerd als model reeds bekend waren en dat tussen de datum van openbaring van de modellen en het tijdstip van depot een periode ligt die langer is dan de termijn van 12 maanden, vermeld in artikel 3.3 lid 4 sub a. Aannemelijk is dan ook dat in een bodemprocedure de nietigheid van die modelrechten met een beroep op artikel 3.23 lid 1 sub b BVIE met succes kan worden ingeroepen. Op modelrechtelijke grondslag komen de vorderingen dus niet voor toewijzing in aanmerking.

Auteursrecht

4.7. [eiser 1 en 2]. beroepen zich op een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank `s- Gravenhage van 1 december 2009 in de zaak Tower/Schram. In dat vonnis is de Tegal-meubellijn aangemerkt als een auteursrechtelijk beschermenswaardig werk. Volgens [eiser 1 en 2]. zijn dergelijke subjectieve elementen die voldoen aan de eis dat zij een eigen, oorspronkelijk karaker hebben en het persoonlijk stempel van de maker dragen, voorhanden in de Quint-lijn. Het gaat hierbij om de combinatie van de volgende kenmerken:

a. een massief vormgegeven frame dat zich kenmerkt door opvallend brede staanders en een half zo brede ligger die het binnenwerk van het meubel omsluit;

b. het strakke lijnenspel van de meubelen dat wordt beklemtoond en onderstreept door het specifieke en consequente gebruik van uitzonderlijke handgrepen die op eigen wijze op de meubels zijn gepositioneerd;

c. het karakter van het omsloten binnenwerk van het meubel wordt geaccentueerd door het te laten zweven door middel van een open ruimte aan de onderzijde;

d. de vormgeving en de sfeer die de Quint-dressoirs uitstralen wordt voorts bepaald door de kleuren en de textuur van de gekozen materialen.

4.8. [eiser 1 en 2]. stellen dat al deze auteursrechtelijk beschermde kenmerken op identieke wijze terug keren in de dressoirs van Pronto c.s., die dezelfde dressoirs op de markt brengen onder de naam Hannover.

Het gaat daarbij om de navolgende overeenkomsten:

- een identiek bovenblad;

- een verhouding van 1 op 2 qua dikte tussen ligger en staander;

- de extreem grote omvang van de vierkante staander die doorloopt in het bovenblad;

- de handgrepen zelf, heel lang en dun en de positionering van de handgrepen.

De door gedaagden aangebrachte wijzigingen, te weten de één centimeter lagere positionering van de overigens identieke en voor de Quint-lijn zo kenmerkende handgrepen, zulks onder nabootsing van de exacte locatie van deze grepen en de kleinere speelruimte

tussen de bovenzijde van de beide deuren en de bovenste lade enerzijds en de bovenligger anderzijds, zijn volgens [eiser 1 en 2]. zo gering dat de Hannover meubelen zijn aan te merken als een ongeoorloofde verveelvoudiging van de Quint-dressoirs.

4.9. Pronto c.s. stellen zich op het standpunt dat de Quint dressoirs niet vatbaar zijn voor auteursrechtelijke bescherming omdat zij geen andere algemene indruk maken dan dressoirs die eerder op de markt waren, zodat niet gezegd kan worden dat deze dressoirs een oorspronkelijk karakter hebben en het persoonlijk stempel van de maker dragen.

Pronto c.s. stellen dat uit diverse door haar overgelegde afbeeldingen uit catalogussen uit 2004 tot en met 2007 duidelijk blijkt dat de Quint dressoirs en hun samenstel van elementen onderdeel zijn van een bepaalde stijl of trend die zich al geruime tijd, ver voor dat het Quint dressoir op de markt kwam, heeft ingezet. Pronto c.s. stellen dat deze trend van robuuste meubelen met een strakke vormgeving en forse in het bovenblad doorlopende staanders in 1995 is ingezet met de Bigfoot table, met zijn relatief zeer forse poten met een vierkante doorsnee en het doorlopen van die poten tot aan de bovenzijde van het tafelblad, waardoor de vierkante kopse bovenkant van de poten zichtbaar is in de hoekpunten van het tafelblad. (Bigfoot/Het Houten Tijdperk Gerechtshof Amsterdam 02-11-2000, LJN AM2854). Pronto c.s. stellen zich op het standpunt dat een dergelijke stijl van strakke meubelen die de heersende trend is niet door [eiser 1 en 2]. kan worden gemonopoliseerd.

4.10. Indien auteursrechtelijke bescherming zou worden aangenomen, voeren Pronto c.s. als meest verstrekkend verweer dat geen sprake is van voldoende relevante overeenstemming om inbreuk op auteursrecht aan te nemen. Hiertoe voeren zij aan dat de Quint dressoirs zeer opvallende grepen hebben die wegvallen in de belijning aan de bovenzijde van de laden en deuren. Zulks in tegenstelling tot de grepen van haar dressoir Hannover, die zeer goed waarneembaar zijn, omdat zij niet in de belijning wegvallen, op de deuren aan de voorzijde zijn geplaatst, circa 1 centimeter onder de bovenzijde van de laden en deuren. Daarnaast kent het dressoir Hannover ten opzichte van het Quint dressoir de navolgende verschillen:

a. de deuren en laden vallen één centimeter terug ten op zichte van het frame;

b. de maatvoering wijkt af, het Hannover dressoir heeft een andere breedte en diepte.

De hoogte is weliswaar gelijk, maar die hoogte is al geruime tijd een trend en dient ook het gebruiksgemak;

c. de maatverdeling tussen de breedte van de deuren en laden verschilt;

d. boven de deuren is er een kenmerkende dwarslat van 4 centimeter hoog, die drie centimeter terugvalt ten opzichte van het frame en 1 centimeter ten opzichte van de deuren en/of de laden;

e. er zit een freeslijn tussen het blad en de regel aan de korte kanten;

f. aan de onderkanten van de zijkanten is een dwarslat van vijf centimeter aangebracht;

g. de grepen zijn grover en dikker en essentieel anders dan de handgrepen op het Quint dressoir en de grepen zijn op een andere plaats op de deuren en lades gemonteerd;

h. de kleur van de Hannover dressoirs is light grey en old grey.

Genoemde verschillen zijn ook van toepassing op de TV-dressoirs van partijen.

Pronto c.s. voeren aan dat de genoemde verschillen ook duidelijk waarneembaar zijn indien de dressoirs van partijen niet naast elkaar worden geplaatst en dat die verschillen zodanig zijn dat deze ertoe leiden dat de Quint dressoirs een andere algemene/totaalindruk wekken dan de Hannover dressoirs.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt:

4.11. Een werk komt voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking indien het werk een eigen, oorspronkelijk karakter bezit en het persoonlijk stempel van de maker draagt, aldus HR 4 januari 1991, NJ 1991, 608. De eis dat het voortbrengsel het persoonlijk stempel van de maker moet dragen betekent dat sprake moet zijn van een vorm die het resultaat is van scheppende menselijke arbeid en dus van creatieve keuzes, en die aldus voortbrengsel is van de menselijke geest. Daarbuiten valt in elk geval al hetgeen een vorm heeft die zo banaal of triviaal is, dat daarachter geen creatieve arbeid van welke aard ook valt aan te wijzen ( HR 30 mei 2008, LJN BC2153 Endstra/Nieuw Amsterdam).

4.12. Vooropgesteld wordt dat voor ieder onderdeel van een serie meubelen moet worden beoordeeld of aan de hiervoor genoemde vereisten voor auteursrechtelijke bescherming is voldaan. In het onderhavige geval staan twee werken ter beoordeling: het dressoir Quint en het TV-dressoir Quint.

Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is niet aannemelijk dat de twee Quint dressoirs van Goossens waarop de vordering ziet in hun geheel, of in onderdelen aan deze eisen voldoen. Pronto c.s. hebben door overlegging van een groot aantal producties, voor zover die zien op modellen die voor december 2004 op de markt waren, concreet kunnen illustreren en daarmee aannemelijk gemaakt dat enig nader onderzoek in bodemgeschil zal uitwijzen dat [eiser 1 en 2]. niets of nauwelijks nieuws op de markt brengen.

Uit de door Pronto c.s. overgelegde producties kan worden afgeleid dat de Quint dressoirs wat betreft maatvoering en de positionering van deurtjes en laden niet aanmerkelijk afwijken van soortgelijke dressoirs die reeds jaar en dag verkrijgbaar zijn. Het gaat daarbij om gangbare algemene basisvormen en afmetingen, die hoofdzakelijk zijn ingegeven door de functie van de meubelen, zoals de indeling in drie vlakken met links en rechts een deur en in het middelste vlak laden. Pronto c.s. hebben als productie 6 a tot en met 6Y een groot aantal afbeeldingen overgelegd van anterieure dressoirs in dezelfde robuuste stijl en traditionele opbouw, die een grote mate van gelijkenis vertonen met de Quint dressoirs. Verwezen wordt in het bijzonder naar dressoir Sirpa en TV-dressoir Sirpa, afgebeeld in brochures van Leski Meubelen en Hoogenboezem van februari 2004, overgelegd als productie 6a. Uit al die afbeeldingen blijkt dat een dergelijke stijl de heersende trend is. Ook de Quint dressoirs zijn ontworpen in deze stijl van strakke vormgeving gecombineerd met dikke panelen, welke stijl is ingezet met het ontwerp van de Bigfoot Table in 1995. Een dergelijke stijl kan niet worden gemonopoliseerd. Hetzelfde geldt voor de grondvorm van de dressoirs, en de indeling van de voorzijde, die veel voorkomen.

4.13. Een uitzondering zou mogelijk kunnen gelden voor de opmerkelijke handgrepen van het dressoir Quint. Indien de handgrepen van het Quint dressoir in aanmerking zouden komen voor auteursrechtelijke bescherming dan heeft te gelden dat het Hannover dressoir handgrepen heeft die qua uiterlijk en positionering totaal afwijkend zijn.

Naar voorlopig oordeel wordt de elegante, rustgevende uitstraling van het Quint dressoir met name veroorzaakt door het uiterlijk van de handgrepen van het Quint dressoir, die heel lang en smal zijn, in combinatie met de positionering van die handgrepen zodanig dat deze als het ware wegvallen in de bovenzijde van de laden en deuren.

Het dressoir Hannover heeft daarentegen een uitstraling die veel minder elegant en rustig is. Dit is het gevolg van het andere uiterlijk van de handgrepen van het dressoir Hannover, die grover en korter zijn dan de Quint handgrepen en de plaatsing van die handgrepen op de voorzijde ongeveer een centimeter onder de bovenzijde van de lades en deuren en de grotere uitsparingen tussen de onderdelen van het dressoir. Vergelijking van beide dressoirs wijst dan ook uit dat het Quint dressoir een andere totaalindruk maakt dan het Hannover dressoir. Derhalve is niet aannemelijk dat van auteursrechtelijke inbreuk sprake zou kunnen zijn. Het voorgaande geldt eveneens voor de TV-dressoirs. De conclusie luidt dat de vorderingen niet kunnen worden toegewezen op auteursrechtelijke grondslag.

4.14. Slaafse nabootsing

Het beroep van [eiser 1 en 2]. op slaafse nabootsing stuit af op de negatieve reflexwerking van de Auteurswet. Nu hiervoor reeds is overwogen dat niet aannemelijk is dat sprake is van inbreuk op auteursrechten, is voor de aanvullende bescherming van artikel 6:162 BW slechts ruimte indien sprake is van bijkomende omstandigheden. Dergelijke omstandigheden zijn door [eiser 1 en 2]. niet gesteld noch zijn die gebleken.

5. De kostenveroordeling

5.1. [eiser 1 en 2]. hebben de hoogte van de door Pronto gevorderde proceskosten ad Euro 18.811,75 bestreden door te stellen dat onnodig veel uren zouden zijn besteed aan deze zaak. Pronto c.s. hebben echter terecht hun verweer voorbereid voor alle meubelen uit de serie Quint afzonderlijk, zoals op grond van het gestelde in de dagvaarding noodzakelijk was. Het had op de weg van [eiser 1 en 2]. gelegen om eerder bekend te maken dat zij de vorderingen zou beperken tot de dressoirs uit de serie Quint, zodat Pronto c.s. haar kosten had kunnen beperken. De voorzieningenrechter zal het gevorderde bedrag matigen tot een bedrag van Euro 15.000,--, het maximum bedrag voor een kort geding volgens de indicatietarieven voor IE-zaken.

5.2. [eiser 1 en 2]. dienen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Pronto c.s. worden begroot op:

- vast recht EUR 568,--

- salaris EUR 15.000,--

Totaal EUR 15.568,--

6. De beslissing

De voorzieningenrechter

6.1. weigert de gevorderde voorzieningen,

6.2. veroordeelt [eiser 1 en 2]. in de proceskosten, aan de zijde van Pronto c.s. tot op heden begroot op EUR 15.568,--,

6.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van Geloven en uitgesproken op 23 februari 2011.