Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2011:BP9764

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
23-03-2011
Datum publicatie
31-03-2011
Zaaknummer
629929/CV/10-8677
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een gemeenteraadslid heeft een verklaring ondertekend op grond waarvan zij een deel van de netto-inkomsten die zij als raadslid ontvangt van de gemeente af zal dragen aan de politieke partij waarvan zij lid is. Het raadslid heeft deze afdracht stopgezet vanwege het uitblijven van reactie op verzoeken tot het afleggen van rekening en verantwoording. In conventie vordert de politieke partij de achterstallige maandelijkse afdrachten op grond van de ondertekende verklaring. In reconventie vordert het raadslid terugbetaling van gedane afdrachten, omdat de ondertekende verklaring nietig zou zijn. De kantonrechter verwerpt dit laatste verweer en wijst de reconventionele vordering af. Ook de conventionele vordering wordt afgewezen, omdat het raadslid de voor bepaalde tijd gesloten overeenkomst heeft mogen opzeggen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

team kanton Breda

zaak/rolnr.: 629929/CV/10-8677

vonnis d.d. 23 maart 2011

inzake

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

POLITIEKE VERENIGING “LIJST HARRY BAKKER”,

gevestigd te Terheijden, gemeente Drimmelen,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

gemachtigde: LAVG, gerechtsdeurwaarders te Breda,

tegen:

Karin VAN DEN BERG,

wonende te 4927 RH Hooge Zwaluwe, gemeente Drimmelen, Zandstraat 19,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

gemachtigde: mr. G.S. de Haas, advocaat te Raamsdonksveer.

Partijen zullen hierna worden aangeduid als “Lijst Harry Bakker” en “Van den Berg”.

1. Het verdere verloop van het geding

1.1 De procesgang blijkt uit de volgende stukken:

a. het tussenvonnis van 22 december 2010 en de daarin genoemde stukken;

b. de aantekeningen van de comparitie van partijen van 8 februari 2011.

1.2 Hierna is vonnis bepaald.

2. Het geschil

in conventie:

2.1 Lijst Harry Bakker vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Van den Berg te veroordelen tot betaling tegen bewijs van kwijting van € 1.011,37 (inclusief € 70,37 aan wettelijke rente tot 13 september 2010 en € 150,- aan buitengerechtelijke incassokosten), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 september 2010 over € 762,50, met veroordeling van Van den Berg in de proceskosten.

2.2 Van den Berg voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering in conventie, met veroordeling van Lijst Harry Bakker in de proceskosten.

in reconventie:

2.3 Van den Berg vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Lijst Harry Bakker te veroordelen tot betaling tegen bewijs van kwijting van € 1.480,- (16 maal € 92,50), met veroordeling van Lijst Harry Bakker in de proceskosten.

2.4 Lijst Harry Bakker heeft ter zitting verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing van de vordering.

3. De verdere beoordeling

in conventie en in reconventie:

3.1 Nu de vorderingen in conventie en in reconventie nauw met elkaar samenhangen, zal de kantonrechter deze gezamenlijk bespreken.

De feiten

3.2 Tussen partijen staan de volgende feiten vast:

- Van den Berg is omstreeks oktober 2005 lid geworden van Lijst Harry Bakker;

- Van den Berg heeft in oktober 2005 een verklaring ondertekend, met de volgende inhoud: “Verklaart dat hij/zij - indien hij/zij verkozen wordt in de gemeenteraad van de gemeente Drimmelen - de netto inkomsten die hij/zij ontvangt van de gemeente Drimmelen als raadslid over de periode maart en april 2006 én 20% van de netto-inkomsten die hij/zij ontvangt van de gemeente Drimmelen als raadslid van de periode vanaf mei 2006 (tot de verkiezingen van 2010) zal afdragen aan de Politieke Vereniging Lijst Harry Bakker ter compensatie van de kosten gemaakt voor de verkiezingscampagne en voor partijkosten.”;

- Van den Berg is in 2006 verkozen tot raadslid van de gemeente Drimmelen;

- Van den Berg heeft vanaf 2006 afdrachten gedaan aan Lijst Harry Bakker;

- In 2008 is onenigheid ontstaan binnen Lijst Harry Bakker;

- Van den Berg is samen met vier andere raadsleden vanaf mei 2008 gestopt met het doen van afdrachten;

- Van den Berg heeft haar lidmaatschap van Lijst Harry Bakker per 8 november 2008 opgezegd;

- De gemachtigde van Lijst Harry Bakker heeft Van den Berg gesommeerd tot betaling van achterstallige fractiebijdragen. Van den Berg heeft hierop schriftelijk gereageerd en is niet overgegaan tot betaling.

De standpunten van partijen

3.3 In conventie vordert Lijst Harry Bakker betaling van fractiebijdragen over de periode januari 2007 tot en met november 2008. Volgens Lijst Harry Bakker heeft Van den Berg vanaf januari 2007 tot en met april 2008 per maand € 5,- te weinig afgedragen en vanaf mei 2008 tot en met november 2008 het gehele maandbedrag van € 97,50 niet betaald. Lijst Harry Bakker heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat partijen zijn overeengekomen dat Van den Berg inkomsten zou afdragen een en ander conform de verklaring van Van den Berg van oktober 2005. Lijst Harry Bakker vordert op grond van de wet wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten nu zij Van den Berg tevergeefs heeft gesommeerd tot betaling over te gaan en daartoe kosten heeft moeten maken.

3.4 In conventie stelt Van den Berg dat de afdracht voor haar een verplichtend karakter had. Met verwijzing naar de uitspraak van de kantonrechter te Groningen van 31 januari 2002 (LJN: AE2243) stelt Van den Berg dat een verplichte afdracht niet kan worden afgedwongen, omdat daarmee het vrije mandaat van een gemeenteraadslid wordt aangetast, hetgeen in strijd is met de openbare orde en nietigheid van de overeenkomst met zich meebrengt (artikel 3:40 BW). Van den Berg heeft derhalve zonder rechtsgrond afgedragen. Van den Berg voert voorts aan dat zij de afdracht vanaf mei 2008 heeft stopgezet, omdat rekening en verantwoording door Lijst Harry Bakker uitbleef ondanks herhaalde verzoeken daartoe. Voorts betwist Van den Berg de hoogte van de vordering. Zij stelt daartoe overeengekomen te zijn dat zij € 5,- per maand minder zou afgedragen wegens haar extra werkzaamheden die voortvloeiden uit het fractievoorzitterschap.

3.5 In reconventie vordert Van den Berg terugbetaling van afdrachten over de periode januari 2007 tot en met april 2008 nu de overeenkomst daartoe nietig is en zij derhalve zonder rechtsgrond heeft afgedragen.

3.6 Lijst Harry Bakker betwist in reconventie dat de overeenkomst nietig is en voert daartoe aan dat sprake is van een vrijwillige afdracht en dat door het aangaan van de overeenkomst in oktober 2005 de afdracht een voor Van den Berg verplichtend karakter heeft gekregen.

Het oordeel van de kantonrechter

3.7 De regeling in de Gemeentewet (artikel 95 betreffende vergoedingen voor werkzaam-heden van raadsleden en een tegemoetkoming in de kosten) strekt ertoe om raadsleden in de sfeer van hun inkomen te beschermen tegen nadelige effecten die voortvloeien uit het behoorlijk waarnemen van hun functie. Omtrent de krachtens deze regeling aan Van den Berg toegekomen vergoeding als raadslid is in de verklaring van oktober 2005 overeen-gekomen dat Van den Berg 20% daarvan zal afdragen aan Lijst Harry Bakker.

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat de afdracht door Van den Berg -en daarmee de vordering van Lijst Harry Bakker- uitsluitend gebaseerd is op deze verklaring van oktober 2005. Aan de afdracht ligt geen regeling ten grondslag die voor de leden van Lijst Harry Bakker een verplichting tot afdracht schept. Gesteld noch gebleken is dat er een statutaire verplichting tot afdracht bestaat, op welk punt onderhavige casus zich onderscheidt van de casus in de door Van den Berg aangehaalde uitspraak van de kantonrechter te Groningen. In die casus was sprake van een statutaire bepaling die het gemeenteraadslid verplichtte tot afdracht. Van den Berg heeft zich aldus door ondertekening van de verklaring vrijwillig verbonden af te dragen. Feiten of omstandigheden op grond waarvan feitelijk toch sprake zou zijn van een afdracht met een verplichtend karakter zijn door Van den Berg niet gesteld.

De onderhavige vrijwillige verbintenis tot afdracht van een deel van de raadsvergoeding doet naar het oordeel van de kantonrechter geen afbreuk aan (de ratio van) voornoemde regeling in de Gemeentewet en tast evenmin anderszins het vrije mandaat van het gemeenteraadslid aan. De in de regeling geborgde financieel onafhankelijke positie van gemeenteraadsleden beperkt het vrije beschikkingsrecht van een gemeenteraadslid over de aan het raadslid uit hoofde van die regeling toekomende gelden, niet. Het verweer van Van den Berg dat de door haar ondertekende verklaring van oktober 2005 wegens haar inhoud nietig is, wordt dan ook verworpen.

3.8 Op grond van het voorgaande is Van den Berg in beginsel gehouden de verbintenis tot afdracht na te komen, tenzij Van den Berg, zoals zij stelt, de afdracht rechtsgeldig heeft stopgezet.

3.9 De kantonrechter stelt in dit verband voorop dat de verklaring van oktober 2005 aangemerkt kan worden als een overeenkomst tot gift zoals bedoeld in artikel 7:186 BW. De afdracht had immers de strekking Lijst Harry Bakker te verrijken ten koste van het vermogen van Van den Berg. Nu de afdracht diende ter compensatie van de kosten gemaakt voor de verkiezingscampagne, waardoor Van den Berg mede (haar persoonlijke kwaliteiten daargelaten) haar raadslidmaatschap heeft verworven, is voorts sprake van enigerlei tegenprestatie zijdens Lijst Harry Bakker.

3.10 Deze overeenkomst is aangegaan voor bepaalde tijd vanaf maart 2006 tot de verkiezingen van 2010. Er is geen tussentijdse beëindigingsmogelijkheid overeengekomen. Van den Berg heeft de overeenkomst evenwel tussentijds opgezegd met ingang van mei 2008. Bij de beoordeling van deze opzegging stelt de kantonrechter het volgende voorop. Een voor bepaalde tijd gesloten overeenkomst kan, zo tussentijdse opzegbaarheid niet is bedongen, in beginsel niet eenzijdig tussentijds door opzegging worden beëindigd. Weliswaar is niet geheel uitgesloten dat op dit beginsel een uitzondering wordt aangenomen, maar een dergelijke uitzondering kan volgens vaste rechtspraak slechts haar grond vinden in onvoorziene - dat wil zeggen niet in de overeenkomst verdisconteerde - omstandigheden, die niet voor rekening van de opzeggende partij komen en die van zo ernstige aard zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid instandhouding van de overeenkomst tot het overeengekomen tijdstip niet mag verwachten (Hoge Raad

21 oktober 1988, LJN: AD0483).

3.11 Van den Berg heeft gesteld dat Lijst Harry Bakker gehouden was rekening en verantwoording af te leggen over de bestedingen van de afdrachten, maar daartoe ondanks herhaalde verzoeken niet is overgegaan. Deze stelling heeft Lijst Harry Bakker niet (gemotiveerd) betwist, zodat de kantonrechter deze in rechte als vaststaand aanneemt. Gesteld noch gebleken is dat partijen de omstandigheid dat rekening en verantwoording door Lijst Harry Bakker uitbleef hebben voorzien en verdisconteerd in de overeenkomst tot afdracht. De kantonrechter oordeelt dan ook dat sprake is van een onvoorziene omstandigheid, die voor rekening van Lijst Harry Bakker komt. De kantonrechter is van oordeel dat deze omstandigheid zo ernstig van aard is dat Lijst Harry Bakker naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid instandhouding van de overeenkomst niet mocht verwachten, mede in aanmerking genomen de aard van de overeenkomst en de herhaalde gerechtvaardigde verzoeken om alsnog rekening en verantwoording af te leggen.

3.12 Van den Berg heeft derhalve de afdrachten per mei 2008 kunnen stopzetten. Dit betekent dat de kantonrechter de in conventie gevorderde hoofdsom betreffende de periode mei 2008 tot en met november 2008 zal afwijzen.

3.13 Ook de in conventie gevorderde hoofdsom over de periode januari 2007 tot de beëindiging van de overeenkomst per mei 2008 zal de kantonrechter afwijzen. Lijst Harry Bakker heeft onbetwist gesteld dat Van den Berg volgens de overeenkomst 20% van de inkomsten als raadslid, zijnde € 97,50 per maand zou afdragen, terwijl Van den Berg slechts

€ 92,50 per maand heeft afgedragen. Van den Berg heeft hiertegen echter aangevoerd dat een aanvullende afspraak was gemaakt die inhield dat zij € 5,- per maand minder zou afgedragen wegens haar extra werkzaamheden als fractievoorzitter. Ter onderbouwing heeft zij gewezen op de overgelegde schriftelijke bevestiging van de heer W. van der Sanden, bestuurder, dat Van den Berg minder behoefde af te dragen vanwege deze extra werkzaamheden. Lijst Harry Bakker heeft deze, onderbouwde, aanvullende afspraak niet gemotiveerd bestreden, zodat de kantonrechter als vaststaand aanneemt dat Van den Berg € 5,- per maand minder behoefde af te dragen.

3.14 Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter de gehele vordering in conventie afwijzen.

3.15 Ook de reconventionele vordering zal de kantonrechter afwijzen. Zoals hiervoor geoordeeld is er immers geen sprake van een nietige overeenkomst, maar van een overeenkomst van gift uit hoofde waarvan Van den Berg afdrachten heeft gedaan. Er is derhalve geen sprake geweest van onverschuldigde betalingen. Voor het overige heeft Van den Berg geen feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit een andere conclusie getrokken zou kunnen worden.

4. De kosten

in conventie:

4.1 Lijst Harry Bakker zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De proceskosten aan de zijde van Van den Berg worden begroot op: € 200,- aan salaris gemachtigde (2 punten maal tarief € 100,-)

in reconventie:

4.2 Van den Berg zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De proceskosten aan de zijde van Lijst Harry Bakker worden begroot op: € 150,- (1 punt maal tarief € 150,-).

5. De beslissing

De kantonrechter:

in conventie:

wijst de vordering af;

veroordeelt Lijst Harry Bakker in de kosten van dit geding, aan de zijde van Van den Berg tot op heden begroot op € 200,- als salaris voor de gemachtigde van Van den Berg;

in reconventie:

wijst de vordering af;

veroordeelt Van den Berg in de kosten van dit geding, aan de zijde van Lijst Harry Bakker tot op heden begroot op € 150,- als salaris voor de gemachtigde van Lijst Harry Bakker.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.A.M.L. Van den Bosch - van de Sande en in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2011.