Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ0364

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
06-04-2011
Datum publicatie
06-04-2011
Zaaknummer
231673 / KG ZA 11-127
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2011:BR3933, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2014:193
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Brand Moerdijk bij Chemie-Pack. Opdracht tot verwijderen en opslag verontreinigd bluswater. Wie moet betalen? Door Gemeente opgewekt vertrouwen. Gemeente óók veroordeeld tot vergoeding van opslagkosten en verwijdering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK BREDA

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 231673 / KG ZA 11-127

Vonnis in kort geding en vrijwaring van 6 april 2011

in de zaak met zaaknummer 231673 / KG ZA 11-127 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WILCHEM BV,

gevestigd te Papendrecht,

eiseres,

advocaat mr. L.H.A.M. Andriessen te Breda,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CHEMIE-PACK NEDERLAND BV TEVENS HODN CHEMIE-PACK,

gevestigd te Zevenbergen,

advocaat mr. J.A. Jacobs

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CHEMIE-PACK ONROEREND GOED BV,

gevestigd te Zevenbergen,

advocaat mr. J.A. Jacobs

3. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE MOERDIJK,

zetelend te Zevenbergen,

advocaat mr. W.B. Kroon te Breda

gedaagden,

en in de vrijwaring met zaaknummer 232524 KG ZA 11-174 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CHEMIE-PACK NEDERLAND BV TEVENS HODN CHEMIE-PACK,

gevestigd te Zevenbergen,

eiseres,

advocaat mr. J.A. Jacobs

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE MOERDIJK,

zetelend te Zevenbergen,

gedaagde,

advocaat mr. W.B. Kroon te Breda.

Partijen zullen hierna Wilchem, Chemie-Pack (gedaagden 1 en 2 samen) en de Gemeente genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 2 maart 2011 met producties 1 tot en met 46,

- de brief van de Gemeente van 17 maart 2011 met producties 1 tot en met 8,

- de brief van 21 maart 2011 houdende akte wijziging van eis,

- de mondelinge behandeling,

- de pleitnota van Wilchem,

- de pleitnota van Chemie-Pack

- de pleitnota van de Gemeente.

1.2. Het verloop van de procedure in vrijwaring blijkt uit:

- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring,

- de dagvaarding van 18 maart 2011,

- de mondelinge behandeling,

- de pleitnota van Chemie-Pack,

- de pleitnota van de Gemeente.

1.3. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Het geschil

in de hoofdzaak

2.1. Wilchem vordert, na eiswijziging, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

1. gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot het binnen 5 werkdagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis (doen) verwijderen van het bluswater uit het schip de Pafos en het schip gereinigd (op dusdanige wijze dat het schip schoon genoeg is voor het transport van diesel of gasolieblank, zulks ter beoordeling aan de verhuurder van het schip) ter beschikking te stellen aan Wilchem, zulks op straffe van een dwangsom (zulks na betekening van het in deze te wijzen vonnis) van Euro 10.000,--, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, voor iedere dag of gedeelte daarvan dat gedaagden hiermee geheel of gedeeltelijk in gebreke zijn;

2. gedaagden hoofdelijk, des dat betaling door de een mede strekt tot kwijting van de ander, te veroordelen tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Wilchem te voldoen een bedrag van Euro 94,76 en vervolgens een bedrag van Euro 4.686,83 per dag vanaf 11 februari 2011 tot en met de dag dat het schip leeg en gereinigd door Wilchem ter beschikking kan worden gesteld aan de verhuurder, vermeerderd met de BTW over deze bedragen en te vermeerderen met de wettelijke handelsrente althans de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de dag waarop het bedrag betrekking heeft, althans vanaf het moment van deze dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening;

3. gedaagden hoofdelijk, des dat betaling door de een mede strekt tot kwijting van de ander, te veroordelen in de kosten van de procedure, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het in deze te wijzen vonnis en – voor het geval voldoening binnen deze termijn niet plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf de hiervoor bedoelde termijn voor voldoening, alsmede voor nakosten met een door in goede justitie te bepalen bedrag.

2.2. Chemie-Pack en de Gemeente voeren verweer.

2.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in de vrijwaring

2.4. Chemie-Pack vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de Gemeente te veroordelen tot voldoening van al hetgeen waartoe Chemie-Pack tegenover Wilchem in kort geding mocht worden veroordeeld met veroordeling van de Gemeente in de kosten van de procedure in vrijwaring.

2.5. De Gemeente voert verweer.

2.6. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3. De beoordeling

feiten in de hoofdzaak en in de vrijwaring

3.1. Op grond van de niet of onvoldoende weersproken stellingen en de producties wordt in dit kort geding uitgegaan van de navolgende feiten:

- Chemie-Pack houdt zich bezig met het ompakken van chemische producten.

- Het bedrijfsterrein van Chemie-Pack Nederland BV aan de Vlasweg nummer 4 te Moerdijk is gelegen op kadastrale percelen Klundert C 1410, 1470, 1471, 1473, 1558 en 1603. Deze percelen zijn eigendom van Chemie-Pack Onroerend Goed BV.

- Op woensdag 5 januari 2011 is er brand ontstaan op het buitenterrein van Chemie-Pack in Moerdijk. Die brand heeft zich ontwikkeld tot een zogenoemde ‘zeer grote brand’. Bij de brand zijn schadelijke stoffen vrijgekomen.

- Het gebruikte bluswater is ernstig vervuild. In een rapport van het Beleidsondersteunend Team Milieu-incidenten (hierna te noemen: BOT-mi) staat onder meer:

‘Het bluswater is sterk verontreinigd. Naast hoge concentraties oplosmiddelen, metalen, PAK en fluorverbindingen zijn dioxines in niet sterk verontrustende concentraties aangetroffen. Het chemisch zuurstofverbruik (CZV) is hoog.

BOT-mi heeft reeds eerder geadviseerd dit bluswater niet te lozen op het oppervlaktewater. De analyseresultaten van het Waterschap bevestigen dit beeld.’

- Op vrijdagmiddag 7 januari 2011 vanaf 17:00 uur heeft een crisis-bijeenkomst plaatsgevonden op het gemeentehuis te Zevenbergen. Tijdens dit overleg heeft de Gemeente verklaard dat het belang van de openbare orde en veiligheid naar haar inzicht vergde dat het nog aanwezige bluswater onmiddellijk werd verwijderd. Chemie-Pack is door de Gemeente met een beroep op het bepaalde in artikel 17.1 Wet Milieubeheer (WM) en onder aanzegging van het intreden van de gevolgen van onder meer hoofdstuk 17 WM, door de Gemeente gesommeerd het bluswater te (doen) verwijderen. In het vastgestelde verslag van dit overleg op 7 januari 2011 staat, onder meer:

‘Hij (loco-burgemeester Punt, toevoeging griffier) meldt: ‘In deze fase willen we met u spreken over de ernst van de zaak met betrekking tot het bluswater. Er is veel bluswater aanwezig op het terrein en de omgeving. Door de snelle acties eerder deze week is een gevaar voor de omgeving en de volksgezondheid gelukkig beperkt gebleven. Momenteel is er veel bluswater aanwezig wat op veel locaties in de omgeving terecht is gekomen. De uitslagen van de monsters die genomen zijn, zijn bekend gemaakt door het waterschap. Hieruit blijkt dat er stoffen zijn aangetroffen die schadelijk zijn voor de volksgezondheid. (pagina 1 van het verslag, toevoeging rechtbank)

(…)

Momenteel is het Waterschap bezig om de sloot in te dammen zodat dit niet in het oppervlaktewater terecht kan komen.

Op het terrein is nog veel water aanwezig. Loco-burgemeester Punt meldt dat de mening van de gemeente is dat dit zo spoedig mogelijk verwijderd dient te worden. Hij zegt: ‘Wij vragen u, sommeren u, om dit zo spoedig mogelijk te gaan doen omdat u daar wettelijk verantwoordelijk voor bent. Deze actie is zo acuut dat de mensen die nu bezig zijn als hulpverleners bescherming dienen te dragen. Daarmee moet rekening gehouden worden. Dit heeft ook te maken met de verdamping van bepaalde stoffen. Zoals gemeld zijn enkele hulpverleners naar het ziekenhuis gebracht met klachten. Met dien verstande is het onze taak om het bluswater te laten verwijderen.’

De advocaat van de gemeente geeft aan dat het wellicht te overzien is qua kosten en dat de maatregelen misschien wel door het bedrijf genomen kunnen worden. ‘U zou kunnen kijken wat het kost, U zou bijvoorbeeld een opdracht kunnen geven tot een bepaald bedrag. Als het dan niet klaar is en u geeft geen vervolg opdracht, zal de gemeente alsnog bestuursdwang kunnen toepassen’. (pagina 7 van het verslag: toevoeging rechtbank)

(…)

De advocaat van Chemie-Pack meldt dat zij veel voelen voor de suggestie van de gemeente. Hij stelt voor om namens het bedrijf, in samenspraak met de gemeente, opdracht te geven om te doen wat nodig is. Met dien verstande dat zij alleen garant kunnen staan voor Euro 300.000,--. Mocht het bedrag hoger worden dan alsnog bestuursdwang inzetten. Op deze manier willen zij het doen.

De advocaat van de gemeente meldt dat dit een goede start is. De gemeente zal samen met het bedrijf contact opnemen met het juiste bedrijf om schoon te gaan maken. Dat bedrijf zal waarschijnlijk financiële zekerheid willen hebben dus men moet goed bedenken hoe daar mee om te gaan.

De gemeente gaat er nu dus vanuit dat Chemie-Pack de opdracht geeft. Op het moment dat blijkt dat Chemie Pack de werkzaamheden niet wil afronden, zal(spoed)bestuursdwang worden toegepast.

(pagina 8 van het verslag: toevoeging rechtbank)

(…)

De advocaat van Chemie-Pack, de heer Van ’t Zelfde, zal de afspraken bevestigen aan de advocaat van de gemeente, de heer Kroon.’

- Op vrijdagavond 7 januari 2011 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen de heren H. Zwang (namens Wilchem), de heer H. de Bruijn (namens de Gemeente) en de heer H. de Koning (namens Chemie-Pack). Daarin heeft Chemie-Pack de opdracht aan Wilchem gegeven.

- In de nacht van vrijdag 7 januari 2011 op zaterdag 8 januari 2011 heeft Wilchem een plan van aanpak opgesteld. Dit plan van aanpak is onder meer ter beoordeling voorgelegd aan de Gemeente in de persoon van de heer J. de Vugt. In het plan van aanpak staat achter ‘Opruiming/opslag’ aangekruist ‘restant behandelen conform WM-richtlijnen’ en ‘Afvalstoffen afvoeren naar: ATM Moerdijk’ (hierna te noemen: ATM).

- Wilchem heeft via ATM een schip gehuurd van de onderneming naar Belgisch recht TCA bvba voor de opslag van het bluswater. Het betreft het schip de Pafos met een opslagcapaciteit van ruim 3.500 ton (het zogenaamde ijktonnage is 3.706 ton).

- Bij e-mailbericht van 8 januari 2011 van mr. R. van ’t Zelfde, advocaat van Chemie-Pack, aan mr. W. Kroon, advocaat van de Gemeente, verzonden om 02:46 uur staat onder meer:

‘Ter beperking van schade en ook overigens ter voldoening aan hetgeen de wet hieromtrent stelt, vinden zowel gemeente als cliënte het van belang dat het bluswater op voormelde percelen zo spoedig als mogelijk op een professionele en veilige wijze wordt verwijderd en (al dan niet tijdelijk) elders wordt opgeslagen. In dit kader is afgesproken dat de heer Hans de Koning namens cliënte en de heer Henk de Bruin (en diens waarnemer Jeroen de Vugt) namens de gemeente gezamenlijk op zoek gaan naar een bedrijf dat in staat moet worden geacht om het bluswater te verwijderen. Ten tijde van het schrijven van dit e-mailbericht lijkt het er op dat het Adviesburo Kwaliteits-, Milieu- en Incident Management Wilchem het bedrijf wordt waaraan de opdracht tot het verwijdering van het bluswater zal worden verleend. Cliënte zal voormelde opdracht verlenen met dien verstande dat cliënte zich voor wat betreft de betaling van de factuur dan wel facturen van het bedrijf dat de opdracht gaat uitvoeren slechts garant stelt tot betaling van een bedrag van € 300.000,-- exclusief btw. Voor het geval het verwijderen van het bluswater dus meer gaat kosten dan Euro 300.000,-- zijn gemeente Moerdijk en cliënte overeengekomen dat het meerdere boven Euro 300.000,-- door de gemeente aan het desbetreffende bedrijf zal worden voldaan. In het verlengde hiervan heeft cliënte de gemeente in overweging gegeven om voor de verwijdering van het bluswater voor zover dat qua kosten de Euro 300.000,-- zou overschrijden, cliënte met een bestuursdwangbeschikking aan te schrijven. Cliënte heeft de gemeente uitgelegd dat van cliënte zonder toestemming van de betrokken verzekeraars in alle redelijkheid niet kan worden verlangd dat zij aan een bedrijf op een andere wijze als hiervoor vermeld opdracht verleent. De gemeente heeft hiervoor begrip getoond. Het voorgaande betekent dat de gemeente er mee akkoord is dat cliënte in haar opdrachtverstrekking aan het desbetreffende bedrijf vermeldt dat rekeningen (voor het verwijderen van het bluswater als hieraan de orde) tot en met een beloop van Euro 300.000,-- bij cliënte kunnen worden ingediend en voor het meerdere bij de gemeente Moerdijk. (…)

Gezien de urgentie van het bovenstaande – de laatste berichten luiden dat er zo meteen om 06.00 uur wellicht zal worden gestart met het verwijderen van het bluswater – heb ik dit e-mailbericht tevens rechtstreeks gestuurd naar loco burgemeester Punt.’

- Op zaterdag 8 januari 2011 is Wilchem rond 05:30 uur aangevangen met het verwijderen en opslaan van bluswater aanwezig op en rond de bedrijfsterreinen van Chemie-Pack.

- Op zaterdag 8 januari 2011 om 16:21 uur reageerde de advocaat van de Gemeente op de e-mail van 02:46 uur. Mr. Kroon schreef:

‘In het naar de opvatting van de gemeente constructieve overleg van vrijdagavond 7 januari 2011 tussen uw cliënten en de gemeente, is door de gemeente benadrukt dat er geen tijd te verliezen was om met name van uit het oogpunt van volkgezondheid beheersmaatregelen te nemen. Alle partijen waren het met die opvatting eens. In dat kader dient op een zo kort mogelijk termijn het bluswater van de percelen van Chemiepack, Wartsila en Van Oord te worden verwijderd.

In dit overleg is namens de gemeente onderstreept dat alleen al op grond van de bepalingen in Hoofdstuk 17 Wm de drijver van de inrichting verplicht is om die maatregelen te treffen. Uw cliënte heeft toegezegd die maatregelen te zullen gaan treffen en opdracht te geven voor het uitvoeren van de in dat kader noodzakelijke maatregelen. Voor zover mij bekend worden die maatregelen sinds hedenochtend uitgevoerd en ik ga ervan uit dat uw cliënte de opdracht daarvoor volgens afspraak heeft verstrekt.

Nu uw cliënte vrijwillig de noodzakelijke maatregelen treft, is voor de gemeente op dit moment geen aanleiding om tot (spoed) bestuursdwang over te gaan. Dit laat onverlet dat de noodzaak om te gaan handhaven zich afhankelijk van de omstandigheden in de nabije toekomst nog wel zou kunnen gaan voordoen.

Uw cliënte heeft in het overleg aangegeven in beginsel maximaal Euro 300.000,-- aan deze beheermaatregelen te willen uitgeven. Het is op dit moment nog niet duidelijk of dat bedrag voldoende zal zijn voor het uitvoeren van die maatregelen. Mocht dat bedrag onverhoopt niet toereikend zijn, doet dat niet af aan de verplichting van uw cliënte om maatregelen te treffen en dus de opruimwerkzaamheden af te ronden. Indien het door uw cliënte aangegeven maximumbedrag van € 300.000,-- is bereikt en de beheersmaatregelen nog niet zijn afgerond, kan uw cliënte alsnog meer middelen spenderen of zij geeft aan dat zij dat niet kan/wil. De gemeente begrijpt de precaire situatie van uw cliënte maar sluit niet uit dat uw cliënte in dat geval, al dan niet na overleg met haar verzekeraars, de opdrachtverlening alsnog wil verlengen.

Indien de werkzaamheden nog niet zijn afgerond en uw cliënte aangeeft deze niet te willen/kunnen laten voortzetten betekent dat dat de gemeente, gelet op het grote belang van het afronden van de maatregelen, alsnog zal gaan handhaven waarbij uw cliënte rekening moet houden met kostenverhaal.

Wij spraken af dat er nauw contact zal zijn tussen de gemeente, uw cliënte en de uitvoerder van de werkzaamheden zodat hopelijk tijdig kan worden beoordeeld of de beheermaatregelen binnen de financiële mogelijkheden van uw cliënte kunnen worden uitgevoerd. Indien er onverhoopt alsnog bestuursdwang moet worden toegepast, streeft de gemeente er naar dat de werkzaamheden door haar zo snel mogelijk worden afgerond. In beginsel zal de gemeente proberen met dezelfde uitvoerder verder te gaan. De gemeente behoudt zich echter het recht voor, als daartoe aanleiding is, een andere uitvoerder in te schakelen. Dit betekent dat de door uw cliënte ingeschakelde uitvoerder nadat uw cliënte aangeeft niet verder te willen gaan, nog (kort) met de gemeente in overleg moet gaan om afspraken te maken over het vervolgtraject.’

4. Bij faxbericht van 8 januari 2011 verzonden om 17:34 uur van Chemie-Pack aan Wilchem, heeft Chemie-Pack de mondeling reeds verstrekte opdracht aan Wilchem bevestigd. In dit bericht staat onder meer:

‘U bent op zaterdag 8 januari 2011 omstreeks 5:30 uur ’s ochtends gestart met het uitvoeren van werkzaamheden die – kort gezegd – bestaan uit het verwijderen en opslaan van (zwaar) verontreinigd bluswater, dat vanwege de inmiddels bestreden brand bij cliënte, aanwezig is op en rond haar bedrijfsterreinen aan de Valsweg 4 te Moerdijk, hierna te noemen: “de werkzaamheden”.

(…)

De opdracht van mijn cliënte voor de uitvoering van die werkzaamheden is in alle gevallen beperkt tot een bedrag van maximaal € 300.000,00 exclusief BTW., hierna te noemen: “de maximumprijs”. Dat betekent dat mijn cliënte voor uitvoering van de werkzaamheden nooit meer zal betalen dan de maximum prijs. Ook niet indien de werkzaamheden op het moment van het bereiken van de maximumprijs nog niet zijn voltooid. In dat geval dient u de opdracht van cliënte om de werkzaamheden uit te voeren derhalve als beëindigd te beschouwen, zoals ook met u is overeengekomen.

Mijn cliënte stelt zich ten opzichte van de gemeente Moerdijk op het standpunt dat, indien de werkzaamheden op het moment van het bereiken van de maximumprijs nog niet zijn voltooid, deze in opdracht en voor rekening van de gemeente dienen te worden voortgezet. De gemeente behoudt zich echter uitdrukkelijk het recht voor om verdere werkzaamheden op te dragen aan een andere partij dan u.’

- Het bluswater heeft zich verspreid over verschillende (bedrijfs)terreinen. In de crisissituatie hebben verschillende partijen zich bezig gehouden met het afvoeren van het bluswater.

- Bij e-mailbericht van 10 januari 2011 heeft Wilchem aan Chemie-Pack bericht:

‘Hedenmorgen, 10 januari 2011, hebben wij de aan ons opgedragen werkzaamheden afgerond. Dit betreft het verwijderen van verontreinigd bluswater van uw bedrijfsterrein en terrein van Wärtsilä. Het tot deze opdracht behorende terrein van MvO is door ons niet behandeld. Dit omdat een andere bevoegde instantie Reym opdracht heeft gegeven dit terrein te ontdoen van bluswater.

Graag ontvangen wij van u een e-mail, zoals hedenmorgen besproken, waarin vermeld dat de aan ons opgedragen werkzaamheden voor 100% en naar volle tevredenheid zijn uitgevoerd.’

Dit e-mailbericht is door Chemie-Pack op 10 januari 2011 doorgezonden naar de Gemeente.

Omstreeks 13/14 januari 2011 heeft Chemie-Pack aan Wilchem verzocht nog een grote hoeveelheid bluswater op te zuigen en te verwijderen. Wilchem heeft dit geweigerd. Chemie-Pack heeft toen Mourik benaderd, die deze opdracht heeft aanvaard. Chemie-Pack heeft daarop Wilchem gevraagd of het door Mourik afgezogen bluswater kon worden opgeslagen in het schip de Pafos. Wilchem heeft met dit verzoek ingestemd. Op 13 en/of 14 januari 2011 is bluswater afkomstig van Mourik opgeslagen in het schip De Pafos. Het schip De Pafos is thans gevuld met circa 3.624 ton vervuild bluswater, waarvan ongeveer 1.330 ton afkomstig van de werkzaamheden door Wilchem en 2.294 ton van de door Mourik verrichte werkzaamheden.

- Bij e-mailbericht van 13 januari 2011 heeft Wilchem een eerste overzicht van de tot dan toe gemaakte kosten en nog te verwachten kosten toegezonden aan Chemie-Pack.

- Bij e-mailbericht van 24 januari 2011 heeft Wilchem Chemie-Pack bericht dat het bedrag van € 300.000,00 overschreden zou gaan worden door de kosten van voortdurende opslag.

- Vervolgens heeft Wilchem op advies van de advocaat van Chemie-Pack de Gemeente benaderd. De Gemeente heeft Wilchem laten weten niet voornemens te zijn de overeenkomst tussen Chemie-Pack en Wilchem over te nemen.

- Thans is de situatie aldus dat het schip de Pafos gevuld is met het verontreinigd bluswater en dat noch Chemie-Pack noch de Gemeente toestemming dan wel opdracht geeft om het bluswater te verladen of te reinigen.

- Chemie-Pack heeft Wilchem betaald tot de overeengekomen grens. Chemie-Pack en de Gemeente weigeren aan Wilchem (verder) te betalen voor de opslag van het vervuilde water in De Pafos.

- De kosten van opslag van het bluswater in De Pafos bedragen Euro 4.686,83 per dag tot het moment dat het schip zal zijn gelost en gereinigd. Volgens het contract met de verhuurder van De Pafos dient het schip na verwijdering van het bluswater schoon genoeg te worden gemaakt “voor diesel of gasolieblank”.

in de hoofdzaak

Standpunten van partijen

3.2. Wilchem voert primair als grondslag voor haar vorderingen aan dat Chemie-Pack en de Gemeente gehouden zijn tot het voldoen aan een tussen partijen geldende overeenkomst van opdracht. Wilchem stelt dat Chemie-Pack en/of Onroerend Goed de opdracht aan Wilchem heeft verstrekt en dat de Gemeente partij is geworden bij de overeenkomst door haar toezegging aan Wilchem dat zij de kosten boven de Euro 300.000,00 aan Wilchem zou voldoen. Volgens Wilchem is door de Gemeente in ieder geval het vertrouwen gewekt dat de Gemeente de kosten boven het maximum van Euro 300.000,00 zou voldoen. Chemie-Pack en/of de Gemeente zijn ook gehouden de opslagkosten aan Wilchem te voldoen op grond van artikel 7:406 BW, aldus Wilchem. Wilchem stelt dat de door partijen in acht te nemen redelijkheid en billijkheid met zich brengen dat van Wilchem niet kan worden verlangd dat zij het bluswater tot het einde der dagen opslaat. Nu de Gemeente en Chemie-Pack weigeren de opdracht te verstrekken het bluswater te verwerken c.q. te ‘vernietigen’ stelt Wilchem recht en belang te hebben te vorderen dat Chemie-Pack en de Gemeente worden veroordeeld om het bluswater te (doen) verwijderen en het schip dusdanig gereinigd op te leveren dat het schip geschikt is voor diesel of ‘gasolieblank’.

Voorzover de voorzieningenrechter van oordeel zou zijn dat de Gemeente niet rechtstreeks partij is geworden bij de overeenkomst tot opdracht heeft volgens Wilchem te gelden dat de Gemeente blijkens de e-mailberichten van de advocaat van Chemie-Pack (producties 7 en 34 van de zijde van Wilchem) aan Chemie-Pack volmacht heeft verstrekt een opdracht tot het verwijderen en opslaan van het bluswater te geven, waarbij de Gemeente de kosten boven een bedrag van Euro 300.000,00 voor haar rekening zou nemen. Gelet op de uitlatingen van de Gemeente richting Wilchem mocht Wilchem erop vertrouwen dat aan Chemie-Pack een toereikende volmacht was verleend, aldus Wilchem.

Ten aanzien van Chemie-Pack voert Wilchem aan dat zij met Chemie-Pack in aanvulling op de voorliggende opdracht en daarvan onafhankelijk is overeengekomen dat het door Mourik in opdracht van Chemie-Pack verwijderde bluswater eveneens zou worden opgeslagen in het schip de Pafos. Wilchem stelt dat Chemie-Pack ook uit dien hoofde gehouden is jegens Wilchem de huurkosten alsmede de kosten voor het reinigen van het schip te voldoen. Deze overeenkomst kwalificeert als huur (onder)verhuur door Wilchem van het schip dan wel als bewaarneming, aldus Wilchem.

Wilchem voert tevens ten opzichte van alle gedaagden als grondslag voor haar vorderingen aan –kort weergegeven - dat de vorderingen toewijsbaar zijn op grond van zaakwaarneming dan wel ongerechtvaardigde verrijking, dan wel van onrechtmatige daad, misleiding, bedrog en/of dwaling. Wilchem stelt dat partijen handelen in strijd met de redelijkheid en billijkheid en dat de Gemeente handelt in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Wilchem stelt spoedeisend belang te hebben bij haar vordering aangezien zij zit met een schip vol vervuild bluswater waarvan de huurkosten ruim Euro 4.500,00 per dag bedragen.

Afsluitend stelt Wilchem dat het toch niet zo kan zijn dat Wilchem degene is die uiteindelijk een grote milieuramp heeft voorkomen en als beloning hiervoor failliet gaat.

3.3. Chemie-Pack betwist dat zij gehouden is Wilchem meer te betalen dan

Euro 300.000,00 exclusief btw. Chemie-Pack stelt dat zij een overeenkomst van aanneming van werk met Wilchem heeft gesloten en dat geen sprake is van een overeenkomst van opdracht. Zij stelt de overeenkomst die zij heeft gesloten met Wilchem te zijn nagekomen. Er is reeds Euro 357.000,00 aan Wilchem betaald zijnde de Euro 300.000,00 plus btw daarover. Chemie-Pack stelt dat zij in overeenstemming met de afspraken de Gemeente heeft geïnformeerd dat zij

Euro 300.000,00 heeft voldaan en de Gemeente heeft gevraagd de verdere uitvoering over te nemen.

Chemie-Pack betwist dat separaat van de eerdere opdracht met Wilchem zou zijn overeengekomen dat het door Mourik in opdracht van Chemie-Pack verwijderde bluswater eveneens zou worden opgeslagen in het schip de Pafos. Volgens Chemie-Pack was het opslaan van het door Mourik opgezogen bluswater onderdeel van de al verstrekte opdracht en zag Wilchem dat op dat moment ook als zodanig. Volgens Chemie-Pack kan zij niet door Wilchem verplicht worden ‘huur’ te betalen en/of ‘het schip gereinigd te retourneren’ omdat Wilchem, ongeacht de benutte opslagcapaciteit in het schip de Pafos, steeds kosten in rekening heeft gebracht die zij in het kader van de opdracht- aanneming van werk – maakte om die opslagcapaciteit voor de uitvoering van haar werkzaamheden voor zichzelf ter beschikking te houden. Het genot van het schip de Pafos of de opslagcapaciteit in de tanks is volgens Chemie-Pack nimmer aan haar gegeven, evenmin als Chemie-Pack het door Wilchem opgezogen water aan haar in bewaring heeft gegeven, aldus Chemie-Pack. Chemie-Pack stelt dat dat water niet van haar is.

Chemie-Pack betwist – kort weergegeven – dat de door Wilchem aangedragen grondslagen de vorderingen kunnen dragen. Chemie-Pack betwist dat sprake zou zijn van zaakwaarneming, ongerechtvaardigde verrijking of dat sprake zou zijn van onrechtmatige daad, misleiding, bedrog of dwaling. Chemie-Pack betwist voorts dat zij jegens Wilchem in strijd heeft gehandeld met de redelijkheid en billijkheid.

3.4. De Gemeente betwist – kort weergegeven – dat zij jegens Wilchem en jegens Chemie-Pack verplicht zou zijn tot het verwijderen van het bluswater, dat thans aanwezig is in het schip de Pafos. Tevens betwist de Gemeente dat er op haar een verplichting zou rusten om de huursom van dat schip vanaf 30 januari 2011 te moeten voldoen en dat zij over de door Wilchem gemaakte of nog te maken kosten, wettelijke rente verschuldigd zou zijn, of tot het betalen van nakosten zou moeten worden veroordeeld.

De Gemeente stelt dat Chemie-Pack en Wilchem uit de reactie van de Gemeente niet konden en mochten afleiden dat de Gemeente de opdracht van Chemie-Pack aan Wilchem zou ‘overnemen’ of de kosten van opslag en verwerken van het bluswater voor haar rekening zou nemen, laat staan dat Wilchem daaruit achteraf zou kunnen afleiden dat daarmee tussen de Gemeente en Wilchem een overeenkomst tot stand zou zijn gekomen. Hoewel de Gemeente wist dat Chemie-Pack Wilchem wilde gaan inschakelen en zij ook kennis had van het plan van aanpak, is de Gemeente niet betrokken geweest bij de opdrachtverlening van Chemie-Pack aan Wilchem, aldus de Gemeente. De Gemeente stelt alleen als bevoegd gezag toezicht te hebben gehouden op de uitvoering van de werkzaamheden en niet als partij bij de overeenkomst te zijn betrokken.

De Gemeente betwist eveneens dat zij een toezegging zou hebben gedaan de kosten boven het door Chemie-Pack genoemde maximum van Euro 300.000,00 te voldoen. Van een door de Gemeente bij Wilchem opgewekt vertrouwen, op grond waarvan Wilchem in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs gerechtvaardigd mocht verwachten dat de Gemeente de contractuele verplichtingen van Chemie-Pack zou overnemen, is dan ook geen sprake, aldus de Gemeente.

De Gemeente betwist eveneens dat sprake zou zijn van zaakwaarneming, ongerechtvaardigde verrijking of dat sprake zou zijn van onrechtmatig handelen door de Gemeente jegens Wilchem dan wel dat sprake zou zijn van misleiding, bedrog of dwaling. De Gemeente betwist voorts dat zij in strijd heeft gehandeld met de redelijkheid en billijkheid.

Volgens de Gemeente heeft Wilchem geen dan wel onvoldoende spoedeisend belang bij haar vordering heeft nu het enkel gaat om een financieel belang.

De beoordeling van deze standpunten door de voorzieningenrechter

In de zaak van Wilchem tegen de Gemeente Moerdijk

3.5. Op grond van het vastgestelde verslag van de bespreking die op 7 januari 2011 vanaf 17.00 uur tussen partijen plaatsvond, staat vast dat het de Gemeente is geweest die heeft voorgesteld dat Chemie-Pack een opdracht zou geven tot een bepaald bedrag. (zie pagina 7 van het verslag) Op pagina 8 vermeldt het verslag de uiteindelijke afspraak: “De Gemeente zal samen met het bedrijf (rechtbank: ChemiePack) contact opnemen met het juiste bedrijf om schoon te gaan maken. Dat bedrijf zal waarschijnlijk financiële zekerheid willen hebben dus men moet goed bedenken hoe daar mee om te gaan.

De Gemeente gaat er nu dus van uit dat Chemie-Pack de opdracht geeft. Op het moment dat blijkt dat Chemie-Pack de werkzaamheden niet wil afronden, zal (spoed)bestuursdwang worden toegepast.”

De opdracht moest betreffen het verwijderen van het giftige bluswater op het terrein. (zie pagina 2 van het verslag)

Ook maakt het verslag duidelijk dat de Gemeente onmiddellijk bestuursdwang zou hebben toegepast als Chemie-Pack had vastgehouden aan haar aanvankelijke weigering om een opdracht te geven tot verwijderen van het bluswater, en dat de Gemeente dus zelf alle kosten van verwijdering en opslag zou hebben voorgefinancierd in afwachting van kostenverhaal op Chemie-Pack

Voor beide partijen moet het van begin af aan duidelijk zijn geweest dat na de verwijdering van het water opslag nodig was en dat deze opslag kosten zou veroorzaken.

Na dit overleg heeft diezelfde avond van 7 januari het gesprek plaatsgevonden waarin Chemie-Pack de opdracht aan Wilchem gaf. Voor de Gemeente was daarbij aanwezig de heer De Bruijn die door de Gemeente was aangewezen als aanspreekpunt. ( pagina 8 van het vastgesteld verslag)

De verklaring van De heer Zwang ( productie 8 van de zijde van Wilchem), die voor Wilchem dit gesprek voerde, houdt in dat opdracht werd gegeven tot verwijderen en opslaan van het verontreinigde water.

Dit sluit logisch aan bij de inhoud van genoemd verslag.

Wilchem is op 8 januari 2007 om 05.30 uur begonnen met de werkzaamheden. Tevoren had zij in de nachtelijke uren nog moeten werken aan het door de Gemeente geëiste Plan van Aanpak. Zij had toen nog geen schriftelijke opdrachtbevestiging. In tegenstelling tot de Gemeente en Chemie-Pack liet zij zich toen niet bijstaan door een advocaat.

In het plan van Aanpak ( productie 9 van de zijde van Wilchem) is een onderdeel gewijd aan ‘Opruiming/opslag”. Daarbij staat aangekruist “restant behandelen conform WM-richtlijnen”en “Afvalstoffen afvoeren naar ATM Moerdijk”.

Onder deze omstandigheden moet het voor alle betrokkenen bij het gesprek duidelijk zijn geweest dat de opdracht ook die tot opslag inhield.

De Gemeente stelt dat dit dan toch beperkt was tot een tijdelijke opslag en dat daarna Chemie-Pack verantwoordelijk zou zijn voor kosten van langere opslag en reiniging.

Chemie-Pack ontkent dit.

Geen van de betrokkenen stelt dat hierover is gesproken op enig moment in het gesprek. Uitgangspunt voor de beoordeling is daarom dat hierover niets is gezegd. In de rechtsverhouding van Wilchem tot de Gemeente is doorslaggevend wat Wilchem op grond van de inhoud van het gesprek op vrijdagavond 7 januari 2011 gerechtvaardigd mocht vertrouwen ten aanzien van de opslag.

Daarbij kan op zijn minst als uitgangspunt dienen dat correct is overgebracht wat in het vastgesteld verslag als afspraak is opgenomen.

3.6. Alleszins aannemelijk is de stelling van Wilchem dat zij de opdracht niet zou hebben aanvaard als zij niet zeker was geweest van volledige betaling. De Gemeente had dit zelf ook voorzien, blijkens het vastgesteld verslag.

De Gemeente, Chemie-Pack en Wilchem communiceerden dus tijdens het opdracht-gesprek allen in het bewustzijn dat Wilchem in ieder geval aanspraken op volledige betaling van haar diensten en kosten wenste en zou behoren te gaan krijgen. Niet kan worden aangenomen dat met het “goed bedenken hoe daar mee om te gaan” bedoeld zou zijn geweest om Wilchem listiglijk in een positie te brengen waarin zij geen aanspreekbare partij meer zou hebben na het bereiken van het grensbedrag. De enige logische duiding die daarom aan de boodschap van de Gemeente en Chemie-Pack, conform de afspraak in het vastgestelde verslag, aan Wilchem kan worden gegeven en waarop Wilchem heeft mogen vertrouwen is dat de Gemeente zich verbond om na het bereiken van het grensbedrag hetzij de opdracht op haar kosten voort te zetten, hetzij met Wilchem te stoppen en af te rekenen en een ander in te schakelen. Over de vraag hoe de Gemeente dit zou doen hoefde Wilchem zich niet te bekommeren.

3.7. Wilchem stelt dat de Gemeente zich in het gesprek zelfs uitdrukkelijk garant heeft gesteld voor de betaling na het bereiken van de grens. De Gemeente ontkent dit. Dit behoeft geen onderzoek, want ook zonder dat werd de Gemeente al gebonden, zoals hiervoor gemotiveerd.

3.8. Wilchem stelt onweersproken dat haar faillissement dreigt wanneer zij de kosten van de Pafos moet blijven opbrengen, en dat dit leidt tot ontslag van de vijftig personeelsleden.

3.9. Naar oordeel van de voorzieningenrechter is spoedeisend belang bij de vorderingen aanwezig. De verschuldigdheid van de opslagkosten is uiterst aannemelijk. Restitutierisico is daarom geen beletsel voor toewijzing. Het gevorderde bedrag is niet qua hoogte betwist.

3.10. De andere aangevoerde grondslagen van zaakwaarneming of ongegronde verrijking behoeven in het licht van deze beoordeling geen bespreking.

3.11. Vordering 1 strekt tot verwijdering van het bluswater en schoonmaken van het schip. De Gemeente is toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van haar betalingsplicht en Wilchem mag op die grond de opslag beëindigen. De oplevering “schoon genoeg voor het transport van diesel of gasolieblank” is redelijk. De termijnstelling voor beëindiging van de opslag en de oplevering in die staat behoort ook redelijk te zijn. Vaststaat dat het vervuilde water moet worden schoongemaakt. Wanneer dat mogelijk is blijft onduidelijk. Niet gesteld is dat het schip op een bepaalde datum weer beschikbaar moet zijn voor concrete inzet. Onder deze omstandigheden komt een termijn van zes maanden gepast voor.

De Gemeente is tegenover Wilchem gehouden tot betaling van de volledige opslagpost ter zake De Pafos. Ook het één derde deel van de lading waarvoor de Gemeente verantwoordelijk is, veroorzaakt die kostenpost immers al volledig. Wilchem heeft onweersproken gesteld dat het schip niet deels, maar alleen in zijn geheel kon worden gehuurd.

Zoals hierna zal worden overwogen is ook Chemie-Pack náást de Gemeente tegenover Wilchem verplicht om die volledige post te betalen. Voor de Gemeente houdt deze betaalplicht pas op wanneer zij zelf het voor haar verantwoording komende deel van de lading van boord brengt.

Dat deel is volledig vermengd geraakt met het later door Mourik aangevoerde bluswater. Onderscheid kan niet meer worden gemaakt. Voldoende is daarom verwijdering door de Gemeente, van 1330 ton van de lading om een einde te maken aan haar betaalplicht jegens Wilchem terzake opslag.

Wanneer het bij deze 1330 ton zou zijn gebleven zouden de schoonmaakkosten naar aannemelijkheid dezelfde zijn geweest als in de huidige situatie van een volle lading. Wilchem kan de Gemeente daarom voor het volledige bedrag aan schoonmaakkosten aanspreken.

3.12. Voor het opleggen van een dwangsom aan de Gemeente ziet de voorzieningenrechter voorshands geen reden.

Aangezien de Gemeente de opslagkosten boven genoemde grens behoort te voldoen en onweersproken is dat dit de kosten betreft vanaf 11 februari 2011 is de vordering sub 2 integraal toewijsbaar.

3.13. De Gemeente behoort wegens ongelijk te worden veroordeeld in de kosten van het geding. Deze kosten worden begroot op Euro 816,00 aan salaris advocaat, Euro 284,00 aan vast recht (zijnde de helft van het door Wilchem betaalde vast recht) en Euro 38,16 in verband met kosten dagvaarding (zijnde de helft van de kosten van dagvaarding), derhalve in totaal Euro 1.138,16.

3.14. De nakosten, waarvan eiseres betaling vordert, zullen op de in het dictum weergegeven wijze worden begroot.

In de zaak van Wilchem tegen Chemie-Pack Nederland B.V.

3.15. Nu vaststaat dat Chemie-Pack haar betalingsplicht jegens Wilchem in het kader van de op 7 januari gegeven opdracht met instemming van Wilchem heeft begrensd tot Euro 300.000,00 en dat zij dit bedrag inmiddels heeft voldaan, mag Chemie-Pack Wilchem daaraan houden en is zij jegens Wilchem uit hoofde van deze opdracht niet gehouden tot betaling van meer. Anders dan Wilchem stelt is dit niet onaanvaardbaar naar maatstaf van redelijkheid en billijkheid. Zoals van aanvang af bedoeld heeft Wilchem voor het meerdere een vordering op de Gemeente zoals hiervoor gemotiveerd.

3.16. Wilchem heeft gesteld dat Chemie-Pack naast genoemde opdracht nog een zelfstandige, andere opdracht heeft gegeven om vervuild bluswater in het schip Pafos op te slaan. Chemie-Pack ontkent dit.

In dit verband staat het volgende genoegzaam vast: De Pafos is eerst beladen met bluswater dat Wilchem heeft opgeruimd ter uitvoering van de aan haar op 7 januari 2011 gegeven opdracht. Dit opruimwerk vond plaats tussen 8 januari en 11 januari 2011. Op 11 januari heeft Wilchem aan Chemie-Pack gemeld gereed te zijn en verzocht zij een goedkeuring van haar werkzaamheden. Chemie-Pack heeft die melding doorgezonden naar de Gemeente en niet geprotesteerd. Daarna, op 13 en 14 januari 2011heeft een ander bedrijf, Mourik nog een tweemaal zo grote hoeveelheid vervuild water in het schip gebracht. Mourik had dit van het vervuilde bedrijfsterrein verwijderd. Tevoren had Chemie-Pack aan Wilchem verzocht om dit water ook te verwijderen, maar Wilchem weigerde. Vervolgens gaf Chemie-Pack de opdracht aan Mourik. Chemie-Pack heeft aan Wilchem telefonisch verzocht om het door Mourik verwijderde water te mogen opslaan in de Pafos. Wilchem gaf hiervoor toestemming.

Onder deze feitelijke omstandigheden is er, zoals Wilchem stelt, sprake van een tweede en zelfstandige opdracht door Chemie-Pack aan Wilchem tot opslag van het water dat Mourik in het schip bracht. De begrenzing tot € 300.000,00 speelt hier geen rol.

Ook deze aangevoerde 2.294 ton bluswater nam het schip in beslag en rechtvaardigt dat Wilchem Chemie-Pack náást de Gemeente volledig mag aanspreken voor de opslag totdat Chemie-Pack deze tonnage verwijdert uit het schip. Voor de schoonmaakkosten is zij ook náást de Gemeente volledig aansprakelijk.

De vordering tot verwijdering van de lading is slechts toewijsbaar tot de genoemde 2.294 ton. Ten aanzien van de redelijke termijn daarvoor geldt hetzelfde als bij de Gemeente overwogen.

3.17. Oplegging van een dwangsom wordt thans niet opportuun geacht.

3.18. Chemie-Pack Nederland BV behoort wegens ongelijk te worden veroordeeld in de kosten van het geding. Deze kosten worden begroot op Euro 816,00 aan salaris advocaat, Euro 284,00 aan vast recht (zijnde de helft van het door Wilchem betaalde vast recht) en Euro 38,16 in verband met kosten dagvaarding (zijnde de helft van de kosten van dagvaarding), derhalve in totaal Euro 1.138,16.

3.19. De nakosten, waarvan eiseres betaling vordert, zullen op de in het dictum weergegeven wijze worden begroot.

In de zaak van Wilchem tegen Chemie-Pack Onroerend Goed B.V.

3.20. Onweersproken staat vast dat deze gedaagde eigenaar is van de percelen die op 7 januari 2011 vol lagen met het vervuilde bluswater.

Wilchem stelt dat deze gedaagde uit hoofde van art 13 van de Wet Bodembescherming en art 17 van de Wet Milieubeheer verplicht was om het bluswater te verwijderen en dat ten koste van Wilchem ongerechtvaardigd is verrijkt. Voorts beroept zij zich op zaakwaarneming.

3.21. Gedaagde stelt hiertegenover dat genoemde wetsartikelen de ingeroepen verplichting tot opruiming van de verontreiniging slechts formuleren voor het geval dat gedaagde de in de wet genoemde handelingen zou hebben verricht. Hiervan zou geen sprake zijn omdat zij geen enkele handeling van de bedoelde aard heeft verricht. Op haar zou daarom geen verplichting tot ruiming hebben gerust zodat van verrijking als gevolg van het handelen van Wilchem geen sprake zou zijn.

3.22. Wilchem heeft haar stellingen vervolgens onvoldoende nader onderbouwd om in kort geding een verantwoord oordeel te vormen. Voorshands staat ook niet vast dat Wilchem zal zijn verarmd, nu haar vordering tegen de Gemeente en Chemie-Pack wordt toegewezen.

3.23. Op grond van zaakwaarneming is de vordering niet aannemelijk. Terecht stelt gedaagde dat van zaakwaarneming geen sprake kan zijn indien de bevoegdheid tot handelen werd ontleend aan een rechtshandeling. Daarvan was in dit geval sprake door de bindingen die Chemie-Pack en de gemeente jegens Wilchem aangingen op 7 januari.

3.24. De vordering zal daarom worden afgewezen. Wilchem behoort ten opzichte van deze gedaagde te worden verwezen in de kosten van het geding. Deze zijn echter verwaarloosbaar klein in het geheel, dus te begroten op nihil.

In de vrijwaringszaak van Chemie-Pack tegen de Gemeente.

Standpunten van partijen

3.25. Chemie-Pack stelt – samengevat – recht en belang te hebben om de gevolgen van een mogelijke veroordeling ten laste van Chemie-Pack af te mogen wentelen op de Gemeente nu Chemie-Pack aan al haar verplichtingen tegenover Wilchem heeft voldaan, door Wilchem, in verband met de opdracht tot het verwijderen van het bluswater, in totaal een bedrag van Euro 300.000,00 en de btw daarover te betalen. Chemie-Pack voert aan dat het meerdere boven dit bedrag van Euro 300.000,00 exclusief btw, volgens afspraak voor rekening is van de Gemeente.

3.26. De Gemeente betwist dat er voor Chemie-Pack spoedeisend belang zou zijn gerelateerd aan de hoofdzaak. Voor zover de voorzieningenrechter de vrijwaring toelaat, betwist de Gemeente - kort weergegeven - dat zij met Chemie-Pack zou zijn overeengekomen dat zij, indien het verwijderen van het bluswater meer dan Euro 300.000,00 zou gaan bedragen, het meerdere aan Wilchem zou dienen te voldoen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter van deze standpunten

3.27. Deze vordering tot vrijwaring is gebaseerd op de afspraken die partijen in de avond van 7 januari 2011 maakten.

De veroordeling van Chemie-Pack Nederland B.V. tegenover Wilchem is echter niet gebaseerd op die afspraken maar op een geheel zelfstandige, andere opdracht. Ten aanzien van die opdracht en veroordeling is geen grondslag aan de ingeroepen vrijwaringsplicht gegeven.

De vorderingen behoren te worden afgewezen met veroordeling van Chemie-Pack Nederland in de kosten van het geding.

3.28. Chemie-Pack zal, als de in het ongelijk gestelde partij in vrijwaring, worden veroordeeld in de kosten van de Gemeente, tot op heden begroot op Euro 408,00 aan salaris advocaat.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter

In de hoofdzaak

4.1. veroordeelt Chemie-Pack Nederland BV en de Gemeente Moerdijk tot het binnen zes maanden na betekening van dit vonnis (doen) verwijderen van respectievelijk 1.330 ton (de Gemeente) en 2.294 ton (Chemie-Pack Nederland BV) van het bluswater uit het schip de Pafos en het schip gereinigd, op dusdanige wijze dat het schip schoon genoeg is voor het transport van diesel of gasolieblank, zulks ter beoordeling aan de verhuurder van het schip, ter beschikking te stellen aan Wilchem BV,

4.2. veroordeelt Chemie-Pack Nederland BV en de gemeente Moerdijk beide, des dat betaling door de een mede strekt tot kwijting van de ander, tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Wilchem BV te voldoen een bedrag van Euro 94,76 en vervolgens een bedrag van Euro 4.686,83 per dag vanaf 11 februari 2011 tot en met de dag dat het schip leeg en gereinigd door Wilchem BV ter beschikking kan worden gesteld aan de verhuurder, vermeerderd met de BTW over deze bedragen en te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over deze bedragen vanaf het moment van dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening,

bepaalt dat deze veroordeling begrensd wordt zoals overwogen in r.o. 3.11. en in r.o. 3.16., met dien verstande dat de partij die als laatste zijn deel van de lading verwijdert moet doorbetalen totdat ook de reiniging van het schip is voltooid.

4.3. veroordeelt Chemie-Pack Nederland BV in de proceskosten aan de zijde van Wilchem BV tot op heden begroot op Euro 1.138,16, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

4.4. veroordeelt de Gemeente Moerdijk BV in de proceskosten aan de zijde van Wilchem BV tot op heden begroot op Euro 1.138,16, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

4.5. veroordeelt Chemie-Pack Nederland BV in de nakosten, begroot op EUR 131,-- aan salaris advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden en de veroordeelde niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan, met een bedrag van EUR 68,-- aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

4.6. veroordeelt de Gemeente Moerdijk BV in de nakosten, begroot op EUR 131,-- aan salaris advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden en de veroordeelde niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan, met een bedrag van EUR 68,-- aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

4.7. veroordeelt Wilchem BV in de proceskosten van Chemie-Pack Onroerend Goed BV, tot op heden begroot op nihil,

4.8. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

4.9. wijst af het meer of anders gevorderde,

In de vrijwaring

4.10. wijst de vorderingen af,

4.11. veroordeelt Chemie-Pack Nederland BV in de proceskosten van de gemeente tot op heden begroot op Euro 408,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. Leijten en in het openbaar uitgesproken op 6 april 2011.?